|
Sint Teresia Benedicta van het kruis zie Sint Edith
Stein.
Sint Theodorus van der Eem (geb. tussen 1499-1502-vermoord
op 9 juli 1572). Feestdag 9 juli. Zie de de 19 martelaren
van Gorkum.
Sint Theresia van Lisieux, ook Thérèse of Theresia
van het Kind Jezus (1883-30 september 1897). Feestdag 1
oktober, patroon van de missie. Thérèse Martin was een Franse
karmelietes, die na haar heiligverklaring in 1925 immens
populair werd als de heilige Theresia van het Kind Jezus,
kortweg Theresia van Lisieux of ´de kleine bloem´ genaamd.
Veel katholieke meisjes die tussen de jaren 1920-'40 werden
geboren, werden naar deze heilige Theresia, Trees(je) of
Thérèse genoemd.
Hoewel ze tijdens haar leven nooit in Nederland is geweest,
maakte de relieken van deze heilige van 22 januari tot 22
februari 1999 een tournee door ons land. Thérese Martin
werd in 1883 in het Franse Alençon geboren als jongste van
negen kinderen, van wie er echter al vier vroegtijdig gestorven
waren. Haar moeder had als liefste wens zelf heilig te worden,
haar vader hunkerde eigenlijk naar een leven als monnik.
Bij hun huwelijk besluiten beide celibatair te leven, tot
een priester hen verteld dat dit niet is wat god van het
sacrament van het huwelijk verwacht. Thérèse verliest haar
moeder op 4-jarige leeftijd. Na verhuizing naar Lisieux
wordt ze opgevoed terwijl haar 16-jarige zus Pauline de
rol van haar moeder vervult, tot zij besluit non te worden.
Een paar maanden later wordt Thérèse doodziek, totdat het
Mariabeeldje boven haar bed haar toelacht. En de kleine
Thérèse plotsklaps beter wordt. Het verhaal van dit bijzondere
teken dat de Heilige Maagd haar gaf, verspreidde zich als
lopend vuur door de omgeving. Thérèse weigert verdere mededelingen
te doen omtrent nadere bijzonderheden, waardoor ze al snel
voor leugenaarster wordt uitgemaakt. Ook haar zusters Marie
en Leonie verdwijnen in het klooster.
Thérèse trekt zich op 11-jarige leeftijd terug op de ruimte
tussen haar bed en de muur om genkield het kloostergebed
te verrichten. Helemaal niets was haar teveel om non te
worden. En ze had een ijzeren willetje. Als de Moeder Overste
van een Karmelietessenklooster haar weigert toe te laten
als non, zoekt Thérèse het hogerop bij de bisschop. Als
ze ook hier ´nee´ te horen krijgt, zoekt ze het bij de allerhoogste.
Samen met pa en zus Celine gaat ´de kleine bloem´ ter bedevaart
naar Rome. Tijdens een publieke audientie bij paus Leo XIII
is Thérèse niet te houden. Hoewel het absoluut tegen het
protocol is tegen de Heilige Vader te spreken, klamt Thérèse
hem aan zodra Zijne Heiligheid in haar buurt komt. Ze smeekt
hem toegelaten te worden als non van het Kamelitessenklooster.
Er moeten twee Zwitserse gardisten aan te pas komen om Thérèse
af te voeren. De Vicaris Generaal is echter diep onder de
indruk van het voorval en op 9 april 1883 wordt zij ´de
bruid van Jezus´.in het klooster waar haar zusters Pauline
and Marie al zaten. Met vader het niet goed. Hij wordt ziek
en krijgt last van hallucinaties. Soms grijpt hij naar zijn
geweer om een reeds lang afgelopen oorlog verder te voeren.
Pa wordt afgevoerd naar een krankzinnigegesticht. Strikte
kloosterregels verbieden de nonnen hun vader te bezoeken.
Haar zusje Pauline wordt tot Moeder Overste gekozen. Om
geruchten als zou de familie Martin het klooster runnen
de kop in te drukken, wordt Thérèse te verstaan gegeven
dat ze eeuwig novice zal moeten blijven. Nooit zal ze een
echte geprofesseerde volnon worden. Thérèse schrijft dat
ze het liefste was Thérèse priester geweest. Hoe zou zij
de nonnen dan de verering voor de Heilige Maagd hebben bijgebracht.
Thérèse sterft op 30 september 1897 aan tuberculose. Ze
werd maar 24-jaar, trok er nooit op uit om het katholieke
geloof te verkondigen, stichtte geen katholieke kloosterorde
nog verrichtte ze grootse werken. Na haar dood verklaarde
een non dat er ´niets bijzonders´ te vertellen was over
Thérèse. Maar de tot moeder-overste opgeklommen zus Pauline
besluit de geschriften van Thérèse uit te brengen, nadat
ze deze heftig heeft geediteert. Zo´n 2000 exemplaren worden
vanuit Liseux naar andere kloosters gezonden, waar het tragische
korte leven en de zielenroerselen van het simpele Franse
nonnetje diepe indruk maken. Binnen 2 jaar is de kleine
Thérèse zo populair, dat de familie Martin, bedolven onder
massale belangstelling, een veilig heenkomen in andere kloosters
moet zoeken. In 1925 werd Thérèse heilig verklaard. De volkse
devotie voor deze ´kleine non´ was zo groot, dat het Vatikaan
niet kon achter blijven. Paus Johannes Paulus II riep haar
op haar honderdste sterfdag uit tot kerkleraar. Ter gelegenheid
waarvan een deel van haar stoffelijk overschot op toernee
ging. Eerst in Frankrijk en België, vervolgens door Brazilië,
waar de komst van de relieken van Thérèse van Lisieux voor
volle voetbalstadions en uitzinnige massa´s zorgde. Onder
auspiciën van de Nijmeegse pastoor Marc Timmermans kwam
de kist met delen van de heilige op 22 januari 1999 naar
Nederland. SBS6 maakte een verslag, terwijl de de RKK/KRO
een reportage maakte van haar verblijf in in de Utrechtse
Gerardus Majellakerk, die op 17 februari op Nederland 1
werd uitgezonden. Als eerste werden de relieken uitgestald
in de Jacobuskerk te Den Haag. De toernee deed daarna de
Sint Jozefkerk te Tilburg, De Pauluskerk in Enschede, Emmanuel
in Helvoirt, de Pancratiuskerk te Heerlen, de Petrus en
Michaelkerk te Sittard, de kathedrale Munsterkerk te Roermond,
De Sint Jan te Den Bosch, de Sint Joannesparochie van Oisterwijk,
de Sint Joris te Eindhoven, de 'Papagaai' (Petrus en Paulus),
Krijtberg en Theresaklooster in Amsterdam, de Gerardus Majellakerk
te Utrecht en de Heilige Lodewijkparochie te Leiden. De
laatste dagen van haar Nederlandse tournee, 19-21 februari
1999, bracht Sint Thérèse van Lisieux door in de kerk van
Maria Geboorte te Nijmegen. Daarvan maakte MokumTV een documentaire,
die op 22 en 24 februari 1999 werd uitgezonden via Salto
Amsterdam.
Sint Theodarsus, ook Theodardus of Theodard van
Maestricht (Vermoord op 10 september 668). Feestdag 10 september
(Roermond). Theodarsus was "een student van Sint Remaclus
in de Benedicteinse Abdij van Malniely, Stavelot, Belgie.
Hij is hem opgevolgd als abt in 635, en accepteerde zijn
benoeming als bisschop van Tongeren en Maastricht in 662.
Hij verdedigde de rechten van de Kerk tegen de beslagnemende
wetten van Koning Childeric II van Austrasiate en zijn edellieden,
die zich kerkelijke goederen hadden toegeëigend. Theodarsus
werd hij in het jaar 668 door een groep rovers in het bos
van Bienwald in de nabijheid van Speyer (Spiers) overvallen
en vermoord. Zijn relieken werden door zijn leerling sint
Lambertus naar Luik overgebracht. Een deel van de heilige
botten bevind zich in de Maastrichtse Sint Servaaskerk.
Theodarsus wordt tevens op de zaterdag voor de derde zondag
na pinksteren gevierd, samen met de overige heilige van
Maastricht.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au diocèse de Liège
avant Saint-Norbert (1952); Donald Attwater, Dictionary
of Saints (1983); Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse
uitgave 1430. /p1466 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*62
Appendix Misboek Dominikanen. http://saints.catholic.org/saints/
theodard.html
Sint Thomas a Becket, zie Kantelberg.
Thomas van Kempen, ook Thomas a Kempis () Feestdag
Sint Thomas, Sint Thomasluiden Tussen 21 en 31 december
in het Friese Katlijk/Oudehoorne.
Thorn, Thorn aan de Maas wordt De kleine witte stad
genoemd omdat alle huizen er wit geverfd zijn. Het dorp
begon als een klooster dat aan het eind van de 10de eeuw
werd gesticht door Sint Ansfried, graaf van Hoey die later
bisschop van Utrecht zou worden. Zijn vrouw, Hilsondis,
assisteerde hem hierbij, terwijl Ansfried zelf een godsvruchtig
leven leidde in het eveneens door hem gestichte benedictijnerklooster
Hohorst bij Amersfoort. Hilsondis ligt begraven in de kerk
van Thorn. Het oorspronkelijke klooster ontwikkelde zich
tot een bedrijf op religieuze grondslag, de zgn. "stift".
Thorn was de plek waar de hoge aristocratie de ongetrouwde
dochters het klooster insluisde. Alleen vrouwen van de hoogste
adel werden geaccepteert, die een luxe nonnenleven leidde
met hun bedienden en overig personeel in de witte huizen.
In tegenstelling tot wat gebruikelijk was in de kloosters,
mochten de nonnen van Thorn hun eigen bezittingen behouden.
Wel diende ze het klooster te verlaten als ze gingen trouwen.
Dat kon eenvoudig, omdat er geen ´eeuwige geloftes´ hoefden
te worden gedaan. Het Vatikaan klaagde herhaaldelijk over
de kleding die de rijke semi-nonnen droegen. Het duurde
maar liefst tweehonderd jaar voor bereid was zich in het
zwart te kleden. De abdes of Moeder Overste bestierde de
"stift" en het stadje en leefde als een waar vorstin
in een paleisje. this. Thorn bracht het zelfs tot souvereine
staat (waarschijnlijk de kleinste ooit) van het Heilig Roomse
Rijk. Van het oorspronkelijke grote klooster bestaat alleen
de kerk nog. In de 12de eeuw was het een stoer Romaans gebouw,
waarvan alleen het westelijke deel met twee trappentoren
en een crypte bewaard zijn gebleven. Aan het einde van de
13de eeuw werd de kerk gerenoveerd en uitgebreid met kapellen
langs de zijbeuken in gotische stij. De laat-Barokke ankleding
van het koor stamt uit de 18de eeuw. Na meer dan acht eeuwen
vielen de Fransen in 1797 het staatje Thorn binnen en verklaarde
de kerkelijke eigendommen verbeurt aan de staat. Waarme
het leven zoals dat eeuwen in Thorn geleid was ten einde
kwam. Tussen 1860 en 1880 werd de kerk grondig gerestaureert
onder supervisie van P. J. H. Cuypers (Rijksmuseum en Centraal
Station Amsterdam). De top van de toren stamt uit deze periode.
In de velden ten noorden van Thorn stichtte de
adellijke stiftsdame Clara Elisabeth van
Manderscheidt-Blankenheim in 1673 de Kapel onder
de Linden. Het was een kopie van het heilig
huisje het Santa Casa, dat vanuit
Nazareth naar de Dom van het Italiaanse stadje
Loreto was getransporteert door engelen. Net als
in Loreto trok ook de Thornse variant massa´s
pelgrims. De huidige kapel is dubbel zo groot als
de oorspronkelijke van 1673. Toen na de Franse
bezetting in 1801 de kapel opnieuw in gebruik kon
worden genomen, stroomden de gelovigen in zulke
getale toe, dat tien jaar later een hoger
achterdeel werd aangebouwd, die in 1898 werd
uitgebreid met een biechthal, tegenwoordig in
gebruik als kaarsenhal. De voorstellingen in de
oorspronkelijke kapel zijn laat-17de eeuw en
hebben betrekking op de verering van Maria en het
huisje van Loreto.
Sint (prof. dr) Titus Brandsma (23 februari 1881-26
juli 1942) Feestdag 27 juli Martelaar Titus Brandsma werd
als Anno Sjoerd Brandsma op 23 februari 1881 te Ugoklooster
bij Bolsward geboren. In 1905 werd hij priester en droeg
als Karmeliet de naam Titus. In 1909 promoveerde hij te
Rome in de filosofie en was vanaf de oprichting van de Katholieke
Universiteit van Nijmegen in 1923 tot zijn dood in 1942
hoogleraar in de Wijsbegeerte en de Geschiedenis van de
vroomheid, met name de Nederlandse mystiek. In 1932-1933
was hij rector magnificus. Als adviseur van de r.k. pers
in Nederland werd hij animator van het verzet tegen de Duitse
bezetter en op 19 januari 1942 door de Nationaal Socialisten
gevangengenomen. Na een dodelijke injectie stierf hij op
25/26 juli in het concentratiekamp van Dachau. Titus Brandsma
werd op 3 november 1985 in Rome als martelaar zalig verklaard.
Op 30 april 2001 werd Titus als tweede beschermheilige (naast
sint Isidorus van Sevilla) voor het internet gekozen door
het Vatikaan.
U
Uden (Noord Brabant) Mariale bedevaartsplaats met wonderkruis.
Hier werd Maria vereerd onder de titel 'Refugium Peccatorum'
(Toevlucht der Zondaren).
Sint Ulrich, bisschop van Augsburg speelde een belangrijke
rol in de ontwikkeling in de toeëigening van het alleenrecht
op Sintenerkenning van het Vatikaan. Ulrich is de eerste
Sint in de geschiedenis die middels een pauselijke heiligverklaring
in 993 tot de Eer der Altaren wordt verheven.
*Sint Ursmar, ook Ursmer, Ursmarsus of Ursmarus van
Lobbe (697 tot 713) Feestdag18/19/20 april.
De Benediktijner monnik Ursmar werd
waarschijnlijk in Ierland geboren en kwam op
jonge leeftijd naar Henegouwen. De heilige was
van 697 tot 713 abt-bisschop van Lobbes (een
gemeente in het arrondisement Thuin in de
Belgische provincie Henegouwen). Het oudst
bekende verhaal van Ursman is afkomstig van
theoloog en historicus Heriger van Lobbes
(925-1007), waarvan slecht fragmenten bewaard
zijn gebleven. Ursmar moet een robuust Jerommeke
zijn geweest. Met engelengeduld probeerde hij
bijvoorbeeld de de Belgische Wazenaren uit te
leggen dat er voor hun redding en heil was na de
dood. Ze vonden het blijkbaar niet meer dan een
goed verhaal dat er enige eeuwen eerder in
Palestina een Joodse rabbi door de Romeinen was
geofferd. Maar hoe Ursmar ook preekte, de
Wazenaren wilden er niet aan dat Jezus echt uit
de dood zou zijn verrezen, laat staan dat een
Echte God zich vrijwillig zou laten martelen en
terechtstellen. Toen ze bleven volharden in hun
ongeloof, kidnapte de heilige een plaatselijke
stamhoofd. Heiden die niet horen willen liet Sint
Ursmar het Ware Geloof voelen. Echter alleen in
het uiterste geval, als alle andere methodes tot
bekering hadden gefaalt. De Heilige Geweldenaar
inroduceerde een aantal nieuwe methodes om de
Belgische ziel te redden voor de eeuwigheid.
Een bekend stukje Christelijke Kracht toonde
Ursmar toen hij zonder door de bliksem te worden
getroffen eigenhandig de door de Belgische
heidenen aanbeden en vereerde
"Breed-Eik" bij Hakilo Heem (Hekelgem)
om hakte. Precies op die plaats zaagde hij van
het hout stevige planken waar Ursmar een cel van
bouwde. In deze cel wist de heilige talloze
bekeringen te verrichten. Na zijn dood eigende de
abten van Affligem zich deze gevangenenkooi op de
grens met Erembodegem toe. Tussen 810 en 864
gebruikten de Noormannen die deze streken
bezochten de cel als opslagplaats voor hun
geroofde waren.
Sint Ursmar verkreeg ook enige polpulariteit in
de Noordelijke Nederlanden door in het gezelschap
van Sint Bavo (589-653) boven Haarlem te
verschijnen. Dat gebeurde toen de stad in 1268
door de Kennemers werd belegerd, hiertoe aangezet
door Gijsbrecht van Amstel. Op het kritieke
moment verscheen Bavo met als schilknaap niemand
minder dan de Heilige Ursmar. Beide Belgen hebben
zich verkleed als eigentijdse ridders. Bavo heeft
bovendien een opgeheven zwaard in de rechter- en
valk in de linkerhand. De verschijning op de
wolken bracht ontsteltenis onder de belegeraars,
die op de vlucht sloegen. Uit dankbaarheid
maakten de bewoners van Haarlem Sint Bavo tot hun
schutspatroon en gaven hun hoofdkerk op de Grote
Markt, tot dan toe aan Maria Hemelvaart gewijd,
zijn naam. Het zou nog even duren voor men het er
over eens is dat die tweede figuur achter Sint
Bavo niemand minder is dan Sint Ursmar. Onder
graaf Boudewijn I van Vlaanderen wordt de
voormalige gevangenis uitgebreid tot Kluiskapel.
Het zal uitgroeien tot een prominent heiligdom in
het gewest "forestum wasda", o.a.
bezocht door koning Lodewijk de Stamelaar.
Mohamed el-Fers: Sterke Sinten/p1414; Missale
Romanum Ned. editie (1955);/*18 Appendix Misboek
Dominikanen.
Sint Ursinicus. Volgens de overlevering is Ursinicus
de 2de opvolgers van de heilige Servatius als bisschop van
Maastricht. Ook zijn relieken bevinden zich in de Maastrichtse
Sint Servaaskerk. Op de zaterdag voor de derde zondag na
pinksteren vierde men het feest van de overige heilige bisschoppen
van Maastricht na Servaas: Agricolaus, Ursicinus, Designatus,
Renatus, Supplicius, Ouirillus, Eucherius, Falco en Eucharius.
Bovendien worden op deze massaviering ook de relieken van
de heiligen Domitianus, Monulfus, Gondulfus, Perpetuus,
Ebregisus, Johannes met het Lam, Remaclus, Theodardus en
Lambertus. Officieel vierde men dan ook Hubertus. Hoewel
zijn naam bij de viering in Maastricht zelf vroeger wat
zachter werd uitgesproken als die van de overige ´Maastrichtse´
heiligen. Hubertus was namelijk de laatste bisschop van
Maastricht en verplaatste de zetel naar Luik. Gelukkig kon
men zich in Maastricht volledig uitleven op hun Sint Servaas,
die als hoofdheilige een eigen feest had, hoewel hij ook
op deze zaterdag voor de derde zondag na pinksteren mocht
meedelen in de feestvreuge rond de heilige overblijfselen.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au
diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952);
Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983);
Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse
uitgave 1430.
Sint Ursula en de Elfduizend Maagden (5de eeuw) Feestdag
21 oktober.
Ursula, dochter van koning Diometus van
Brittannië, zou rond het jaar 430 geboren zijn.
Als de heidense prins Aetherius tegen haar zin
met haar wil trouwen, weet ze drie jaar uitsel
voor haar huwelijk te krijgen om eerst op
bedevaart naar Rome te gaan. Samen met 10
hofdames vertrekt ze. Volgens het verhaal was
voor ieder van hen een eigen schip geregeld.
Iedere vriendin zou ook nog eens duizend maagden
aan boord hebben genomen voor ze de Noordzee
oversteken. Dit leger van 1111 maagden komt via
de Rijn bij Katwijk ons land binnen. Via Utrecht,
Wijk bij Duurstede en Keulen volgen ze de Rijn
tot Basel, waar ze de boten verlaten om via de
Alpen naar Rome te trekken. Na het bezoek aan
Rome trekken de dames de zelfde weg terug. Ursula
zal haar geliefde Aetherius echter niet meer
zien. In Keulen wachten de Hunnen. Eerst zou de
leider van de Hunnen Ursula op elegante wijze ten
huwelijk hebben gevraagd. Ursula wijst hem af.
Dat leidt tot een gruwelijke marteldood. Niet
alleen Ursula, ook haar hofdames en de elfduizend
meereizende maagden moeten er aan geloven. De
Rijn zou roodkleuren van al het bloed. De hemel
zelf zou volgens het verhaal deze maagden wreken,
want kort na de slachtpartij dalen er elfduizend
engelen uit de hemel neer en verdrijven de Hunnen
uit Keulen.
De eerste verwijzing maakte melding van Ursula en
tien gezellen. Rond de vijfde of zesde eeuw werd
er in Keulen door senator Clematius een kapel
gebouwd op de plaats waar deze heilige maagden
zouden zijn doodgemarteld, volgens een inscriptie
in het koor van de Keulse Ursulakerk.
In de Middeleeuwen is het aantal echter
uitgegroeid tot 'elfduizend'. Waarschijnlijk een
gevolg van een verkeerde interpretatie van de
afkorting XI M (waarmee 11 martelaren werden
aangeduid) waarbij de M voor martelaren werd
gelezen als het Romeinse cijfer duizend. Als er
in 1106 naast de kerk een Romeinse begraafplaats
wordt gevonden twijfelt niemand dat dit de
beenderen van Ursula en de elfduizend maagden
moeten zijn. De mooiste botten worden in een
schrijn in de Sint Ursulakerk zelf bewaard, De
rest wordt verspreid over heel Europa. In
Nederland werd Sint Ursula o.a. de patrones van
de Amsterdamse begijnen. Door de aanwezigheid van
stukjes bot van Ursula in de verste uithoeken van
de christelijke wereld wordt ook de verering van
deze Sint enorm verbreidt. Zeker nadat de latere
heilige Angela de'Merici in 1535 het genootschap
'compagnia di S. Orsola' 1535 sticht en deze
onder de bescherming van Hunnenmartelares Ursula
plaatst, waaruit later de kloosterorden en
congregaties der Ursulinen voortkomen.
Volgens een andere Ursula-legende zouden Britse
kolonisten en soldaten Amorica bezet hebben nadat
keizer Magnus Clemens Maximus Brittanië
veroverde in 383. De leider van de Britse
kolonisten, Cynan Meiriadog, vroeg koning
Dionotus van Cornwall om vrouwen te sturen voor
de settlers. De koning stuurt zijn aan Cynan
uitgehuwlijkte dochter Ursula, met elfduizend
maagden en zestigduizend "gewone
vrouwen", Hun vloot komt in de storm om. De
overlevende vrouwen zouden tot slavinnen zijn
gemaakt of vermoord. Het feest van Sint Ursula en
haar elfduizend maagden werd in 1969 van de
officiele heiligenkalender geschrapt.
Utrecht: Alle heilige bischoppen van Utrecht Feestdag
aartsbisdom Utrecht 8 november.
INDEX
Ontbreekt er informatie?
Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse
Heiligen mededelingenboard weten.
Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden
en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN
90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs
Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en
drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden
RKBN 2002-00010575
Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak
Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke
opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist
en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).
All sites © Mohamed el-Fers
|