Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Ga naar alle Geiligen!

Deel M - Overige Nederlandse heiligen

Sint Maarten ook Martinus, Martin (ca. 315- gest. 8 november 397) Feestdagen 4 juli (verheffing relieken) en 11 november. Sint Maarten's naam komt twee keer voor op de liturgische kalender van de r.k. kerk. Deze heilige krijgt vaak als achternaam de Franse stad Tours opgeprikt. De plaats waar hij noch geboren werd, noch stierf maar wel na een avontuurlijk leven bisschop werd en werd begraven. Maarten werd echter geboren in het Hongaarse Pannonhalma, op de heuvel die nu dus Martinusberg wordt genoemd. Een plek waar zo'n duizend jaar geleden de vader van Stefan, de latere eerste koning van Hongarije, een beroemd Benediktijnerklooster stichtte. Deze geboorteplek van Sint Maarten werd in 1991 en 1996 bezocht door Johannen Paulus II, patriarch van Rome. De laatste keer was de paus in gezelschap van Aleksej II, patriarch van Moskou. Hoewel geboren in Hongarije, groeide soldatenzoon Maarten op in het Italiaanse Pavia. Als soldaat in het Romeinse legioen kwam hij naar Gallië. In het Franse Amiens sneed hij de helft van zijn mantel af om dit aan een naakte bedelaar te geven. Hij herkende de Christus in de pauper en liet zich kort daarop door de heilige Hilarius van Poitiers dopen. Rond 339 vroeg hij toestemming om het leger te mogen verlaten met de woorden 'Ik ben een soldaat van Christus en het is mij niet toegestaan te vechten'. Op de beschuldiging van lafheid bood Maarten aan om ongewapend tussen twee vechtende legereenheden plaats te nemen. In elk geval mocht hij zijn onderdeel verlaten, trok door Italië en Dalmatië voor hij zich terugtrok als kluizenaar op een eiland voor de Liguriaanse kust. In 360 werd hij door Sint Hilarius geroepen en stichtte Maarten het eerste klooster in Gallië. Nadat hij tegen zijn wil tot bisschop werd gekozen in 372, bleef hij als een arme monnik leven nabij Tours, waar al snel een nieuw klooster ontstond, Marmoutier. Zijn enthousiasme en ondersteuning leidde tot de stichting van tal van andere kloosters in de wijde omgeving. Maarten was een uiterst active geloofsverkondiger, wiens preken vergezeld ondersteund werden met tal van 'wonderen'. Met voortvarendheid trad hij op tegen niet-christelijke heiligdommen en schuwde geweld niet om deze te vernietigen. Maarten verzette zich samen met paus Siricius en de heilige Ambrosius van Milaan tegen de doodstraf die keizer Maximus uitvaardigde voor Spaanse christensektes als de Priscilianen. In zijn latere jaren ontmoette Maarten veel tegenstand, in het bijzonder van Sint Brice. Wegens zijn ascetische levenswijze en goedheid werd Maarten al tijdens zijn leven als een heilige vereerd. De faam van de vader van het Franse kloosterleven krijgt een belangrijke impuls als nog tijdens zijn leven zijn vriend Sulpicius Severes een biografie en drie brieven over hem schreef. Zijn krachtig inspirerende geloof was sterker dan het 'onuitspreekbaar bloeddorstig geweld' van graaf Avitiaan, die van plan was de stad Tours met bewoners en al plat te branden. Verzwakt door ziekte onderneemt de reeds tachtig jaar oude Maarten een reis naar de graaf en weet Avitiaan te doen afzien van zijn voorgenomen barbarij tegen Tours. Een jaar later sterft Sint Maarten op missiereis te Landres te Candes op 8 november 397, 81 jaar oud. Zijn lichaam wordt teruggebracht naar Tours en op 11 november begraven. Die datum wordt zijn feestdag. Maarten was een van de eerste heiligen die niet als martelaar stierf en toch de volkse verering als heilige ten deel viel. Zijn graf werd al snel een oord van wonderen. In 500 roept koning Clovis bij zijn doop Martinus uit tot beschermheilige van het Frankische volk. Maartens beroemde halve mantel werd als belangrijk relikwie en in een speciale kapel bewaard. Overal werden er kerken aan deze heilige toegewijd en tal van plekken sierden zich met Maarten's naam. Natuurlijk het Caribische eiland Sint Maarten, Sint Maarten en Sint Maartens(vlot)brug in Noord Holland, Sint Maartensdijk op het Zeeuwse eiland Tholen en het Utrechtse Maartensdijk zijn allen vernoemd naar deze heilige.
Litt. P, Monceaux, St. Martin of Tours (1928); E. Ewig, Der Martinskult im Frhmittelalter, in: Archiv fr mittelrheinische Kirchengeschichte 14 (1962). /p1434 Missale Romanum Ned. editie (1955).

Maastricht: Op het Vrijthof bevindt zich de Sint Servaasbasiliek (gebouwd vanaf het jaar 1000) gewijd aan de eerste bisschop van Maastricht, de op 13 mei 384 te Maastricht gestorven en begraven Sint Servatius. Het is één van de oudste monumenten van Nederland. In de crypte het graf en in de schatkamer ziet u de bekende Noodkist van Servaas. Deze kist werd in tijden van nood door de stad gedragen. Maasticht heeft tal van belangrijke eeuwenoude relikwieën. Waaronder de staf, de drinkbeker en de sleutel van St. Servaas. Naast de St. Servaasbasiliek bevindt zich de Sint Janskerk (14e eeuw). Deze werd als doop- en parochiekerk van de St. Servaas gebouwd. De gotische Sint Jan verschilt sterk van de St. Servaas. Vooral door de spitse, rode toren.
In de uit de 12e eeuw stammende basiliek van Onze Lieve Vrouw 'Sterre der Zee' staat in de Merode-kapel het genadebeeld van Maria, Sterre der Zee. Het is een 15e-eeuws Duits houten beeld van een staande Maria die een naakt Jezuskindje op de linkerarm draagt. In de 15e eeuw ontstond rond dit beeld een vurige volksdevotie, die zelfs de verering van Sint Servaas begon te verdringen. Er vonden regelmatig gebedsverhoringen en wonderbaarlijke genezingen plaats, waardoor de volksdevotie sterk werd aangewakkerd. Al snel werd het, naar Zuid-Europese mode, aangekleed met een wijde kegelvormige mantel. Ook het blote Jezuskindje kreeg een mantel aan en een kroon op het hoofd. Op Paasmaandag 1532 werd het beeld voor het eerst met succes meegedragen in processie. zo telde men op Paasmaandag van 1611 zo'n 20.000 pelgrims. Nadat Maastricht door de Staten Generaal was ingenomen, maakt het Mirakelbeeld tal van omzwervingen, maar wordt in 1905 overgebracht naar de Mérode-kapel, een 15e-eeuwse gotische kapel, waar het zich nog altijd bevindt. De benaming 'Sterre der Zee' voor het genadebeeld werd in 1701 voor het eerst gebruikt, en wel ter herinnering aan een wonder dat in 1684 plaatsgehad zou hebben. Graaf van Sint Pieter de Yette, baron van Rivieren, was in dat jaar op zee in een storm terecht gekomen, en riep toen Maria aan, in de beeltenis van de Madonna van de Minderbroeders, en beloofde Maria bij veilige thuiskomst een altaar te bouwen. Toen hij de storm overleefd had, en behouden thuisgekomen was, kwam hij zijn belofte na, en bouwde een mooi altaar. Sindsdien heet het beeld de 'Sterre der Zee' (stella maris). De titel is afkomstig van de H. Hiëronymus, de kerkvader die de Latijnse Vulgaatvertaling van de Bijbel bezorgde. Op zoek naar de betekenis van de naam 'Maria', Mirjam in het Hebreeuws, las hij de naam als een combinatie van de twee Hebreeuwse woorden mar 'druppel', en jam 'zee', dus 'druppel van de zee', in het Latijn stilla maris. 'Stilla maris' werd al snel verbasterd tot stella maris, 'sterre der zee', en als zodanig kwam deze titel terecht in de Litanie van Maria. De titel Stella Maris komt dus eigenlijk voort uit een leesfout.
Het beeld van de Sterre der Zee wordt momenteel bekleed met verschillende mantels. De nieuwe blauwe mantel wordt gedragen bij plechtige feestdagen. De oude blauwe mantel wordt gedragen door het jaar, de rode mantel op lagere feestdagen en in de Paastijd. In de Vastentijd en in de Advent draagt het beeld géén mantel; dit is dan ook de meest oorspronkelijke verschijningsvorm van het beeld. In de Vasten en de Advent zijn de luiken van het retabel van het altaar van de Sterre der Zee gesloten
MokumTV maakt van vrijdag 10 t/m maandag 13 mei 2002 opnames in Maastricht t.g.v. de feestdag van Sint Servaas..
Zie ook: Sint Servaas.
Litt.: Pater Beda Verbeek, De geschiedenis van de Sterre der Zee te Maastricht tot 1804 ('s-Hertogenbosch 1937; Alle heilige bisschoppen van Maastricht /p1430 missaal bisdom Roermond.

Sint Machutus heilige uit Noordwest Frankrijk, die bijzonder in de Noordelijke Nederlanden werd vereerd. Na de reformatie kreeg de verering die vanouds had bestaan voor Sint Machutus een nieuwe impuls door de invoering van het Machutuswater. Culemborgse jezuieten maakten in 1637 voor het eerst melding van de succesvolle toepassing van dit water, waarmee dertig mensen van hun epileptische aanvallen werden genezen. In de Machutus-kapel in Vught hoopten ouders genezing te krijgen voor kinderen die leden aan de ziekte van Sint Machuut (kleupelheid die met name het gevolg was van de door gebrek aan vitamine D ontstane Engelse Ziekte). Hiertoe werd het zieke kind gewogen op een houte balans, die negen maal op en neer diende te gaan. Als tegenwicht werd de reliekschrijn van Sint Machutus gebruikt, waarin een gleuf zat waardoor tijdens het wegen geld werd geworpen. Ook in het nabij Vught gelegen bedevaartsoord Boxtel was het weegoffer omstreeks 1610 gebruikelijk.

Sint Mamelis () de plaats Mamelis in de Limburgse gemeente Vaals is vernoemd naar deze heilige.

Sint Marcellinus van Deventer ook Marchelm, Marculf, Marcello di Deventer of Marculphus. (Gestorven in 762) Feestdag 14 juli in bisdom Haarlem en Utrecht. Angelsaks, die in zijn jeugd als slaaf naar Rome werd gevoerd. Daar ontmoette hij de Utrechtse bisschop Gregorius, die hem bekeerde en meenam naar Nederland. Hij studeerde aan de Utrechtse Domschool en werkte na zijn priesterwijding onder de Friezen. Later werd hij medewerker van Sint Lebuinus in Twente en Drenthe. Marcellinus schijnt vooral in Oldenzaal en Coevorden als biechtvader te hebben gewerkt. Bij de inval van de Saksen ging hij terug naar Utrecht, waar hij bewaker van de Sint Salvator-kerk werd. In 738 ging hij tezamen met Sint Bonifacius naar Rome. Hij keerde naar Oldenzaal terug, is daar gestorven en in Deventer begraven. De relieken van Marcellinus worden, tesamen met die van Sint Lebuinus te Deventer in een zilveren schrijn bewaard.
Litt.: p1454 Missale Romanum Ned. editie (1955).

Martelaar, is iemand die standvastig weigerde zijn geloof op te geven en hierom gepijnigd en ter dood is gebracht. Het woord ‘martelaar’ komt van het Griekse ‘martus’, dat ‘getuige’ betekent. In het Nieuwe Testament worden de apostelen vaak ‘getuigen’ genoemd. Al gauw stuitten Jezus’ volgelingen bij hun getuigenis op fel verzet. In de eerste eeuwen na Christus komt het tot vervolging en worden christenen voor de rechtbank gesleept. Ze moeten hun geloof verloochenen. Als ze weigeren worden ze zwaar gepijnigd en uiteindelijk ter dood gebracht. Zo krijgt het woord martelaar een nieuwe betekenis. Omdat zij gepijnigd en ter dood gebracht worden, is een andere naam voor martelaren ook wel ‘bloedgetuigen’. Overigens kunnen, opmerkelijk genoeg, ook ongedoopten bloedgetuige zijn. Bij mensen die niet gedoopt zijn maar desondanks hun leven geven voor hun geloof, weegt het martelaarschap voor het bereiken van het heil even zwaar als de sacramentele doop. Men zegt dat dergelijke martelaren de Bloeddoop ontvangen. Vanaf de tweede eeuw worden sterfdagen van martelaren als feestdagen gevierd. In de 4e eeuw komt de verering van martelaren tot grote bloei. In 1584 werd op last van paus Gregorius XIII het eerste officiële Martyrologium Romanum uitgegeven. Het is sindsdien nagenoeg onveranderd gebleven, maar is historisch gezien weinig betrouwbaar. In de beeldende kunst worden martelaren vaak afgebeeld met een kroon, krans of palmblad. Het zijn tekenen van overwinning op pijniging en dood.

Maria van Jesse Ommegang zie Delft.

Sint Maria Margareta van Valckenisse De Heilige Non van Oirschot. Terwijl de Meierij reeds was bezet door de Republiek, slaagde deze edelvrouw er in 1642 in van Frederik Hendrik toestemming te krijgen voor de oprichting van een klooster van ongeschoeide karmelietessen in Oirschot. In het wereldse leven heette ze Maria Margaretha van Valckenisse, in het Oirschotse klooster der Karmelietessen werd ze Maria Margaretha der Engelen. Ze was begiftigd met stigmata, werd bezocht door visioenen en gekweld door ziektes. Vanwege haar voorbeeldige en wonderbaarlijke leven werd Margareta reeds voor haar dood als een heilige vereerd. Haar grote voorbeeld was de hervormster van de karmelietessenorde, de heilige Theresa van Avila. De mystia concentreerde zich een leven lang op het lijden van hristus. Zij paarde deze devotie aan een vergaande versterving. Margareta zou op twee plaatsen tegelijk kunnen zijn (biloccatie), vertoonde de wonden van Christus (stigmatie) en zou 's nahts strijden met de duivel. Onmiddellijk nadat zij 'in een geur van heiligheid' is gestorven kwam de bedevaart naar Ooirshot op gang, waar het lichaam in het door haar gestichte klooster lag opgebaard. De pelgrimsstroom groeide nadat een chirurgijn bekend maakte dat hij zieken kon genezen door aanraking met de instrumenten waarmee hij Margareta op haar sterfbed had behandeld. De toeloop werd nog groter toen het lichaam van de heilige non niet alleen welriekend en onvergankelijk bleek, maar tevens mirauleuze olie ging afscheiden, die geneeskrachtige werking zou hebben. Op haar sterfbed was haar laatste wens dat haar lichaam in olie zou veranderden om in een godslamp te kunnen branden. Vijf jaar na de dood van de heilige non lieten de calvinisten het klooster omsingelen en het lichaam confisceren. Op het Bossche stadhuis werd het lijk door Louis de Bils aan autopsie onderworpen. De conlusie die De Bils trok in dienst van de calvinisten was vernietigend: de resten stonken 'onlieffelijk', vertoonden overeenkomsten met 'gemulmt hout' en waren niet vrij van insecten. De mirauleuze olie rook naar 'menschenvet'. Ondanks het ingrijpen van de Staten werd de herinnering aan de heilige non aan het einde van de achtiende eeuw nog levend gehouden.

Moeder Maria Teresa van de Heilige Jozef (geboren als Anna Maria Tauscher in Sandow, Polen 19 juni 1855- overleden in Sittard op 20 september 1938), zalig verklaard op13 mei 2006.
Zalige stichteres (in 1891) van de Karmelitessen van het Goddelijk hart van Jezus.
Anna Maria Tauscher wordt geboren op 19 juni 1855 in Sandow (tegenwoordig Polen, niet ver van Frankfurt aan de Oder). Haar vader, Hermann Traugott Tauscher was een lutherse predikant in Sandow. Haar moeder, Pauline van den Bosch, kwam oorspronkelijk uit Haarlem. Ze was een edelmoedige vrouw die overal waar zij kwam een echte weldoenster was voor de armen en zieken en noodlijdenden was. Reeds op zeer jeugdige leeftijd mag Anna Maria met haar moeder mee, wanneer deze de zieken gaat bezoeken . Als kind luistert zij ook graag naar haar ouders wanneer deze zich met godsdienstige onderwerpen bezighielden. En reeds op jonge leeftijd komt in haar het verlangen op zich helemaal aan de dienst aan God toe te wijden en Hem een groot offer te brengen.
Op 28-jarige leeftijd wordt ze aangenomen als directrice van de psychiatrische kliniek de “Lindenburg” in Keulen. Hier rijpt in haar het verlangen katholiek te worden. Ondanks de felle tegenstand die zij ondervond werd Anna Maria op 30 oktober 1888 opgenomen in de Katholieke Kerk. Maar ze werd op staande voet ontslagen en haar ouderlijk huis bleef voortaan voor haar gesloten.
Maar ze zou een eigen congregatie stichten en in 1891 opent ze in Berlijn het eerste St.Jozef-kinderhuis voor thuisloze kinderen. Spoedig zullen meerdere van deze huizen volgen, o.a. in Haarlem. Vanwege haar grote liefde voor St.Jozef en Teresa van Jezus verandert zij haar naam in Moeder Maria Teresa van de heilige Jozef.
Als Moeder Maria Teresa van de H. Jozef op 20 september 1938 in het Moederhuis van de Karmelitessen aan de Kollenberg in Sittard sterft laat zij haar zusters 58 stichtingen na in de verschillende landen van Europa, en Amerika. Op 13 mei 2006 werd de stichteres van de congregatie 'Karmelietessen van het Goddelijk Hart van Jezus' zalig verklaard. Op de eerste plaats betrachtte zij de christelijke deugden op heroïsche wijze. Het Vaticaan erkende dat op 20 december 2002. Dat ze vervolgens tot de eer der altaren werd verheven, kwam door een medisch wonder dat aan haar werd toegeschreven. Dit wonder geschiedde op 16 december 1996 in Heerlen en werd 8 jaar later erkend. Het was de genezing was mevrouw M.J. Pieters-Maas. Zij leed al 20 jaar aan een schimmelinfectie tussen de tenen, die met medische middelen niet te verhelpen bleek. Op aanraden van een pastor ging zij in retraite bij de zusters Karmelietessen en bad zij herhaaldelijk tot zuster Tauscher om Jezus hulp bij de genezing van de zeer vervelende schimmelinfectie. Volgens pater B. Honings, de postulator (pleitbezorger van het zaligverklaringsproces) kwam op die 16e december 1996 van de ene op de andere dag een einde aan de infectie. De pijn was op slag verdwenen en de genezing van de huid duurde enkele dagen. De arts J. Lelkens, die in het proces de medische kant onderzocht, erkende dat er sprake was van een opvallende gebedsverhoring. “Wij kunnen het medisch niet verklaren”, aldus Lelkens die vertelde dat in Rome ook huidspecialisten zich over de dossiers hadden gebogen alvorens de kardinalen groen licht gaven voor de zaligverklaring.
Prof. dr. Stefaan van Calster, voorzitter van het diocesaan tribunaal dat de stukken voor de zaligverklaring moest opstellen, hoorde tien getuigen die mevrouw Pieters tijdens en na de ziekte hadden meegemaakt. In de kathedraal van Roermond waren op13 mei 2006 zo’n 400 zusters van de congregatie en 600 andere gasten aanwezig toen de zaligverklaring werd uitgesproken door kardinaal Saraiva Martins, de prefect van de congregatie voor de zalig- en heiligverklaringen in Rome.
Zie ook Zuster Martina

Sint Marie-Adolphine zie Kaatje Dierkx.

Mariënboom bedevaartsplaats in Nederland ca. 1580-1650 volgens kaart 1 in Marc Wingens 'Over de grens'.

Sint Maron. (Gest. in 410) Een met name onder de zgn. Maronieten in Libanon populaire heilige, die ook in Nederland een zekere populariteit genoot. De eerste Maronieten zouden directe afstammelingen zijn geweest van de mensen die nog door de apostel Petrus zouden zijn bekeerd en hebben waarschijnlijk het best de oude vorm van eredienst bewaard. Hun liturgie is een van de oudste binnen de katholieke kerk en staat bekend als de Syriac liturgie van of Antiochië, toegeschreven aan Sint Jacobus de Mindere, apostel en eerste bisschop van Jerusalem. De liturgische taal die in de Maronieten-mis wordt gebruikt is het Syriac-Aramees, de taal die hoogstwaarschijnlijk ook door de stichter van het christendom zelf werd gesproken. De Maronieten ontstonden als een gemeenschap rond de kluizenaar Maron rond het jaar 400 op de Taurus-berghellingen rond de stad Antakya (het oude Antiochië) in Turkije. Sint Maron zelf werd aan het einde van de vierde eeuw geboren, en na als priester actief te zijn geweest trok hij zich terug als kluizenaar in het Taurusgebergte om een vroom en eenvoudig leven van gebed en meditatie te leiden. Zijn heiligheid trok zoveel bewonderaars aan, dat Maron een niet-christelijk heiligdom aan de Orontes rivier bezette en verbouwde tot een klooster. Van hier uit verspreidde zijn volgelingen de boodschappen over het hele Midden Oosten. Maron´s hagiograaf, Theodoret, de bisschop van Cyr, maakt melding van vele wonderbaarlijke genezingen die Maron zou hebben gewrocht. Na Maron´s dood in het jaar 410 wisten zijn volgelingen zijn resten in zekerheid te brengen, in weerwil van de zware vervolgingen werd zijn tombe een pelgrimsoord. Sint Johannes Maron, de eerste patriarch van de Maronieten, was zelf een monnik van het klooster van Maron toen hij in 686 door de parochie gekozen werd om het patriarchale bisschopszetel van Antiochië te bezetten. Aan deze gebeurtenis ontleend het zgn. Maronitisch Patriarchate haar bestaansrecht. Na de dood van Johannus Maron in 707 tot de huidige dag hebben een totaal van 76 Patriarchen hem opgevolgd. De huidige Maronitische patriarch van Antakya (Antiochië en het Ganse Oosten) is Mar Nasrallah Boutros Sfair. Aan het einde van de zevende eeuw moesten de Maronieten een veilig heenkomen zoeken in de Libanon. Ook de relieken van sint Maron verhuisde mee naar de nieuwe woning van het partriarchaat in Kafarhai. Daar lagen de resten veilig. Op vreemde wijze vernamen de bewoners van het Italiaanse Foligno over de heiligen van de moslims die de Italiaanse stad in de jaren 881 en 915 plunderden. Nadat Foligno in 924 in puin was gelegd door de Hongaren stelde men het vertrouwen in sint Maron en de de stad bloeide en groeide. Vooral toen in de XIIde eeuw Federico Barbarossa een handje hielp. In het jaar 1130 werden de relieken overgebracht naar Foligno en vormden daar de atractie in de plaatselijke kathedraal.

Zuster Martina, eigenlijk Martina Helena Johanna Vernooy (gestorven op 30 juli 1979) Nederlandse Karmelietes D.C.J. uit Werkhoven, object van volksdevotie onder de vele kinderen die zij tijdens haar leven onder haar hoede heeft gehad. LEES DE APARTE BIJLAGE OVER ZR. M. MARTINA

Sint Maternus () Feestdag p1472 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*67 Appendix Misboek Dominikanen.

Sint Maurus, ook Sint Moor of Maurus van Baarle en Mauritius en Gezellen () Feestdag 15 januari. Maurus was de zoon van de Romeinse senator Equititius, en werd op jonge leeftijd aan de zorgen van Sint Bendictus toevertrouwd. Maurus wordt de bodyguard van de grote kloosterstichten, zoals blijkt uit enkele hoofdstukken van het tweede Boek der werd Dialogen, dat paus Gregorius de Grote, in 593 en 594 schreef en waar Maurus op vier plaatsen wordt genoemd. Onder meer in het relaas over een monnik ´die de rust tot stil gebed´ niet kende. ´Onrust´ dreef hem de kerk uit en terwijl de broeders baden, hield hij zich bezig met dingen, ´waarvan monniken zich verre dienen te houden´. Benedictus berispte hem ernstig over zijn wangedrag en twee dagen wist de monnik zich te beheersen., maar daarna werd de onrust hem weer te machtig. Toen Benedictus dit vernam, trok hij de volgende ochtend met Maurus naar het koorgebed, zag Benedictus na afloop dat ´een kleine zwarte knaap´ de monnik bij de zoom van zijn habijt mee naar buiten trok. Benedictus vroeg zacht aan de kloostervader en aan broeder Maurus of zij ook gezien hadden wat er gebeurde. Verbaasd keken zij hem aan, niet begrijpend wat hij bedoelde. - Zij zagen niet wat Benedictus zag, maar na twee dagen van intens gebed zag ook Maurus met wie de monnik meeging. Een ander voorval verhaald hoe een Goot aan de abt vroeg kloosterling te mogen worden. De Goot wordt aangenomen en moet de oever van het meer waaraan het klooster ligt zuiveren van onkruid en struikgewas. De Goot gaat zo enthousiast te werk dat de sikkel van de steel schiet en in het meer valt op een diepe plek. Ontdaan loopt de Goot naar Maurus: Wat moet hij doen? Maurus laat het gebeurde aan Benedictus melden, die snel ter plekke is. Benedictus neemt de steel en steekt deze in het water. Al snel komt het ijzer uit de diepte omhoog drijven en schuift als vanzelf weer aan de steel. Een andere gebeurtenis is de redding van een drenkeling-monnik, waarbij Maurus over het water loopt en de drenkeling bij zijn haren uit het woelige water trekt. Een ander voorval verhaalt van de mislukte vergiftigingspoging van Benedictus door de priester Florentius. Benedictus besluit met enige leerlingen te vluchten voor de priester die het op zijn leven heeft gemunt. Ternauwernood is de groep over achter de heuvels verdwenen, of de woning van de priester stort in. De man ligt verpletterd onder het puin. Maurus die er getuige van is, loopt Benedictus hard achterna, en roept hem juichend toe, maar de grote kloosterstichter breekt uit in weegeklaag, niet over de dood van zijn vijand, maar omdat Maurus zich daarover verheugt. Streng legt hij Maurus zware boetedoening op. Dit zijn de enig bekende gebeurtenissen uit de jeugd van Maurus. Zonder enige historische zekerheid is het verhaal dat de bisschop van Le Mans in Frankrijk rond het jaar 542 diaken Fladegarius en edelman Harderadus naar Benedictus in zijn grote klooster Monte Cassino stuurt om hem te vragen een paar monniken af te staan voor het stichten van een klooster in zijn bisdom. Benedictus wijst Maurus en vier andere monniken aan. Na een lange en avontuurlijke tocht van midden-Italië naar Frankrijk komen ze in Le Mans aan. Bisschop Bertrand blijkt inmiddels gestorven te zijn en zijn opvolger ontvangt hen koel en verbiedt hen een klooster te stichten in zijn bisdom. De Franse koning echter schenkt aan Maurus het kroondomein in Glanfeuil, en vertrouwt hem zijn zoontje toe ter opvoeding. De nieuwe abdij groeit snel, en kort na de dood van de stichter (± 584) heet Glanfeuil in de volksmond Saint-Maur-sur-Loire. In de westerse christenheid werd Maurus de heilige die door het eenvoudig gelovig volk aangeroepen werd bij alledaagse kwalen als verkoudheid en jicht. Het legde verband tussen Maurus' lopen over het water zonder kou te vatten, en de daaruit voortkomende macht degenen die verkouden waren op wonderdadige wijze te genezen. Behalve van de verkoudenen en jichtlijders was Maurus ook patroon van de kleermakers, schoenmakers, lantaarnopstekers en kopersmeden. Voor dit laatste vermoedt men de oorsprong in het feit dat het werk der kopersmederij de arbeiders als Moren zo zwart maakt! Naar hem werd de in 1685 gestichte, beroemde congregatie van de hervormde Benedictijnen genoemd. En nog is hij de patroon van de Franse Benedictijnse congregatie van Solesmes. De relieken van Maurus, gedurende negen eeuwen in Frankrijk bewaard en aanbeden, werden in 1793 vernietigd tijdens de Franse revolutie.
Litt.: Met de heiligen het jaar rond, Uitgeverij Heideland 1953; Missale Romanum Ned. editie (1955);/*67 Appendix Misboek Dominikanen.

Meerssen (Limburg). In 1222 vond in de Kloosterkapel te Meerssen een 'bloedwonder' plaats als gevolg waarvan een bedevaart ontstond ter ere van het H. Sacrament. Toen in 1465 de kerk ten prooi aan de vlammen werd het in een schrijn bewaard bloedrelikwie gered uit de vlammen door een passerende boerenknecht. De daarop volgende toevloed van pelgrims noopten de Benedictijnen van Reims tot het bouwen van een grotere kerk. De thans nog bestaande Gothische kerk werd in de 14e eeuw gebouwd naar ontwerp van onbekende Franse bouwmeesters. In 1649 stortte de toren in ten gevolge van een hevige storm en werd nooit meer herbouwd. In 1661 kwam Meerssen onder de macht der Staten-Generaal. Deze bepaalde dat de protestanten tegelijk met de katholieken hun godsdienstoefeningen mochten houden in dezelfde kerk (simultaneum). Van 1673 tot 1678 was de kerk weer 'katholiek'. In 1678 werd het simultaneum weer hersteld. Dat duurde tot 1835 toen de protestanten de beschikking kregen over een eigen kerkgebouw in Meerssen. Meerssen is tot heden pelgrimsoord gebleven.

Meerveldhoven gemeente Veldhoven (Noord Brabant) Bedevaartsplaats in Nederland ca. 1580-1650 volgens kaart 1 in Marc Wingens 'Over de grens'.

Sint Michiel () Feestdag De plaats Sint Miechielsgestel in Noord Brabant is vernoemd naar deze aartsengel.

Sint Monulf, ook Monulfus, Monulphus, Mo (ca 560) Feestdag 21 juli (Roermond, samen met Gondulfus) en op de zaterdag voor de derde zondag na pinksteren samen met alle heiligen van Maastricht. Monulfus, zoon van de Heer van Dinant, was gelukkig getrouwd toen de geestelijkheid en bevolking van Maastricht hem omstreeks 560 tot opvolger van de heilige Domitianus kozen. Monulfus bouwde, zoals zijn tijdgenoot Gregorius van Tours meegedeeld heeft, over het graf van Servatius een Magnum Templum, een uit stenen opgetrokken Servaaskerk. Daarnaast liet hij een kapel voor SS Kosmas en Damiaan in Lüttich en het Aegidius-ziekenhuis in Maastricht oprichten. Na 39 jaar het bisdom te hebben bestierd, werd hij in de Servaas begraven. Na zijn dood volgde Gondulphus hem op. Op hun grafschrift staat het verzoek hen uit hun graven op te laten staan om aanwezig te kunnen zijn bij de inwijding van de door Karel de Grote gebouwde kerk te Aken. In 1039 werden de gebeentes van Monulf en Gondulf in aanwezigheid van keizer Heinrich III. verheven.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952); Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983); Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse uitgave 1430; 1458 Missale Romanum Ned. editie (1955); 55 Appendix Misboek Dominikanen.

Mook: Onze Lieve Vrouw van de Dwaallichtjes, ook OLVrouw van Mook gemeente Mook en Middelaar in Limburg. De geschiedenis van het kapelletje van O.L. Vrouw van de Dwaallichtjes is in nevelen gehuld. Over de ouderdom en geschiedenis van het kapelletje, alsmede de betekenis ervan in het religieuze leven, ontbreken de gegevens. In 1970 gepubliceerde de toenmalige pastoor Th. Thijssen, het verhaal dat de oprichting van het kapelletje verband zou houden met de vrees voor de geesten van de massaal in de drassige omgeving omgekomen soldaten van de Slag op de Mookerheide (17 april 1574): 'in de moerassen van het Mookse en Middelaarse broek waren sinds de veldslag op iedere donkere herfst- en winteravond kleine blauwe vlammetjes te zien: de zielen der verslagenen, zo meende men, die geen rust konden vinden. Sinds dit kapelletje in de Mortel, aan de rand van de heuvels, werd gebouwd, bleef het rustig in het broek, dankzij Onze Lieve Vrouw van de Dwaallichtjes'. De zompige moerasgronden, die de ouderen in Mook nog gekend hebben, zijn verdwenen, maar het staat vast dat de Mookerheide en omgeving een onherbergzaam gebied geweest moet zijn. Zo is de stelling geponeerd dat het kapelletje aan de rand van een gevaarlijk moeras diende als een oriëntatiepunt: afgeleid door spontaan ontbrandend moerasgas zouden mensen er verdwaald zijn. Een andere sage, die een verklaring voor de dwaallichtjes poogt te bieden, zegt dat het de lichten waren van bewoners van het verder- en hogerop gelegen buurtschap De Bisselt (ontstaan in het laatste kwart van de 18e eeuw) wanneer dezen zich in het donker buitenshuis begaven of elkander bezoek brachten., al wordt het ontstaan van het kapelletje plaatselijk in verband gebracht met de zielen, in de vorm van dwaallichtjes, van op 17 april 1574 bij de slag op de Mookerhei in het moeras gedreven en om het leven gekomen soldaten. Het kapelletje staat in de Mortel (thans een woonwijk) aan de voet van de Mookerhei te Mook. Sinds mensenheugenis omringd door drie bomen, bevindt het kapelletje zich in de punt van een brinkachtig pleintje. Het is opgetrokken uit baksteen, wit beschilderd met zwarte pui. Een boerderijtje, nog te zien op een foto van omstreeks 1920, flankeerde in het verleden de achterkant van het kapelletje: Het was destijds de woning van Hendrik Klaassen (plaatselijk bekend als 'Hutsen Hen' of 'Hen uut de hut'). Het kapelletje raakte zwaar beschadigd in de Tweede Wereldoorlog. De buurtbewoners herstelden het samen met beeldhouwer Peter Roovers (1902-1993), die toen in Mook woonde. In de jaren tachtig van de 20e eeuw heeft de gemeente Mook en Middelaar een koperen dakbedekking op het kapelletje laten aanbrengen en smeedwerk voor de toogvormige openingen aan de voorzijde en de zijkanten. Tot in 1995 hield de parochie St. Antonius Abt te Mook jaarlijks op de laatste zaterdag van mei 's avonds een bidtocht naar het kapelletje, in aansluiting op een mis in de kerk. De bidtocht is door pastoor Rudo Franken, bijgenaamd Het Spook van Mook, afgeschaft en de verering beperkt tot een viering.
Litt.: B C.J.M. Van der Veken, 'Kapellen in Limburg en Noord-Brabant', p. 43 in: Het Gildeboek gewijd aan kerkelijke kunst en oudheidkunde 32 (1950) ; Th. Thijssen, 'Enkele wetenswaardigheden uit de geschiedenis van Mook', in: Tussen Maas en Mookerheide, 37-43. Mook: Stichting Gemeenschapshuis Mook (1970); H. van Aalst-Venema, J. van de Mond en A. Smijers, 'Verhalen van een ver verleden: Toon Klaassen en Janna, kasteelbewoners aan de Mortel', Rond de Grenssteen nr. 16, 16-24.(1990).

Sint Mummolenus (Tweede helft van de 7de eeuw) Feestdag
Het diocees Noyon kende als heilige bisschop niet alleen de goudsmit St. Eloi (Eligius, 640-659), maar ook diens opvolger Sint Mummolenus. Die was in de tweede helft van de 7de eeuw tevens Eerste Minister van koning Dagobert. In de Vita S. Eligius wordt Mummolenus neergezet als een inhalige bisschop, die er niet voor terugschrok paarden te stelen. Toch verwierf hij in de vroege middeleeuwen de status van heilige in de Zuidelijke Nederlanden. Mede omdat tot 1146. het Belgische bisdom Tournai deel uit maakte van het bisdom Noyon.
Litt. Vita S. Eligius, ed. Levison, MGH SS Mer. 4, 669-742; /p334 II heilige jaar rond.

INDEX

Ontbreekt er informatie? Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse Heiligen mededelingenboard weten.

Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN 90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden RKBN 2002-0009815

Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).

All sites © Mohamed el-Fers


Junior MariaBode

HOME