Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Ga naar alle Geiligen!

Deel L - Overige Nederlandse heiligen

Sint Lambertus van Maastricht (ca. 635-ca. 705) Feestdag bisdommen Roermond, Breda, Den Bosch 17 september. Lambertus was een geboren en getogen Maastrichtenaar. Als jong kind opgevoed in het paleis van bisschop Theodardus. Lambert werd na de moord op Theodardus op istigatie van Childeric II tot diens opvolger benoemd. Na de dood van Childeric werd hij van zijn bisschopstroon verjaagd en trekt Lambertus zich zeven terug in een cel van de abdij van Stavelot. Zeven jaar zou hij daar leven, voor hij door Peppijn van Herstal wordt teruggehaald en in volle glorie op de bisschopstroon hersteld. Hij versterkte de kerkelijke macht en tucht en ondernam pogingen de heidense Brabanders, toen Taxandrië geheten. Aan het einde van zijn leven deed Lambertus afstand van zijn ambt en woonde hij als monnik in een kleine christelijke gemeenschap in Luik, toen een klein dorpje. Daar laaiden de oude conflicten met bepaalde leidende families echter weer op. Toen volgelingen van Lambertus een tegenstander ombrachten, brak de vendetta los. Tijdens een gebed op het graf van zijn voorganger werd Lambertus met een goedgericht pijlschot vermoord. Zijn lichaam werd eerst op het grafveld van Sint Pieter bij Maastricht, in het graf van zijn vader begraven, maar later door sint Hubertus naar de kathedraal van Luik overgebracht. Zijn verering had zich al snel over heel Nederland verspreid. Zo heet de Maastrichtse Verkennersband. en. Scouting Sint Lambertus. Ook de plaats Lambertschaag in de gemeente Noorder-Koggeland N.H. is vernoemd naar deze martelaar/bisschop.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952); Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983); Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse uitgave 1430./1467 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*63 Appendix Misboek Dominikanen/208 dictionary.

Lamswaarde (Provincie Zeeland). Op de avond van Maria's Hemelvaart (15 augustus) wordt Maria ten hemelopneming in de Corneliuskerk van Lamswaarde gevierd met een korte gebedsdienst en processie die via de Jacobus de Waalstraat in `het heilige land` Lamswaarde naar de kapel aan de Baudeloodijk trekt. In de meeste Nederlandse kerken wordt het feest echter de zondag voor of na 15 augustus gevierd. Lamswaarde, maar ook bijvoorbeeld Kloosterzande, zijn hier uitzonderingen op. zie ook www.katholieknederland.web-unlimited.de

Sint Landoald en gezellen, ook Landoaldus (gest. circa 668). Feestdag 19 maart, Bisdom Roermond 20 maart. Van Sint Landoald is historische weinig bekend. We horen voor het eerst van deze heilige wanneer zijn relieken rond 900 door de monniken van het Sint Bavo-klooster te Gent worden verplaatst. Hij zou een priester uit Lombardije of de omgeving van Turijn zijn geweest, die door Rome samen met zijn zus Sint Vindiciana en anderen naar de Nederlanden werd gezonden om sint Amand te helpen in het bekeren van de heidenen. Hij zou priester te Maastricht zijn geweest en door de ouders van St. Lambertus rond 650 zijn uitgekozen om de opleiding van hun zoon te behartigen en klaar te stomen als bisschop en martelaar. Aan het eind van zijn leven vestigde hij zich in Wintershoven. Daar bouwt hij samen met de diaken Sint Amantius een kerk. Verdere informatie over zijn zuster Sint Vindiciana was niet te vinden.
Zie ook Aldenhoven.
/p1411 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*14 Appendix Misboek Dominikanen.

Sint Laurens ook Laurentius (gest. 258) Feestdag 10 augustus. Romeins diaken en martelaar. Hij was een leerling van paus Sixtus II, en werd slechts enkele dagen na deze om het leven gebracht. Beroemd, maar waarschijnlijk niet historisch is het verhaal van zijn marteldood. Hij werd op een gloeiend rooster gelegd en zou na enige tijd hebben geroepen: Nu ben ik lang genoeg gebraden, jullie kunnen nu van me eten. De hoofdkerken van o.a. Alkmaar (waar het heilig bloedwonder plaats had) en Rotterdam alsook de plaats Sint Laurens in de gemeente Middelburg is vernoemd naar Sint Laurens.
Met dank aan Marcel Zijlstra. Litt.: 1458 Missale Romanum Ned. editie (1955). David Hugh Farmer, Oxford Dictionary of Saints Oxford 1992, s.v. Laurence; Pius Parsch, Het jaar des Heren, 1942 3e dr., deel III, 494-497.

Sint Laurence O'Toole ook Lorcan Ua Tuathail, Laurence with the Whip, Laurentius met de Zweep, Lorenzo (geboren rond 1128, Kildare County; Ierland, gestorven 14 november 1180 te Eu in Normandië). Feestdag 14 november (in Frankrijk en Ierland), 2 februari (voorheen in de Nederlandse kerkprovincie).
De Ierse heilige Laurentius met de Zweep rust in een enorme Noord Franse Kathedraal en wordt de "medieval link with the Celtic saints" genoemd. Zijn cultus verspreidde zich van daar uit ook in de Vroeg Middeleeuwse Nederlanden met haar vele uit Ierland afkomstige missionarissen. Zijn bijnaam "met de Zweep" dankt hij aan een afranseling met een zweep door Sint Petrus. Is bij zijn heilige naamgenoot Laurentius het rooster het attribuut, bij de Ierse Laurentius is dat de zweep. Hij was telg uit een aanzienlijke familie, de Hy Murray, die in de loop der tijd onderdanig waren gemaakt door de rivaliserende clan van de MacMurroughs. Op 10 jarige leeftijd werd Laurentius gekidnapt door Dermot McMurrogh, Koning van Leinster. De eerste tijd werd de knaap ondergebracht in de burgt van MacMurroughs en als lid van de familie behandeld. Maar toen vader O'Toole door de koning verdacht werd van verraad werd Laurentius ver weg van de bewoonde wereld gevangen gezet. Pas na twee jaar en met hulp van de abt van Glendalough komt Laurens vrij. En trekt in de kloosterschool van de abdij van Sint Kevin in Glendalough; waar hij in 1154 met unanieme stemmen tot abt werd gekozen.
Dermot, die hem ooit kidnapte, was ondertussen getrouwd met Laurentius' zuster Mor. Sint. Laurentius werd in 1160 bisschop van Glendalough in 1160, en een jaar later wordt hij geheel tegen zijn zin door Gilla Isu (Gelasius), Primaat van Armagh, tot aartsbisschop van Dublin geconsecreerd. Tien jaar later volgt de Engelse invaie van Ierland. In 1171 was hij in Canterbury, Engeland, toen hij daar, tijdens het opdragen van de mis werd aangevallen door een gek die Laurentius een nieuwe Sint Thomas Beckett wilde maken. Iedereen in de kerk dacht dat Laurentius de enorme klap op zijn hoofd niet had overleefd. Tot ieders verbazing vroeg de bisschop om weater, zegende het en waste er zijn wonden mee. Het bloedde stopte en de mis werd vervelgd alsof er niets gebeurd was.
Na zijn deelname aan het Concilie van Lateranen in 1179 keert Laurentius als pauselijk legaat van Alexander III terug naar Ierland. De paus verzekerde de onafhankelijkheid van de Ierse kerk en gaf opdracht tot een vredesmissie tussen Rory O'Connor, "high king" van Connaught en Henry II Plantaganet. Die maakten ruzie over de jaarlijkse belastingen van de Ieren aan de Kroon van Engeland. Als mediator voor de Ieren gaat Laurentius naar Windsor, maar wordt slecht ontvangen door Henry II, die geirriteerd is vanwege de pauselijke protectie die de bisschop geniet. De koning kreeg zijn ‘Thomas Becket syndroom’ terug en laat de bisschop wachten en verbied hem ook terug naar Ierland te varen. In september wordt de heilige zelfs drie weken lang gevangen gezet in de Abdij van Abingdon. Als hij wordt vrijgelaten, hoort hij dat de koning is teruggekeerd naar Normandië. Hoewel Laurentius " used frequent disciplines", is dat blijkbaar niet genoeg. Want tijdens een mystiek nachtelijk bezoek komt niemand minder dan de heilige Petrus langs. De Prins der Apostelen zegt dat het koninklijk verbod te varen niet het Kanaal tussen Engeland en Frankrijk betrof. Als Laurentius twijfelt, haalt Sint Petrus plots een enorme zeep tevoorschijn en en ranselt de heilige als het ware achter de Engelse koning aan! Met de zweepstriemen van Petrus op zijn rug volgt een alles behalve voorspoedig verlopende overtocht. Op 10 november 1180 komt een door de reis volledig uitgeputte Laurentius aan in het hof van Henry II te Bures, nabij Bayeux. Als hij zijn bede tot de koning heeft gedaan wordt de zwaar zieke heilige naar de Augustijner Abdij van Sint Victor in Eu gebracht, waar hij vier dagen later sterft. Na te hebben vernomen dat koning Henry positief op zijn bede heeft gereageert. Het was "Ireland's good fortune that St Laurence O'Toole died abroad". Zijn dood bracht tijdelijk vrede en rust. Hij wordt begraven in de kerk van de Abdij. Er hadden aan zijn graf vele wonderen plaats. Om de Ierse Laurentius daarvoor te eren werd er een Franse haven naar hem vernoemd. Theobald, aartsbisschop van Rouen onderzoekt in opdracht van paus Honorius III deze wonderen en publiceert in 1226 de bul met zijn heiligverklaring. Hierin staat onder meer te lezen dat er maar liefst zeven doden na aanraking van Laurentius' graf weer tot leven kwamen. Hij verwierf de heiligheid niet alleen vanwege deze wonderen of zijn voorbeeldig leven, maar meer nog vanwege zijn hunkering te mogen lijden in navolging van Christus. Laurentius droeg altijd een boettekleed onder zijn episcopale gewaden. Drie maal per week onderging hij de zweep en daarna ranselde hij zichzelf ook veelvuldig. Jaarlijk trok hij zich gedurende de 40 daagse vastentijd terug in de Grot van St. Kevin nabij Glendalough om daar de flagelatie te bedrijven. Tegenstanders van Sint Laurentius O'Toole zouden zeggen dat deze rituelen in die tijd vrij algemeen waren. Maar geen zijn maar weinig heiligen die het hemelse bewijs van O'Toole kunnen overleggen: dat Sint Petrus persoonlijk uit de hemel neerdaalde om af te ranselen.Het jaar van zijn heiligbverklaring begon de bouw van de gigantische kerk over zijn graf. Zijn relieken werden verplaats voor het hoogaltaar en zijn hart werd overgebracht naar de Christ Church Kathedraal van Dublin
Met dank aan Robert Lemm.

Sint Lebuinus van Deventer, ook Lebuïnus, Lebuin, Liafwinus of Liafwine. (Gest. 12 november 775). Feestdag 12 november.
Lebuïnus werd een monnik in het Ripon Klooster onder Sint Wilfrid in Noord Umbria (Engeland) en sloot zich in het jaar waarin Bonifacius stierf (754) bij zijn vrienden aan die missie bedreven in Duitsland en Friesland.
Sint Lebuinus is een van de Nederlandse heiligen die in het aartsbisdom Utrecht een bekende klank hebben. Lebuinus hoort meer bij de regionale figuren, zoals ook bijvoorbeeld Plechelmus, Ludger en Werenfridus. Zijn naam luidde eigenlijk Liafwin, maar de kerk paste die naam aan aan haar taal: het Latijn. Liafwin betekent: lieve vriend. Liafwin was een Angelsaks. Hij meldde zich omstreeks 768 bij het Utrechtse bisdom aan om missiewerk te verrichten. Sint Gregorius van Utrecht zond hem naar het missiegebied ten oosten van de IJssel, de grens van de koninkrijken van de Saksen en de Franken. Aan de IJssel bouwde hij te Wilp een eerste kerkje. Hier lag de uiterste grens van het onder Frankische bestuur staande bisdom Utrecht en het nog niet gekerstende gebied van de Saksers. Lebuïnus stak in het Jaar 768 de IJssel over en bouwde op een van de rivierduinen van de pas gestichte handelsnederzetting Deventer een kerkje. Het werd de uitvalsbasis om de Saksen te bekeren. Met name het belangrijke cultcentrum Marklo, waar de rivier de Wezer het Wezergebergte doorsnijdt, gold als hoofddoel van Lebuinus. Ondanks waarschuwingen ging Lebuinus naar zo´n bijeenkomst toe en nam plaats op een verhoging met een gouden kruis in zijn hand. Toen hij begon te spreken wilden sommigen hem ombrengen, maar stamhoofd Bato greep in. Hij zou volgens de legende gezegd hebben: 'Noormannen, slaven en Friezen hebben wij hier in vrede ontvangen. En nadat zij het woord hadden gevoerd hebben wij ze met giften huiswaarts laten gaan. Maar nu hebben wij een bode van de Allerhoogste in ons midden, die ons een boodschap heeft gebracht over het leven en de eeuwige zaligheid. Bijna hadden we de hand aan hem geslagen. Maar Hij die hem gezonden heeft, heeft ons Zijn macht laten zien en hem ongedeerd gelaten'.
Omstreeks 773 overleed Lebuinus in Deventer, waar hij in het door hem gebouwde kerkje werd begraven. Nog datzelfde jaar werd de kerk door de Saksen verwoest. De opvolger van Lebuïnus, de Fries Ludger, kwam twee jaar later speciaal naar Deventer om een nieuw kerkje over het graf van Lebuïnus te bouwen. Een lang leven was ook deze tempel niet beschoren, want het werd in 778 tijdens de grote opstand van de Saksen onder Widukind verwoest. Hoewel de kerstening moeizaam verliep, bonden de Saksen in en lieten de later herbouwde kerk met rust. Het werd het begin van een cultus waarin Liafwin verering als patroon van de kerk en van de stad ten deel viel. Lebuinus was het middelpunt van bedevaarten naar Deventer. Zijn sterfdag (12 november) was een feestdag die in de liturgie in het gehele bisdom werd gevierd. In Deventer was het bovendien een vrije dag, waarop de stedelingen zich konden vergapen aan een luisterrijke liturgie in de kapittelkerk, een processie trok met de relieken door de stad en er werden concerten op het orgel gegeven. Zijn gebeente had een ereplaats op het hoogkoor, in fraaie kasten, opgesierd met de feiten en vrome verdichtsels over zijn leven. Er verrees in het midden van de elfde eeuw een grote Romaanse basiliek waaraan een college van kanunniken (kapittel) was verbonden. De huidige Lebuïnuskerk, grootste monument van Overijssel, heeft veel van haar 11de eeuwse voorganger in het muurwerk bewaard. Waar onder krocht, het opgaand muurwerk van het hoge koor en oostelijk dwarsschip. Het schip werd in de l3de eeuw radicaal veranderd. de 4 pijlers van het oostelijke en de 2 oostelijke pijlers van het westelijk schip zijn bewaard gebleven in de bouw. Haar stoere toren huist het oudst nog bestaande carillon van Hemony. Centrum van de stad bleef het graf van de Heilige Lebuïnus, tot de Lebuïnuskerk door Hollandse iconoclasten van alle kunst werd gestript en wederrechtelijk in gebruik werd genomen als Grote Kerk, thans geheelt door een zgn. Samen-op-weg gemeente. De verdreven Kanunniken en hun familieleden wisten de relieken uit protestantse klauwen te redden. Pas nadat in 1803 de middeleeuwse Broederenkerk (van minderbroeders van de Franciscanen) werd terug gegeven aan de katholieke gemeenschap, bloeide de verering van Lebuinus weer op. Bij de oprichting van de parochie in 1854 werd de kerk aan Lebuinus toegewijd. De relieken, in 1891 gevat in een verguld- koperen schrijn uit het atelier van J.H. Brom uit Utrecht, nemen er een ereplaats in. Zo komt het dat Deventer twee Lebuinuskerken heeft: de geroofde oude kapittelkerk en de Broederenkerk, thans van de katholieke parochie. Op de zondag van of na twaalf november viert de parochie op bescheiden wijze haar patroonsfeest.
Naar Clemens Hogenstijn.

Leiden. Niet ver van het Leidse museum De Lakenhal draagt de straat nog steeds de naam waar volgens overlevering het in de middeleeuwen beroemde Mirakel van het Versteende Halve Brood zou hebben plaatsgevonden: .de Mirakelsteeg. Tijdens de hongersnood van 1316 had een vrouw een brood weten te kopen, , waarvan zij de ene helft op at en de andere helft wilde bewaren. Toen een buurvrouw haar smeekte de andere helft aan haar te geven, zei de vrouw dat als zij nog meer brood is huis had dan wat zij zojuist had opgegeten, God dit in steen mocht veranderen, hetgeen prompt gebeurde. Dit mirakuleus versteende halve brood werd volgens een notariële acte uit 1574 bewaard in een vierkant roodkleurige relikwiekast dat aan een paal van de Sint Pieterskerk was bevestigd. Het werd in 1574 na het ontzet van Leiden door de protestanten van de paal weggehaald. Door toeval is het stenen brood bewaard gebleven en in 1950 in handen gekomen van het stedelijk museum De Lakenhal in Leiden. Alwaar het tijdens openingstijden op discrete wijze vereerd kan worden.

Sint Leo IX (1002-1054) Feestdag 19 april. Enige paus (tot het bezoek van Johannes Paulus II in 1985) die ooit Nederlandse bodem heeft betreden. In de elfde eeuw kwam deze uit de Elzas afkomstige bisschop van Rome om in Voerendaal de plaatselijke kerk in te wijden. Op de plek stond ooit een van de grootste Romeinse villa's van Nederland, centrum van een uitgestrekt landbouwgebied. De paus zou nog faam verwerven omdat hij er voor zorgde dat latere puasen door een college van kardinalen zou worden gekozen. Maar ook omdat hij verslagen werd door de Noormannen. Leo IX voerde persoonlijk zijn leger tegen aan toen deze pauselijke gebieden in Zuid Italië bestormden. In de middeleeuwen zou er, gevoed door de bijzondere band met deze heilige paus, een zekere verering voor Sint Leo Negen zijn geweest. Of er destijds een Leo-Negen-Ommegang met Noormannen etc, kon het VVV Voerendaal (Jeustraat 79, 045-5754404) ons helaas niet vertellen.
Litt. Johannes Paulus II, Toespraken bij zijn bezoek aan Nederland (1985)/p10/11.

Sint Leonard, ook Leonhard, Leonard van Noblat of Léonard de Limoges (geboorteplaats en datum onbekend) Feestdag 6 november. In Nederland onder meer vereerd in de parochie Beek-en-Donk. Aan het einde van de middeleeuwen genoot de kluizenaar Leonard grote verering in de Nederlanden, Frankrijk, Duitsland en Engeland. Leonard wordt voor het eerst vermeld in de 11de eeuw. Over het algemeen wordt zijn hagiografie als fatasie gezien. Volgens deze niet onomstreden bron was Leonard een kluizenaar die het klooster bij Noblac (nu Saint-Léonard bij Limoges) stichtte in de zesde eeuw. Het aan hem toegeschreven leven verteld dat hij uit een voornaam Frankish geslacht stamde. Latere legenden noemen ´het noorden´, het Brabantse  Zoutleeuw in het Belgische Vlaanderen en zelfs de toen nog niet bestaande stad Haarlem als geboorteplaats. Volgens de alleroudste legende zou Leonard als ridder aan het hof van koning Clodvig actief zijn geweest. Bisschop Remigius van Reims zou hem tot het christendom bekeerd hebben. De ridder wordt in het Micy-klooster bij Orléans door de hellige abd Maximinus tot monnik gewijd. Na een verblijf in een klooster te Pauvin besluit Leonard kluizenaar te worden in de bossen van Noblat in de omgeving van Limoges. Daar komen al snel gelovigen op bezoek om de heilige om wonderen te vragen. Na een leven lang mirakels te hebben verricht sterft Leonard daar op 6 november 559, zo weet de legende, niet nadat hij in de kerk had gebiecht. Ook na zijn dood blijft het wonderen rond zijn graf. Zijn populariteit dankte sint Leonard aan de gigantische hoeveelheid mirakels die aan zijn tussenkomst werden toegeschreven. En aan het enthousiasme van terugkerende kruisvaarders, die in Leonard de patroonheilige voor krijgsgevangenenen zagen. Dit nadat prins Bohemond in het Turkse Antakya in 1103 na het aanroepen van St. Leonard op miraculeuze wijze uit moslimgevangenschap zou zijn bevrijd. Naast de toevlucht voor krijgsgevangenen werd Leonard tevens vereerd als schutspatroon voor o.a. boeren, fruithandelaren, smeden, groevearbeiders, vee (vooral de paarden stonden onder de bescherming, vandaar de zgn. Leonards-ritten). Leonard was tevens een van de 14 noodhelpers in de middeleeuwen. Het heiligdom van Saint-Léonard-de-Noblat te Haute-Vienne wordt een drukbezocht bedevaartsoord. Saint-Léonard in Valais, Zwitserland werd in de 11de eeuw naar deze heilige benoemd. Hier bevond zich tussen 1375 et en 1840 een beroemde brug, de pont St-Léonard à Uvrier, waarvan de tol door de bisschop geint werd. Rond het jaar 1100 belanden er relieken van St. Leonard in Beieren, waar in het plaatsje Kreuth-am-Tegernsee in 1491 de Leonardkerk wordt gebouwd en waar op Leonharditag op 6 november een bedevaart met paard en wagen plaatsvind ter ere van de heilige. De heilige doet hier ook een bron ontspringen, de tegenwoordige Heilquelle in Wildbad Kreuth, waar later de hogere Europese adel zou kuren in het door de Beierse koning Max I opgerichte Badeanstalt. Naast Kreuth en Noblat heeft er ook in het Beierse Bad Tölz het Leonardi-rijden plaats, terwijl ook Sussex en Roxburgh bij Kelso in Engeland en het Brabantse Zoutleeuw deze heilige met processies en folkloristische optochten herdenken. In de meeste plaatsen op de 6de november, maar in Zoutleeuw trekt er op pinkstermaandag een processie door het historische centrum: De verering in Zoutleeuw ontstond rond 1100. Daar wordt hij vereerd als de patroon van de gevangenen, rheumalijders, zwakke kinderen, zwangere vrouwen en sinds enkele jaren is hij een actuele heilige : patroon van vluchtelingen en daklozen en het ongeboren leven. Het in 1550 onder de termen van een Anglo-Schotse overeenkomst gesloopte Roxburgh Castle bezat een bijzonder sterk werkend relikwie van Leonard. In moderne vorm leeft hij o.a. voort in het Saint Leonard-vliegveld in het Canadese Victoria en de Saint Leonard's Society of Canada, een koepel van non-profit organisaties die zich bezig houdt met criminaliteitspreventie en programma´s heeft die ´responsabiliteit´ en een veiligere gemeenschap promoten.

Sint Leonardus van Veghel (geb. 1527-vermoord op 9 juli 1572), Feestdag 9 juli. Zie de de 19 martelaren van Gorkum.

Sint Lidwina van Schiedam (1380-1433) Feestdag (r.k. 14 juni) In 1425 doet Filips de Goede van Bourgondie Schiedam aan, om evenals in andere steden van Holland als regent te worden ontvangen. 's Avonds kwamen een aantal van zijn soldaten, Picardiers genaamd, naar de woning van Lidwina. Ze hadden de pastoor van Schiedam, Jan Engel, zo ver gekregen dat hij met ze meeging. Ze begonnen "seer onsedelic in haer camer te roepen ende haer te quellen". De pastoor probeerde hen daarvan te weerhouden, maar toen riepen de Picardiers dat Lidwina zijn bijzit was. Ze gingen naar binnen, staken een kaars aan en haalden de gordijnen van de bedstee op en trokken het dek weg, zodat Lidwina naakt lag. Haar nichtje Pieternel kwam tussenbeide, maar het kind werd zo ruw opzij geworpen, dat ze haar heup bezeerde en tot haar dood zou blijven hinken. De Picardiers begonnen de latere heilige voor slet uit te schelden en te zeggen dat ze 's nachts wellustig de hoer uit hing, dat ze al 14 kinderen had enz. Vooral de man die de kaars vasthield ging grof tegen haar te keer. Daarna bezoedelde de Picardiers Lidwina's lichaam zeer ruw met hun handen, zo ruw dat het op drie plaatsen ging bloeden. De Picardiers gingen weg om het bloed van hun handen te wassen, maar ze kwamen terug om haar opnieuw uit te schelden. Hertog Filips voer verder naar Rotterdam. De heren van het Schiedamse gerecht, die van de behandeling der Picardiers vernamen, wilden een aanklacht indienen, maar Lidwina wilde dit niet. De wraak Gods zou de schurken spoedig achterhalen. De eerste Picardier werd in de haven van Rotterdam plotseling van de ene reling naar de andere geslingers, sloeg overboord en verdronk. Hij werd op het kerkhof begraven. De tweede werd in Brouwershaven tijdens een gevecht doodgeslagen. De derde kwam tot Zierikzee. Daar werd hij door razernij aangetast, zodat men hem overbood zette in een bootje. Hij is kort daarna krankzinnig gestorven. De vierde werd te Sluis door een beroerte getroffen zodat hij zijn spraak verloor. Zijn knecht vroeg of hij degene was die de maagd van Schiedam zo onheus had behandeld. De man knikte, gaf een teken van berouw en stierf. 1426 Filips van Bourgondie is opnieuw in Schiedam. Een ridder uit zijn gevolg gaf bij die gelegenheid zes van zijn mannen de opdracht Lidwina dag en nacht te bewaken. Filips vertrekt spoedig naar Vlaanderen en Lidwina wordt verder met rust gelaten. 1433 14 april: Lidwina van Schiedam sterft. Talloze pelgrims zullen haar graf bezoeken, totdat in 1615 haar gebeente wordt opgegraven om als relikwie naar de Zuidelijke Nederlanden te worden gebracht.
Litt.: p50 G.J. van Setten, De santenkraam der Roomse kerk/ afbeelding p 116 illustrazione vaticana /p1412 Missale Romanum Ned. editie (1955)

De Lier in het Westland was met de verering voor een mirakuleus St. Joris beeld een belangrijke bedevaartsplaats.

Sint Livinus (7e eeuw) Feestdag Bisdom Haarlem 12 november. Kwam als missionaris uit Ierland, heeft vooral in Vlaanderen, Zeeland en Brabant gewerkt en stond vroeger in Zierikzee in hoge ere. Hij verbleef in de St.-Baafsabdij te Gent, en door deze toevalligheid wordt hij ook in het Haarlemse bisdom vereerd, dat immers ook St.-Bavo als patroon heeft.
Pius Parsch, Het jaar des Heren, Utrecht 1941 3e druk, deel II, 915, Misboek Dominikanen, 1486 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*77 Appendix.

Loosduinen was bekend om zijn "mirakel van de 365 kinderen". Een groot aantal kinderloze echtparen kwam in ieder geval naar Loosduinen om hun handen te dopen in één der doopbekkens in de hoop dat dit hun vruchtbaarheid zou bevorderen. En jawel, het wonder geschiedde en er werden maar liefst 365 kinderen geboren na deze vreemde ijze van bevruchting.

Sint Lowie, ook Aloysius van Gonzaga of Sint Wies (Castiglione/Mantua 9 maart 1568–Rome 21 juni 1591) Feestdag 21 juni.
Patroon van de studerende jeugd waar ook in Nederland elk 7e kind in een familie werd opgedragen. Het gold als een erezaak onder de jezuïeten om onder hun geestelijk leidschap vallende families te bewegen hun 7de kind te doen vernoemen naar Sint Lowie, toonbeeld van christelijke zedigheid. Sint Lowie, die eigenlijk Luigi van Gonzaga heette, was de oudste zoon en erfprins van Ferdinand Gonzaga, markies van Castiglione aan het Gardameer, een der belangrijkste Italiaanse vorstengeslachten. Hij bivakeerde als page aan het hof te Florence. Op tienjarig leeftijd legde Lowie de gelofte van maagdelijkheid af.
Net als bijvoorbeeld Michael Jackson of prins Claus hield deze heilige niet van lichtzinnige avontuurtjes. Lowie was zo ontzettend kuis, dat vanaf het moment dat hij voor het eerst de heilige communie ontving, nooit meer met zijn vingers zijn plasser heeft beroerd! Al heel wat, maar niet voldoende om door de paus heilig verklaard te worden. Het zijn moeilijke tijden, als je tegenwoordig heilig wilt worden. Vroeger was dat anders.
Zoals je tegenwoordig een beroep kiest en dokter, computerprogrammeur, stewardes of journalist wordt, zo kon je in de middeleeuwen besluiten om heilig te worden. Dat deed Lowie van Gonzaga. Paus Johannes Paulus II verklaarde kort geleden dat je er goed aan doet aan deze heilige een voorbeeld te nemen, hem na te volgen en je er aan te spiegelen.
Er is waarschijnlijk geen heilige, die zich wat geestelijke reinheid betreft, kan meten det Lowie. Hij bloosde reeds van schaamte als hij met zijn moeder (een vrouw) alleen was. De beschermheilige van de christelijke jeugd stond, zoals men dat modern zou zeggen 'stijf van heiligheid'. Zo zou deze heilige nooit een schoen of kous in iemands aanwezigheid hebben uitgetrokken, verklaarde zijn knecht onder ede: 'Om met zijn naakte voet geen zondige begeerte op te wekken'. De heilige bezat ongetwijfelt de fraaiste voeten en rankste enkels van Italie, anders zouden dit soort voorzorgsmaatregelen niet nodig zijn geweest. Op zeer jeugdige leeftijd gaf Lowie al blijk van een voorbeeldige zedigheid, die steeds meer moderne jongeren blijkt te inspireren. De oprechte heiligheid van Lowie blijkt uit het feit dat hij bij zijn allereerste biecht flauwviel van schaamte over de door hem begane pekelzonden. Op zijn twaalfde jaar, nog voor hij de satanische wellust en hitsigheid had ervaren, gebruikte hij al zijn vindingrijkheid om geen ogenblik met een vrouw alleen te zijn, zelfs niet met zijn moeder. Dit indachtig de wijze lessen van de heilige Paulus, die in 1 Korinthen schrijft dat de vrouw er is om zich te schamen over de door haar in de wereld gebrachte zonde. Want zonder de door de slang verleidde Eva bevonden wij ons in het aardse paradijs, vrij van erfzonde. Lowie liet door zijn verzaking van de vrouwelijke wellust de geile duivel knarsetanden. Wanneer er in gezelschap toch vrouwen aanwezig waren, bleef de heilige strak naar de grond kijken en bad hij onafgebroken tot de enige vrouw die zonder zonde was, de allerheiligste maagd Maria, om hem te verlossen van de wellust opwekkende aanwezigheid van vrouwen. Hierin streefde Lowie de allerhoogste graad van perfectie na: ook vrouwelijke dieren waren de aanblik van deze heilige onwaardig. Haast zijn hele korte leven liep deze heilige met gebogen hoofd. In 1585 deed Lowie afstand van zijn erfrecht en trad in bij de jezuïeten onder de naam Robertus Franciscus Romulus Bellarminus. In Rome volgde hij het noviciaat en studeerde hij theologie.
In de jaren 1589–1590 bemiddelde hij in een familievete tussen zijn vader en de hertog van Mantua. Bij de verpleging van pestlijders liep hij een besmetting op, waaraan hij stierf. In 1605 werd hij zalig, in 1726 heilig verklaard en in 1729 uitgeroepen tot patroon van de studerende jeugd. In MariaBode nr. 9 stond onderstaand verhaal over Sint Lowie:Eenmaal in het klooster dwongen zijn oversten, ongetwijfeld jaloers op de heiligheid van Lowie, hem met een hoge, stijve kraag te lopen. Dat deed de heilige, maar wel met de ogen zedig naar beneden gericht.
's Nachts geselde Lowie zichzelf, of liet hij zich door zijn mede-Jezuieten afranselen om op deze wijze de erecties veroorzakende duivel der wellust uit te bannen. Dat deed hij op zo'n geinspireerde wijze, dat zijn hemd 's ochtends stijf stond van het bloed. Ten alle tijden was hij bereid om voor andermans overtredingen gestraft te worden. Als dit volgens Lowie niet streng genoeg gebeurde, eistte hij meer slaag. Gedachtig het lijden van Christus wilde Lowie dagelijks minstens een flink pak ransel hebben. Daarom is een van de attributen van de patroon van de christelijke jeugd een zweep. Favoriete flagellatie van deze heilige was de 'disciplina secundum sub': op het zitvlak, onderlichaam, benen en lendenen. Hij wisselde deze zaligmakende activiteiten af met het geven van donderpreken op het Campo di Fiore in Rome. Het liefst had hij heel Rome in elkaar geramt als straf voor de zondige en wellustige uitspattingen die welig tierden in de eeuwige stad.
Als Lowie een trap op of af ging, bad hij op elke trede een 'weesgegroet Maria', of lag hij urenlang op zijn buik voor een crucifix. Hij ruilde voortdurend zijn kloostercel, tot hij werkelijk de allervuilste op de kop getikt had. In al zijn wijsheid greep God in om deze heilige naar de hemel te roepen.
Toen de pest in Rome uitbrak, werd ook Lowie slachtoffer. Hoge koortsen bonden hem aan het ziekbed. Zijn trage dood werd en bron van stichting voor al zijn medebroeders. Lowie smeekte hen, toen hij daar zelf te zwak voor was, hem dagelijks flink te zwepen. Op de avond van het octaaf van Sacramentsdag 1591 steeg deze reine Jezuietenziel, inspirerend voorbeeld voor de moderne christelijke jeugd, ten hemel, slechts 23 jaar oud. Onbegrijpelijk dat het nog 135 jaar moest duren, voordat paus Benedictus XIII hem heilig verklaarde. Op 21 juni vieren katholieke jongeren over de hele wereld het kerkelijke feest van Lowie van Gonzaga.

Sint Lucia () Feestdag In de 18de eeuw werd de heilige Lucia steeds populairder in ons land. Ze gold hier als beschermster tegen de rode loop, een gevaarlijke vorm van dysentrie. De abdij Kloosterrade was samen met de stad Ravenstein het centrum van haar cultus en bedevaartsoord voor Santa Lucia.

Sint Ludger ook Ludgerus of Liudger (Zuilen 742-Billerbeck 26 maart 809) Feestdag aartsbisdom Utrecht en bisdom Groningen 26 maart. Liudger was Fries van geboorte. Als hij op 11-jarige leeftijd in Zuilen bij Utrecht de stokoude Ierse monnik Bonifatius hoort preken, besluit Ludger missionaris te worden. Een jaar later, in 754, wordt Bonifatius met vijftig anderen in het Friese Dokkum vermoord. Ludger rond in Utrecht onder abt Gregorius zijn studie af. Vervolgens vinden we hem terug in de kloosterschool van het Engelse York, waar Alcuïnus hem tot diaken opleid. Ludger moet vluchten nadat een Hollands koopman een Engelsman in koelen bloede had vermoord. Nederlanders in Engeland die hun leven lief hadden, maakten dat ze wegkwamen. Ook Ludger, die in 774 in Nederland arriveert met een koffer vol boeken. Hij geeft les op de Utrechtse Domschool en op verzoek van Gregorius gaat hij naar Deventer om de kerk boven het graf van de heilige Lebuinus te herbouwen. In 777 reist hij naar Keulen waar hij datzelfde jaar priester wordt gewijd, waarna hij vol ijver Dokkum weer probeert te onderwerpen aan het christendom. De Saksen en Friezen moeten echter niets hebben van de godsdienst van de oprukkende christelijke Franken. Ludger vlucht voor de Saksische koning Widukind en verblijft twee jaar in het benedictijnenklooster van Monte Casino in Noord-Italië. Volgens de overlevering heeft hij hier ook Karel de Grote ontmoet. Wanneer Widukind zich Kerstmis 785 laat dopen keert Ludger terug. Scheiding van Kerk en Staat zijn ver te zoeken. Keizer Karel benoemd hem tot zijn zetbaas in de vijf gouwen ten oosten van de Louwerszee. Ludgers bekeringsdrift strekt zich tot het eiland Helgoland uit. Daar zou hij eens bij een adellijke dame onderdak hebben gevonden en terplekke de blinde zanger Bernleff hebben genezen. Als de bard het licht in de ogen terugheeft, bekeert hij zich tot het christendom. Moeilijker gaat het in zijn missiegebied Friesland aan toe. Als er opnieuwe een opstand is, vlucht Ludger naar het Duitse Werden. Daar sticht hij een benedictijnenklooster en wordt zelf de eerste abt wordt. Zijn koffer met uit Engeland megenomen boeken vormen er de basis van een bibliotheek. Karel de Grote vraagt Ludger om bisschop te worden van het bisdom Trier, maar de monnik weigert. Later wordt Ludger eerste bisschop van het nieuw te vormen bisdom Mimigerneford (het huidige Münster, met Groningen en de Achterhoek) en begint Ludger met de bouw van een kathedraal en monasterium, waarnaar later de stad Munster wordt genoemd. Op passiezondag in het jaar 809 preekt hij in de kerk in Billerbeck. Hij kondigd zin dood aan met de woorden dat hij de nacht niet zal overleven en hoopt dat zijn lichaam in Werden zal worden begraven. In de ochtend van 26 maart 809 sterft de 67-jarige Ludger. Zijn lichaam wordt overgebracht naar de Mariakapel in de kathedraal van Munster. Ludger wordt een volle maand opgesteld ´zonder dat er bederf optradt´. Pas dan wordt het lichaam van de laatste Nederlandse missionaris begraven in de abdij van het Duitse Werden bij Essen. Tot op de dag van vandaag worden daar zijn relieken bewaard en vereerd.. Ludger is patroonheilige van Balk, Essen en Münster.
Met dank aan Marcel Zijlstra. Litt.: David Hugh Farmer, The Oxford Dictionary of Saints. Oxford 1992, s.v.; p416 II heilige jaar rond/1486 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*76 Appendix Misboek Dominikanen/zie Ludger.

Luttenberg in het Overijsselse Vechtdalgebied. Het dorpje Luttenberg aan de voet van de Sallandse Heuvelrug werd ooit bekend als de bakermat van het Duo Höllenboer, dat in de jaren 90 van de vorige eeuw een hit scoorde met het lied 'Busje komt zo'. Katholieken komen naar Luttenberg vanwege de replica van de Lourdesgrot. Geïnspireerd op het origineel in de Zuidfranse bedevaartsplaats werd deze grot in 1915 opgetrokken uit gaas, steen en cement. Een speciaal aangelegd processiepad voert naar de Lourdesgrot.

Luyksgestel Op Sacramentstzondag (*29 juni 2003) heeft in Luyksgestel de traditionele jaarlijkse Sacramentsprocessie plaats, die wordt voorafgegaan door een H. Mis om 10 uur. Daarna begeeft zich de stoet met het H. Sacrament gedragen door de plaatselijke pastoor met de Harmonie, gildebroeders, koor, ruiters te paard, scoutinggroep etc. door de straten van Luyksgestel naar het rustaltaar bij de Kruiskapel. Info: Pauline Jansen tel. 0031 497 542145 gsm 0031 65389 3023.

INDEX

Ontbreekt er informatie? Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse Heiligen mededelingenboard weten.

Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN 90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden RKBN 2002-9302

Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).

All sites © Mohamed el-Fers


HOME