Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Ga naar alle Geiligen!

Deel Q - R - Overige Nederlandse heiligen

Sint Quintius ook Kwint (gestorven in 570) Feestdag 4 oktober
Martelaar en belijder. Genoot tot in de late Middeleeuwen verering in de Nederlanden. Sint Kwint zou niet alleen een fysiek zeer aantrekkelijke kerel, maar bovenal een zeer vroom christen zijn geweest. Hij was in dienst van de hofhouding van een Frankenkoning, waarschijnlijk koning Sigebert van Austrasia, een van de opvolgers van de in 506 bekeerde Merovinger Clovis. Vanwege zijn aantrekkelijk voorkomen zou diens vrouw Fredegunde hem proberen te verleiden. Quintius verkoos echter de christelijke kuisheid en weigerde op de avances van zijn vorstin in te gaan. De Majesteit onstak in woedde en beval haar soldaten zijn "nutteloze" geslachtsdeel af te snijden. Zo gebeurde. Terwijl Sint Kwint voor haar ogen doodbloedde, vermaakte Hare Majesteit zich op onzedige wijze met het afgesneden lichaamsdeel van deze heilige.

Sint Quirinus de Gevangenbewaker, ook Quirin, Quinn, Cirino (Vermoord ca. 117)
Sint Quirinus was de bewaker van paus Alexander I, die zowel hem als zijn dochter Balbina wist te bekeren. Kort na de doop van Quirinus stierf hij de marteldood onder keizer Hadriaan. Zijn relieken rusten in Bardia a Settimo, Toscanië, Italië. Tot vanuit de Nederlander trok men daar naartoe om genezing te zoeken bij oorpijn.

R

Raalte, Tussen Deventer, Zwolle and Almelo ligt het Overijselse Raalte. Op de eerste zaterdag na Sunt Joapik (Sint Jacobus, 25 Juli) wordt te Raalte de Roggemaaiersdag gehouden. Het vormt de opmaat tot de Stöppelhaene-processie. Deze folkloristische optocht begon als bedevaart naar de uit de 11de eeuw stammende Sint Cornelius- kerk. de huidige Nederlands hervormde Plaskerk. Aan Sint Cornelius was één van de drie altaren in de Plaskerk was toegewijd. Hier had de feestelijke afsluiting van het argrarisch jaar plaats. Alle oogst was binnen en de mooiste oogstproducten werden door de boeren in processie naar Sint Cornelius gebracht. Nadat de Plaskerk door de gereformeerden van de katholieken was gestolen, de altaren en beelden in stukken waren gehakt en de processie (tot 1950 wettelijk) verboden was, bood men oogst aan in de kerk van Mariënheem en later in de basiliek van de Heilige Kruisverheffing. Sinds 1951 is de Stöppelhaene-processie door de middenstand als folkoristische optocht nieuw leven ingeblazen..

Sint Radboud ook Radbod (gestorven in 918) Feestdag 29 november
Benedictijner bischop en achterkleinkind van de laatste niet-christelijke koning van Friesland, Holland, Radboud werd christelijk opgevoed door zijn oom Gunther, de bischop van Keulen, en werd bisschop van Utrecht in 900. Aangezien al zijn voorgangers lid waren van de orde, trad Radboud onmiddelijk na zijn benoeming toe tot de Benedictijners. Als bischop onderscheidde Radboud zich vanwege zijn hulp aan de armen en zijn gedichten. Radboud stierf in Deventer, gedwongen zijn bisschopszetel naar deze stad te verplatsen na een invasie van Vikingen.
/p1395 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*1 Appendix Misboek Dominikanen/Met de heiligen het jaar rond deel II p 465 Heilige bischop van Utrecht (r.k. aartsbisdom Utrecht 8 november).

Ransdorp, de Martelaren van Ransdorp, ook Ransdorpse martelaren (november 1572)
Ransdorp is een klein dorp aan het IJselmeer aan de noordkant van Amsterdam. Het werd in 1921 bij de gemeente Amsterdam (Noord) gevoegd. Het dorp van Hendrickje Stoffels, dienstmeisje en geliefde van Rembrandt. Het opvallende van Ransdorp is zijn stompe kerktoren. De toren is oud, het is zeker dat hij na 1502 en voor 1542 moet zijn gebouwd. De fundamenten van de toren waren te zwak en de bodem te week: daardoor scheurde al tijdens de bouw de muren van boven tot beneden uiteen. Wijselijk besloot men daarop de toren niet hoger te bouwen. Hier werden in november 1572 de Ransdorpse Martelaren, een groep minderbroeders, opgehangen vanwege hun katholieke geloof. Net als in Alkmaar had deze massaslachting plaats op bevel van de luitenant-gouverneur van prins Willem van Oranje, de beruchte Diederik Snoey (Sonoy). Snoey was de in 1529 in Kalkar geboren Ned. militair en bestuursambtenaar die op 2 juni 1571 luitenant-gouverneur van prins Willem van Oranje voor het Noorderkwartier, voerde daar meer dan 16 jaar een schrikbewind tegen de rooms-katholieken, met als dieptepunten zijn slachting van de de Alkmaarse en Ransdorpse martelaren en verwoesting van de abdij van Egmond. Snoey werd na de val van Enkhuizen (28 mei 1572) gouverneur van deze plaats en veroverde vandaaruit Hoorn, Medemblik en andere plaatsen voor de Oranjes. Toen hij op 2 juni 1597 in Pieterburen stierf, vierde katholiek Nederland feest.

Ravenstein gemeente Ravenstein (Noord Brabant). In de 18de eeuw werd de heilige Lucia steeds populairder in ons land. Het centrum van haar cultus lag in de stad Ravenstein, samen met de abdij Kloosterrade het voornaamste bedevaartsoord voor Santa Lucia. zie ook Lucia.

Sint Raymundus Nonnatus, ook Raimond van het Mondslot (gest. 31 augustus 1240), Feestdag 31 augustus.
Raymundus Nonnatus, stichter van de Mercedariërs (beschermheren zwangere vrouwen) had ca. 1955 een mobiele kapel op het terrein van Het Huis met de Beelden aan de Haarlemse Wagenweg. Het zou hier de persoonlijke devotie van deze heilige betreffen. Raimond van het Mondslot werd in een vroom adellijk gezin geboren. Hoewel hij het klooster in wilde werd hem dat door zijn vader verboden en later vluchtte hij naar Barcelona om in de orde te treden van Petrus Nolascus. Deze orde had ten doel christenslaven vrij te kopen. Raimond van het Mondslot zou later zelf slaaf onder de Turken worden, alwaar hij onder medegevangen preekten en doopte. Nadat de Turken dit gehoord hadden martelde zij hem, doorboorde zijn lippen en deden er een hangslot in. Nadat hij was vrijgekocht werd hij naar Barcelona overgebracht en later door Paus Gregorius tot kardinaal benoemd. Nog voordat hij dat ambt in Rome kon vervullen is hij op weg daarna toe overleden door hevige koorts.Veroorzaakt door een ontsteking van zijn lippen.

Sint Relindis ook Renildis (10de eeuw) Feestdag 27 november (bisdom Roermond). Relindis leefde waarschijnlijk in de 10de eeuw. Haar zuster, de heilige Harlindis of Herlindis, was de eerste abdis van het klooster Aldeneik te Maaseik, dat zij uit eigen middelen gesticht had. Samen met haar zuster Renildis die in het zelfde klooster verbleef, zou zij het thans oudste manuscript (evangeliarium) geschreven hebben, aldus de legende. Relindis en wordt samen met Harlindis vereerd in Aldeneik, een deelgemeente van Maaseik in het uiterste oosten van (Belgisch) Limburg, tegen de Nederlandse grens. Sinds 1247 staat hier het het kapelletje van Aldeneik met haar eeuwenoude waterput, die nog door Willibrordus gebruikt zou zijn voor het dopen van nieuwe gelovigen. De relieken van Relindis worden ook in het klooster te Susteren, samen met die van de heilige zusters Amelberga, Benedicta en Cecilia vereerd.
Litt.: 1488 Missale Romanum Ned. editie (1955), p158 I heilige jaar rond.

Sint Remaclus, ook Remacle. Feestdag: zaterdag voor de derde zondag na pinksteren, in België 3 september.
Remaclus, de voor een vruchtbaar huwelijk zorgende bisschop-monnik, kwam uit Berry in het zuiden van Frankrijk. Hij was de eerste abt van Solignac, bij Limoges, en stichtte in onze regio de abdij Stavelot-Malmedy, een abdij die vaste banden onderhield met het bisdom Maastricht. Remaclus was een actief prediker. Zo ontving in de Ardennnen bij Zepperen omstreeks 655 de jonge edelman Trudo, die hem om raad kwam vragen wegens zijn roeping. Als bisschop van Maastricht nam Remaclus zijn leerling Sint Hadelinus mee om hem te helpen bij het bestuur. Na een aantal jaren het Maastrichtse bisschopsambt vervuld te hebben, deed Remaclus in 670 afstand van zijn functie. In het Belgische Spa bevind zich bij de Sauvenièrebron een in de rots bewaard gebleven voetafdruk van Remaclus. Hier lieten jong-gehuwde mannen hun vrouw drinken om de vruchtbaarheid bevorderen. De jonge bruid moest dan wel haar eerst voet plaatsen in de voetafdruk van Sint Remaclus en daarna pas water uit de bron drinken. Eeuwenlang trokken pas getrouwden naar deze plek in de hoop opeen vruchtbaar huwelijk.
Sint Remaclus is een van de heiligen wier relieken zich in de Maastrichtse Sint Servaaskerk bevinden en wiens feest op de zaterdag voor de derde zondag na pinksteren gevierd wordt. Dit samen met de heilige bisschoppen van Maastricht en de verering van de overige heiligen waarvan Maastricht de relieken in bezit had. Naast zijn relieken in Maastricht heeft ook de kerk Saint-Remacle in Stavelot een deel van zijn heilig gebeente. Deze Belgische botten bevinden zich in een uit de 13de eeuw stammende schrijn, welke in 1952-53 werd gerestaureert.Sint Remaclus werd in de rij der Maastrichtse bisschoppen opgevolgd door Theodardus, die werd vermoord.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952); Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983); Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse uitgave 1430./p208 II heilige jaar rond

Sint Renatus. Volgens de overlevering is Renatus de 4de opvolgers van de heilige Servatius als bisschop van Maastricht waarvan de relieken zich bevinden in de Maastrichtse Sint Servaaskerk. Op de zaterdag voor de derde zondag na pinksteren vierde men het feest van de overige heilige bisschoppen van Maastricht na Servaas: Agricolaus, Ursicinus, Designatus, Renatus, Supplicius, Ouirillus, Eucherius, Falco en Eucharius. Bovendien worden op deze massaviering ook de relieken van de heiligen Domitianus, Monulfus, Gondulfus, Perpetuus, Ebregisus, Johannes met het Lam, Remaclus, Theodardus en Lambertus. Officieel vierde men dan ook Hubertus. Hoewel zijn naam bij de viering in Maastricht zelf vroeger wat zachter werd uitgesproken als die van de overige ´Maastrichtse´ heiligen. Hubertus was namelijk de laatste bisschop van Maastricht en verplaatste de zetel naar Luik. Gelukkig kon men zich in Maastricht volledig uitleven op hun Sint Servaas, die als hoofdheilige een eigen feest had, hoewel hij ook op deze zaterdag voor de derde zondag na pinksteren mocht meedelen in de feestvreuge rond de heilige overblijfselen.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952); Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983); Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse uitgave 1430.

Renkum (Gelderland) Renkum is een oude bedevaartsplaats. Grenzend aan de gemeente Wageningen vooral bekend vanwege de krantenpapierfabriek Parenco en de rubberfabriek Vredestein. Renkum was een bedevaartsplaats van belang in Gelderland. Massaal trok men naar de Onze Lieve Vrouwkapel op de Keyenberg, tot deze in 1580 door de protestantse cultuurbarbaren werd gesloopt. Bij de uit 1830 stammende RK-kerk Maria Hemelvaart worden nog ieder jaar tijdens de mei-processie bloemen gelegd.
Komt voor op kaart 1 in Marc Wingens 'Over de grens'.

Rhenen Gemeente Rhenen (Utrecht) Centrum van de verering van de 'veeheilige' Sint Cunera tot het gebeente van de heilige in 1602 in veiligheid werd gebracht voor de calvinisten. zie ook Cunera.

Sint Richard van Aduard, ook Richardus of Richard de Busto, monnik te Aduard van ca. 1235-1266.() Feestdag
Geboren in Engeland, studeerde Vrije Kunsten aan de universiteit van Parijs, behaalde daar weldra de titel van magister en werd tot professor aan die universiteit benoemd. Overeenkomstig de geest van zijn tijd, vatte hij het plan op naar het Heilige Land te trekken, maar werd daarvan afgehouden door de voorspelling van een kluizenares. De daaropvolgende ontmoeting van drie Friezen, Eltatus, Alfardus en Lindwardus, die hij waarschijnlijk tijdens zijn studie in Parijs had leren kennen, deden hem besluiten naar het klooster Aduard te gaan, waar de geleerde Parijse professor meer dan 30 jaren als eenvoudig monnik in gebed en arbeid binnen Aduards kloostermuren doorbracht. Richard' levensbeschrijver, die waarschijnlijk kort na zijn dood de levensbeschrijving opstelde, is vol lof over de heiligheid van Richard' leven. Ook verhaalt de schrijver uitvoerig van vele wonderen, door Richard verricht. Na het lezen van de Mis kon Richard door handoplegging zieken genezen; "doch hij trachtte in zijn nederigheid zijn wondermacht te verbergen, door zich altijd van een of ander kruid te bedienen, waaraan hij de genezende kracht toeschreef." Het zoeken van geneeskrachtige kruiden, wijst op een studie van geneeskunde in Aduard. Hij genas o. a. een aanzienlijke vrouw uit Uithuizen, die lijdende was aan waterzucht, een knaap die aan vallende ziekte leed. Van zijn voorspellingsgave weet ook de kroniek het volgende te verhalen: De vijfde abt Egbertus (I254-1257) voorspelde hij, dat deze eens abt zou worden, maar dan niet lang meer leven zou; aan Geyko (1262-1268) voorspelde hij de tijd en wijze van sterven. De levensbeschrijver voegt hieraan toe, dat Richard aan een Groninger ridder Koenraad en aan een hooggeplaatste geestelijke aldaar en verscheidene andere, die in wereldse genoegens opgingen, heeft voorspeld, dat ze zich weldra zouden bekeren en een zalige dood sterven. Zij gingen later de kloosterlijken staat omhelzen. Aan zijn vertrouwelingen wist hij aangaande de afgestorvenen spoedig na hun dood te vertellen, waar, hoelang en op welke wijze zij zouden gestraft worden. Om de kracht van Richards gebed te bewijzen, verhaalt de levensbeschrijver de volgende legende: Toen een Aduarder kloosterling, Ludolf genaamd, op sterven lag, trachtte de duivel met alle hem ten dienste staande middelen deze in het alles beslissende ogenblik voor zich te winnen en van God af te trekken; daarom zond de duivel een diepe slaap over Richard, overtuigd dat, zo deze de stervende door zijn krachtig gebed te hulp kwam, deze ziel voor hem zelf verloren ging. Gelukkig werd Richard tijdig wakker en maakte door dubbele vurigheid zijn verzuim goed; de duivel moest hijgend en puffend, doodvermoeid van de strijd, aftrekken en de ziel ten hemel laten gaan. Onder abt Geyko stierf Richard in 1266 in geur van heiligheid. Zijn lijk werd eerst voor de ingang der kloosterkerk begraven. Een eer die feitelijk alleen aan een bisschop toekwam, was voor Richard niet hoog genoeg. Na korte tijd werd zijn gebeente plechtig verheven en op aller wens in het altaar van de kapittelzaal als relikwie geplaatst. Drie kwart eeuw na Richard' dood reisde de vrome abt Fredericus (1329-'35) naar de pauselijke residentie Avignon om de plechtige canonisatie van Richard te verkrijgen. Lang nog na de ondergang der abdij, bleef de gedachtenis en de verering van Richard levendig bewaard, zoals blijkt uit de berichten van Adam Wachtelaar, aartspriester van Groningen, aan Molanus; uit de gedichten van Stalpaert van der Wiele en de werken van den Cistercienser Henriquez. Ook noemt Martinus Hamcomius hem onder de beroemde mannen van Friesland. Omdat hij bovendien voorkomt op de lijst van de zaligen der orde van den generaalabt Johannes de Cirey, in het missale Cisterciense en verder in alle hagiographische werken der orde, kan Richard met recht gerekend worden onder de zaligen, die een "cultus legitimus ab immemorabili" genieten.
/p555 II heilige jaar rond/? 286 p Pinguin.

Sint Rob, ook Rob de Abt, Robertus de Pijniger of Robert van Molesme (1027 of 1229-30 april 1111). Feestdag 29 april,
Sint Robert, abt van Molesme, werd in 1027 of 1229 geboren in Champagne en was 15 jaar toen hij als toetrad tot de abdij van Montier-la-Celle nabij Troyes. In 1068 volgde hij Hunaut II op als abt van St. Michael de Tonnerre, in de diocees Langres. Rond deze tijd vroeg een groep van zeven kluizenaars die in de nabijgelegen wouden van Collan leefden aan Rob om hun baas te worden. Maar de monikken van zijn klooster weigerden Rob te laten gaan, hoewel ze zich konstant verzette tegen zijn autoriteit. Rob genoot een grote reputatie en was een sieraad voor het klooster. Hun intriges deden Rob besluiten zijn amt als abd op te zeggen en in 1071 een schuilplaats te zoeken in het klooster van Montier-la-Celle. Ondertussen waren twee van de kluizenaars van Collan naar Rome vertrokken om paus Gregorius VII te vragen om Rob ror hun chef te benoemen. In 1074 initieerde Rob de kluizernaars van Collan in het kloosterleven. Omdat de hutjes in de bossen van Collan Rob niet bevielen stichtte hij in 1075 een klooster te Molesme in de Langres-vallei. Rob's klooster trok belangrijke gasten aan. Zo kwam de beroemde Bruno van Reims. In 1082 plaatste hij zich onder het leiderschap van Sint Rob, voor hij zijn beroemde order van Chartreux zou stichten. In deze dagen gold er strenge fysieke discipline. De monikken leefden van hun handwerk. Maar nadat het klooster enkele forse giften had gekregen, werden de strenge regels niet door alle monnikken even strikt nagevolgd. Sint Rob ontmoet veel tegenstand als hij de oude strengheid weer wil laten zegenvieren. De monikken verzette zich dusdanig dat Rob abdiceerde en zijn gemeenschap verliet om uiteindelijk met 21 trouwe monikken een nieuw, streng klooster te stichten in Citeaux nabij Chalons. Dat gebeurde op 21 maart 1098. Maar met succes wisten de monniken van het oude klooster de paus te bewegen Sint Rob weer terug op zijn plaats te zetten. Waarna Molesme het centrum werd van het allerstrengste monastieke leven in de middeleeuwen. Rob stierf op 17 april 1111 en werd met grootste ceremonie in de abdijkerk begraven. Paus Honorius III gaf in 1222 toestemmin Sint Rob publiekelijk te vereren in de kerk van Molesme. Kort daarop werd de verering van Robert uitgebreid tot de gehele kerk. Zijn feest werd vroeger op 17 april gevierd, maar werd later verplaatst naar 29 april. De abdij van Molesme bestond tot de Franse Revolutie. De relieken van Sint Rob worden tot op heden vereerd in de parochiekerk. Werd in de Nederlanden vaak verward met Sint Roberto van Sala (1272-1341), abt van Soleto (Sala), stichter van 14 kloosters, wiens feestdag op 18 juli valt.
Litt: Vita S. Roberti, Abbatis Molismensis, auctore monacho molismensi sub Adone, abb. saec. XII; Exordium Cisterciensis Cenobii; CUIGNARD, Les monuments primitifs de la Regle Cistercienne (Dijon, 1878); WILLIAM OF MALMESBURY, Bk. I, De rebus gestis Anglorum, P.L., CLXXIX; LAURENT, Cart. de Molesme, Bk. I (Paris, 1907).

Roermond (Limburg) Roermond heeft een bedevaartsplaats waar al lang en nog steeds velen naar toe komen om Maria te vereren: de Kapel van Onze Lieve Vrouw in 't Zand. Wie vanuit de stad de Kapellerlaan afloopt, ziet de Kapel in de verte liggen. Volgens de overlevering zou in de 15de eeuw ene Wendelinus de Pool, schaapsherder van de hoeve Muggenbroek, met zijn kudde naar een dorre, met hei begroeide zandheuvel, waarop zich een waterput bevond zijn getrokken. Toen hij zijn kudde schapen wilde laten drinken en daartoe een emmer water uit de put omhooghaalde, zag hij in die emmer een Lieve Vrouwe-beeldje liggen. Hij bevestigde het in een nisje aan een boom bij de put. Al snel ondervond het beeldje zo'n grote verering, dat de pastoor van Roermond besloot het naar de parochiekerk van St. Christoffel over te brengen. De volgende dag echter was het beeldje vanzelf weer terug naar de boom bij de waterput gevlogen. Men begreep dat het beeldje dáár, "in gen Zande" vereerd wenste te worden. Het stadsbestuur van Roermond gaf in 1418 opdracht tot de bouw van een Maria-kapel als passend onderkomen. In 1578, tijdens de tachtigjarige oorlog moet de "mit miracelen seer beroempt" gewordem kapel afgebroken worden. De complete verwoesting van deze sacrale plaats deed echter geen afbreuk aan haar aantrekkingskracht. Bewoners van Roermond bleven ook na de sloop naar de plaats gaan waar de kapel had gestaan. Na sluiting van het Twaalfjarig Bestand werd de kapel van Onze Lieve Vrouw in 't Zand in 1610 herbouwd. Maar moest vanwege de wassende stroom pelgrims al twee jaar later worden vergroot. Deze bouw wordt in 1613 voltooid. De toename in devotie maakt uitbreidingen noodzakelijk in 1684 en in 1689. In 1797, wanneer Roermond al enige jaren in Franse handen is, wordt de Kapel op gezag van de machthebbers gesloten. In 1802 gaat de kapel weer open. Als in 1862 de bisschop van Roermond Mgr. Paredis besluit de zorg van het heiligdom toe te vertrouwen aan de Paters Redemptoristen wordt daarmee een forse nieuwe impuls gegeven aan de Kapel als bedevaartsoord. In 1866 krijgen Cuypers en Stoltzenberg de opdracht het kerkgebouw te verbouwen en te verbeteren. De Redemptoristen realiseren tegelijk met de kloosterbouw een ruime Processiegang tussen de (oude) Kapel en het klooster ten behoeve van processies bij slecht weer. Door de gestage groei van het aantal processies en bedevaarten en de toename van het aantal inwoners in de directe omgeving blijkt de Kapel opnieuw te klein. Men besluit tot een grotere nieuwbouw naar ontwerp van de architect J.H.J. Kayser, die zich laat inspireren door de beroemde Sainte Chapelle te Parijs. De eerste steenlegging voor die nieuwe Kapel wordt op 1 mei 1895 verricht door bisschop Boermans. De officiële inwijding van het heiligdom vindt plaats op 30 april 1896. Deze kapel fungeert sinds jaar en dag als bedevaartskerk.
Op het priesterkoor staat tijdens het bedevaartseizoen de Mariatroon. In 1954 gemaakt door de Gebroeders Brom uit Utrecht. Met daarin het mirakelbeeldje, kort na 1500 vervaardigd door het Mechels beeldsnijdersgilde. De oorspronkelijke polychroom is in 1866 door het atelier Cuypers verwijdert. Hoewel van bijna alle polychromie ontdaan, werd het beeldje wel gekroond met een nieuwe gouden kroon bezet met parels en diamantjes.
Met name in de Mariamaand mei is er veel belangstelling. Bijzonder is ook de jaarlijkse Sinti (zigeuner) bedevaart in de laatste juniweek en de fakkel-bidtocht op de eerste zaterdag van oktober wordt gehouden. Deze tocht vertrekt om 19.00 vanaf de Sint-Christoffelkathedraal aan de markt in Roermond en eindigt bij de Kapel van Onze Lieve Vrouw In ’t Zand, waar de processie met een door de bisschop van Roermond opgedragen mis wordt afgesloten.
zie ook Joanna van Randenraedt en Onze Lieve Vrouw In ’t Zand Kapel.

Sint Rochus 'Veeheilige' met een cultus in Deursen in het Land van Ravenstijn en in Boxmeer. Vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw maakten vooral de franciscanen propaganda voor de pestheilige Rochus. Zijn definitiefe doorbraak maakte Rochus tijdens de grote runderpestepidemie die rond 1745 woedde, en er een Rochuskapellen werden gebouwd in Boxmeer en Deursen.

Sint Rumoldus, ook Romualdus, bisschop en martelaar (Vermoord op 3 juli 775) Feestdag 25 juni, op 3 juli in bisdom Den Bosch. Sint Rumoldus was waarschijnlijk een Angelsaks die in Holland en Brabant werkte onder Sint Willibrord. Deze Benediktijner monnik-bisschop werd in 775 te Malines vermoord.
46 Appendix Misboek Dominikanen/767 Missale Romanum Ned. editie (1955);/?zie onder Arnulf van Mets Pinguin. ook Romaric?/Met de heiligen het jaar rond deel 1 137.

Ruysbroeck zie Sint Jan van Ruysbroeck.

INDEX

Ontbreekt er informatie? Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse Heiligen mededelingenboard weten.

Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN 90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden RKBN 2002-0006463

Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).

All sites © Mohamed el-Fers


Junior MariaBode

HOME