|
Sint Oda ook Oede (gestorven rond 700) Feestdag . Leefde
in Weert en Venray en stierf te St. Oedenrode N.B. (verbastering
van Sint-Oda-Roden) in het begin van de achtste eeuw. Volgens
de overlevering was Oda de dochter van een Schotse koning.
Blind vanaf haar geboorte, kreeg zij in Luik via een wonder
door Sint Lambertus gewrocht, haar gezichtsvermogen terug.
Haar vaderland had zij verlaten omdat zij haar maagdelijkheid
aan Christus had opgeofferd, maar door haar vader tot een
huwelijk werd gedwongen. Als pelgrim leidde zij een leven
van strenge boetvaardigheid. Haar graf werd door zoveel
pelgrims bezocht en er hadden zoveel wonderen plaats, dat
bisschop Otbertus van Luik in 1099 de relieken heeft verheven.
1488 Missale Romanum Ned. editie (1955);/1*
Appendix Misboek Dominikanen/Met de heiligen het
jaar rond deel 2 355.
Sint Odilbald ook Adelbold, Adalboldus (Gest. 899) Feestdag
Bisschop van Utrecht (866-899). Onder hem werd het bisschopszetel
ten gevolge van de invallen der Noormannen naar Deventer
verplaatst. Gestorven op 25 september 899.
Litt. P.Polman, Odilbald, bisschop van Utrecht,
Arch. Arrtsbisdom Utr. IV, 1931.
Sint Odilia (Gest. 720) Odilia werd in de 7de eeuw in
Frankrijk geboren. Aangezien ze bij haar geboorte blind
was, wilde haar vader haar doden, maar ten gevolge van de
smeekbedes van haar moeder werd het kind anoniem aan een
landbouwer gegeven. Op 12-jarige leeftijd werd Odilia in
een klooster te Baume gestopt. Als ze door bisschop sint
Erhard van Regensberg wordt gedoopt, worden haar ogen geopend
als deze met het chrisma worden aangeraakt tijdens de doop-ceremonie.
Als haar vader over dit wonder hoort, is hij zo kwaad op
zijn zoon die Odilia´s terugkeer wil bewerkstelligen, dat
hij deze in een klap doodslaat. Later krijgt haar vader
berouw en accepteert Odilia. Maar deze vlucht wanner haar
vader haar wil uithuwelijken. Uiteindelijk gaat vader accoord
dat zij van het familiekasteel een klooster maakt met Odilia
als Moeder-Overste. Daarna zet Odilia nog een ander klooster
op in Niedermunster, waar ze stierf op 13 december rond
het jaar 720. De plaats Sint Odiliënberg in Limburg en Odiliapeel
in Noord Brabant zijn vernoemd naar sint Odil.
Sint Oedenrode gemeente in Noord Brabant. Verbastering
van Sint-Oda-Roden, zie Oda.
Sint Odrada van Alem ook Drada van Balen () Feestdag
Over sint Odrada is bekend dat haar ´heilige lichaam op
wonderbare wijze´ van Balen in België naar het Brabantse
dorp Alem werd overgebracht. Dat verhaalt de gedenksteen
voor Odrada in Maasdriel, aan wie oorspronkelijk de kerk
van Alem was gewijd. Op de steen staat Odrada afgebeeld
terwijl ze een paard zegent met haar kuisbeeld. Alem wordt
voor het eerst in 1107 genoemd ('Aleym'). Het eerste deel
van de naam is afgeleid van het Germaanse woord 'alha',
dat heiligdom betekent. Het tweede deel van de plaatsnaam
is afgeleid van 'heim', dat woonplaats betekent. Alem lag
vroeger aan de Brabantse oever van de Maas. Door kanalisatie
kwam het echter aan de Gelderse zijde van de Maas te liggen.
Het werd in 1958 bij de gemeente Maasdriel gevoegd. In het
oude wapen van Alem stond Drada afgebeeld met 3 bloemen
in de linker- en een opengeslagen boek in de rechterhand,
´staande op een losse grond´.
p1481 Missale Romanum Ned. editie (1955);//*72
Appendix Misboek Dominikanen/Met de heiligen het
jaar rond deel 2 395.
Sint Odulphus, ook Odulf, Odulfus (ca. 775 - na
854) Feestdag 12 juni. Attribuut: Appel
De Heilige Odulphus werd omstreeks 775 geboren in Verrebest,
een gehuchtje bij Oirschot, waar zijn vader Bodgesus een
boerderij en kerk gebouwd had. Hij volgde zijn opleiding
aan de Utrechtse Domschool. Omdat zijn ouders niet wilde
dat hij het kloosterleven inging werd hij in 806 priester
en pastoor aan de kerk van zijn vader in Oirschot. Na de
dood van zijn ouders werd hij toch kloosterling bij de kanunniken
in Utrecht. Als kloosterling leerde hij te volharden in
stilzwijgen. Daarvoor werd hij eens, zo wil de legende,
beloond met een appel. Die werd later zijn attribuut, het
symbool voor absolute gehoorzaamheid. Vanwege zijn ijver
en voorbeeldige levenswijze werd Odulphus overste van het
klooster. Vanuit Utrecht werd Odulphus door bisschop Fredericus
als missionaris naar Friesland gestuurd, waar hij in Stavoren
werkzaam was. De overlevering spreekt van een succesvol
ondernemen. Op hoge leeftijd kwam hij terug naar Utrecht,
waar hij zijn laatste jaren in het Sint Maartensklooster
doorbrengt en daar omstreeks 865 sterft. Rond 1600 liet
bisschop Sasbout Vosmeer van Utrecht het gebeente van de
heilige verheffen, In 1620 heeft er de verdeling van de
relieken plaats. Delen van zijn relieken worden in de Sint
Odulphuskerk te Best, Stavoren en in Evesham in het Engelse
Worcestershire bewaard.
p1439 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*41 Appendix Misboek
Dominikanen/Met de heiligen het jaar rond deel 1 531 (r.k.
bisdom Den Bosch 12 juni).
Oirschot (Noord Brabant) Heilige Eik in Oirschot,
Mariale bedevaartsplaats in de Meierij van Den Bosch. In
1406 zag een boer uit Spoordonk een Mariabeeldje in het
riviertje de Beerze tegen de stroom opdrijven. Eerbiedig
pakte hij het beeldje op en plaatste het in een holle eik.
Een dorpeling vond dit geen gepaste plaats voor Onze Lieve
Vrouw. Hij nam het mee naar Oirschot en liet het in de Sint
Pieterskerk plaatsen. Maar de andere dag was het beeldje
verdwenen en stond het opnieuw in de holte van de eik. Een
teken, zo meende men, dat hier een kapel gebouwd moest worden
gebouwd ter ere van Maria. Zo geschiedde. Het wonder werd
officieel erkend door bisschop Masius in 1612. Van deze
bisschoppelijke erkenning ging een sterke impuls uit. De
religeuze overheid verstrekte een aflaten op het maken van
de bedevaart naar Oirschot en er mocht officieel propaganda
worden gemaakt voor de cultus, met name door publicatie
van de hier gewrochte wonderen. Op bevel van de calvinistische
overheid werd de kapel in 1649 gesloopt. Later werd de nieuwe
naar de witgekalkte kapel van Onze Lieve Vrouw van de heilige
Eik, even buiten Oirschot, midden in de bossen aan de Beerze
(ook Smalwater geheten) gebouwd.
Oirschot, de Heilige Non van Oirschot zie Maria Margareta
van Valckenisse.
Oisterwijk, Sint Johannes van, ook Sint Jan van Oisterwijk.
Een van de martelaren van Gorcum die in 1504 in Oisterwijk
als Joannes Lenartsz werd geboren. Deze monnik werd tezamen
met 18 anderen te Gorinchem gemarteld en uiteindelijk in
1572 in den Briel opgehangen. Op de afbeelding van deze
heilige in de kerk van Sint Petrus Banden te Oisterwijk
draagt Jan de palmtak der martelaren en het koord met strop
ter verwijzing naar zijn dood.
Oisterwijk, (Noord Brabant) Mirakelbeeld Maria Vreugderijcke
ook Maria ter Linde of OLVrouw van Mirakelen ter Linde.
Reeds in de middeleeuwen werd in een kapel onder de oude
lindeboom nabij het Oisterwijkse gemeentehuis, het mirakelbeeld
van "Onze Lieve Vrouw van Mirakelen ter Linde"
ofwel "Maria Vreugderijcke" vereerd. Het 112cm
hoge notehouten beeld is wellicht afkomstig uit het atelier
van de Meester van Koudewater te 's-Hertogenbosch, gemaakt
rond 1470-1480. Maria draagt een leliestaf als symbool van
zuiverheid en het kindje Jezus draagt een druiventros als
symbool van het later bij de kruisdood vergoten bloed. Na
een alles verwoestende brand in 1583 leden kapel en beeld
grote schade. Maar in 1604 deed de echtgenoot van een pestlijdster
de belofte de verwoeste cultusplaats te herstellen en het
beeld van Onze Lieve Vrouw ter Linde te restaureren als
zijn vrouw zou genezen. De wonderbaarlijke genezing van
de vrouw, die gepaard zou zijn gegaan met hemels gezang,
zorgde voor een promt herstel van de verering en maakte
Oisterwijk een belangrijke bedevaartsplaats in katholiek
Brabant. Na de reformatie moest de kapel voor de eredienst
worden gesloten en werd het beeld ondergebracht bij particulieren
aan het Lindeynd en in 1909 teruggevonden: Er waren nogal
wat beschadigingen. Zo ontbraken bij Maria de kroon, de
staf en de schoenen. Het voetstuk waarop zij stond was afgebrokkeld
en Jezus zat in een gekantelde houding op Maria's arm. Bij
het kind ontbraken de handen en de druiventros. Bij het
herstel van het beeld in het atelier van Cuypers is de mantel
van Maria verguld. De zoom van de mantel is versierd met
edelstenen, gezet in de vorm van bloemen. Het kind Jezus
draagt een gouden kleed. In de linkerhand houdt Jezus een
gouden druiventros, het symbool van Zijn bloed en de wijn
van de eucharistie. Het beeld werd na de restauratie in
1910 weer voor verering vrijgegeven, nu in de daarvoor speciaal
ingerichte kapel
in de Oisterwijkse Petruskerk. Rond 1935 werd de kapel geheel
gemoderniseerd. Bij die gelegenheid werden een viertal opalineschilderingen
en nieuwe gebrandschilderde ramen aangebracht, alle van
de hand van de Limburgse kunstenaar Charles Eyck. De schilderingen
hebben betrekking op de geschiedenis van het beeld. Links
is de oude kapel bij de Lindeboom waarin het beeld in de
middeleeuwen werd vereerd afgebeeld en daarnaast ziet men
hoe pastoor J.v.d.Meijden in 1910 "Maria Vreugderijcke"
plechtig in ontvangst neemt, nadat het beeld ongeveer 200
jaar bij particulieren was ondergebracht. Verder de intocht
in 1638 van pastoor Maximiliaan van Leefdael in Oisterwijk,
tijdens wiens pastoraat het beeld uit de kapel aan de Lind
moest verdwijnen, terwijl de kapel zelf werd gesloten en
tot slot een afbeelding van de oude abdij van St.Geertrui
te Leuven, waarvan de abt het patronaatsrecht over de Oisterwijkse
parochie bezat. Onder deze afbeeldingen het wapen van Nederland
en de wapens van een drietal Oisterwijkse pastoors uit vroeger
eeuwen. In de glas-in-lood ramen zijn de vijf blijde geheimen
van de rozenkrans afgebeeld, alsmede de verrijzenis van
Jezus Christus en de ten hemelopneming van Maria. In 1962
werden Maria en het kind door Mgr.Bekkers met gouden kroontjes,
afkomstig uit het atelier van Kloosterman, gekroond. De
kronen zijn geschonken door de Oisterwijkse bevolking. De
eigenlijke kapel is afgesloten met een door Cuypers ontworpen
hek, bestaande uit een eikehouten raamwerk, versierd met
gesneden lindebladeren, die refereren aan het beeld van
"Maria ter Linde".
Sint Omar ook Omer, Audomarus (Gest. 1 november 670)
Feestdag 9 september. Sint Omar was een tijd- en naamgenoot
van de islamitische kalief Omar ibn al-Khattab (518-664),
onder wiens regering Palestina, Syrië, Egypte en Irak veroverd
werden. Sint Omar werd in de omgeving van Coutances geboren.
Twintig jaar lang was hij monnik in het door Sint Culumban
gestichtte klooster in Luxeuil. Rond 637 werd hij bisschop
gewijd en naar de Morini gezonden, die het christendom weer
hadden afgezworen. Zijn standplaats was in Thérouanne in
de Pas-de-Calais, waar hij samenwoonde met Sint Bertin en
andere monniken. Samen met hen stichtte hij de abdij van
Sithiu aan de oever van de Aa, waar zich nu de stad Sint
Omer bevind. Rond deze trok Omar ook door het zuiden van
ons land. Op de dag dat kalief Omar ibn al-Khattab door
een christelijke slaaf uit Iran werd vermoord, werd Sint
Omar plotseling blind. Behalve dat hij totaal blind was
vanaf het jaar 664, is er weinig bekend over het leven van
deze heilige. De bulgarentsaar Omartag (814-829) is naar
de heilige Omar en niet naar de islamitische kalief vernoemd.
Litt. Donald Attwater, Dictionary of Saints
(1983)/ S. Runciman, The First Bulgarian Empire
(1930).
Ommel Mariale bedevaartsplaats in de Meierij van
Den Bosch, officieel erkend door bisschop Masius in 1607.
Van deze bisschoppelijke erkenning ging een sterke impuls
uit. De religeuze overheid verstrekte een aflaat aflaten
op het maken van de bedevaart naar Ommel en er mocht officieel
propaganda worden gemaakt voor de cultus, met name door
publicatie van de hier gewrochte wonderen.
Sint Ontcommer, ook Comera, Cumerana, Dignefortis,
Eutropia, Hulfe, Komina, Kummernis, Livrade, Liberata, Ontcommene,
Ontcommer, Ontkommer, Reginfledis, Snoromber, Uncuber, Wilgefortis,
etc. (15de eeuw). Feestdag 20 juli.. Het zojuist bekeerde
tienermeisje Ontcommer viel wel eem heel bijzondere ervaring
het ten deel. Ondanks dat zij zich tot het christendom had
bekeerd en een plechtige belofte van kuisheid had afgelegd,
eiste haar islamitische vader, de koning van Portugal, dat
zij zou trouwen met de door hem uitgekozen kandidaat. Om
dit te voorkomen, bad de knappe Ontcommer om een lelijk
uiterlijk, zodat dit eventuele aanbidders zou afschrikken.
Daarop kreeg zij niet alleen een borstelige snor, maar groeide
er ook nog eens een ferme baard op haar kin. Geen kerel
wilde haar nog hebben. Haar vader werd hierover echter zo
woedend, dat hij haar liet kruisigen. Of Sint Ontcommer
echt heeft bestaan is niet duidelijk. De legende lijkt geen
christelijke adaptie van het Hermaphrodiet-verhaal uit de
Griekse mythologie te zijn, aangezien de geschiedenis van
Sint Ontcommer niet verder kan worden teruggeleid dan de
15de eeuw. Waarschijnlijk is het verhaal het gevolg van
een verkeerde interpretatie van afbeeldingen van de beroemde
"Volto Santo" van Nicodemus in het Italiaanse
Lucca, waarop de gekruisigde Christus met een jurk staat
afgebeeld. In de vroege middeleeuwen was het gebruikelijk
om Christus af te beelden met een lange tunica. Maar in
de 11de eeuw verdween deze vorm van representatie. Kopieen
van de afbeelding van de "Volto Santo" werden
daardoor in latere eeuwen niet langer herkend als de gekruisigde
Christus, maar als een vrouw met een baard die aan het kruis
het martelaarschap verwierf. Toen de cult van Ontcommer
zich sinds de 15de eeuw verspreidde, kreeg zij haar plaats
in diverse gebedsboeken. Zo bevat een in 1533 te Parijs
gedrukt brevier voor de bisshcop van Salzburg een schitterende
metrische antifoon en gebed ter ere van de heilige met de
baard. Zowel in het Duits, Engels als Nederland de variaties
op de naam Ontcommer leidde tot het volksgeloof dat ieder,
die de heilige aanriep in zijn stervensuur, zou sterven
zonder kommer. Sint Ontcommer wordt gewoonlijk afgebeeld
als een gekruisigd meisje van zo'n jaar of twaalf met een
flinke baard. Sint Ontcommer wordt tot op heden vereerd
in diverse plaatsen in Brabant, zoals Alphen en Waalre.
Onze Lieve Vrouw ter Staats OLVrouw ter Staats uit
de Staatsliedenbuurt in stadsdeel Westerpark Amsterdam (Noord
Holland) Op vrijdag 3 april 1987 ca. 23:45 uur verlaten
drie bezoekers van het etablissement Tramlijn Begeerte aan
het Van Limburg Stirumplein. Op het plein werden ze iets
gewaar wat zij omschrijven als "sterke rukwinden",
waarna er een opvallende stilte viel en men plots een vreemde.
groenachtige gloed waarnam, zo'n drie of vier meter rechts
van de ingang van de zo juist verlaten zaak. In dit groene
licht werd langzaam de gedaante van een vrouw zichtbaar,
welke gekleed was in een rood soort cape, welke ook haar
hoofd bedekte en van binnen geel gevoerd was. Daaronder
droeg ze een groen gewaad. Ze was blootsvoets en ze "zweefde"
op zo'n twee meter boven de grond. Het gebeuren had hen
echter beangstigd en men durfde niet dichterbij te komen,
waarna de verschijning verdween. Men besloot hier met niemand
over te praten en vertrok naar huis. Die nacht deed het
drietal geen oog dicht en piekerde men over de gebeurtenissen.
Op vrijdag 1 mei 1987 heeft er opnieuw een verschijning
plaats. Direkt tijdens of na het gebeuren ontspringt er
in de kelder van Tramlijn Begeerte op wonderbaarlijke wijze
een bron. Men dacht in eerste instantie met een lekkage
te doen te hebben. Zowel gemeentewerken als een loodgieter
konden na uitgebreid onderzoek de reden van het overvloeding
opwellende water niet ontdekken. Uiteindelijk zou dit er
toe leiden dat er in de kelder van Tramlijn Begeerte een
soort opvangbak zou worden gemetselt. Het eerste verslag
verschijnt in Highest Magazine nr. 5. Een van de zieners
doet daarin de volgende uitspraak: 'Ik ben helemaal niet
gelovig. Het gaat mijn begrip te boven, maar ik heb het
zelf gezien. En dan mogen ze duizenden psychiaters op me
af sturen, die me wijs proberen te maken dat het niet zo
was.' Op vrijdag 5 juni 1987 zien rond ca 23:30 uur zo'n
tien mensen de heilige maagd in een groene gloed. Maria
spreekt: 'Ik ben hier niet zonder reden. Al eerder was ik
verschenen, maar men wilde dit niet erkennen. Daarom zal
ik duidelijke tekenen geven. Zoek geen erkenning bij hen
die mij eerder verwierpen. Want ook zonder hen zal een verbroedering
tussen alle rassen en volkeren plaats vinden'. Er zouden
in totaal 13 verschijningen plaats hebben op deze plek.
Inmiddels is het plein door het stadsdeel voorzien van een
preekstoel.
Onze Lieve Vrouw van de Dwaallichtjes, zie Mook.
Ophoven gemeente Roggel (Limburg) Bedevaartsplaats in
Nederland ca. 1580-1650 volgens kaart 1 in Marc Wingens
'Over de grens'. De St. Petruskerk te Roggel werd bij de
aardbeving van 13 april 1992 zwaar getroffen en ernstig
beschadigd.
Sint Otger (8ste eeuw) Feestdag bisdom Roermond 3 mei.
Over de heilige Otger, een medewerker van Willibrord, is
niet veel meer bekend dan dat hij heeft geleefd in de 8e
eeuw.
p1429 1421 en 1467 Missale Romanum Ned. editie
(1955);/*32 Appendix Misboek Dominikanen
Oudewater (Utrecht) In Oudewater introduceerden jezuieten
na de reformatie een miraculeus beeld, dat zou zijn gesneden
uit de eik waarin de zo wonderlijke Onze Lieve Vrouw van
Foy werd ontdekt. Vanaf ca. 1647 ontwikkelde zich naar dit
beeld een regionale bedevaart en blijkens de verslagen van
de jezuieten hadden er vele wonderbaarlijke genezingen plaats.
Oud-Zevenaar bedevaartsplaats Sint Martinus in Nederland
ca. 1580-1650 volgens kaart 1 in Marc Wingens 'Over de grens'.
Oud-Zevenaar, een dorpje in de Liemers (aan de Duitse grens)
met circa 1500 inwoners. Cultuurhistorische Vereniging Zevenaar
Postbus 2072, 6900 CB Zevenaar, telefoon: 0316-330384
Sint Ouirillus. Volgens de overlevering de 6de opvolger
van de heilige Servatius als bisschop van Maastricht. Zijn
relieken bevinden zich in de Maastrichtse Sint Servaaskerk.
Op de zaterdag voor de derde zondag na pinksteren vierde
men het feest van de heilige bisschoppen van Maastricht
na Servaas: Agricolaus, Ursicinus, Designatus, Renatus,
Supplicius, Ouirillus, Eucherius, Falco en Eucharius. Bovendien
worden op deze massaviering ook de relieken van de heiligen
Domitianus, Monulfus, Gondulfus, Perpetuus, Ebregisus, Johannes
met het Lam, Remaclus, Theodardus en Lambertus. Officieel
vierde men dan ook Hubertus. Hoewel zijn naam bij de viering
in Maastricht zelf vroeger wat zachter werd uitgesproken
als die van de overige ´Maastrichtse´ heiligen. Hubertus
was namelijk de laatste bisschop van Maastricht en verplaatste
de zetel naar Luik. Gelukkig kon men zich in Maastricht
volledig uitleven op hun Sint Servaas, die als hoofdheilige
een eigen feest had, hoewel hij ook op deze zaterdag voor
de derde zondag na pinksteren mocht meedelen in de feestvreuge
rond de heilige overblijfselen.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au diocèse de Liège
avant Saint-Norbert (1952); Donald Attwater, Dictionary
of Saints (1983); Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse
uitgave 1430.
INDEX
Ontbreekt er informatie?
Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse
Heiligen mededelingenboard weten.
Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden
en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN
90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs
Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en
drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden
RKBN 2002-0007229
Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak
Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke
opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist
en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).
All sites © Mohamed el-Fers
|