Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Ga naar alle Geiligen!

Deel S - Overige Nederlandse heiligen

Schraard. Het Bloedwonder van 1414 te Schraard. Het dorp Schraard of Skraard (in het Fries), anderhalve kilometer ten oosten van Wons (Wûns) onder Witmarsum gelegen, is op een uit het begin van onze jaartelling aangelegde terp gebouwd. Het uit warmgele kloostermoppen opgetrokken kerkje werd eem pelgrimsoord nadat de pastoor en de vicaris in 1414 een bloedende hostie op het altaar vonden als bewijs van de transsubstantie van brood en wijn in lichaam en bloed van Christus. De paus erkende dit wonder en legde in een bul de aflaat vast voor mensen die de kerk bezochten en daar offerden. Nadat de gereformeerden de kerk in bezit hadden genomen, werden alle middeleeuwse kunstuitingen vernietigd en raakte het verhaal van het wonder met de bloedende hostie in vergetelheid. Alleen de prachtig besneden zijkanten van de eikenhouten banken in het kerkje ontkwamen aan de barbaarse vernielzucht van de Beeldenstorm overleefd.
Litt. Peter Karstkare, Bedevaart van Wons over Skettens en Longerhouw naar Schraard. Monument van de maand jaargang XIV nr. 1. Leeuwarden, St. Kutuer en Toerisme Fryslân, 1999; Haro Hielkema, Trouw 26 mei 1999.

Sint Sennen. (Vermoord in 254). Feestdag 30 juli. Iraanse heilige, veelal samen met de eveneens uit Perzie afkomstige heilige sint Abdon genoemd. Sint Sennen en Abdon (zie aldaar) zouden geheel vergeten zijn geweest, als niet deze twee heiligen zo´n belangrijke rol hebben gespeeld in het leven van zuster Martina (zie aldaar). Deze twee Perzische martelaren stierven onder keizer Decius in het Colloseum in het jaar 254. Hun feest werd ooit algemeen gevierd in de katholieke kerk

Sint Seroos, ook Syrus, Cyrus, Serus of Sikiris. (Vermoord in 303) Feestdag 31 januari. Twee plaatsen in de provincie Zeeland dragen de naam van deze Egyptische heilige. De Kerk van Sint Seroos, ofwel Serooskerke. Serooskerke op Schouwe dat in de 13de eerst Sheralardskindskerke heette, kerk van de kinderen van heer Alard, voor de bewoners Sint Seroos als patroon kozen. De plaats op Walcheren werd opgenomen in de naam van het geslacht Van Tuyll van Serooskerke. Sint Seroos leefde aan het eind van de derde eeuw. in Alexandria, en zou een arts zijn geweest voor hij monnik werd. Seroos wordt vaak samen genoemd met zijn vriend en mede-martelaar, de Arabische christensoldaat Jan (Johannes, Iannis). Toen deze vrienden hoorden dat de Christenvrouw Athanasia samen met haar drie jonge dochter in de plaats Canopus was gearresteerd vanwege hun geloof, stoven ze daar naar toe om te helpen. Al snel worden ze zelf gearresteerd, geslagen en verschrikkelijk afgeranseld, om uiteindelijk net als de vier vrouwen te worden onthoofd. Christenen wisten hun dode lichamen naar Alexandria te brengen. Het is miemand minder dan Sint Cyril die besloot de relieken van Seroos en Jan van Alexandria terug te brengen naar de plaats van martelaarschap van deze heiligen. Als relikwie keerden de twee vrienden terug naar de kerk van Menuthis bij Canopus. Om postuum de aanbidding van Isis in Menuthis te bestrijden. De actie slaagde, het werd een drukbezocht heiligdom, en niemand talmde nog naar Isis, de Moedergodin van de Farao's. Eeuwige rust werden de heilige botten niet gegund, want ze werden uiteindelijk naar Rome over gebracht. , Menuthis heet tegenwoordig Abukir, een verbastering van 'Vader Seroos'. In Abukir behaalde Nelson een overwinning in 1798.

Sint Servaas, ook Servois, Servatius, Servatios of Sarbatius (Gest. 12 mei 384) Feestdag 13 mei, viering Servatii translatio op 7 juni.
Servaas is de eerste bisschop in de Nederlanden wiens bestaan met zekerheid bekend is. Hij geldt als de eerste geloofsverkondiger in onze streken. Op 14 mei 1985 bezocht paus Johannes Paulus II de grafkelder van Sint Servaas en verhief bij deze gelegenheid de Sint Servaaskerk tot Basilica Minor.
Volgens zijn elfde-eeuwse biograaf Jocundus zou hij een neef van Jezus zelf zijn geweest en kwam Sint Servaas uit Armenië. Wetenschappers hebben dit laatste altijd in twijfel getrokken, tot de Franse onderzoekers Maxime Yevadian en Georges Haïkan in het jaar 2002 bewijzen vonden voor de Armeense afkomst van Sint Servaas. Het was de eerste keer dat onderzoekers op zoek zijn gegaan naar de oorsprong van de Servaas-legenden.
Het bekendste verhaal over Sint Servaas is van Henric van Veldeke, geschreven tussen 1170 en 1190 en daarmee het oudste gedicht uit de Nederlandse literatuur dat bewaard is gebleven. Maar lang vóór Veldeke komt de naam van Servaas in 342 als bisschop van Tongeren (episcopus Tungrorum) voor onder de ondertekenaars van de orthodoxe geloofsbelijdenis van Sardica (Sofia in Bulgarije). Ruim twee eeuwen later noemt Gregorius van Tours Sint Servaas in zijn 'Historia Francorum' uit 591, Volgens Gregorius was Servaas bisschop van Tongeren ten tijde van de invallen van Attila de Hun. Bezorgd om zijn stad reisde Servaas naar Rome om op het graf van Petrus te bidden voor het afwenden van zijn dreigende aanval. Maar er werd hem duidelijk gemaakt, dat Atilla zijn stad zou verwoesten. Teruggekomen in Tongeren verkondigde hij dit slechte nieuws, zwaaide naar de burgers en vertrok naar veilig Maastricht.
Rond 1088, een eeuw voor Van Veldeke, zet Jocundus van Maastricht in opdracht van de proost Humbertus het levensverhaal van Sint Servaas op papier en noemt Armenië als moederland van de Maastrichtse bisschop. Het zou eeuwenlang als een fabeltje worden afgedaan, tot de Franse onderzoekers Yevadian en Haïkian voor hun studie teruggrepen op oorspronkelijk bronnen in Armenië. Onder de kloosters die de Armeniërs in de tweede eeuw in Jeruzalem hebben gesticht, was er een van de prinselijke familie Servatios. Waarvan beweerd werd dat deze rechtstreeks zou afstammen van een van de twaalf apostelen. Waarschijnlijk is Sint Servaas, als telg van dat adellijke geslacht, missie-bisschop geworden. Servaas was betrokken in de grote kerkelijke en politieke verwikkelingen van zijn tijd en moet een man van betekenis zijn geweest. Servaas speelt in 342 als episcopus Tungrorum een opmerkelijke rol tijdens het concilie van Sardica. Op dat concilie werd Arius veroordeeld omdat deze weigerde de godheid van Christus te aanvaarden. In deze strijd steunde Servaas, samen met een aantal Westerse bisschoppen, de Egyptische bisschop Athanasius, die hem zijn vriend noemde. Athanasius werd vanuit Alexandrië verbannen naar Trier. Het is mogelijk dat Sint Servaas zijn vriend trouw bleef en hem begeleidde op zijn reis en zo in onze contreien belandde. Men meent dat Servaas in 346 in Keulen wist te bewerken dat de godheid van Christus ontkennende bisschop van die plaats uit zijn ambt werd gezet. In de jaren die hierop volgden, weet Servaas de verzoening tot stand te brengen tussen twee rivaliserende keizers (Magnentius en Constantinus II). In deze strijd behaalde de keizer die het Arianisme was toegedaan de overwinning. Deze heerser riep de twee strijdende geloofsgemeenschappen bij elkaar in Rimini (359). Daar probeerde hij ze allebei eenzelfde geloofsbelijdenis te doen ondertekenen, waarin het Arianisme niet werd veroordeeld. Een aantal bisschoppen weigerden in eerste instantie hun handtekening, maar kwam uiteindelijk, na lang vergaderen en de nodige besprekingen toch tot een accoord. Een klein aantal bisschoppen, waaronder Sint Servaas, tekende echter niet de eindverklaring.
Het waren bewogen tijden: de volksverhuizingen kwamen weer op gang en de bevolking was gegrepen door angst voor een wild ruitervolk uit het Oosten, dat naar West-Europa oprukte tot aan de westelijke kusten van het continent. Het lijkt zeker dat bisdom van de Tongeren had door zijn ongunstige ligging aan de grenzen van het Romeinse Rijk veel te lijden van de invallen van verschillende het christendom vijandig gezinde stammen. Waarschijnlijk is Servaas naar Rome getrokken om hulp te zoeken. bij de Romeinse machthebbers. Teruggekeerd in Tongeren verliet hij na enige tijd deze stad voor het veiliger geachte Maastricht. Vlak voor de stad, in Biesland, krijgt Servaas dorst, en gelijk Mozes slaat hij driemaal op de bodem, waarna er een bron opwelt die ook eeuwen later nog van zich zou doen spreken. We denken hierbij maar aan het zgn. Waterbed-wonder dat in 2002 plaats had. Dat hij de grote Turkse leider Atilla de Hun zou hebben ontmoet en deze zou hebben bekeerd is een vrome legende. Servaas stierf op 12 mei 384, Atilla was van 433-53 leider van de Hunnen. Toen lag Servaas al een halve eeuw in zijn graf. Servaas werd volgens Romeins gebruik langs de openbare weg bij de brug werd begraven. Na de Vandalen-inval van 406, die Servaas zou hebben voorspeld, nam zijn verering in heel West Europa megavormen aan. Seervaas bevocht niet alleen met succes de zo gevreesde Atilla de Hun, ook menig draak beest in het stof als deze heilige verscheen. Sinds het begin van de 8e eeuw staat vast dat het Hoogfeest van Sint Servaas gevierd wordt op 13 mei. Zijn met wonderen omkleed graf werd een van de belangrijkse bedevaartsoorden van de middeleeuwen, in 1496 nemen meer dan 100.000 pelgrims aan de zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart naar het graf van sint Servaas deel. Sinds 1829 is deze aloude, door de gereformeerden verbode traditie in ere hersteld en heeft weer eens in de zeven jaar de Heiligdomsvaart plaats. Dan worden de Noodkist en de overige relieken van Servaas en andere heiligen in processie door de straten gedragen. De eerstvolgende Heiligdomsvaarten hebben in 2004, 2011, 2018, 2025, 2032, 2039, 2046 en 2053 plaats.
Servaas is een van de IJsheiligen en beschermheilige van de sloten- en meubelmakers, verlamden, schutspatroon van de steden Maastricht, Goslar, Limburg/Lahn, Quedlinburg en het bisdom Worms. Hij wordt aangeroepen bij rugpijn, reuma, koorts, voetziektes, doodsangst, muizen- en rattenplagen en bij heftige vrieskou. Hij wordt afgebeeld met sleutel, klomp of draak.
Met dank aan Annemieke Paulussen, gastvrouw in de MokumTV-uitzending over de Sint Servaas-basiliek Maastricht. Litt. Saint Servois, Maxime Yevadian et Georges Haïkan, Université Aix-en-Provence (2002); .Johannes Paulus II, Toespraken bij zijn bezoek aan Nederland (1985) 26 Appendix Misboek Dominikanen/1422-24 Missale Romanum Ned. editie (1955);/Met de heiligen het jaar rond deel 1 431.Web: Wonderwater Servaasbron doet rugklachten verdwijnen; Chants Saint Servatius.

Sint Siardus Abt, ook Sint Sjoerd, Siard, Siardus van Mariëngaarde, Sint Sjoerd de Zweper (gest. 13 november 1230) Feestdag 14 november.
De heilige abt Sjoerd wordt soms afgebeeld met brood of een broodmand en kruis in zijn hand, maar altijd heeft hij ook gesel, zweep en roede bij zich. Want Zweper Sjoerd predikte met name de "lijdende verlosser". Sjoerd, telg uit een adelijk Fries geslacht, groeit in de tweede helft van de 12e eeuw op in de schaduw van de norbertijnenabdij Mariëngaarde ten noorden van Leeuwarden.Hij volgt er de abdijschool, ontvangt er op jonge leeftijd het kloosterkleed en staat bekend vanwege zijn strenge ascetische praktijken.
Dagelijkse afstraffingen met riem, zweep of gesel en een bed dat hij heeft overspannen met een ruw stuk leer (paardenhuid) herinneren hem dag en nacht aan het lijden van Christus. Nooit te beroerd ook anderen in dit lijden te laten delen wordt Sjoerd in 1194 met unanieme stemmen tot opvolger van abt Frederik van Hallum gekozen. Hij blijkt niet alleen de strengste straffer, maar ook een voortreffelijk manager te zijn die de uitbouw van de abdij groots aangepakt. Door schenkingen verwerft hij uitgestrekte landgoederen. Na zijn dood op 13 november 1230 werd Siardus begraven in de sacristie van de kerk van Mariëngaarde, maar al snel wordt Zweper Sjoerd al als heilige vereerd. Abt Sibrandus liet het gebeente overbrengen naar het koor van de kerk. Wanneer in 1578 de abdij door de protestantse barbaren van Willem van Oranje verwoest wordt, brengt een Friese edelman het gebeente in veiligheid naar Hildesheim, op Duits grondgebied. Daar worden de botten verdeeld. In 1617 belandde een schrijn met de kin en de bijna hele schedel van Siardus in de abdij van Sint Folliaan bij Roeulx. Na de Franse Revolutie werden ze bewaard te Strépy. Paus Benediktus XIII. confirmeerde de cultus rond Sjoerd als beschermer van jonge moeders, als patroon van landbouwers en als helper in nood in 1728. Zijn relieken worden tegenwoordig bewaard in een zijkapelletje van de abdijkerk van de norbertijnen van het Belgische Tongerlo. Sjoerd is opgeslagen in een schitterende ebbenhouten schrijn. Op zijn feestdag worden de botten van Siardus ter verering uitgestald in een ebbenhouten schrijn in de abdijkerk. Op 14 november is er een plechtige hoogmis om 11.30 uur (tenzij dit feest op een zondag valt, dan is de eeucharistie om 10.30). De jaarlijkse Siardus bedevaartsdag begint op de zondag vóór 14 november met abbatiale hoogmis om 10.30 uur en een Hooglof om 14.30 uurr, tenzij 14 november op een zondag valt. Dan worden feestdag en bedevaartsdag samen op 14 november gevierd.. De Norbertijnenabdij ligt aan de Abdijstraat 40 in Tongerlo. Website http://www.tongerlo.org Elke zondagmiddag van begin april tot einde september heeft om 14.30 uur een rondleiding plaats die vertrekt aan de abdijpoort.
Lit.: LThK2 Bd. IX, Sp. 725 (N. Backmund); - BiblSS XI 1019-1020; - Doyé II 322; - LCHI Bd. 8, Sp. 342 (M. Lechner); - J. Torsy: Der Große Namenstagskalender, Aktualisierte und erweiterte Neuausgabe, hrsg. von. H. J. Kracht, Freiburg-Basel-Wien 1972, 309: p419 II heilige jaar rond.

Sibculo. In Sibculo, in het Overijsselse Vechtdalgebied ten oosten van Ommen herinnert een put aan het middeleeuws Cisterciënzer klooster dat hier tot de hervorming lag. Er liggen nog enkele grafstenen van de vroegere monniken en een niet toegankelijke grafkelder. De overlevering wil dat er stenen voor je voeten in gruis vallen en wie het desondanks toch nog probeert, wordt tegengehouden door de geheimzinnige hand van de stichter van het klooster, Johan Clemme. Als een niet katholiek hem op een grafzerk ziet zitten, moet deze op zijn hoede zijn. Clemmes verschijning geldt voor hen als waarschuwing voor naderend onheil.

Sint Simonino van Trente, ook Simonino Unverdorben, Simonino di Trento, Simon van Trente (1472-geslacht op 21 maart 1475). Feestdag 4de zondag na pasen.
Deze sint uit de Italiaanse Alpenstad Trente werd heilig verklaard onder Sixtus V en weer ontheiligd in 1965. Simonshaven op het eiland Voorne-Putten in de Zuid Hollandse gemeente Bernisse is vernoemd naar deze heilige, die tevens werd vereerd in een straatkapelletje aan de Bijenstraat in Eygelshoven (sinds 1982 Kerkrade). Sint Simonino en Sint Anderl stonden ook samen in een nis op de heuvels tussen Eygelshoven en Rimburg. Beide staties verdwenen in de jaren '70 van de vorige eeuw. De peuter Simon van Trente zou het slachtoffer zijn geweest van een rituele moord door de joden van Trente, Op Witte Donderdag verdween het anderhalf jaar oude christenkind Simon van de stoep voor zijn ouderlijk huis. Prins-bischop Johannes IV Hinderbach beschuldigde de joden Samuel, diens tweelingbroer Saligman, met Tobias, Vitalis (Veitel), Moses, Israel en Mayr. Na intensief te zijn gemarteld in de kerkers van het Buonconsiglio kasteel gaven deze toe het kind afgeslacht te hebben om zo hun joodse paasfeest te kunnen vieren. Ze werden tot de marteldood veroordeeld en verbrand. De plaatselijke synagoge werd vernield en er verrees de Simonino Unverdorben-kapel op de plek waar het kind riteel vermoord zou zijn. De straat heet tot op heden Via Simonino. Uiteraard protesteerde de joodse inwoners van de stad, met gevolg dat er een herziening van het proces kwam, dit keer voor bisschop Baptista dei Giudici van Ventimiglia. Hij bevestigden het oordeel. De protesten hielden aan. Zo kwam de zaak in 1478 voor de rechtbank van paus Sixtus IV. Voorzitter was de befaamde Meester in de Rechten professor Panvino, bijgestaan door zes kardinalen. Op 20 juni 1478 schrijft Sixtus IV een bul aan bisschop Hinderbach waarin hij zegt dat de rechtzaak tegen de joden juist had plaatsgevonden ad normam veri juris (volgens de standaard der ware wetten) en dat de Hebreeërs de peuter Simon vermoorden om zo een rabbinale religieuze wet te onderhouden die hen voorschreef dat ze christenbloed nodig hadden voor de viering van hun paasfeest. Een eeuw later, in 1588, verklaarde Sixtus V de peuter officieel heilig. In 1770 bevestigde Clement XIV de rituele moorden op zowel Sint Simonino en Sint Anderl (Andreas van Rinn). Dit deed Clement als advokaat van de Heilige Stoel nog voor hij tot paus werd verkozen. In 1965 vond de Heilige Congregatie der Riten te Rome het martelaarschap, de reden van Simon's dood, uiterst onwaarschijnlijk en voerde San Simonini van de heiligekalender af en verboden zijn verering. De relieken van Simon rusten in een kristallen sarcofaag op een altaar van de San Pietro-kerk van Trente.

Sittard. Vanaf de St. Michielskerk (1659-1668) op de Markt van Sittard vertrekt sinds 1675 de processie naar de St. Rosakapel op de Kollenberg. Als dank aan de beschermheilige Rosa van Lima, die de genezing van een besmettelijke ziekte zou hebben veroorzaakt, werd midden in de natuur deze kapel, omringd door zeven kleinere kapellen gebouwd. Alle kapelletjes zijn gewijd aan het lijden van Christus. Het vertrekpunt van de processie, de St. Michielskerk op de markt is de enige kerk in Nederland die in Zuid-Nederlandse barokstijl gebouwd is.
Niet ver van de St. Michielskerk ligt de Basiliek van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart (1875), gebouwd als bedevaartskerk voor een door pater Jules Chevalier in 1854 bedachte nieuwe hoedanigheid van de heilige maagd Maria. Toen de pater het plan had opgevat een congregatie te stichten riep hij de hulp in van Onze Lieve Vrouw. Na verschillende malen haar voorspraak te hebben ondervonden was hij van oordeel dat zijn congregatie haar uit dankbaarheid moest vereren op een speciale manier. Na verloop van tijd besloot hij Maria te vereren onder de titel van “Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart”. Chevalier moet een geniaal pr-agent zijn geweest, want in no-time verspreidde de nieuwe hoedanigheid van Maria zich over alle continenten. Een fanclub, het broederschap van OLVrouw van het Heilig Hart werd opgericht en telde in 1891 niet minder dan 18 millioen leden. Over de hele wereld werden speciale pelgrimskerken met altijd wonderende beelden van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart gebouwd. Zoals deze in Sittard. Het interieur is indrukwekkend. Aan de muren vindt men tegeltjes met dankbetuigingen en smeekbedes. Ook de schilderingen op de pilaren zijn samengesteld uit dezelfde boodschappen. Maria in haar hoedanigheid van Heilig Hart staat met een eigen feest op de kerkelijke kalender. Het wordt gevierd op de laatste Zaterdag van Mei.

Sint Sjenoet, ook Schenute, Abba Shenouda, Chenud, Chenoude, of Shenud. (348-466) De Egyptisch-koptisch heilige Sint Sjenoet werd in 348 geboren als kind van vrome Chrsitelijke ouders in een dorp bij Akhmin in Opper Egypte. Dat deze heilige ook verering in het middeleeuwse Holland ten deel viel, is te danken aan de zgn. Slaven van Damiate, die hem tot patroonheilige maakten van hun mystiek middeleeuws Haarlems broederschap. De oorsprong van deze club zou terug zou gaan tot het jaar 1219. Haarlemse burgers vochten dat jaar mee bij de inname van de Egyptische havenstad Damiate. Drie Haarlemmers vielen echter in de handen van de moslims. Ze worden bij twee Egyptische christenen, de broers Hadius en Hanius, in een kerker geworpen. Na de bij dit soort verhalen horende tortuur, ontsnappingspogingen en vruchteloze smeekbedes tot diverse heiligen, staan de Haarlemmers op het punt zich Moors te laten dopen. Bijna, want een van hen komt op het idee de Egyptische heilige Sjenoet aan te roepen, terwijl hun koptische celgenoten zullen proberen Sint Bavo uit Gent wakker te bidden. Met succes. Die nacht verschijnt een engel met de sleutel van de kerker. Weer aangesloten bij hun Haarlemmers kruisvaarderscommando, geeft hun terugkeer nieuwe inspiratie en weten de Haarlemmers zich bijzonder te onderscheiden. De slag om Damiate en de rol van de dappere Haarlemmers behoord tot een veelvuldig in beeld gebracht Kruisvaarderstafereel. In het Frans Halsmuseum van Haarlem hangt het in 1625 geschilderde meesterwerk van Cornelis Claesz van Wieringen. De historische gebeurtenis werd door de beroemde glazenier Willem Tybaut in de jaren negentig van de zestiende eeuw afgebeeld op een van de mooiste ramen van de Grote Kerk van Gouda. Ter herinnering aan de Egyptische avonturen luidden tot op heden dagelijks 'de damiaatjes' genoemde klokjes in de toren van de oude Sint Bavokerk. De legende wil dat de dappere Haarlemmers deze uit de kerktoren van Damiate zouden hebben geroofd. De klokjes prijken ook boven het gemeentewapen van Haarlem.
Na terugkeer in de Spaarnestad groeide de verovering uit tot een mega-spektakel, waarin de Haarlemmers naast de Moren het ook opnamen tegen een draak en een zeemonster. Het is niet bekend wanneer het secrete broederschap van de Slaven van Damiate in het leven werd geroepen, met de Koptische Sint Sjenoet met de Knoet als schutspatroon. Na het midden van de 15de eeuw moeten ze een kapel buiten de Haarlemse stadsmuren hebben gehad. Waarschijnlijk werd hier ook het Heilig Bloed vereerd, want er is een vermelding bekend van een veroordeling uit 1471 tot het ondernemen van een bedevaart vanuit Schoonhoven naar het Heilig Bloed, gelegen buiten Haarlem. Ultrageheime broederschappen laten weinig sporen na in de geschiedenis. Wat dat betreft is het veelzeggend dat er buiten deze éénmalige vermelding van het Heilig Bloed van Haarlem, toch geen onbelangrijk relikwie, niets bekend is.
De Egyptische sint Sjenoet weten we meer. Hij wordt meestal aangeduid als de Archimandriet, de Kluizenaar. Van tijd tot tijd zocht Sjenoet de eenzaamheid van de woestijn op. Dat moesten ook zijn monniken regelmatig doen. Sjenoet hoedde de kudde van zijn vader, tot deze hem op 10 jarige leeftijd naar het klooster van Sohag bracht. Daar zwaaide Pigol, een oom van moeders zijde, de scepter als abt. Pigol heeft een visoen gehad. Sjenoet zal zijn kudde niet meer zien. Hij ondergaat een Spartaanse training ter voorbereiding van het kloosterleven. Als Pigol in 385 sterft wordt Sjenoet door de 30 al wat oudere monniken tot nieuwe abt gekozen. Het ingeslapen kloostertje wordt door Sjoenoet waanzinnig populair. Om nieuwe leden te werven, gingen op zaterdags de deuren van de kloosters open voor de dorpelingen om deel te nemen aan de vespers, de nacht in het klooster door te brengen om de volgende ochtend de vroegmis bij te wonen. Na deze mis werd er voedsel uitgedeeld, terwijl Shenoet predikte over de zegeningen van het kloosterleven. Biddende monniken brengen geen brood op de plank. Dus introduceerde Sjenoet het werken in combinatie met gebed en boetedoening. Er moet heel wat zijn geranseld in navolging van het Lijden van Christus. In hoofdstuk 9 van “De kerk en
haar kruis” noemt Karlheinz Deschner Sjenoet "de heilige ranselaar". Zeker is dat Sjenoet de bezem haalde door de christlijke Askese aan het einde van het Antieke Tijdperk. Dankzij Sjenoet kon je in zijn klooster meer krijgen dan een stichtelijk woord en penitentie, Sinds hij de handel overnam stonden ook schoenmakers, wevers, artsen, kaarsenmakers, schrijvers en pottebakkers ter beschikking van de gelovigen. Sjenoet begeleide Sint Cyril de Grote naar het Concilie van Efes (Turkije) in 431. De Heilige Ranselaar moest niets hebben van dat wufte Hellenistische gedoe in het Byzantijnse Constantinopel (Istanbul). Laat staan al die lyrische taalfratsen van die verromeinste kwibussen aan de Bosporus. Hij schreef en sprak in het pure Saidische dialect van de Nijldelta. Sjoenoet voorziet Egypte van een Koptische cultuur. Fel bestrijd hij alle Hellinistische invloed. Verbied ten strengste dat er buitenlanders in zijn kloosters worden toegelaten. De plattelandsbevolking is altijd welkom in het klooster als ze bescherming zoeken voor het gezag. Sjenoet riskeert bijna zijn leven om een groep arrestanten te redden uit handen van de Keizerlijke commando's. Namens de boeren stuurt Sjenoet een verzoekschrift om belastingvermindering aan keizer Theodosius.
Als Sjenoet in 466 sterft, wonen er, strikt gescheiden van elkaar, meer dan 2000 monniken en 1800 nonnen. Al het gebied tussen het zgn, Witte Klooster en het 3km zuider liggende Rode Klooster is dan helemaal volgebouwd. Tot op heden bewijzen de Romeinse pilaren in de apsis van de kloosterkerk en de hierogliefen op de stenen van de buitenmuur waar Sjenoet zijn bouwmateriaal leende. Er zullen heel wat heidense paleizen en tempels zijn gesloopt om het complex van drie duizend keer de oorsponkelijke afmeting uit de grond te stampen. Buiten de ommuring liet Sjenoet onderkomens bouwen waar toekomstige monniken konden worden ondergebracht tot er plaats was in het klooster.
Als Sjenoet zich weer eens had teruggetrokken in de wilderis, werden de kloosters bestuurd door een door de heilige persoonlijk aangestelde overste (archimandriet).
Sjenoet maakte een einde aan al dat onsamenhangende gebed en introduceerde vaste periodes en getijden voor persoonlijk en gezamelijk gebed. Sjenoet stierf terwijl hij God eer toezong, omgeven door zijn monniken in het Witte Klooster. Hij was toen 118 jaar oud.
Litt. Studie Fahmy Girgis, Europa in Koptische litteratuur, Gizeh, Cairo 1982; Karlheinz Deschner, De Kerk en haar Kruis, Arbeiderspers, Amsterdam 1974; Peter Jan Margry en Charles Caspers, Bedevaartplaatsen in Nederland, Uitgeverij Verloren, Hilversum, 1997-2000.

Smakt bij Venray is hét bedevaartsoord voor de vereerders van de timmerman uit Nazareth, die gezien de maagdelijkheid van Maria dus niet de vader van Jezus was. Sint Jozef, echtgenoot van Maria heeft een eigen cultcentrum op de grens van het bisdom 's-Hertogenbosch met het bisdom Roermond. De pelgrims trekken naar Smakt om er St. Jozef te vereren als ´patroon van een gelukkige levensstaat en van het christelijk huisgezin´. Desgevraagd laat de pr-afdeling opgewekt weten dat er ook veel pelgrims naar Smakt komen ´om te bidden voor een zalige dood´. De cultus van Sint Jozef werd aan het eind van de vorige eeuw naar Smakt gebracht door rector Cremers, die er in 1886 begon met de bouw van de alweer verdwenen ´Grote Jozefkapel´. Menig minder braaf huisvader kreeg in die dagen via de biechtstoel waarschijnlijk het advies zich eens tot Sint Jozef te wenden. Als katholieke huisvader telde je pas mee als je minstens eenmaal in je leven in Smakt was geweest. In 1910 gingen de zaken zo goed dat er in Smakt een station, pelgrimshuis en bezinningspark werd aangelegd. Hoewel de tijd dat de trein net voorbij de kapel stopt voorbij is, komen er het hele jaar door pelgrims, die in het Pelgrimshuis een aantal devotie-artikelen kunnen aanschaffen. Met name in ´Jozefmaand´ maart kan het druk zijn in Smakt. Alle missen zijn stampvol. Op 19 maart, de feestdag van Jozef, bereikt de euforie rond de braafste huisvader aller tijden haar hoogtepunt. Dan zijn er maar liefst vier Jozefmissen.

Sint Edith Stein, zie Edith Stein.

Stille Omgang, zie Amsterdam.

Sint Suitbert, ook Suidbert, Suitbertus, Suitbert, Swithbert, Swibertus, Switbertus, Swidbert (Engeland 695 – 1 maart 713 in Kaiserswerth (sinds 1929 stadsdeel van Düsseldorf in Duitsland)
Feestdag in het aartsbisdom Utrecht en bisdom Rotterdam 1 maart.
Suitbert werkte voornamelijk in Noord Brabant, Gelderland en rond Kleef. In Düsseldorf is een weg, een Gymnasium en een sporthal naar Sint Suidbert vernoemd. Zijn portret in een ovale medaillon en in de 19de eeuw gemaakt in het mozaïek-atelier van het Vatikaan is te vinden in de nabij de Sint Pieter gelegen Kerk der Friezen in Rome.
Deze Apostel der Friezen volgde zijn opleiding in het Ierse Rathmelsigi, Connacht, samen met Sint Egbert. Deze Egbert zond eerst Wigbert (ook Wihtberht) naar de Friezen om deze tot het christendom te bekeren. Koning Radboud moest niets weten van het geloof van Wigbert en deze keerde onverrichter zaken terug naar Engeland. Egbert stuurde vervolgens Sint Willibrord en zijn twaalf helpers, onder wie de robuste Sint Suitbert. Ze kwamen aan bij de monding van de (Oude) Rijn en trokken naar Utrecht, wat hun actiecentrum zou worden. De nieuwe missionarissen werkten met succes onder de bescherming van Pepijn van Heristal, die kort daarvoor een stukje van het Friese grondgebied had weten te veroveren. Toen Suitbert Radboud beschuldigde de Christenen lastig te vallen werd hij teruggeroepen naar Mercia in Engeland, waar hij in 693 tot missiebisschop werd gewijd door Sint Wilfrid van York.
Suitbert keerde terug naar de Nederlanden en vestigde zijn bisschopszetel in Wijk bij Duurstede. Enige tijd later vertrouwde hij zijn diocees van nieuwe bekeerlingen toe aan Sint Willibrord. Suitbert trok er op uit om ten noorden van de rivieren Ruhr en Lippe de Frankische Bructeri-stam (ook Brukterer) te bekeren.
Helaas verschenen rond 695 de Saxen om de Bructeri te helpen en moest Suitbert zich terugtrekken op een klein eilandje in de Rijn bij Düsseldorf. Dat eiland was hem geschonken door Pipijn van Herstal. Daar liet Suitbert een klooster bouwen en dat wordt zijn mansio, standplaats. Van verdere missioneringen of pogingen daartoe bericht Beda, aan wie we concrete berichten over Sint Suitbert danken, niets. Latere bronnen berichten over werken van de heilige in de Duitse plaatsen Rheinbrohl bij Jülich en in het Bergische Land wordt de uit de 8ste eeuw stammende Suitbertus-traditie van de Ratinger Kerk ("Dumeklemmer-Sage") gesitueerd.
Op 1 maart 713 sterft Suitbert en wordt in Kaiserswerth begraven. Zijn relikwieën bevinden zich in de voormalige kloosterkerk in een schrein die de iets grotere Driekoningenschrein van Keulen overtreft in schoonheid.
Na de komst van de protestanten leken zijn relieken verloren te zijn gegaan, doch men had ze veilig onder de grond in Kaiserwerth begraven en daar werden ze in 1626 herontdekt. Ze worden daar tot op heden succesvol aangeroepen in gevallen van angina. Zijn gebeente rust in de Suitbertus Basilika (basilica minor) in Düsseldorf-Kaiserswerth. Sint Suitbert van Kaiserswerth is overigens een andere dan de door Bede genoemde Heilige Abt met dezelfde naam. Deze Suitbert leefde ongeveer 35 jaar later in een klooster in Cumberland, Engeland.
Litt.: Flaskamp, F., Suidbercht, Apostel der Brukterer, Gründer von Kaiserswerth (= Missionsgeschichte der Deutschen Stämme und Landschaften, Bd.2) , Duderstadt, 1930; Flaskamp, F., Die frühe Friesen- und Sachsenmission aus northumbrischer Sicht. Das Zeugnis des Beda, in: Archiv für Kulturgeschichte 51, 1969, S. 183-209; Leben, Wunder, und Tugenden des h. Swiberti, Patronen der Collegiat-Kirchen zu Kayserswerth, Bischofs und Apostels von Holland, Friesland, Sachsen, Westphalen, und anderer benachbarten Landen, welche er zum Christenthum gebracht - beschrieben von dem h. Marcellino seinem Mitgefährten, und Gesellen; und h. Ludgero ersten Bischof zu Münster in Westphalen - aufs neu aufgelegt im tausentfunfzigsten Jahr nach ableben dieses heiligen Apostels, hg. v.d. Katholischen Kirchengemeinde St. Suitbertus u.a., [Ndr] Düsseldorf-Kaiserswerth 1998; Zimmermann, C.-M., Stöcker, H. (Hg.), Kayserswerth. 1300 Jahre Heilige, Kaiser, Reformer, Düsseldorf 1981; 1405 Missale Romanum Ned. editie (1955); *10 Appendix Misboek Dominikanen; Met de heiligen het jaar rond deel 1 204: BEDE, Hist. eccl., V, xi; Acta SS., I March, 67-85; BOUTERWEK, Swidbert, der Apostel des bergischen Landes (Eberfeld, 1859); HOOF in Anal. bollandiana, VI (1887), 73-6; SURIUS, Vitae sanctorum, III (1613), 3-16;.

Sint Supplicius ook Sulfice. Volgens de overlevering 5de opvolgers van de heilige Servaas als bisschop van Maastricht. De relieken van Supplicius bevinden zich in de Maastrichtse Sint Servaaskerk. Op de zaterdag voor de derde zondag na pinksteren vierde men het feest van de overige heilige bisschoppen van Maastricht na Servaas: Agricolaus, Ursicinus, Designatus, Renatus, Supplicius, Ouirillus, Eucherius, Falco en Eucharius. Bovendien worden op deze massaviering ook de relieken van de heiligen Domitianus, Monulfus, Gondulfus, Perpetuus, Ebregisus, Johannes met het Lam, Remaclus, Theodardus en Lambertus. Officieel vierde men dan ook Hubertus. Hoewel zijn naam bij de viering in Maastricht zelf vroeger wat zachter werd uitgesproken als die van de overige ´Maastrichtse´ heiligen. Hubertus was namelijk de laatste bisschop van Maastricht en verplaatste de zetel naar Luik. Gelukkig kon men zich in Maastricht volledig uitleven op hun Sint Servaas, die als hoofdheilige een eigen feest had, hoewel hij ook op deze zaterdag voor de derde zondag na pinksteren mocht meedelen in de feestvreuge rond de heilige overblijfselen.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952); Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983); Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse uitgave 1430 en 1402 Ned. editie (1955); Appendix Misboek Dominikanen.

Susteren. Een van de oudste kerken van Nederland staat in Susteren, in het hart van de provincie Limburg. Zij behoorde tot de vermaarde Susterense abdij, door Willibrordus in 714 gesticht. Deze eerste Benedictijnenabdij van Nederland was toevluchtsoord en halteplaats voor monniken die reisden tussen Echternach en Utrecht. Vanuit Susteren werden bekeringsuitvallen in het Maasland ondernomen. Tor de bekende namen aan de abdij verbonden gelden de abten Gregorius en Albericus. Albericus is tevens bisschop van Utrecht en raadsman van Karel de Grote geweest. In de schatkamer van de kerk, vervat in kostbare borstbeelden en schrijnen, bevinden zich de stoffelijke resten van de heiligen die in Susteren leefden, Hier bevind zich ook het unieke evangeliarium uit de 11e eeuw en zilveren reliëfplaten uit de 10e eeuw. In 1447 verleende Zijne Heiligheid de paus een aflaat aan de Susterense reliekentoning.De traditie dat in Susteren (en Maastricht) de ommegang om de zeven jaar met grote luister uitgaat, dateert van uit de middeleuwen en wordt tot op de dag van vandaag in ere gehouden.
Sinds de Heiligdomsvaart van 1937 heeft naast de grote processie waarin de relieken worden meegevoerd ook een massaspektaken in de vorm van een groot openluchtspel plaats als vast onderdeel van het gebeuren. De eerstvolgende heiligdomsvaarten van Susteren zijn in 2008, 2015, 2022, 2029, 2036, 2043 en 2050.

INDEX

Ontbreekt er informatie? Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse Heiligen mededelingenboard weten.

Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN 90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden RKBN 2002-10397

Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).

All sites © Mohamed el-Fers

HOME