Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web
   
 
Derde en laatste deel van de complete Oum Kalsoum biografie als uitgegeven in 1991 door Uitgeverij Jan Mets / Passatempo - ISBN 90 5330 037 6   Oum Kalsoum met Mohamed Abdelwahab
Met Mohamed Abdelwahab (geheel rechts)

Terug naar deel 2

De eenvoud van Oum Kalsoum wordt treffend geïllustreerd door het verhaal van dokter Mohamed el-Shane, die met zijn vrouw was uitgenodigd voor een feestje bij een van zijn collega's. Oum Kalsoum en haar man waren er ook. Na het eten ging iedereen naar de salon van de villa om te luisteren naar de leuke verhalen van Oum. Mohamed el-Shane zal deze avond nooit van zijn leven vergeten: `Mijn vrouw fluisterde of ik Oum kon vragen of ze wat voor ons zou willen zingen. Toen zei ik: Ben je gek, niemand durft dat te vragen tijdens een gewoon feestje en zonder dat haar orkest aanwezig is. Toen zei mijn vrouw: Laten we het gewoon proberen. En ze bleef erover doorzagen, totdat Oum het merkte en vroeg: Wat is er aan de hand? Toen zei ik tegen haar: Het spijt me, maar mijn vrouw wil graag wat horen en ik probeer haar te overtuigen dat zoiets onmogelijk is. Toen antwoordde Oum met een glimlach: Onmogelijk, hoezo? Ik raakte een beetje geïrriteerd en zei: Nee, ik bedoel dat er geen orkest is... dan kan dat toch niet. Toen deed Oum Kalsoum haar haar omhoog en sprak tegen iedereen: Ik ga voor Mohamed el-Shane en zijn vrouw zingen! Want zij zijn onze gasten! En ze zingt "Fati el-Miad" [De ontmoeting is over]. Iedereen tikte op de tafel het ritme mee. Ik was verbaasd over de eenvoud van Oum Kalsoum.'

De Ster van de Oriënt heeft maar twee keer buiten de Arabische wereld opgetreden: in het Parijse Olympia en tijdens de festiviteiten ter herinnering aan het feit dat Cyrus de Grote vijfentwintighonderd jaar eerder het Perzische rijk had gesticht. Sjah Mohamed Reza Pahlevi, van wie bekend was dat hij samen met koning Hassan II van Marokko de grootste privé-verzameling opnames en ander materiaal van Oum Kalsoum bezat, leerde de zangeres kennen tijdens zijn huwelijk in 1939 met de zuster van koning Faroek. Nooit ging de zangeres in op zijn verzoeken bij hem te komen optreden. In oktober 1967 bood hij tevergeefs een ongekend hoge gage als zij de feestelijkheden rond zijn zelfkroning tot Koning der Koningen en Licht van de Ariërs zou komen opluisteren. Het verzoek van de sjah werd vriendelijk maar vastberaden afgeslagen. Was het omdat deze man zijn Egyptische vrouw verstootte nadat zij de sjah alleen maar een dochter schonk? Of omdat hij zijn tweede vrouw, Soraya Esfandiary, de woestijn in joeg omdat zij helemaal niets baarde? Voelde de zelf kinderloos gebleven Oum Kalsoum zich solidair met deze vrouwen? Als de sjah in 1971 op ongekend grootse wijze viert dat zijn land vijfentwintighonderd jaar een monarchie is, laat hij tussen de ruïnes van Persepolis het meest luxe tentenkamp uit de geschiedenis bouwen om de vele gekroonde en ongekroonde staatshoofden en andere hoge gasten te kunnen herbergen. Klapstuk van het feest moet en zal een optreden van de levende legende zijn. Ditmaal richt de koning der koningen zich rechtstreeks tot de nieuwe president van Egypte om de zangeres naar zijn land te krijgen. En een dringend verzoek van president Sadat kan Oum Kalsoum niet weigeren.

Wanneer het toestel van Egypt Air toestel op luchthaven Mehrabad landt, wachten duizenden juichende Irani's de Egyptische ster op. Als de limousine bij het hotel arriveert, staat daar zo'n massa mensen dat Oum niet uit durft te stappen. Vier politieagenten verzekeren haar heelhuids naar de hotelingang te brengen, maar ze hebben hun krachten overschat. Eer ze erop bedacht is, wordt de zangeres als door een vloedgolf in de menigte meegevoerd. Om de zangeres uit de verdrukking te redden probeert een van de agenten haar boven het gedrang uit te tillen. Oum Kalsoum, wie zoiets nog nooit eerder was overkomen, verweert zich met handen en voeten: `Zet me neer... zet me neer...' Onverstoorbaar draagt de agent de tegensputterende dame echter richting ingang. Diezelfde middag wordt ze op het Gulistanpaleis ontvangen door de dames van het hof. Farah Dibah laat haar de Arabische paarden zien. De tweelingzus van de sjah, Ashraf, haar jongere zus Shams en Shahnaz, dochter uit Pahlevi's eerste huwelijk met de Egyptische prinses Fawzia, drinken een kopje thee met de zangeres. Als de sjah zelf arriveert, buigen de dames hun hoofd of knielen neer. Oum gedraagt zich uiterst gereserveerd. Als de sjah haar vertelt dat hij tijdens zijn verloving in Egypte al eens de eer had een concert van haar te mogen meemaken, antwoordt zij kortaf met `dank u wel'. De volgende dag gaat het per helikopter naar de ruïnestad voor het optreden in aanwezigheid van talrijke hoge gasten, onder wie Juliana en Bernhard alsook Boudewijn en Fabiola.

In de slums van Teheran volgen de paupers zonder water en elektriciteit via transistorradiootjes het concert dat aan de voet van de Kuh-e-Rahmat (Berg van genade) in Persepolis plaatsheeft.

Hoogtepunt is ongetwijfeld wanneer Oum voor de door Darius i gebouwde Hal van de Honderd Zuilen haar `Robaiyat al-Khayyam' inzet, op tekst van de Iraanse dichter en geleerde Omar Khayyam (1048-1123), door velen als een der grootste dichters aller tijden beschouwd. Zijn in vierregelige verzen gevatte uitgelatenheid en zucht naar een liefdesroes zijn deels in het Arabisch vertaald en door Riad el-Sonbati op muziek gezet. Na afloop van dit optreden roemde Time haar als `de invloedrijkste en bekendste artiest in de Arabische wereld'. Het blad beweerde tevens dat er twee dingen nooit zouden veranderen in het Midden-Oosten: de piramiden en Oum Kalsoum. De zangeres bleef dan ook, ondanks een kwakkelende gezondheid en de in de vs uitgevoerde operatie aan haar stembanden, gewoon doorzingen, tot bijna het bittere einde.

De Egyptische regering creëerde op 18 januari 1972 een speciale onderscheiding en verleende de inmiddels drieënzeventigjarige de titel Zangeres van het volk. Een jaar later, op donderdag 3 januari 1973, vindt haar allerlaatste optreden plaats in de Kasr el-Nil bioscoop. Het lijkt een concert als de vele die de onverwoestbare de afgelopen decennia op iedere eerste donderdag van de maand in de Kasr el-Nil hssft gegeven. Zoals altijd is de zaal ook nu weer maanden van tevoren uitverkocht. De voorste rij wordt sinds de afschaffing van de monarchie altijd voor hoge buitenlandse gasten van de regering gereserveerd. Het was de hoogste eer om geïnviteerd te worden om haar concert bij te wonen. Ondanks de ondraaglijke hitte is iedereen op zijn paasbest gekleed. Er hangt een geladen sfeer. De afgelopen weken circuleerden nog hardnekkiger dan gewoonlijk de geruchten dat Oum weer ziek zou zijn. Vanachter het gordijn gaat het stemmen van het orkest ten onder in het gejuich van het publiek. Als het doek opgaat, speelt het in smoking gestoken orkest, bekend als De Gouden Groep, in zijn grootste bezetting. Wat een verschil met haar eerste vijfmansorkest dat haar leraar Abu el-Alaa Mohamed in 1925 voor haar samenstelde. Geheel links staat Omar Khorshid met zijn elektrische gitaar voor een gigantische vingerplant. Aan de andere zijde van de plant zitten de accordeonist en organist. De rest van de uit achtentwintig man bestaande Gouden Groep zit twee rijen dik over de hele breedte van het podium. De achterste rij bestaat uit tien violisten en geheel rechts de man met de contrabas, die zonder strijkstok bespeeld wordt. In het midden van de voorste rij zit, als enige in witte smoking, de eerste violist, die afwijkend van de overige strijkers de sinekemân (viola d'amore) bespeelt en de solo's voor zijn rekening neemt. Links van de eerste violist vier violen, rechts de citer (kanun) en de luit. Tussen hen in staat een lege stoel. Het is niet de troon waarop Oum bij sommige buitenlandse concerten moest plaatsnemen, maar een gewone, houten stoel, gelijk aan die waar de orkestleden op zitten. Dan volgen twee fluitisten en drie cellisten, van wie er twee de strijkstok gebruiken en één de snaren tokkelt. Helemaal rechts van het podium zit de ritmesectie, bestaande uit een vaastrommel (darbuka), tabla en tamboerijn. De grote bezetting kan echter niet boven het gejoel uitkomen en stopt. De contrabassist wist zich het voorhoofd. Cairo kan heet zijn. De gordijnen sluiten zich weer onder een oorverdovend gefluit. In de zaal verhitten de heren uit het publiek zich door aanhankelijkheidsverklaringen naar het gesloten doek te schreeuwen. De vele dames past zoiets niet. Een paar minuten gebeurt er niets op het podium. Pas als de zaal wat rustiger is geworden, begint het orkest opnieuw te spelen achter het nog gesloten doek. Een gebrul stijgt op. Het geluid verdwijnt er volledig in. Als het enthousiasme wat afzakt, blijkt het orkest weer te zijn gestopt. Opgewonden heren gebaren naar anderen dat ze zich rustig moeten houden. Het is een seconde doodstil als alleen de tonen van de rietfluit door het doek dringen. Een man springt op zijn stoel, en schreeuwt `Ik heb altijd van je gehouden' en wordt door zijn vrouw naar beneden getrokken. Dan gaat het gordijn weer open en zit Oum Kalsoum tussen het spelende orkest. Applaus klinkt op als ze plotseling gaat staan en een paar passen naar voren doet. Boven haar hangt een dubbele microfoon, die ze eigenlijk niet nodig heeft, want met gemak overzingt ze haar orkest. Het zijn de microfoons van Sono Cairo en de nationale omroep. Sinds Nasser president werd, werden alle concerten opgenomen voor de grammofoonplaat en uitgezonden op de televisie. Haar schoenen gaan verborgen onder haar tot de grond reikend kleed. De sjaal heeft ze in haar linkerhand. Gejuich vult de zaal als ze haar eerste tonen zingt. Voor de rest van de avond wordt iedere passage van de liederen die ze zingt gebiseerd, maar tijdens dit eerste nummer is het publiek zo enthousiast dat er midden in de volgende passage van het lied moet worden gestopt en het orkest, eerst aarzelend, het voorgaande stuk herhaalt. Hoe uitbundig men ook op deze herhaling reageert, ieder verder deel wordt niet minder enthousiast begroet. Ze maakt heel weinig bewegingen terwijl ze zingt. Alleen de sjaal golft op het ritme van de zang. Aan het eind van het eerste nummer sluit het gordijn zich weer, het publiek komt overeind. Een klein stukje van het gordijn gaat open, zodat net een nog steeds staande Oum Kalsoum zichtbaar is. Onder de eerste tonen van het volgende nummer wordt het doek weer volledig geopend. Af en toe wordt de hitte ook de musici te veel en wordt razendsnel tijdens het spelen met een zakdoek het zweet van het gezicht geveegd. Uur na uur gaat het door. Ook op hoge leeftijd is haar uithoudingsvermogen enorm. Onderbroken door een korte pauze zingt de Ster van de Oriënt vier uur lang de sterren van de hemel. Na twee toegiften is het voorbij. Het gordijn gaat voor de zoveelste keer open. Ze neigt lichtjes het hoofd links en rechts naar het publiek. Dan brengt ze, breeduit lachend, beide handen naar het voorhoofd om een dankgebaar te maken en sluit zich het gordijn. Voorgoed. De Gouden Groep, haar vaste orkest, bestaat nog steeds. Sommige mensen zijn gestorven en vervangen door nieuwe musici. Het is nog steeds een eer om in dit beroemdste aller Arabische orkesten te mogen spelen, ook al is de ster gedoofd.

Aan het eind van zijn leven schrijft Farid el-Attrache speciaal voor Oum Kalsoum muziek bij een van haar lievelingsgedichten, `Kelmet Itab' van Ahmed Chafic Kamel. Het verhaal wil dat Farid aan dit nummer werkte toen hij stierf en dat het half voltooide nummer onder zijn doodsbed werd gevonden. In werkelijkheid stuurde hij Oum een demo-bandje met zijn compositie. Ze is echter te ziek om nog naar de studio te gaan. El-Attrache zendt zo'n bandje ook naar de Libanese platenbaas Robert Khayat met de mededeling: `Misschien is het iets voor Warda.' Khayat speelt het in handen van componist Baligh Hamdi, van wie Oum Kalsoum in het verleden verschillende werken had opgenomen. Hamdi, ontdekker en gelukkige echtgenoot van de ooit als `nieuwe' Kalsoum gelanceerde zangeres Warda, maakt het nummer af en laat het zijn Algerijnse Roos zingen. Khayat brengt het met veel tamtam als `de kroon op de muzikale carriŠre van el-Attrache' op de markt. Warda zegt dat het altijd al haar grootste wens was een compositie van Farid el-Attrache te zingen en dankt God dat deze wens met `Kelmet Itab' in vervulling is gegaan. Baligh Hamdi en Warda scheiden kort nadat het nummer is uitgebracht. De carriŠre van Hamdi loopt spaak als deze betrokken raakt bij een schandaal waarbij een Marokkaans meisje in zijn huis wordt vermoord tijdens een cocaïneparty en de componist jarenlang in ballingschap gaat, vrezend voor een veroordeling. Pas in 1990 keert hij weer terug naar Egypte.

Na haar laatste concert in de bioscoop Kasr el-Nil op donderdag 3 januari 1973 gaan de ouderdom en een nierkwaal Oum Kalsoum parten spelen. Er zal nooit officieel bekend worden gemaakt dat de zangeres is gestopt met zingen. Ze brengt veel tijd onder haar familie door. Met haar man is ze, zover haar gezondheid het toelaat, druk in de weer met het afleggen van bezoekjes. Ze is een graag geziene gast bij de vijf dochters en vier zonen van haar broer Khalid, onder wie de bij de Verenigde Naties werkzame Salah, de musicus Ibrahim en boer Samir. Ook haar oudste zuster Saïda en haar zonen Brahim, president van een Egyptische autofirma, de toneel- en filmregisseur Mohamed, Memduh, president van een verzekeringsmaatschappij, Rifaat, directeur van een papierfabriek, en dochter Sadia Dessouki, gehuwd met Ali al-Kashif, zien Oum regelmatig langskomen of bezoeken haar in haar huis in ez-Zamâlik. Het meest is de zangeres echter te vinden in het theater van de echtgenoot van haar zuster, Mohamed Dassouki sr: `De laatste tijd zocht ze me steeds vaker op in de studio en wilde alle films over de gebeurtenissen van 6 oktober [het begin van de Jom Kippoer-oorlog] zien. Dan draaide ik die voor haar, tot haar grote tevredenheid. We keken ook naar de laatste film van de actrice Fatin Hamama, Ouridou Halan [Ik wil een oplossing]. Deze film, over de situatie van de vrouw en haar problemen met de man en de maatschappij, maakte veel indruk op Oum Kalsoum, die daarna Fatin Hamama met een bezoek vereerde en haar vertelde dat ze enorm van de film had genoten en ze hem graag nog een tweede keer zou willen bekijken.' Als de nierklachten wat minder worden, staat Oum zelfs nog in Studio 42 aan de Cornish el-Nil om het nummer `Hakama el-Hawa' op te nemen. Het zou haar laatste opname worden. In de entreehal van het studiocomplex herinnert een plaquette eraan dat dit gebouw door president Nasser werd geopend, een gebeurtenis die natuurlijk niet compleet was zonder een speciaal inhuldigingslied van Oum Kalsoum.

Op de laatste dag van juli 1982 zing ik geheel onverwacht in dezelfde studio met onze groep Atlal. Vastgezeten tussen een ezelskar en een vrachtwagen in het verkeer van deze miljoenenstad, arriveren we een kwartier te laat voor een optreden in Pop Eleven, het programma van Sherif el-Attar en Hella Hashish voor Radio Cairo. Voor de ingang bedelt een blind zingend kind. Met heldere, hoge stem herhaalt ze een refrein van Oum Kalsoum. Van snel de studio in wippen is geen sprake. Het gebouw wordt als een vesting bewaakt door breedgebouwde, zwaargewapende kerels in uniform. De gitaarkisten gaan open voor we naar binnen mogen. Zelfs de binnenkant van mijn akoestische gitaar wordt grondig geïnspecteerd. Als de bewakers een fototoestel, ontdekken blijkt dat gebruik van het apparaat binnen het gebouw streng verboden is. Achterlaten in ruil voor een fietsenstallingbonnetje. Binnen wachtten een ongeduldige presentator el-Attar en de charmante Hella Hashish in Studio 42. Ik herken de met schrootjes betimmerde ruimte en het licht oplopende podium voor het orkest. Een achtergrond die je regelmatig ziet de foto's van Oum Kalsoum. Die middag zag ik nog een foto van de zangeres die hier gemaakt was. Is dit dé studio? Een van de technici beaamt het. Toen mocht er blijkbaar wel gefotografeerd worden. Na een uiterst korte soundcheck rest ons nog net twintig minuten op de plek vanwaar iedere door Oum voortgebrachte zucht over woestijnen en zeeën werd verspreid. Vanaf deze plaats drong ze door in de harten van miljoenen mensen tussen Atlantische Oceaan en Kaspische Zee. Hier maakte ze haar allerlaatste plaat.

Bij het laatste slachtfeest voor haar dood blijkt de artieste nog steeds van plan te zijn om na herstel de draad weer op te pakken. Als Mohamed Abdelwahab haar bezoekt om haar geluk te wensen met het feest, is ze in een uitstekende stemming en vraagt ze hem of hij nog wat muziek voor haar gemaakt heeft. Abdelwahab antwoordt dat hij een religieus lied voor haar heeft gecomponeerd en dat zodra Oum zich weer helemaal in orde voelt ze weer aan het werk gaan. Enthousiast vertelt Oum dat ook Baligh Hamdi een lied voor haar aan het componeren is. Bij het verlaten waarschuwt haar man, Hasan el-Hifnaawy, de oude Abdelwahab. Voorlopig geen opnamen, want iedere inspanning is haar te veel. In de week na het feest heeft de zangeres opnieuw een inzinking.

De verhalen over een zieke en weer herstellende Oum Kalsoum volgen elkaar steeds sneller op. Eind januari wordt ze in het Maadi-ziekenhuis opgenomen. Haar echtgenoot verblijft er dag en nacht en slaapt op de vijfde verdieping, terwijl zijzelf op de derde verdieping ligt. Als het nieuws bekend wordt dat de zangeres in coma is geraakt, draait de radio daaropvolgend haar lied `Agdan Alqaq' (Ik zie je morgen). Af en toe lijkt het of ze uit haar coma zal komen. Haar echtgenoot zal later vertellen dat ze tijdens haar sterven continu de woorden `Egypte, Egypte' herhaalde, `alsof het haar polsslag betrof'. Op zondag 2 februari 1975, om halfvijf in de ochtend, sterft Oum Kalsoum, na zo'n honderd uur buiten bewustzijn te zijn geweest. De radio begint de aankondiging van haar dood met het citeren van de koran, een teken van hoogachting, uitsluitend gebruikelijk bij de dood van staatshoofden. Alle radiostations verenigen zich tot een zender met een nationaal programma, precies als bij haar maandelijkse optredens. Er komt nu echter geen Oum de zangeres die woorden van hoop en liefde zingt, maar Oum als droevig nieuws, door dokter Mustafa Minlauwi in enkele regels gebracht: `Oum Kalsoum is vanochtend om half vijf precies gestorven aan de gevolgen van een nieraandoening.' Na deze mededeling spreekt een door verdriet overmande eerste minister dr Abdelaziz Hijjazi de luisteraars toe en wordt opnieuw uit de heilige koran gereciteerd. In het aansluitende nieuwsbulletin wordt gemeldt dat president Sadat en zijn vrouw Jihan de familie van Oum Kalsoum hebben bezocht om hen te condoleren met het verlies. De radio zendt alleen de koran en religieuze liederen uit. Na het bekend worden van haar dood raakt het telefoonverkeer met Egypte overbelast. De regering heeft haar handen vol aan de telefoontjes van buitenlandse regeringsleiders die vol ongeloof informeren of het bericht waar is. Tenslotte is het niet voor het eerst dat er een valse doodmelding van de zangeres de ether in wordt gestuurd. Dokter Mohamed el-Shane wil niet bevestigen of het inderdaad de moeder van de koning van Saoedi-Arabië was die hem op die dag overstuur opbelde. Voorzichtigheid is een eerste vereiste in zaken rond moeders van woestijnvorsten. Hij noemt haar discreet `een grote Arabische prinses', die hem snikkend belde met de vraag of het echt waar was dat de zangeres was gestorven. El-Shane: `Maar ze wilde mij niet geloven en zou nog andere bekenden in Cairo bellen om zekerheid te krijgen. Ze was ervan overtuigd dat Oum onsterfelijk was. Dat is ze ook, maar op een andere, spirituele manier.' Massaal gaat iedereen naar de Abu el-Fidâstraat, naar het huis van de gestorven zangeres. Alle bruggen die het Nijleiland met de rest van de stad verbinden staan zwart van de mensen. Verkeer in dit deel van Cairo is onmogelijk. Het huis is door politie afgeschermd. Ambulances voeren mensen af die in het gedrang onwel zijn geworden. Naar schatting een miljoen mensen verdringen zich die dag rond de lege woning. De kranten en weekbladen verschijnen met speciale uitgaven met alles over de zangeres. Het openen van de kleerkast van de overledene is belangrijk nieuws voor het Libanese damesweekblad Achabaka, dat op het omslag een in modieus zwart-wit geblokt mantelpak gestoken zangeres op de Parijse place de la Concorde toont. Achabaka benadrukt dat Oum vele decennia het modebeeld in de Arabische wereld heeft beïnvloed. De kast zou gevuld zijn met alle kleren waarmee ze ooit optrad. Per optreden een aparte jurk, die daarna voorgoed in de kast verdween. Er zouden zo'n vijfhonderd jurken hangen. In het Egyptische damesblad al-Mawed wil men aan de hand van getallen duidelijk maken hoe groot de zangeres wel niet geweest was. Met rekent de lezeressen voor dat lengte van haar cassettes in totaal 1523 kilometer zijn, ofwel `zeven keer de afstand tussen Cairo en Alexandrië'. En wat te denken van zo'n bericht als zou een niet bij name genoemde `faculteit van meetkunde' onderzoek te hebben gedaan naar het aantal decibel dat de stem van Oum Kalsoum kon veroorzaken. Met haar goddelijke stem kon ze maar liefst veertienduizend decibel produceren `volgens de professoren van de faculteit'. Wil de journalist de grootheid van de zangeres benadrukken door haar harder te laten zingen dan honderdeenentwintig vliegtuigmotoren op vijf meter afstand?

De volgende dag, dinsdag, heeft de drukte zich verplaatst naar het Maadi-ziekenhuis. Ministers, ex-ministers, ambassadeurs en andere hoogwaardigheidsbekleders hebben de grootste moeite om door de van verdriet overmande massa heen te komen. Het leger moet worden ingeschakeld. Een in het zwart geklede Mohamed Abdelwahab hoort van Balig Hamdi dat deze op het moment van haar dood een nieuw lied voor haar heeft voltooid. Een bewogen begrafenis brengt op woensdag 5 februari zo'n drie miljoen mensen op de been. Aan het hoofd gaat president Anwar Saddat en verschillende leiders uit andere Arabische landen. Ze begeleiden de lijkbaar naar de Fouad Seraj el-Dinstraat in de Caïrese wijk el-Basâtîn. De plek was in 1948 door Oum Kalsoum zelf gekocht na de dood van haar moeder Fatima en zij begroef hier in 1953 ook haar broer Khalid. Hier wordt ze in de aarde neergelaten, op nog geen honderdvijftig meter van het graf van zanger Farid el-Attrache. Voor het stenen mausoleum met lichtbruine houten deur is dagelijks Mustapha Naqrash te vinden, gelijk hij tijdens het leven van de zangeres soms dagenlang voor haar huis in ez-Zamâlik rondhing en tot diep in de nacht haar liederen zong. Als Oum deze nachtelijke aubade te veel werd, opende ze haar raam en riep: `Ga nou toch slapen, man.


Mijn dank gaat in het bijzonder uit naar Saïta Mohamed en Hani Badi Fahmi Girgis, die mij hielpen met de vertalingen. Dank ook aan de man die mij introduceerde in de wondere wereld van de Arabische muziek: Mohamed Bounouar uit Salé, en zijn broer Rashid en niet te vergeten Hadi Girgis, die mij gedurende twee snikhete maanden onvermoeibaar in zijn Volkswagen rondscheurde door Cairo. Verder dank aan dr Hasan el-Hifnaawy, echtgenoot van Oum Kalsoum; Samir Tewfi, redacteur van het dagblad Al Akhbar; wijlen Kamal el-Mallakh, egyptoloog en society-redakteur bij het dagblad Al Ahram; Sherif el-Attar en Hella Hashish van Radio Cairo; Ashraf el-Sharkawi voor het ter beschikking stellen van video-opnamen van Oum Kalsoum-concerten, Karel Pastor van de gelijknamige platenzaak in de Haarlemse Barteljorisstraat voor de vele informatie en catalogi, Madani el-Guelta voor zijn muziektechnische medewerking, en aan René Zwaap, L.J. Plenckers, Ihab, Iman, Fatih, Ahmed, Ali Morabet en Willy Langestraat.

Discografie

In de loop der jaren zijn er ruim vijfhonderd verschillende platen van Oum Kalsoum verschenen. Het overgrote deel van het gangbare repertoire is inmiddels ook op cd uitgebracht en wordt in Nederland geïmporteerd door Platenhuis Pastor in Haarlem. De vetgedrukte titels lenen zich mijn inziens uitstekend voor een eerste kennismaking met de Ster van de Oriënt.

Victor/Pathé/Club de Disque Arab Oum Kalsoum begon haar carriŠre bij Victor-Egypt met het nummer `Mali Fotent Belahzeki' op een 78-toerenplaat. In Frankrijk was het nummer als 45-toerenplaatje tot aan het begin van de jaren zeventig verkrijgbaar (Pathé S45 EG 751). Na meer dan vijfenveertig jaar tot het standaardrepertoire van Pathé in Frankrijk te hebben behoord, verscheen het nummer vervolgens op een van de vijf verzamel-lp's met haar vroegste werk, uitgebracht in een serie van de Club de Disque Arabe. Deze club was opgericht door de Algerijn A. Hachlef, voorheen werkzaam bij Pathé-Marconi in Frankrijk.

Sawt el-Sharq/Voix de l'Orient Een aantal oude opnamen die Oum Kalsoum in de jaren dertig en veertig maakte is nog verkrijgbaar op de lp The Twinkling Star (haar naam wordt als Umm Kulthum geschreven). Op dit album staan de nummers `Ya bashir al uns', `Ifrah ya qalbi', `Ya bahgit al Id', `Ala bai adi al mahbub', `Laih ya zaman', `Ya tair en Yama Nadait'. Het label is Sawt el-Sharq (Voix de l'Orient LP-GVDL 42).

Cairophon Op het label Cairophon, waar de zangeres van de jaren veertiger tot in de jaren vijftig aan verbonden was, zijn medio 1991 maar liefst zeventien verschillende cd's/lp's in de handel, waaronder negen live-opnamen. Tot de belangrijkste platen op het merk Cairophon horen: Ghannili shway shway/Zalamouni el-Nass (LPCXG 184); Nahj el-Burda/Woulida el-Houda (Met als ondertitel `LumiŠre sur le desert', LPCXG 9); El-ward Gamil/Faker lamma kont ganbi/Madame Teheb/Ya toul Azabi/Ya Leilet el-Eid/Gamal el-Dounia (LPCXG 151) en haar grootste hit op dit label: Salou Kalbi op tekst van Ahmed Showky en muziek van Riad el-Sonbati (LPCXG 171).

Sono Cairo/Sawt el-Cahira/emi De opnamen van Sono Cairo (Sawt el-Cahira) - de laatste platenmaatschappij waar Oum Kalsoum opnam - zijn, ook in technisch opzicht, veruit haar beste opnamen en zeker als eerste kennismaking met het uitgebreide repertoire van de artieste aan te raden. Sono Cairo, de semi-staatsgrammofoonplatenmaatschappij van Egypte, wordt op dit moment gedistribueerd door emi-Griekenland (en in Nederland door Platenhuis Pastor in Haarlem). emi brengt via haar vestiging in Griekenland naast de eerder genoemde opnamen van de labels Voix de l'Orient en Cairophon op dit moment meer dan vijftig verschillende Sono Cairo-opnamen van Oum Kalsoum op de markt. Enkele van haar grootste successen op dit label zijn: Robaiyat al-Khayyam, tekst Ahmed Rami, muziek: Riad el-Sonbati (Sono Cairo 60/027); Al Atlal, tekst: Ibrahim Nagi, muziek: Riad el-Sonbati (SC 60/002); Fakarouni tekst: Abdelwahab Mohamed, muziek: Mohamed Abdelwahab (SC 60/006); Amal Hayati tekst: Ahmed Shafiq Kamel, muziek: Mohamed Abdelwahab (SC 60/015); Alf Leila wa Leila, tekst: Kamel Aziz, muziek: Baligh Hamdi (SC 60/036); Inta Oumri, tekst: Ahmed Shafiq Kamel, muziek: Mohamed Abdelwahab (SC 60/001); Ya Zalemni, tekst: Ahmed Rami, muziek: Riad el-Sonbati (SC 60/024); Hazihi Leilatti, tekst: George Jradek, muziek: Mohamed Abdelwahab (SC 60/005); Wa Marrit al-Ayam, tekst: Mamoun al Shinnawi, muziek: Abdelwahab (SC 60/004); Baid Annek, tekst: Mamoun el-Shinawi, muziek: Baligh Hamdi (SC 60/046); Agdan Alqak, tekst: Alzari Adam, muziek: Mohamed Abdelwahab (SC 60/007); Ya Massaharni, tekst: Ahmed Rami, muziek: Sayid Makkawy (SC 60/003); Aqbal el-Leil, tekst: Ahmed Rami, muziek: Riad el-Sonbati (SC 60/019); Leilet Hob, tekst: Ahmed Shafiq Kamel, muziek: Mohamed Abdelwahab; Assaal Rouhaq, tekst Abdelwahab Mohamed, muziek: Mohamed el-Mukhi (SC 60/029); Al hob koulou, tekst Ahmed Shafiq Kamel, muziek: Baligh Hamdi (SC 60/020); Hagartak (SC 60/013) en Houwa sahih el-hawa ghalab (SC 60/011).

Literatuur

ACHABAKA, nr 994 (Beiroet 1975)
AL-FARUQI, Lois Ibsen, `Muwashshah: A vocal form in Islamic Culture', in: Etnomusicology xix (januari 1975)
AL-HIQBI, Abdelrahman, Rinaïa (Cairo 1968)
AL-MAWED, nr 10249 (Cairo ,1975)
ASMAD, Mohamed Ali, Oum Kalsoum (Cairo 1975)
BAEDEKER, Karl, Egypt (Londen 1929[hsp]8)
BELVIRANLI, A.K., Dinî Musikî (Konya 1975)
CLARKE, Donald, The Penguin Encyclopedia of Popular Music (Londen 1990) EGšZ, S., €oksesli Müzik Egitimi (Istanbul 1978)
EL-SHEIKH, Ibrahim, artikel in de Volkskrant (8 februari 1975)
HACHLEF, A., Catalogue des Disques Arabes Pathé-Marconi (Parijs 1965)
JARGY, Simon, La Musique Arabe (Parijs 1971)
KHOURI, George Ibrahim, Al-haq wa Ghani ma Oum Kalsoum (Cairo 1978)
MIMAROGLU, K., Musikî Tarihi (Istanbul 1961) ORANSAY, Gültekin, Die Melodische Linie und der Begriff Makam (Ankara 1966) RACY, Ali Jihad, `Record Industry and Egyptian traditional music 1904-1932', in: Etnomusicology xx (januari 1976)

isbn 90 5330 037 6

© 1991-2006 Mohamed El-Fers, Amsterdam



© 1991-2006
Mohamed el-Fers

HOME

free web counters