|
Sint Jacob, Jop, Jacco, Joapik, Yacub of Jacobus
(ca. 42) Feestdag 25 juli. Sint Jacob was een van de drie
favoriete apostelen van Jezus. Jacob werd volgens het Nieuwe
Testament in Palestina onthoofd. Tot 600 werd zijn graf
in Jeruzalem vereerd, tot in ca. 900 een nieuwe graf van
Jacob wordt ontdekt in de Noordwestelijke uithoek van Spanje.
Santiago de Compostela (Sint Jacob van het Sterrenveld)
wordt door het bezit van dit graf de belangrijkste katholieke
bedevaartplaats na Rome en Jeruzalem. Jacob wordt in Spanje
de machtige schutspatroon in de strijd tegen de islam. Als
Satiago Matamoros (Jacob de Morenslachter) verschijnt hij
op de wolken om de ´strijd tegen de Marokkaanse heidenen´
aan te voeren. Later zouden de Spaanse soldaten op verovering
in Latijns Amerika de heilige Jacob ook daar op de wolken
zien verschijnen en in dit werelddeel zou hij onder de katholieken
naam maken als ´Sint Jacob de Indianendoder´. Op de eerste
zaterdag na Sunt Joapik wordt in het Overijsselse Raalte
de Roggemaaiersdag gehouden. Veel plaatsen en kapellen in
Nederland met de naam van Jacobus hebben meestal een rol
gespeeld in de bedevaart naar Santiago. De plaats Sint Jacobiparochie
in het Friese Het Bildt is vernoemd naar de heilige Jacob.
Met dank aan Marcel Zijlstra, Litt.: Pius Parsch, Het jaar
des Heren [1942] 3de druk, deel III, 452.
Sint Jacobus Lacops (geb. 1541-vermoord op 9 juli
1572). Feestdag 9 juli. Zie de de 19 martelaren van Gorkum.
Jan Roothaan, ook Giovanni d'Amsterdam, Padre Juan,
Ioannis, Johann Philip, Johannes Philippus Roothaan s.j.
(Amsterdam 23 november 1785-Rome 8 mei 1853). Amsterdamse
jezuiet en volksmissionaris.
Jan Roothaan was op 23 november, 1785 als jongste van de
drie zonen van de chirurg Matthias Egbert Roothaan en Maria
Angela ter Horst in Amsterdam geboren. Zijn vader kwam uit
Frankfurt am Main en was in Nederland tot het katholisisme
bekeerd. Jan was misdienaar van de Amsterdamse Krijtberg
en doorloopt met glans de Latijnse School en het vierjarige
Athenaeum Illustre onder leiding van de Latinist Jakob van
Lennep. Jan trad op 30 juni 1804 tot de jezuieten toe. Zijn
noviciaat brengt hij in het toenmalige Russischen Dünaburg
door. Hij blinkt hij uit in ijver, ootmoed en bescheidenheid.
Soms bezorgt een al te groot besef van zijn eigen geringheid
hem een periode van depressiviteit. Jan werd in 1806 voor
drie jaar leraar aan het Gymnasium van Dünaburg. En
studeerd aansluitend vanaf 1809 filosofie en theologie aan
de jezuietenacademie in Polozk Hier wordt Jan het leven
zuur gemaakt door drie medestudenten. die hem zwaar beledigen.
Jan weet zich met deze vorm van lijden niet goed raad en
vraagt het zijn geestelijk leidsman. Deze, pater Hochbilder,
troost Jan weliswaar, maar voorspelt hem ook dat hij voorbestemd
is eens generaal-overste van de orde te worden. En voor
die taak, zo stelt Jans biechtvader, moet hij voorbereid
zijn op nog veel meer beledigingen en vervolgingen. Zeer
aangedaan door de voorspellingen - die ook letterlijk vervuld
zullen worden - stelt Jan Roothaan een gebed op "voor
hen die mij leed doen" en neemt zich voor dit iedere
dag voor zijn kruisbeeld te bidden. Daarin vraagt hij Jezus
allen die hem "op welke wijze ook, last veroorzaken
of ooit veroorzaakt hebben, met de kostbaarste gaven en
genaden wilt overladen." en "al de kwellingen
die mijn vervolgers mij kunnen aandoen" offert hij
"in vereniging met de kwellingen van uw allerheiligst
Hart" op. Wat Johannes Philippus Roothaan s.j. allemaal
moet meemaken, hij is altijd in staat zijn martelaren, ondanks
alles, te vergeven, Dit in zijn innerlijke drang tot het
navolgen van het lijden van Christus, met name in de Goede
Week.
Na zijn priesterwijding in 1812 volgt zijn benoeming tot
professor in de rhetoriek aan het jezuietencollege in Pusza,
en vanaf 1816 te Orscha. De uitwijzing van de jezuieten
in Rusland in maart 1820 dwong Jan Rothaan tot een reis
door Oostenrijk en Italië, tot hij een benoeming tot
prof in de rhetoriek krijgt in het Zitserse Brig, waar hij
tevens plaatsvervangens viceprovinciaal en provinciaal-consultor
was. Na een bezoek aan Amsterdam werd hij rector van het
nieuw-gestichte jezuieten-college in Turijn. In 1823 wordt
Jan leider van het door koning Alberto Felix gestichtte
`College van de Provincie' in Rome. In datzelfde jaar sterft
Generaal-Overste Fortis en wordt Jan Rothaan gekozen als
opvolger van Sint Ignaas (Ignatius de Loyola 1541-1556)
als 21ste Opperhoofd van de jezuieten, residerend in het
paleis naast de grafkerk van Sint Ignaas te Rome. Jan sprak
vloeiend Pools, Frans en Hebreeuws en schreef een nieuwe
editie van Sint Ignatius Oefeningen. Onder zijn leiding
groeit het aantal jezuieten tot 5000. Toch waren het geen
gemakkelijke tijden voor de jezuieten. Na Rusland wordt
ook in Spanje, Portugal en Frankrijk de vervolging ingezet.
In 1847 volgen Zwitserland en in 1852 het Noord Italiaanse
Piemonte waar de jezuieten worden uitgewezen. Tijdens de
Revolutie van 1848 ontvluchten zowel Jan Rothaan als paus
Pius IX Rome en Vatikaan. Tijdens deze verdrijving bezoekt
Jan jezuietenordes in België, Holland, Engeland en
Maynooth in Ierland. In januari 1850 kon Jan weer naar zijn
residentie bij de Gesù in Rome terugkeren. Hij stierf
na een zware ziekte op 8 juni 1853 te Rome. In 1927 werd
zijn Zaligverklaringsproces aangemeld. Hetgeen nog niet
is afgerond.
Litt.: A. Neu, Johann Philipp Roothaan, der bedeutendste
Jesuitengeneral neuerer Zeit, Freiburg i. Br. 1928; R. G.
North, The General who rebuilt the Jesuits, Milwaukee 1944;
J. Witlox, Pater Jan Philip Roothaan. De eerste `heilige'
amsterdammer?, in: Varia historica ('s-Hertogenbosch 1936),
379-390; Catholic Encyclopedia, 1913 ed., XIII:182-3; B.
van Meurs, De dienaar Gods Johannes Roothaan, in: Met de
heiligen het jaar rond, Bd. 2, Hasselt 1949, 164-168; Albers,
P., De hoogeerwaarde pater Joannes Philippis Roothaan, XXI
generaal der Societeit van Jezus, en de voornaamste lotgevallen
zijner orde. 's-Gravenhage 1912, 2 dln.
Sint Jan van Ruysbroeck, ook Johannes van Ruusbroeck
(1293-1382) Feestdag 2 december. Stichter van de Broeders
van het gemene leven Geert Grote. Jan van Ruysbroeck was
de grootse der Vlaamse mystici, die tal van werken op zijn
naam heeft staan. Hij werd geboren in 1293 in het dorpje
Ruysbroeck of Ruusbroeck tussen Brussel en Hal, en spendeerde
zijn hele leven in zijn geboorteprovincie Brabant. Op elfjarige
leeftijd liep hij van huis weg naar Brussel, waar hij werd
opgevangen door zijn oom Jan Hinckaert, kanunnik aan de
St Goedele-kathedraal. Hinckaert, een diepvroom man, woonde
samen met een ander zeer vrome priester, Franciscus van
Coudenberg. Deze twee geestelijken naamde de knaap op in
hun huiis en trainde de jongen in theologie en filosofie.
In 1317 werd Jan gewijd en kreeg dankzij de invloed van
zijn oom een positie in de Sint Goedele, welke hij 26 jaar
zou bezetten. Tot op latere leeftijd woonde Ruysbroeck in
Brussels, naast zijn verplichtingen als kathedraal-kapelaan
schreef hij hier enkele van zijn vroegste werken. In 1343,
op 50 jarige leeftijd, verliet hij samen met de inmiddels
hoogbejaarde Hinckaert en Coudenberg Brussel voor de oude
kloosterkluis van Groenendael in het Soignesbos buiten Brussel.
Daar werd een kleine kloostergemeenschap begonnen, die later
onder de regels van de Augustijnen werd geplaats. Coudenberg
werd de provoost en Ruysbroeck prior. Op 88-jarige leeftijd
stierf Ruysbroeck te Groenendael op 2 december 1381.
ASBECK, M. D. La Mystique de Ruysbroeck
l'Admirable. Un Echo du Neoplatonisme au XIVe
siècle. Paris, 1930.
Sint Januarius (gest. 305) ook San Genaio, Genai, Januraio
feestdag 19 september.
Voor het Calvinisme Nederland veroverde, ook hier
een populaire volksheilige, vooral aangeroepen
voor bescherming tegen wilde dieren. Tegenwoordig
is hij een van de laatste mirakelsinten van de
katholieke kerk die het nog doen.
"Bloedwonder met lichte vertraging
opgetreden" meldde de Duitse Katholie Nieuws
Agentuur (KNA) op 2 mei 1999 over het bloedwonder
van Sint Januarius.
Het verhaal over zijn leven van deze heilige
martelaar en bisschop hangt van onzekerheden aan
elkaar. Van Januarius zijn de overleveringen vele
eeuwen later op schrift gesteld.
Een een zekere Januarius zou samen met vijf
andere christenen in het jaar 305 door keizer
Diocletianus is onthoofd. En dan nam er 37 jaar
later (342) een Januarius, bisschop van
Beneventum, deel aan het Concilie van Sardica.
Hoewel er wat rooms passen en meten aan aan te
pas kwam, wist de katholieke kerk deze twee tot
één heilige te smeden: Januarius. Vanaf de
vijfde eeuw kende men al de verering van het
gebeente van Sint Januarius in Zuid Italië.
Alleen zijn hoofd blijft in Napels wanneer in de
negende eeuw de rest van het lichaam naar
Beneventum wordt overgebracht.
Eén van de vele overleveringen vertelt hoe
Januarius vanwege zijn geloof zou zijn
veroordeeld ´tot de vuuroven´. Zoals het hoort
lieten de vlammen hem en zijn vijf christelijke
vrienden ongemoeid. Daarop zouden ´de wilde
beesten´ op deze katholieken broeders zijn
losgelaten. De leeuwen hebben totaal geen
belangstelling voor een christenvlees. Ook de
mannen onthoofden mislukt in eesrte instantie.
God grijpt in en maakt de beul op slag blind.
Januarius geneest hem echter, maar stank voor
dank: de zes worden alsnog onthoofd.
Het bloed dat uit het hoofd van Januarius spoot,
zou tijdens deze gebeurtenis zijn opgevangen. Van
de ampullen met bloed werd in 1389 voor het eerst
melding gemaakt. In dat jaar plaatst de bisschop,
voorafgaande aan de mis, twee flesjes bloed van
Januarius voor de zilveren reliekhouder met het
hoofd van de heilige.
Dit zou zijn gebeurd op de zterdag voor de eerste
zondag van mei. Sinds die tijd wordt dit gestolde
bloed drie keer per jaar vloeibaar. Behalve
indien gevaar de Napolitanen bedreigd. Driemaal
per jaar - op de zaterdag voor de eerste zondag
in mei, op 19 september en 16 december - komen de
gelovigen bijeen om getuige te zijn van het
bloedwonder. De bisschop plaatst een reliekhouder
met daarin hermetisch afgesloten, achter
dubbeldik glas, twee ampullen bloed voor een
zilveren buste met het hoofd van Januarius. In
het kleinste van de twee flesjes zitten sporen
van bloed, in de grootste van de twee zit
ondoorzichtig gedroogd bloed. In de daarop
volgende mis, maar vaak ook pas in het octaaf
(acht dagen) daarop volgend, wordt het bloed
vloeibaar. Soms rustig, Maar soms bruist het
bloed dusdanig, dat het niet droog blijft. Dat
gebeurde in 1497, toen de botten van de heiligen
na een verblijf van zeshonderd jaar in Beneventum
weer naar de kathedraal van Napels terug werden
gebracht. en het bloed in de ampul wild bruisend
de stop van de ampul deed knallen.
Soms wil het bloed niet vloeien. Dit wordt door
de Napolitanen gezien als een slecht voorteken.
Dan vult te kerk zich met jammerklachten.
Rampspoed kondigt zich aan.
Op 16 december 1631 liggen duizenden Napoletanen
geknield voor de relikwieën. De vulkaan Vesuvius
roerde zich hevig, maar hoe intens men ook bad,
het bloed bleef stijf. Volgens het bisschoppelijk
verslag van dit wonder zou de uitbarstingen haar
hoogtepunt hebben bereikt, als het bloed gaat
vloeien en de Vesuvius plotsklaps stil wordt. De
redding van de stad wordt aan het persoonlijk
ingrijpen van San Genaio toegeschreven.
Napoletanen geloven ook dat de zware aardbeving
van 1976 het directe gevolg was van het niet
vloeibaar worden van het bloed op in mei van dat
jaar.
Sint Jeroen van Noordwijk (Gest. 856) ook Gerun,
Jerom,
Feestdag bisdom Rotterdam 17 augustus.
"Sint Jeroen van Noordwijk...maak de armen even
rijk" zong men in de middeleeuwen. Hij gold als
patroon voor de terugkeer van verloren gegane zaken. Jeroen
was een Schotse adellijke knaap die
naar ons land kwam om als missionaris te werken in
het nog jonge graafschap Holland. Hoewel Gerulf, graaf van
Kennemer- en Rijnland, in naam heerst, trekken keer op keer
de Noormannen plunderend ons land binnen. Nadat ze in het
jaar 856 in Egmond de kapel van Sint Adelbert hadden verwoest,
zakten de Vikingen naar het zuiden af en vergrijpen zich
aan het dorp Noordwijk. De vrouwen en jonge knapen worden
brutaal verkracht en verjaagd. Sint Jeroen geniet bijzondere
belangstelling van de Noormannen. De Noormannen willen dat Jeroen het altaargoud
aan hen geeft. Jeroen denkt
er niet over. Hij wordt vastgebonden en gemarteld. Als het
de Skandinaviërs duidelijk is dat hij ondanks voortdurende
afstraffingen en pijnigingen niet van plan is te vertellen
waar hij het kerkgoud heeft verstopt, wordt de jonge priester
voor de laatste keer ontzettend afgeranselt. Als hij dan
nog in zijn weigering volhard, wordt hij met een zwaard
gedood. Nadat de Noormannen zijn vertrokken wordt hij te Noordwijk begraven. Een eeuw later, tijdens
de regering van graaf Dirk II in het jaar 955, heeft
de Noordwijkse boer Nothbodo een visoen. De tot dan toe
onbekende Sint Jeroen wijst de plaats van zijn verloren
gewaande graf. Nadat dit op aanwijzing van Nothbodo in aanwezigheid
van Graaf Dirk II 'de vrome' en bisschop Balderik van Utrecht
wordt geopend, stroomt de 'allerzoetste geur hen tegemoet
uit het gebeente van de martelaar'. Inplaats van ter plekke
een kerk te bouwen over het graf, blijkt Jeroen in een visoen
te hebben gevraagd zijn botten naar Egmond over te brengen
om nabij de toen waanzinnig populaire Sint Adelbert te begrafen.
Nog diezelfde dag trekt de vrome graaf met de bisschop in
feestelijke processie over het strand van Noordwijk naar
de 42 km noordelijker liggende Benedictijner abdij in Egmond.
De oorsprong van de middeleeuwse Jeroensprocessie. In Egmond
omhult een kostbaar schrijn de botten van Sint Jeroen. Jeroen
zou overigen nog een wonder wrokken voor boer
Nothbodo als zijn drie hengsten gestolen worden. Hij ondernam
een zoektocht in de bossen en bleef slapen bij de plek waar
Jeroen eens verscheen. In een nieuwe verschijning wees Jeroen
de plaats, waar de dieven de paarden hadden vastgebonden.
Al lang vóór Antonius van Padua werd Sint Jeroen aangeroepen
als patroon van verloren zaken.
Sint Jeroen uit Noordwijk was in de middeleeuwen
dan ook een populaire heilige in Kennermerland. Traditioneel
afgebeeld in priesterlijke kleding met een zwaard en een
valk in de hand. Het zwaard duidt op zijn marteldood. De
valk verwijst naar zijn adellijke afkomst: de valkenjacht
was het voorrecht van de adel.
De relieken van Jeroen zijn tot in
de zestiende eeuw te Egmond vereerd. Nadat de protestanten
de Abdij hadden verwoest maakten de relieken van deze populaire
volksheilige de nodige omzwervingen. In 1892 kwamen ze grotendeels
weer in Noordwijk terecht, waar het gebeente kan worden
vereerd in de Sint Jeroenkerk aan de Van Limburg
Stirumstraat 24.
1460 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*59 Appendix Misboek
Dominikanen/Jaar rond /Met de heiligen het jaar rond deel
II 153.
Jezus van Nazareth, eigenlijke naam Joshua ben Meryam
(ca 7vChr-Goede Vrijdag 28nChr)
feestdag 25 december.
Er zijn slechts weinig historische feiten bekend over deze
uit Palestina afkomstige joodse rabbi. Hij zou zijn geboren
in Bethlehem en zijn veroordeeld door de Romeinse stadhouder
Pontius Pilatus (wegens weigering het gezag van de Romeinse
Keizer te erkennen). Pas veel later groeide Joshua ben Meryam
uit tot hoofdfiguur van het Christendom. Dit vooral dankzij
promotie door de joods-romeinse vrouwenhater Saulus, die
Jezus alleen kende uit een hallucinatie en zich vervolgens
Paulus ging noemen. Dankzij zijn invloed werd Jezus uitgeroepen
tot Zoon van God en de vermeende (door de joden verwachtte)
Mosiagh, Messias, ofwel Christos, "gezalfde" in
het Grieks. Hij zou uitgroeien tot de hoofdheilige en (in
naam) stichter van de godsdienst worden genoemd die ruim
10 eeuwen de Nederlanden domineerde.
De eerste twee eeuwen werd Jezus slechts door symbolen weergegeven:
een kandelaar, een kruis, een schip, een wijnrank, een adelaar,
een lam, een pelikaan, een vis. Dit had te maken met het
verbod op afbeeldingen van het goddelijke dat men van de
joodse traditie had overgenomen. Vanaf de derde eeuw brak
men definief met de oorsprong van de godsdienst en werd
Christus naar de heidense traditie, net als de god Mercurius
als herder afgebeeld. Een van de oudst overgebleven afbeeldingen
van Jezus is die op de 'grafkapel van de Iulii' onder de
Sint Pieter: Christus als menner van de zonnewagen. Die
hij blijkbaar even van de van oorsprong Perzische God Mythras
had geleend.
Nadat het christendom in het Romeinse rijk door keizer Theodosius
in 380 tot staatsgodsdienst was verheven werden afbeeldingen
van Christus steeds meer gezien als echte portretten die
via goddelijke inspiratie of ingreep van engelen tot stand
waren gekomen. Van sommige werd zelfs beweerd dat ze uit
de tijd van Jezus stamden. Dat geldt met name voor het 'doek
van Veronica' dat in de twaalfde eeuw werd 'gevonden' en
daarna in het Vaticaan werd bewaard, tot het in 1527 teloorging
bij de plundering van Rome. Het doek vormde een bron van
inspiratie voor generaties kunstenaars, met name in Italië.
Zo schijnt de Jezusfiguur van Michaelangelo's Piéta hetzelfde
langwerpige gezicht, de delicate trekken en lichtgekrulde
baard te hebben als die van het vernielde Veronica-doek.
Dat gevoelige element heeft ook de Bespotte Christus van
Hieronymus Bosch (1490-1500).
In maart 2001 claimde de Britse BBC er na 20 eeuwen er in
geslaagd te zijn de fysionomie van Jezus bijna levensecht
weer te kunnen geven. Dat gebeurde in de driedelige tv-serie
'De Zoon van God' die prime-time via BBC 1 werd uitgezonden.
In de serie zet men niet alleen vraagtekens bij het verraad
van Judas -hij zou alleen een ontmoeting met Pilatus hebben
willen arrangeren- maar ook bij het 'bloed zweten' van Jezus
aan het kruis. Dat heet een fysiologisch verschijnsel te
zijn, wat wel vaker voorkomt bij angstige terdood veroordeelden,
bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. Hoogtepunt was voor
velen het BBC-portret van Joshua ben Meryam. Het wijkt sterk
af van de Jezusconterfeitsels zoals die in de loop der eeuwen
via de Zweetdoek van Veronica en Europese kunst tot ons
kwamen. Volgens experts staat zelfs het gelaat dat de lijkwade
van Turijn laat zien, ver af van het echte gezicht van de
jood Jezus.
De BBC-Jezus lijkt eerder op een Palestijnse Arabier: donker
van huid, bruine ogen, kortgeknipte baard en krullend haar
en een prominente neus. In niets leek hij op de aristocratische,
langharige, blauwogige en slanke persoonlijkheid van de
zo bekende Italiaanse afbeeldingen. Voor het fysieke beeld
dat de BBC van Jezus schetst, maakte Robert Neave, forensisch
reconstructie-expert van de universiteit van Manchester,
gebruik van een schedel die de Israëlische archeoloog Joe
Zygas heeft geselecteerd uit een reeks skeletten die bij
graafwerkzaamheden in Jeruzalem naar boven kwamen. Ze lagen
op een begraafplaats uit de eerste eeuw, de tijd van Jezus.
Zygas koos na lang onderzoek een schedel die het meest exemplarisch
was. Aan de hand daarvan reconstrueerde Neave de vorm van
het gezicht, een techniek die men vaak bij dit soort historisch
onderzoek toepast. Wat de baard en het hoofdhaar betreft
richtte men zich op fresco's uit de derde eeuw die in Irak
zijn gevonden en Christus afbeelden. Voor de gelaatskleur
baseerden de makers van de serie zich op wat er bekend is
over het klimaat uit Jezus' tijd. Met behulp van dezelfde
computertechniek die men toepaste bij de veelgeprezen maar
ook bekritiseerde BBC-serie 'Walking with Dinosaurs', heeft
men een Jezusbeeld gecreëerd dat experts 'zeer interessant'
noemen. Al gaan er in kringen van theologen en kerkleiders
voorspelbaar bezorgde stemmen op. Volgens producent Jean
Claude Bragard is de reconstructie 'de meest authentieke
gelijkenis met het gezicht van Jezus', ,,wat niet wil zeggen
dat hij er precies zo heeft uitgezien. Daartoe zouden we
zijn schedel moeten hebben. Die is natuurlijk, zoals het
verhaal wil, met het lichaam ten hemel gevaren.
Sint Joanna van Randenraedt
De jezuietenklop Joanna van Randenraedt had in
1637 van het Roermondse mirakelbeeld van Onze
Lieve Vrouw in 't Zand gedaan gekregen dat ze
Frederik Hendrik zijn belegering van de stad liet
opheffen. Toen in 1683 de Turkse troepen Wenen
belegerde, was Joanna van Randenraedt klaar voor
het grotere werk: geknield voor het beeld kreeg
de klop een visioen: OLV in ´t Zand moest in
grootse processie naar de Roermondse kathedraal
worden gebracht op Maria Geboorte (8 september).
Aldus geschiedde. Op 12 september verteld het
beeld de mystica dat de Turken zijn verslagen.
Enkele dagen later brengen de keizerlijke troepen
het nieuws. De overwinning zou precies op het
tijdstip van Joanna's visioen hebben
plaatsgevonden. Zie ook Roermond.
Sint Joannes Agnus, ook Johannes van het Lam of
Jan Lam (gest 646) feestdag 25 juli, vroeger op de zaterdag
voor de derde zondag na pinksteren. Joannes, bijgenaamd
Agnus (het lam) is een van de heiligen wier relieken zich
in de Maastrichtse Sint Servaaskerk bevinden in de collectie
heilige bisschoppen van Maastricht. Deze zevende-eeuwse
bisschop van Maastricht werd op wonderbaarlijke wijze zijn
uitverkiezing tot bisschop meegedeeld: hij stak zijn stok
in de grond, waarop deze wortel en tak schoot en vruchten
voortbracht. Als wandelstok was het ding niet meer te gebruiken.
Met dank aan Marcel Zijlstra. Litt. C.Dereine, Les chanoines
ruguliers au diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952);
Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983); Missale Romanum,
volledige latijns-nederlandse uitgave 1430; p38 G.J. van
Setten, De santenkraam der Roomse kerk; J.J.M. Timmers,
Symboliek en iconografie, Roermond-Maaseik 1947, s. 2115
Sint Johannes de Doper , ook Jan Baptist (gest ca.
31) Feestdag 24 juni. St.-Jan is was een neef van Jezus;
kort nadat Jezus' moeder Maria was zwanger geraakt, ging
zij bij haar nicht Elisabeth op bezoek, die op haar beurt
weer zwanger was van Johannes. Johannes preekte en doopte
voordat Jezus dat ging doen en wordt dan ook wel de voorloper
genoemd. Hij werd door Herodes gearresteerd en op verzoek
van diens dochter onthoofd.
De oudste traditie wil dat Sint Jan in Sebaste (Samaria)
zou zijn begraven. Als hij inderdaad, zoals Josephus beweerd,
in Machaerus zou zijn onthoofd, is het vreemd waarom hij
zo ver van het Herodiaanse fort werd begraven. Hoewel het
natuurlijk mogelijk blijft dat zijn overschot later naar
Sebaste werd gebracht. Hoe dan ook, zijn tombe werd daar
rond het midden van de 4de eeuw vereerd. Dit volgens het
verslag van Rufinus en Theodoretus. De auteuren voegen toe
dat de schrijn onder Juliaan de Apostaat (ca. 362) was ontheiligd
en het gebeente deels verbrand. Een deel van de geredde
relieken werden via Jerusalem naar Alexandria gebracht en
daar op 27 mei 395 in de grote basilica op de plek van de
ooit zo beroemde tempel van Serapis. De tombe in Sebaste
bleef tevens pelgrims trekken en wonderen plaats hebben.
Andere hoofden en delen daarvan vonden hun weg naar tal
van heiligdommen over de hele christelijke wereld. Het oudst
bekende exemplaar is het door de moeder van keizer Konstantijn
uit Jerusalem meegenomen exemplaar en ligt nu in een vitrine
van het Topkapi-museum van Istanbul. Het was het topstuk
van het Patriarchaat van Antiochië (Antakya), tot keizer
Theodosius het later liet overbrengen naar Constantinopel..
Ten tijde van Pippin, koning van de Aquitaine, kwam er plotseling
een nieuw hoofd van Johannes de Doper aan. Het zou vanuit
Alexandria op een schip zijn meegenomen door een zekere
Felix. Als Pippin tijdens een slag tegen de Vandalen met
dit reliek zijn gestorven soldaten aanraakt, komen zij allen
weer tot leven, volgens dit verhaal. Hoewel Pippin niet
leefde in de tijd van de Vandalen. Andere Aquitainse liturgische
boeken maken melding dat Het Hoofd na een aanwijzende droom
eerst door twee monniken was ontdekt.
In 1016 kwam er weer een hoofd bij. Ontdekt door de monniken
van Saint-Jean-d'Angély in de grond voor het altaar
van de basiliek van Angèly. Dat er al elders hoofden
van Sint Johanned de Doper werden vereerd maakte blijkbaar
weinig uit. Willem, hertog van Aquitaine plaatst het hoofd
in een zilveren vessel met het opschrift "Hier ligt
het hoofd van de heraut van de Heer." Er zijn nogal
wat plaatsen die claimen dan wel het hele hoofd danwel een
deel daarvan in hun bezit te hebben. Naast het relikwie
van Istanbul, dat rechtstreeks uit de verzameling van de
Byzantijnse Keizers kwam, wordt het Hoogheilig Hoofd ook
vereerd in Maastricht, de Franse steden Amiens, Nemours
en St-Jean d'Angeli en in de kerk van San Silvestro in Capite
te Rome.
Sint Jan is patroon van de ziekenverplegers en wordt aangeroepen
tegen hoofdpijn, stuipen en blikseminslag.
De kerk integreerde met succes voorchristelijk symboliek
in het zomerfeest van St. Jan. Na processie of ommegangen
volgden de Sint-Jansvuren en werd er met brandende wielen
door de velden gereden. De brandende wielen van bergen afrollen
op Sint Jansnacht is in veel landen met bergen bekend. Jonge
meiden hingen op deze dag de Sint-Janstrossen op omdat ze
zo een goede man zouden krijgen tijdens het Sint-Jansnachtdansen.
Plaatsen als Sint Jansklooster in de Overijselse gemeente
Brederwiede, Sint Jansteen bij het Zeeuwse Hulst en Sintjohannesga
in het Friese Haskerland zijn vernoemd naar sint Jan, al
is het niet altijd duidelijk of niet Sint Jan de Evangelist
(feestdag 27 december, gest. ca. 100) of en van de andere
heiligen met dezelfde naam bedoeld wordt.
Met dank aan Marcel Zijlstra, Litt.: Lucas 1: 39-45, Lucas1:57-66;
Lucas 3:1-22; Matteüs 14:1-12.
Sint Johannes van Hoornaert, ook van Keulen, ook
Jean de Cologne (geb. datum onbekend-vermoord op 9 juli
1572). Feestdag 9 juli. Zie de de 19 martelaren van Gorkum.
Sint Johannes Lenaerts van Oisterwijk (geb. 1504-vermoord
op 9 juli 1572). Feestdag 9 juli. De plaats Sint Joost in
de Limburgse gemeente Echt is vernoemd naar deze sint Jan.
Zie de de 19 martelaren van Gorkum.
Sint Jozef (ca 40vChr-ca 20 nChr) Hoogfeestdag 19
maart, feestdag 1 mei. Voor de katholieken was hij de (pleeg)vader
van de Zoon van God. Radeloos zal Jozef geweest zijn zijn
verloofde zwanger werd van een kind dat de zijne niet was.
In een droom verschijnt hem een engel. Hij mag Maria niet
in stilte verlaten, maar moet haar tot zijn vrouw nemen,
want het kind in haar schoot zou de langverwachte messias
zijn. Met de hoogzwangere Maria gaat hij naar Bethlehem
voor een volkstelling. Terwijl de geboorte nabij is, is
er geen plaats in de stad. In een grot vinden ze onderdak
en wordt het kind geboren. Herders en koningen kwamen eer
bewijzen en de oude Simeon voorspelt in de tempel het lijden
van hun kind. Dan verschijnt weer een engel. Ze moeten vluchten:
koning Herodes wil Jezus doden. Gehaast neemt hij met zijn
gezin de vlucht naar Egypte. Daar blijven ze tot de engel
weer verschijnt en zegt dat ze naar huis kunnen omdat Herodes
dood is. In Nazareth zal Jezus opgroeien en het timmeren
leren. Nog eenmaal horen we van Jozef wanneer Maria en hij
Jezus kwijt zijn op de terugreis van Jeruzalem. Daarna wordt
er in het Nieuwe Testament met geen woord meer over de heiligste
aller huisvaders gesproken. Zie ook Smakt.
Sint Jozef van Copertino, ook Giuseppe da Copertino
(17 juni 1603-18 september 1663) Zaligverklaard door paus
Benedikt XIV op 24 februari 1753 en heilig verklaard door
Clement XIII op 16 juli 1767. Jozef van Copertino was ook
in de Nederlanden een uiterst populaire heilige, hoewel
hij rust onder de beroemde mozaiekvloer van de Dom van Osimo
in de Italiaanse provincie Ancona. Zeker een van de beroemdste
mozaieken is uit de middeleeuwen, maar is er verder weinig
dat in deze oude kerk van Sint Franciscus herinnert aan
haar Romaanse verleden. Alles is bedolven onder uitingen
van extreme Barok om de latere reincarnatie te vieren als
heiligdom van de belangrijkste zwever in de christelijke
geschiedenis: Jozef van Copertino. De cripte van het heiligdom
´in cui oggi il suo glorioso corpo è venerato dai fedeli´
(waar heden zijn glorieuze lichaam wordt vereerd door de
gelovigen) werd geconstrueerd in 1963 ter gelegenheid van
het derde eeuwfeest van de dood van de heilige. Er zijn
tal van verslagen dat hij van de grond loskwam tijdens zijn
gebeden. Aangezien Jozef geestelijk gehandicapt was, verloor
hij controle over zijn zweefneigingen als hij in gebed ging.
Het verstoorde de concentratie van anderen monnikken. Dus
moest hij zijn gebeden alleen verrichten. Zijn zweefpartijen
boven het altaar maakte hem onmiddelijk beroemd in de wijde
omtrek. Jozef van Copertino kon tevens middels geesteskracht
zware stenen en balken te verplaatsen gedurende de verbouwing
van deze kerk. San Giuseppe da Copertino werd patroon voor
studenten die examen moesten doen en, dankzij zijn opmerkelijke
zweefpartijen, beschermheilige van de piloten. Omstreden
is dat Giuseppe da Copertino in de zeventiger jaren door
katholieke jongeren in Turijn werd uitgeroepen tot patroon
van de drugsgebruikers. Deze aanbeveling werd door de officiele
instanties genegeert. Het waren dezelde instanties die Jozef
wel uitriepen tot beschermheilige voor de milleniumviering
van het jaar 2000. On-line (in het Italiaans) met het heiligdom
van sint Jozef van Copertino: http://osimo.imar.net/gicom/basilic.htm
Sint Juliana (1270-1341) Feestdag 19 juni De naamheilige
van de vroegere koningin en moeder van Beatrix is Sint Juliana
Falconieri uit Florence, de diepvrome stichtster van de
nonnenorde der Servieten. De plaats Julianadorp bij Den
Helder is niet vernoemd naar sint Juul.
INDEX
Ontbreekt er informatie?
Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse
Heiligen mededelingenboard weten.
Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden
en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN
90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs
Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en
drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden
RKBN 2002-8230
Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak
Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke
opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist
en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).
All sites © Mohamed el-Fers
|