Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Ga naar alle Geiligen!

Deel N - Overige Nederlandse heiligen

Naaldwijk is een bedevaartplaats geweest, echter niet zo bekend als 's-Gravenzande. 's-Gravenzande was namelijk fameus om haar Mariaverering, waaraan het waarschijnlijk door de vele giften zijn grote en hoge kerktoren heeft te danken. De toren diende zelfs als baken voor de schepen op zee en de Maasmond. Naaldwijk was bekend om zijn bedevaarten ter ere van St. Anthonius Abt (of St. Anthonius van Padua?) en St. Adrianus (8 sept). Van beide heiligen bezat Naaldwijk een heiligenbeeld. Voor St. Adrianus was er zelfs een St. Adrianusgilde opgericht om deze heilige te herdenken. Het gilde bezat onder andere twee hond land aan de 's-Gravenzandse weg, op de plaats waar nu de zaak van Woonwensen is gevestigd. St. Adrianus was een heilige die werd aangeroepen om de mensen te beschermen tegen de pest. Ook in Naaldwijk heeft deze verschrikkelijke ziekte gewoed. In het cartularium van het kapittel sprak men in de veertiende eeuw van "die seer quade (=slechte) tyden". De grote Europese pestepidemie van ± 1350 had kennelijk ook hier zijn sporen achter gelaten. Aan het einde van de veertiende eeuw ging Graaf Willem van Oostervant op bedevaart naar Naaldwijk. Deze Willem van Oostervant (1365-1417) had net als veel voorgaande Hollandse graven heibel met de Friezen. Graaf Floris V. had de Westfriezen er rond 1280 al onder gekregen, maar met de Friezen wilde het maar niet vlotten. Willem van Oostervant trok er dan ook in 1398 met honderden edelen op uit om de Friezen nu eens definitief mores te leren. Er was veel belangstelling om de graaf te helpen, want een beetje ridder mocht graag een robbertje vechten. Van Oostervant versloeg uiteindelijk de Friezen en ging als dank op bedevaart naar Noordwijk, Naaldwijk en 's-Gravenzande. Drie nonnen en de abdis uit Noordwijkerhout gingen in 1468/ 1469 eveneens op bedevaart naar Naaldwijk. Een ander katholiek gebruik dat samenhing met de bedevaart was de processie of ommegang. Dit was een plechtige optocht van priesters en leken binnen of buiten het kerkgebouw, waarbij men een relikwie of heiligenbeeld meedroeg. In Naaldwijk zullen de kanunniken en de deken ook meegelopen hebben met de processie. Het geheel zal een fraai gezicht zijn geweest door de vaandels, wierook, klokkengelui en de kleding van de kanunniken. Bekend zijn de processies ter ere van St. Anthonius en St. Adrianus, rond 1494 en 1496. Men liep "omt kerchof", dat wil zeggen rond de kerk oftewel de Kerkstraat, maar ook liep men "binnen omt dorp". Men liep dan waarschijnlijk door de Herenstraat, Molenstraat en door de velden, weilanden en boomgaarden, door het Potterslaantje om aan de andere kant van Naaldwijk weer de bebouwde kom binnen te komen en zo de St. Adrianuskerk weer binnen te gaan (Voor een routebeschrijving kunt u terecht bij de VVV Naaldwijk).

Sint Nicolaas ook Nikolaos, Sinterklaas, Santa Claus, Sint Nick (4de eeuw)
Feestdag 6 december
Hij was bisschop van Myra, een stadje aan de Turkse Middellandse Zeekust en tegenwoordig Demre geheten. Sint Nicolaas was een van de 318 deelnemers aan het Concilie van Nikaia in het jaar 325 en werd na zijn dood een der populairste heiligen van de r.k. en orthodoxe kerk als schutspatrooon van alle Slavische christenen en beschermer van zeelieden. Volgens de legende werd Nicolaas te Patara in het huidige Turkije geboren.
De ontelbare overleveringen over Nicolaas zijn historisch zeer omstreden. Zo zou hij als bisschop in Myra talloze wonderen en miraculeuze genezingen hebben verricht. Nicolaas zou de kinderen van Myra van geschenken hebben voorzien, en arme bruidjes van een bruidsschat. Over zijn liefde voor kinderen deden al in de zesde eeuw verhalen de ronde. Zo zou hij de dochter van een arme weduwe gered hebben van de hongerdood, om haar daarna als zijn eigen kind op te voeden en haar voorzien van een royale bruidsschat om haar aan een van zijn beste vrienden uit te kunnen huwelijken. Een andere legende vertelt hoe hij in de zomer de taak van arme zieke jonge schaapsherder overnam en zo voorkwam dat zijn kudde door wilde dieren werd gedecimeerd. Nadat de herdersknaap weer op krachten was gekomen, bleek dat er in zijn kudde midden in de zomer was gelammerd. Wegens zijn onvermoeide prediking zou Nicolaas in het gevang zijn geworpen, waaruit hij door keizer Constantinus zou worden bevrijd.
Zo groot was zijn faam, dat al vrij snel na zijn dood zijn graf een geliefd pelgrimsoord werd en overal in de nog prille christelijke wereld aan hem gewijde kerken verschenen. Ook onze 'Zwarte Piet' heeftzijn roots in Turkije. In de Vita Nicolae, een van de eerste hagiografieën die van de bisschop werden opgetekend door Stratelatis, is sprake van een aanzienlijke hoeveelheid Soedanese slaven in de entourage van Nicolaas. Bij diens bekering tot het christendom werden deze vrijgelaten en waren zo dankbaar dat ze de Sint eeuwig trouw beloofden. Sint Nicolaas wordt schutspatroon van de zeevarende en van de kinderen.
In 565 nam de Byzantijnse keizer Justanianus I (527-565) deel aan een Sint Nicolaas-processie en gaf hij opdracht om in zijn hoofdstad Constantinopel (het huidige Istanbul) niet ver van de Aya Sofia een grote kerk ter ere van Nicolaas te bouwen. Wat maar weinig mensen weten is dat de Sint Nicolaaskapel op het Valkhof in Nijmegen zover bekend, het oudste gebouw dat in West Europa aan de Turkse heilige werd toegewijd. Deze kapel werd gebouwd door de uit het huidige Istanbul afkomstige keizerin Theophanu (956-991). Al in de tijd dat zij met haar man de keizer van palts tot palts door het uitgestrekte rijk trok was Nijmegen een van de meest bezochte plaatsen. De stad met het door Karel de Grote gebouwde Valkenhof wordt maar liefst vijf keer aangedaan door het keizerspaar. In Keulen, Worms of Utrecht komen ze maar twee maal op bezoek. De meeste steden deed het echtpaar eenmalig aan, waaronder Parijs, Reims, Trier, Milaan, Maastricht of het Betuwse Tiel.
De Sinterklaaskapel zal destijds ingewijd zijn door de in het gezelschap van de keizerin meereizende Griekse monniken. Ook na de dood van haar man bleef Nijmegen haar favoriete oord in onze contreien. De Byzantijnse Keizerin-regentes zal veelvuldig in Nijmegen verblijven en er ook sterven.
De belangrijkste cultusplaats bleef vooralsnog Myra zelf en de Nicolaaskerk daar is tot op heden een fraai voorbeeld van vroege Byzantijns-christelijke architectuur. Van de allereerste kerk uit het begin van de zevende eeuw is behalve een klein stukje fundament weinig over. Van de tweede kerk uit de achtste eeuw staat het achterdeel vrijwel geheel overeind. De koepel werd zo'n honderd jaar later opgetrokken, voor de aanbouw aan de oost- en westkant gaven keizer Constantijn Monakhos en zijn vrouw Zoë in 1042 opdracht.
Nog diezelfde eeuw plunderde uit de Zuid-Italiaanse stad Bari afkomstige zeelui het graf van de bisschop. Met veel geweld braken ze in 1087 zijn tombe open en brachten zijn gebeente als kostbaar relikwie naar Bari. Daar verrees een kathedraal boven zijn graf en stroomde de pelgrims samen. Gezien het feit dat in Nederland al een eeuw eerder in Nijmegen een Sint Nicolaaskapel stond, is het onzin dat de cultus vanuit Bari zou zijn verbreid in het westen.
Wel is het zo dat de cultus in Turkije zelf met de roof van het lichaam van de heilige een deuk op liep. Amsterdam is een van de steden die de Turkse bisschop als patroonheilige aannemen. Hij wordt ook de beschermheilige van Rusland. Via Nederlandse emigranten in Amerika ondergaat Sint Nicolaas in de nieuwe wereld een transformatie en wordt Santa Claus, de kerstman. De plaats Sint Nicolaasga bij Doniawerstal in Friesland is naar deze heilige vernoemd.
Gelukkig hadden de Italiaanse rovers in 1087 niet alle botten uit Turkije geroofd, waardoor er in het midden van de 19de eeuw een korte lokale opbloei plaats kon hebben. Dit was vooral te danken aan de Russische tsaar Nicolaas I . De naar de heilige vernoemde tsaar beschouwde de kerk in het Turkse als het belangrijkste Russische heiligdom. Op zijn gezag werden in 1862 restauraytiewerkzaamheden en een nieuwe entree voor de kerk opgetrokken. Daarna hadden er politieke ontwikkelingen in de regio plaats die een nieuwe bloeiperiode onmogelijk maakten. De allerlaatste mis in de Turkse kathedraal van Nicolaas werd in 1921 opgedragen.
In het midden van de jaren zeventig van de vorige eeuw startte een opgravings- en restauratieproject, waarbij oude fresco's achter negentiende-eeuwse stucwanden en middeleeuwse mozaïeken onder de vloeren te voorschijn kwamen.
Litt. Davids, Adelbert. The Empress Theophano: Byzantium and the West at the turn of the first millennium, 2002. IBSN 0521524679; G. Anrich, Hagios Nikolaos II (1917); E. Crozier, The life and legend of St. Nicholas (1949)/p703 Missale Romanum Ned. editie (1955);/243 Pinguin/Met de heiligen het jaar rond deel 2 488/Misboek volgens de ritus der Dominicanen 659.

Sint Nicasius Janssen van Heeze (van Hees) (geb. 1522-vermoord op 9 juli 1572). Feestdag 9 juli. Zie de de 19 martelaren van Gorkum.

Sint Nico van Poppel, ook Nick van Weelde, Nicolaus Poppelius, Klaas Jansen van Poppel, Klaas Jansen van Weelde, een van de Martelaren van Gorkum (1532-1572)
Sint Klaas Jansen, bijgenaamd Poppelius, werd geboren in 1530. Maar of dit nu in het Belgische Weelde of het Nabijgelegen Poppel plaatshad, daarover ruzieën deze plaatsen onder de rook van Tilburg al meer dan een eeuw. Zijn bijnaam Poppelius wijst er op dat hij gedoopt werd in de Poppelse kerk. Klaas liet zich op 28 augustus 1553 te Leuven als student inschrijven als "Nicolaus Joannis Weldensis" (uit Weelde, net als Poppel in België). Op 26 maart 1556 haalt Klaas het licentiaat in de wijsbegeerte en in dat register staat hij opgetekend als "Nicolaus Joannis ex Welda". Als Klaas op 11 juni 1559 uit Leuven vertrekt wordt hij afgemeld als "Magister Nicolaus Weldensis". Klaas liet zich dus viermaal registreren als zijnde van Weelde. Dan horen we niet meer over deze priester tot op 25 juni 1572 de Watergeuzen Gorkum binnenvallen en Klaas zich bevind onder de mensen die zich overgeven, omdat de aanvoerder der Geuzen, Marinus Brant, beloofde allen het leven te sparen. De burgers werden vrijgelaten, maar de geestelijken werden opgesloten en het sadisme van de protestantse soldaten overgeleverd. Klaas sloegen ze een touw om de hals, wierpen die over de deur, trokken hem enkele malen op en af en lieten hem dan voor dood liggen. Op zondag 6 juli werden de zwaar gemartelde geestelijken meer dood dan levend naar Den Briel overgebracht en op 8 juli door Willem van der Marck, graaf van Lummen, afgevoerd naar het verwoeste klooster "Ten Rugge", waar ze omstreeks 4 uur 's morgens op 9 juli 1572 werden opgehangen.
Na de marteldood in 1572, verscheen te Keulen al in hetzelfde jaar een verslag van ooggetuige Willem Estius: "Novorum in Hollandia Martyrum passionis historia". Het werd buiten weet van de schrijver uitgegeven en in dit verslag heet de heilige uit Weelde Nicolaus Joannis Poppelius. De andere martelaars werden daarin genoemd naar de kerk waarin ze werden gedoopt en hun familienaam werd al dan niet achterwege gelaten. Maar in 1603, nadat Willem Estius alles wat hij kon vinden over de martelaren had gecontroleerd, schrijft hij "Nicolaus Joannis filius, cognomento Poppelius, Welda vico Campaniae ortus". (Nicolaus Jansen, bijgenaamd Poppelius, te Weelde, een dorp in de Kempen geboren). De inhoud van dit werk werd in 1619 aangewend door de Minderbroeders om het proces tot zaligverklaring op te stellen. In 1625 verscheen van P.Opmeer: "Historia Martyrum Batavicorum". Dit werk dateert van vroeger, want Petrus Opmeer is gestorven in 1595. In deze uitgaven heet Klaas weer "Nicolaus Poppelius".
Tien jaar na de zaligverklaring, in 1685, staan de Minderbroeders-Recolletten van Nederland op de bres om het proces van de heiligverklaring te Rome aanhangig te maken. De meesten van de martelaren van Gorkum behoorden tot de orde van de Minderbroeders. De kosten van de zaligverklaring beliepen over de 30.000 Brabantse gulden en de heiligverklaring zou nog duurder uitvallen.
Daarom dachten de Minderbroeders eraan, de steden en dorpen, waaruit de martelaren afkomstig waren, te verzoeken, om financiële bijdragen te leveren in de kostendekking van het proces. Poppel werd ook verzocht zijn duit in het zakje te doen. De bedelbrief is nog bewaard en we laten hier de aanspreektitel en de voornaamste passus volgen: "Aen de wijse voorsieninghe Regeerders ende catholijke inwoenders tot Poppel. Soo ist dat de supplianten gedwonghen worden tot alle steeden ende principaele plaetsen hunnen toevlucht te nemen op alle godtvruchtighe herten van dese catholijcke gemeynte, uyt de welcke eenen van dese Saelighe martelaers, den Saelighen Nicolaus Poppelius, tot groote eer ende voordeel der selve, sijne geboorte heeft bekoomen..."
Aan het einde van de 19de eeuw ontstond er herrie in België over de naam en herkomst van deze martelaar van Gorkum. Dit alles naar aanleiding van de heiligverklaring van de martelaren van Gorkum in 1867. In de bul van heiligverklaring was te lezen: "Nicolaus Poppelius, Welda Campinae Vico ortus", wat betekent "uit Weelde". Voor de heiligverklaring onder Paus Piux IX op 29 juni 1867 hadden de gelovigen van Weelde en Poppel nooit geredetwist over de afkomst van de heilige. Maar nu begon onder aanvoering de geestelijkheid van Weelde een campagne om het bezit van Poppelius. Er werd een Nicolauskapel in Weelde gebouwd. Wanneer de graafwerken voor de kapel waren voltooid, werd uit Poppel zand aangevoerd, dat men in de groeven stortte. Zo bouwde men te Weelde de kapel ... op Poppelse grond!

Noordwijk zie Sint Nothbodo en Sint Jeroen.

Sint Norbertus () Feestdag /p1452 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*52 Appendix Misboek Dominikanen/248 Pinguin/Met de heiligen het jaar rond deel 1 510.

Sint Nothbodo van Noordwijk, ook Notbodo van Heemstede (Gest. ca. 1000)
Aan de vrome Noordwijkse boer Nothbodo verscheen rond het jaar 955 de een eeuw eerder door de Vikingen vermoorde priester-martelaar Sint Jeroen. In dit visioen toont Sint Jeroen zijn verloren gewaande graf, dat op Nothbodo's aanwijzingen wordt hervonden. Graaf Dirk II 'de vrome' en bisschop Balderik van Utrecht zijn enthousiast over deze herontdekte heilige en besluiten zonder uitstel het graf te openen, waarbij de 'allerzoetste geur hen tegemoet stroomde uit het gebeente van de martelaar'. De boer wordt vriendelijk bedankt met drie prachtige hengsten. Met de botten trekken de graaf en bisschop in feestelijke stoet via het strand van Noordwijk naar de 42 km noordelijker liggende Egmond. In de Benedictijner abdij worden de botten van Sint Jeroen in een kostbare schrijn geplaatst. Jeroen zou overigen nog een keer zijn juwelenkist berlaten om terug te keren naar Noordwijk. Om een wonder te wrokken voor boer Nothbodo als diens drie hengsten gestolen zijn. Nothbodo ondernam een zoektocht in de bossen en bleef slapen bij de plek waar Jeroen hem eens verscheen. Op deze gezegende plek vertoont zich Jeroen opnieuw, nu om de boer de plaats te wijzen waar de dieven de paarden hebben vastgebonden. Al lang vóór Antonius van Padua werd Sint Jeroen al aangeroepen als patroon van verloren zaken. Na zijn dood wordt ook de (her)ontdekker van Sint Jeroen enige tijd vereerd. De cultus rond deze boerenheilige heeft zich echter niet doorgezet. De exacte ligging van zijn graf is verloren gegaan, maar moet ergens tussen de huidige Molenwerflaan en Bankastraat, niet ver van Slot Heemstede hebben gelegen. De ambachtsheerlijkheid Heemstede dateert uit de 13 eeuw en werd beleend door graaf Floris V. Het Slot nabij het graf van Sint Nothbodo werd drie eeuwen na de dood van deze heilige omstreeks 1290 gebouwd.
Met dank aan Hans Krol.

Nunhem In Nunhem staat de Servaaskapel, basis van de eeuwenoude traditie van de Servaasverering in Nunhem. De Servaaskapel, die in 1796 'Sinte Servaeshusken' werd genoemd, en de daarbij behorende waterbron is van zeer oude datum. Daarop wijzen bijvoorbeeld de vondst van een Romeins bronzen zwaard (Vogels-Buggenum), maar ook de benaming 'Vreithit' in de 13e eeuwse aktes van Keiserbosch, en 'van den Vrijthof' in een 15e eeuwse tekst in het oude necrologium van Keiserbosch. De oude Servaaskapel werd in oktober 1891 afgebroken en opnieuw gebouwd door toedoen van architect J. Groenendael uit Amsterdam en Joachim Franssen uit Nunhem. Op 16 mei 1892 werd de nieuwe Servaaskapel ingewijd door deken Corsten van Roermond. In 1916/17 werd de achterzijde van de kapel vergroot en boven de Servaasbron een overkapping aangebracht, waarop te lezen is: 'Hier doopte Sint Servaas uw eerste christen voorouders'; en op de bovenfronton daarvan is te lezen:' H. Servatius, bid voor ons en voor de voortplanting des geloofs.' In 1971 werd een restauratie ter hand genomen van een danig in verval geraakte Servaaskapel, afgerond op de avond van 13 mei 1972 met een Servaasprocessie geleid door de toenmalige bisschop van Roermond, dr.J. Gijsen. Begin 1994 werd de Servaaskapel opnieuw gerestaureerd en aan de ingang van de 'Servaasberg' een nieuw Servaasbeeld geplaatst van T. Bertjens, dat op 8 mei 1994 door mgr. Frans Wiertz onder een frisse en royale meiregen werd ingewijd..Adres: Capella Sancti Servatii Nunhem: Marie Christine Adams
Kerkstraat 16, 6083 AE Nunhem tel. 0475-59.42.45. De Sint Srvatiusparochie is ook bereikbaar via http://www1.tip.nl/~t011898/nunhem/index.html

Nijmegen zie Titus Brandsma.

INDEX

Ontbreekt er informatie? Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse Heiligen mededelingenboard weten.

Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN 90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden RKBN 2002-000

5531

Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).

All sites © Mohamed el-Fers


Junior MariaBode

HOME