Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Ga naar alle Geiligen!

Deel J - Overige Nederlandse heiligen

Sint Jacob, Jop, Jacco, Joapik, Yacub of Jacobus (ca. 42) Feestdag 25 juli. Sint Jacob was een van de drie favoriete apostelen van Jezus. Jacob werd volgens het Nieuwe Testament in Palestina onthoofd. Tot 600 werd zijn graf in Jeruzalem vereerd, tot in ca. 900 een nieuwe graf van Jacob wordt ontdekt in de Noordwestelijke uithoek van Spanje. Santiago de Compostela (Sint Jacob van het Sterrenveld) wordt door het bezit van dit graf de belangrijkste katholieke bedevaartplaats na Rome en Jeruzalem. Jacob wordt in Spanje de machtige schutspatroon in de strijd tegen de islam. Als Satiago Matamoros (Jacob de Morenslachter) verschijnt hij op de wolken om de ´strijd tegen de Marokkaanse heidenen´ aan te voeren. Later zouden de Spaanse soldaten op verovering in Latijns Amerika de heilige Jacob ook daar op de wolken zien verschijnen en in dit werelddeel zou hij onder de katholieken naam maken als ´Sint Jacob de Indianendoder´. Op de eerste zaterdag na Sunt Joapik wordt in het Overijsselse Raalte de Roggemaaiersdag gehouden. Veel plaatsen en kapellen in Nederland met de naam van Jacobus hebben meestal een rol gespeeld in de bedevaart naar Santiago. De plaats Sint Jacobiparochie in het Friese Het Bildt is vernoemd naar de heilige Jacob.
Met dank aan Marcel Zijlstra, Litt.: Pius Parsch, Het jaar des Heren [1942] 3de druk, deel III, 452.

Sint Jacobus Lacops (geb. 1541-vermoord op 9 juli 1572). Feestdag 9 juli. Zie de de 19 martelaren van Gorkum.

Jan Roothaan, ook Giovanni d'Amsterdam, Padre Juan, Ioannis, Johann Philip, Johannes Philippus Roothaan s.j. (Amsterdam 23 november 1785-Rome 8 mei 1853). Amsterdamse jezuiet en volksmissionaris.
Jan Roothaan was op 23 november, 1785 als jongste van de drie zonen van de chirurg Matthias Egbert Roothaan en Maria Angela ter Horst in Amsterdam geboren. Zijn vader kwam uit Frankfurt am Main en was in Nederland tot het katholisisme bekeerd. Jan was misdienaar van de Amsterdamse Krijtberg en doorloopt met glans de Latijnse School en het vierjarige Athenaeum Illustre onder leiding van de Latinist Jakob van Lennep. Jan trad op 30 juni 1804 tot de jezuieten toe. Zijn noviciaat brengt hij in het toenmalige Russischen Dünaburg door. Hij blinkt hij uit in ijver, ootmoed en bescheidenheid. Soms bezorgt een al te groot besef van zijn eigen geringheid hem een periode van depressiviteit. Jan werd in 1806 voor drie jaar leraar aan het Gymnasium van Dünaburg. En studeerd aansluitend vanaf 1809 filosofie en theologie aan de jezuietenacademie in Polozk Hier wordt Jan het leven zuur gemaakt door drie medestudenten. die hem zwaar beledigen. Jan weet zich met deze vorm van lijden niet goed raad en vraagt het zijn geestelijk leidsman. Deze, pater Hochbilder, troost Jan weliswaar, maar voorspelt hem ook dat hij voorbestemd is eens generaal-overste van de orde te worden. En voor die taak, zo stelt Jans biechtvader, moet hij voorbereid zijn op nog veel meer beledigingen en vervolgingen. Zeer aangedaan door de voorspellingen - die ook letterlijk vervuld zullen worden - stelt Jan Roothaan een gebed op "voor hen die mij leed doen" en neemt zich voor dit iedere dag voor zijn kruisbeeld te bidden. Daarin vraagt hij Jezus allen die hem "op welke wijze ook, last veroorzaken of ooit veroorzaakt hebben, met de kostbaarste gaven en genaden wilt overladen." en "al de kwellingen die mijn vervolgers mij kunnen aandoen" offert hij "in vereniging met de kwellingen van uw allerheiligst Hart" op. Wat Johannes Philippus Roothaan s.j. allemaal moet meemaken, hij is altijd in staat zijn martelaren, ondanks alles, te vergeven, Dit in zijn innerlijke drang tot het navolgen van het lijden van Christus, met name in de Goede Week.
Na zijn priesterwijding in 1812 volgt zijn benoeming tot professor in de rhetoriek aan het jezuietencollege in Pusza, en vanaf 1816 te Orscha. De uitwijzing van de jezuieten in Rusland in maart 1820 dwong Jan Rothaan tot een reis door Oostenrijk en Italië, tot hij een benoeming tot prof in de rhetoriek krijgt in het Zitserse Brig, waar hij tevens plaatsvervangens viceprovinciaal en provinciaal-consultor was. Na een bezoek aan Amsterdam werd hij rector van het nieuw-gestichte jezuieten-college in Turijn. In 1823 wordt Jan leider van het door koning Alberto Felix gestichtte `College van de Provincie' in Rome. In datzelfde jaar sterft Generaal-Overste Fortis en wordt Jan Rothaan gekozen als opvolger van Sint Ignaas (Ignatius de Loyola 1541-1556) als 21ste Opperhoofd van de jezuieten, residerend in het paleis naast de grafkerk van Sint Ignaas te Rome. Jan sprak vloeiend Pools, Frans en Hebreeuws en schreef een nieuwe editie van Sint Ignatius Oefeningen. Onder zijn leiding groeit het aantal jezuieten tot 5000. Toch waren het geen gemakkelijke tijden voor de jezuieten. Na Rusland wordt ook in Spanje, Portugal en Frankrijk de vervolging ingezet. In 1847 volgen Zwitserland en in 1852 het Noord Italiaanse Piemonte waar de jezuieten worden uitgewezen. Tijdens de Revolutie van 1848 ontvluchten zowel Jan Rothaan als paus Pius IX Rome en Vatikaan. Tijdens deze verdrijving bezoekt Jan jezuietenordes in België, Holland, Engeland en Maynooth in Ierland. In januari 1850 kon Jan weer naar zijn residentie bij de Gesù in Rome terugkeren. Hij stierf na een zware ziekte op 8 juni 1853 te Rome. In 1927 werd zijn Zaligverklaringsproces aangemeld. Hetgeen nog niet is afgerond.
Litt.: A. Neu, Johann Philipp Roothaan, der bedeutendste Jesuitengeneral neuerer Zeit, Freiburg i. Br. 1928; R. G. North, The General who rebuilt the Jesuits, Milwaukee 1944; J. Witlox, Pater Jan Philip Roothaan. De eerste `heilige' amsterdammer?, in: Varia historica ('s-Hertogenbosch 1936), 379-390; Catholic Encyclopedia, 1913 ed., XIII:182-3; B. van Meurs, De dienaar Gods Johannes Roothaan, in: Met de heiligen het jaar rond, Bd. 2, Hasselt 1949, 164-168; Albers, P., De hoogeerwaarde pater Joannes Philippis Roothaan, XXI generaal der Societeit van Jezus, en de voornaamste lotgevallen zijner orde. 's-Gravenhage 1912, 2 dln.

Sint Jan van Ruysbroeck, ook Johannes van Ruusbroeck (1293-1382) Feestdag 2 december. Stichter van de Broeders van het gemene leven Geert Grote. Jan van Ruysbroeck was de grootse der Vlaamse mystici, die tal van werken op zijn naam heeft staan. Hij werd geboren in 1293 in het dorpje Ruysbroeck of Ruusbroeck tussen Brussel en Hal, en spendeerde zijn hele leven in zijn geboorteprovincie Brabant. Op elfjarige leeftijd liep hij van huis weg naar Brussel, waar hij werd opgevangen door zijn oom Jan Hinckaert, kanunnik aan de St Goedele-kathedraal. Hinckaert, een diepvroom man, woonde samen met een ander zeer vrome priester, Franciscus van Coudenberg. Deze twee geestelijken naamde de knaap op in hun huiis en trainde de jongen in theologie en filosofie. In 1317 werd Jan gewijd en kreeg dankzij de invloed van zijn oom een positie in de Sint Goedele, welke hij 26 jaar zou bezetten. Tot op latere leeftijd woonde Ruysbroeck in Brussels, naast zijn verplichtingen als kathedraal-kapelaan schreef hij hier enkele van zijn vroegste werken. In 1343, op 50 jarige leeftijd, verliet hij samen met de inmiddels hoogbejaarde Hinckaert en Coudenberg Brussel voor de oude kloosterkluis van Groenendael in het Soignesbos buiten Brussel. Daar werd een kleine kloostergemeenschap begonnen, die later onder de regels van de Augustijnen werd geplaats. Coudenberg werd de provoost en Ruysbroeck prior. Op 88-jarige leeftijd stierf Ruysbroeck te Groenendael op 2 december 1381.
ASBECK, M. D. La Mystique de Ruysbroeck l'Admirable. Un Echo du Neoplatonisme au XIVe siècle. Paris, 1930.

Sint Januarius (gest. 305) ook San Genaio, Genai, Januraio
feestdag 19 september.
Voor het Calvinisme Nederland veroverde, ook hier een populaire volksheilige, vooral aangeroepen voor bescherming tegen wilde dieren. Tegenwoordig is hij een van de laatste mirakelsinten van de katholieke kerk die het nog doen. "Bloedwonder met lichte vertraging opgetreden" meldde de Duitse Katholie Nieuws Agentuur (KNA) op 2 mei 1999 over het bloedwonder van Sint Januarius.
Het verhaal over zijn leven van deze heilige martelaar en bisschop hangt van onzekerheden aan elkaar. Van Januarius zijn de overleveringen vele eeuwen later op schrift gesteld.
Een een zekere Januarius zou samen met vijf andere christenen in het jaar 305 door keizer Diocletianus is onthoofd. En dan nam er 37 jaar later (342) een Januarius, bisschop van Beneventum, deel aan het Concilie van Sardica. Hoewel er wat rooms passen en meten aan aan te pas kwam, wist de katholieke kerk deze twee tot één heilige te smeden: Januarius. Vanaf de vijfde eeuw kende men al de verering van het gebeente van Sint Januarius in Zuid Italië. Alleen zijn hoofd blijft in Napels wanneer in de negende eeuw de rest van het lichaam naar Beneventum wordt overgebracht.
Eén van de vele overleveringen vertelt hoe Januarius vanwege zijn geloof zou zijn veroordeeld ´tot de vuuroven´. Zoals het hoort lieten de vlammen hem en zijn vijf christelijke vrienden ongemoeid. Daarop zouden ´de wilde beesten´ op deze katholieken broeders zijn losgelaten. De leeuwen hebben totaal geen belangstelling voor een christenvlees. Ook de mannen onthoofden mislukt in eesrte instantie. God grijpt in en maakt de beul op slag blind. Januarius geneest hem echter, maar stank voor dank: de zes worden alsnog onthoofd.
Het bloed dat uit het hoofd van Januarius spoot, zou tijdens deze gebeurtenis zijn opgevangen. Van de ampullen met bloed werd in 1389 voor het eerst melding gemaakt. In dat jaar plaatst de bisschop, voorafgaande aan de mis, twee flesjes bloed van Januarius voor de zilveren reliekhouder met het hoofd van de heilige.
Dit zou zijn gebeurd op de zterdag voor de eerste zondag van mei. Sinds die tijd wordt dit gestolde bloed drie keer per jaar vloeibaar. Behalve indien gevaar de Napolitanen bedreigd. Driemaal per jaar - op de zaterdag voor de eerste zondag in mei, op 19 september en 16 december - komen de gelovigen bijeen om getuige te zijn van het bloedwonder. De bisschop plaatst een reliekhouder met daarin hermetisch afgesloten, achter dubbeldik glas, twee ampullen bloed voor een zilveren buste met het hoofd van Januarius. In het kleinste van de twee flesjes zitten sporen van bloed, in de grootste van de twee zit ondoorzichtig gedroogd bloed. In de daarop volgende mis, maar vaak ook pas in het octaaf (acht dagen) daarop volgend, wordt het bloed vloeibaar. Soms rustig, Maar soms bruist het bloed dusdanig, dat het niet droog blijft. Dat gebeurde in 1497, toen de botten van de heiligen na een verblijf van zeshonderd jaar in Beneventum weer naar de kathedraal van Napels terug werden gebracht. en het bloed in de ampul wild bruisend de stop van de ampul deed knallen.
Soms wil het bloed niet vloeien. Dit wordt door de Napolitanen gezien als een slecht voorteken. Dan vult te kerk zich met jammerklachten. Rampspoed kondigt zich aan.
Op 16 december 1631 liggen duizenden Napoletanen geknield voor de relikwieën. De vulkaan Vesuvius roerde zich hevig, maar hoe intens men ook bad, het bloed bleef stijf. Volgens het bisschoppelijk verslag van dit wonder zou de uitbarstingen haar hoogtepunt hebben bereikt, als het bloed gaat vloeien en de Vesuvius plotsklaps stil wordt. De redding van de stad wordt aan het persoonlijk ingrijpen van San Genaio toegeschreven. Napoletanen geloven ook dat de zware aardbeving van 1976 het directe gevolg was van het niet vloeibaar worden van het bloed op in mei van dat jaar.

Sint Jeroen van Noordwijk (Gest. 856) ook Gerun, Jerom,
Feestdag bisdom Rotterdam 17 augustus.
"Sint Jeroen van Noordwijk...maak de armen even rijk" zong men in de middeleeuwen. Hij gold als patroon voor de terugkeer van verloren gegane zaken. Jeroen was een Schotse adellijke knaap die naar ons land kwam om als missionaris te werken in het nog jonge graafschap Holland. Hoewel Gerulf, graaf van Kennemer- en Rijnland, in naam heerst, trekken keer op keer de Noormannen plunderend ons land binnen. Nadat ze in het jaar 856 in Egmond de kapel van Sint Adelbert hadden verwoest, zakten de Vikingen naar het zuiden af en vergrijpen zich aan het dorp Noordwijk. De vrouwen en jonge knapen worden brutaal verkracht en verjaagd. Sint Jeroen geniet bijzondere belangstelling van de Noormannen. De Noormannen willen dat Jeroen het altaargoud aan hen geeft. Jeroen denkt er niet over. Hij wordt vastgebonden en gemarteld. Als het de Skandinaviërs duidelijk is dat hij ondanks voortdurende afstraffingen en pijnigingen niet van plan is te vertellen waar hij het kerkgoud heeft verstopt, wordt de jonge priester voor de laatste keer ontzettend afgeranselt. Als hij dan nog in zijn weigering volhard, wordt hij met een zwaard gedood. Nadat de Noormannen zijn vertrokken wordt hij te Noordwijk begraven. Een eeuw later, tijdens de regering van graaf Dirk II in het jaar 955, heeft de Noordwijkse boer Nothbodo een visoen. De tot dan toe onbekende Sint Jeroen wijst de plaats van zijn verloren gewaande graf. Nadat dit op aanwijzing van Nothbodo in aanwezigheid van Graaf Dirk II 'de vrome' en bisschop Balderik van Utrecht wordt geopend, stroomt de 'allerzoetste geur hen tegemoet uit het gebeente van de martelaar'. Inplaats van ter plekke een kerk te bouwen over het graf, blijkt Jeroen in een visoen te hebben gevraagd zijn botten naar Egmond over te brengen om nabij de toen waanzinnig populaire Sint Adelbert te begrafen. Nog diezelfde dag trekt de vrome graaf met de bisschop in feestelijke processie over het strand van Noordwijk naar de 42 km noordelijker liggende Benedictijner abdij in Egmond. De oorsprong van de middeleeuwse Jeroensprocessie. In Egmond omhult een kostbaar schrijn de botten van Sint Jeroen. Jeroen zou overigen nog een wonder wrokken voor boer Nothbodo als zijn drie hengsten gestolen worden. Hij ondernam een zoektocht in de bossen en bleef slapen bij de plek waar Jeroen eens verscheen. In een nieuwe verschijning wees Jeroen de plaats, waar de dieven de paarden hadden vastgebonden. Al lang vóór Antonius van Padua werd Sint Jeroen aangeroepen als patroon van verloren zaken.
Sint Jeroen uit Noordwijk was in de middeleeuwen dan ook een populaire heilige in Kennermerland. Traditioneel afgebeeld in priesterlijke kleding met een zwaard en een valk in de hand. Het zwaard duidt op zijn marteldood. De valk verwijst naar zijn adellijke afkomst: de valkenjacht was het voorrecht van de adel.
De relieken van Jeroen zijn tot in de zestiende eeuw te Egmond vereerd. Nadat de protestanten de Abdij hadden verwoest maakten de relieken van deze populaire volksheilige de nodige omzwervingen. In 1892 kwamen ze grotendeels weer in Noordwijk terecht, waar het gebeente kan worden vereerd in de Sint Jeroenkerk aan de Van Limburg Stirumstraat 24.
1460 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*59 Appendix Misboek Dominikanen/Jaar rond /Met de heiligen het jaar rond deel II 153.

Jezus van Nazareth, eigenlijke naam Joshua ben Meryam (ca 7vChr-Goede Vrijdag 28nChr)
feestdag 25 december.
Er zijn slechts weinig historische feiten bekend over deze uit Palestina afkomstige joodse rabbi. Hij zou zijn geboren in Bethlehem en zijn veroordeeld door de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus (wegens weigering het gezag van de Romeinse Keizer te erkennen). Pas veel later groeide Joshua ben Meryam uit tot hoofdfiguur van het Christendom. Dit vooral dankzij promotie door de joods-romeinse vrouwenhater Saulus, die Jezus alleen kende uit een hallucinatie en zich vervolgens Paulus ging noemen. Dankzij zijn invloed werd Jezus uitgeroepen tot Zoon van God en de vermeende (door de joden verwachtte) Mosiagh, Messias, ofwel Christos, "gezalfde" in het Grieks. Hij zou uitgroeien tot de hoofdheilige en (in naam) stichter van de godsdienst worden genoemd die ruim 10 eeuwen de Nederlanden domineerde.
De eerste twee eeuwen werd Jezus slechts door symbolen weergegeven: een kandelaar, een kruis, een schip, een wijnrank, een adelaar, een lam, een pelikaan, een vis. Dit had te maken met het verbod op afbeeldingen van het goddelijke dat men van de joodse traditie had overgenomen. Vanaf de derde eeuw brak men definief met de oorsprong van de godsdienst en werd Christus naar de heidense traditie, net als de god Mercurius als herder afgebeeld. Een van de oudst overgebleven afbeeldingen van Jezus is die op de 'grafkapel van de Iulii' onder de Sint Pieter: Christus als menner van de zonnewagen. Die hij blijkbaar even van de van oorsprong Perzische God Mythras had geleend.
Nadat het christendom in het Romeinse rijk door keizer Theodosius in 380 tot staatsgodsdienst was verheven werden afbeeldingen van Christus steeds meer gezien als echte portretten die via goddelijke inspiratie of ingreep van engelen tot stand waren gekomen. Van sommige werd zelfs beweerd dat ze uit de tijd van Jezus stamden. Dat geldt met name voor het 'doek van Veronica' dat in de twaalfde eeuw werd 'gevonden' en daarna in het Vaticaan werd bewaard, tot het in 1527 teloorging bij de plundering van Rome. Het doek vormde een bron van inspiratie voor generaties kunstenaars, met name in Italië. Zo schijnt de Jezusfiguur van Michaelangelo's Piéta hetzelfde langwerpige gezicht, de delicate trekken en lichtgekrulde baard te hebben als die van het vernielde Veronica-doek. Dat gevoelige element heeft ook de Bespotte Christus van Hieronymus Bosch (1490-1500).
In maart 2001 claimde de Britse BBC er na 20 eeuwen er in geslaagd te zijn de fysionomie van Jezus bijna levensecht weer te kunnen geven. Dat gebeurde in de driedelige tv-serie 'De Zoon van God' die prime-time via BBC 1 werd uitgezonden. In de serie zet men niet alleen vraagtekens bij het verraad van Judas -hij zou alleen een ontmoeting met Pilatus hebben willen arrangeren- maar ook bij het 'bloed zweten' van Jezus aan het kruis. Dat heet een fysiologisch verschijnsel te zijn, wat wel vaker voorkomt bij angstige terdood veroordeelden, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. Hoogtepunt was voor velen het BBC-portret van Joshua ben Meryam. Het wijkt sterk af van de Jezusconterfeitsels zoals die in de loop der eeuwen via de Zweetdoek van Veronica en Europese kunst tot ons kwamen. Volgens experts staat zelfs het gelaat dat de lijkwade van Turijn laat zien, ver af van het echte gezicht van de jood Jezus.
De BBC-Jezus lijkt eerder op een Palestijnse Arabier: donker van huid, bruine ogen, kortgeknipte baard en krullend haar en een prominente neus. In niets leek hij op de aristocratische, langharige, blauwogige en slanke persoonlijkheid van de zo bekende Italiaanse afbeeldingen. Voor het fysieke beeld dat de BBC van Jezus schetst, maakte Robert Neave, forensisch reconstructie-expert van de universiteit van Manchester, gebruik van een schedel die de Israëlische archeoloog Joe Zygas heeft geselecteerd uit een reeks skeletten die bij graafwerkzaamheden in Jeruzalem naar boven kwamen. Ze lagen op een begraafplaats uit de eerste eeuw, de tijd van Jezus. Zygas koos na lang onderzoek een schedel die het meest exemplarisch was. Aan de hand daarvan reconstrueerde Neave de vorm van het gezicht, een techniek die men vaak bij dit soort historisch onderzoek toepast. Wat de baard en het hoofdhaar betreft richtte men zich op fresco's uit de derde eeuw die in Irak zijn gevonden en Christus afbeelden. Voor de gelaatskleur baseerden de makers van de serie zich op wat er bekend is over het klimaat uit Jezus' tijd. Met behulp van dezelfde computertechniek die men toepaste bij de veelgeprezen maar ook bekritiseerde BBC-serie 'Walking with Dinosaurs', heeft men een Jezusbeeld gecreëerd dat experts 'zeer interessant' noemen. Al gaan er in kringen van theologen en kerkleiders voorspelbaar bezorgde stemmen op. Volgens producent Jean Claude Bragard is de reconstructie 'de meest authentieke gelijkenis met het gezicht van Jezus', ,,wat niet wil zeggen dat hij er precies zo heeft uitgezien. Daartoe zouden we zijn schedel moeten hebben. Die is natuurlijk, zoals het verhaal wil, met het lichaam ten hemel gevaren.

Sint Joanna van Randenraedt
De jezuietenklop Joanna van Randenraedt had in 1637 van het Roermondse mirakelbeeld van Onze Lieve Vrouw in 't Zand gedaan gekregen dat ze Frederik Hendrik zijn belegering van de stad liet opheffen. Toen in 1683 de Turkse troepen Wenen belegerde, was Joanna van Randenraedt klaar voor het grotere werk: geknield voor het beeld kreeg de klop een visioen: OLV in ´t Zand moest in grootse processie naar de Roermondse kathedraal worden gebracht op Maria Geboorte (8 september). Aldus geschiedde. Op 12 september verteld het beeld de mystica dat de Turken zijn verslagen. Enkele dagen later brengen de keizerlijke troepen het nieuws. De overwinning zou precies op het tijdstip van Joanna's visioen hebben plaatsgevonden. Zie ook Roermond.

Sint Joannes Agnus, ook Johannes van het Lam of Jan Lam (gest 646) feestdag 25 juli, vroeger op de zaterdag voor de derde zondag na pinksteren. Joannes, bijgenaamd Agnus (het lam) is een van de heiligen wier relieken zich in de Maastrichtse Sint Servaaskerk bevinden in de collectie heilige bisschoppen van Maastricht. Deze zevende-eeuwse bisschop van Maastricht werd op wonderbaarlijke wijze zijn uitverkiezing tot bisschop meegedeeld: hij stak zijn stok in de grond, waarop deze wortel en tak schoot en vruchten voortbracht. Als wandelstok was het ding niet meer te gebruiken.
Met dank aan Marcel Zijlstra. Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952); Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983); Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse uitgave 1430; p38 G.J. van Setten, De santenkraam der Roomse kerk; J.J.M. Timmers, Symboliek en iconografie, Roermond-Maaseik 1947, s. 2115

Sint Johannes de Doper , ook Jan Baptist (gest ca. 31) Feestdag 24 juni. St.-Jan is was een neef van Jezus; kort nadat Jezus' moeder Maria was zwanger geraakt, ging zij bij haar nicht Elisabeth op bezoek, die op haar beurt weer zwanger was van Johannes. Johannes preekte en doopte voordat Jezus dat ging doen en wordt dan ook wel de voorloper genoemd. Hij werd door Herodes gearresteerd en op verzoek van diens dochter onthoofd.

De oudste traditie wil dat Sint Jan in Sebaste (Samaria) zou zijn begraven. Als hij inderdaad, zoals Josephus beweerd, in Machaerus zou zijn onthoofd, is het vreemd waarom hij zo ver van het Herodiaanse fort werd begraven. Hoewel het natuurlijk mogelijk blijft dat zijn overschot later naar Sebaste werd gebracht. Hoe dan ook, zijn tombe werd daar rond het midden van de 4de eeuw vereerd. Dit volgens het verslag van Rufinus en Theodoretus. De auteuren voegen toe dat de schrijn onder Juliaan de Apostaat (ca. 362) was ontheiligd en het gebeente deels verbrand. Een deel van de geredde relieken werden via Jerusalem naar Alexandria gebracht en daar op 27 mei 395 in de grote basilica op de plek van de ooit zo beroemde tempel van Serapis. De tombe in Sebaste bleef tevens pelgrims trekken en wonderen plaats hebben.
Andere hoofden en delen daarvan vonden hun weg naar tal van heiligdommen over de hele christelijke wereld. Het oudst bekende exemplaar is het door de moeder van keizer Konstantijn uit Jerusalem meegenomen exemplaar en ligt nu in een vitrine van het Topkapi-museum van Istanbul. Het was het topstuk van het Patriarchaat van Antiochië (Antakya), tot keizer Theodosius het later liet overbrengen naar Constantinopel..
Ten tijde van Pippin, koning van de Aquitaine, kwam er plotseling een nieuw hoofd van Johannes de Doper aan. Het zou vanuit Alexandria op een schip zijn meegenomen door een zekere Felix. Als Pippin tijdens een slag tegen de Vandalen met dit reliek zijn gestorven soldaten aanraakt, komen zij allen weer tot leven, volgens dit verhaal. Hoewel Pippin niet leefde in de tijd van de Vandalen. Andere Aquitainse liturgische boeken maken melding dat Het Hoofd na een aanwijzende droom eerst door twee monniken was ontdekt.
In 1016 kwam er weer een hoofd bij. Ontdekt door de monniken van Saint-Jean-d'Angély in de grond voor het altaar van de basiliek van Angèly. Dat er al elders hoofden van Sint Johanned de Doper werden vereerd maakte blijkbaar weinig uit. Willem, hertog van Aquitaine plaatst het hoofd in een zilveren vessel met het opschrift "Hier ligt het hoofd van de heraut van de Heer." Er zijn nogal wat plaatsen die claimen dan wel het hele hoofd danwel een deel daarvan in hun bezit te hebben. Naast het relikwie van Istanbul, dat rechtstreeks uit de verzameling van de Byzantijnse Keizers kwam, wordt het Hoogheilig Hoofd ook vereerd in Maastricht, de Franse steden Amiens, Nemours en St-Jean d'Angeli en in de kerk van San Silvestro in Capite te Rome.
Sint Jan is patroon van de ziekenverplegers en wordt aangeroepen tegen hoofdpijn, stuipen en blikseminslag.
De kerk integreerde met succes voorchristelijk symboliek in het zomerfeest van St. Jan. Na processie of ommegangen volgden de Sint-Jansvuren en werd er met brandende wielen door de velden gereden. De brandende wielen van bergen afrollen op Sint Jansnacht is in veel landen met bergen bekend. Jonge meiden hingen op deze dag de Sint-Janstrossen op omdat ze zo een goede man zouden krijgen tijdens het Sint-Jansnachtdansen.
Plaatsen als Sint Jansklooster in de Overijselse gemeente Brederwiede, Sint Jansteen bij het Zeeuwse Hulst en Sintjohannesga in het Friese Haskerland zijn vernoemd naar sint Jan, al is het niet altijd duidelijk of niet Sint Jan de Evangelist (feestdag 27 december, gest. ca. 100) of en van de andere heiligen met dezelfde naam bedoeld wordt.
Met dank aan Marcel Zijlstra, Litt.: Lucas 1: 39-45, Lucas1:57-66; Lucas 3:1-22; Matteüs 14:1-12.

Sint Johannes van Hoornaert, ook van Keulen, ook Jean de Cologne (geb. datum onbekend-vermoord op 9 juli 1572). Feestdag 9 juli. Zie de de 19 martelaren van Gorkum.

Sint Johannes Lenaerts van Oisterwijk (geb. 1504-vermoord op 9 juli 1572). Feestdag 9 juli. De plaats Sint Joost in de Limburgse gemeente Echt is vernoemd naar deze sint Jan. Zie de de 19 martelaren van Gorkum.

Sint Jozef (ca 40vChr-ca 20 nChr) Hoogfeestdag 19 maart, feestdag 1 mei. Voor de katholieken was hij de (pleeg)vader van de Zoon van God. Radeloos zal Jozef geweest zijn zijn verloofde zwanger werd van een kind dat de zijne niet was. In een droom verschijnt hem een engel. Hij mag Maria niet in stilte verlaten, maar moet haar tot zijn vrouw nemen, want het kind in haar schoot zou de langverwachte messias zijn. Met de hoogzwangere Maria gaat hij naar Bethlehem voor een volkstelling. Terwijl de geboorte nabij is, is er geen plaats in de stad. In een grot vinden ze onderdak en wordt het kind geboren. Herders en koningen kwamen eer bewijzen en de oude Simeon voorspelt in de tempel het lijden van hun kind. Dan verschijnt weer een engel. Ze moeten vluchten: koning Herodes wil Jezus doden. Gehaast neemt hij met zijn gezin de vlucht naar Egypte. Daar blijven ze tot de engel weer verschijnt en zegt dat ze naar huis kunnen omdat Herodes dood is. In Nazareth zal Jezus opgroeien en het timmeren leren. Nog eenmaal horen we van Jozef wanneer Maria en hij Jezus kwijt zijn op de terugreis van Jeruzalem. Daarna wordt er in het Nieuwe Testament met geen woord meer over de heiligste aller huisvaders gesproken. Zie ook Smakt.

Sint Jozef van Copertino, ook Giuseppe da Copertino (17 juni 1603-18 september 1663) Zaligverklaard door paus Benedikt XIV op 24 februari 1753 en heilig verklaard door Clement XIII op 16 juli 1767. Jozef van Copertino was ook in de Nederlanden een uiterst populaire heilige, hoewel hij rust onder de beroemde mozaiekvloer van de Dom van Osimo in de Italiaanse provincie Ancona. Zeker een van de beroemdste mozaieken is uit de middeleeuwen, maar is er verder weinig dat in deze oude kerk van Sint Franciscus herinnert aan haar Romaanse verleden. Alles is bedolven onder uitingen van extreme Barok om de latere reincarnatie te vieren als heiligdom van de belangrijkste zwever in de christelijke geschiedenis: Jozef van Copertino. De cripte van het heiligdom ´in cui oggi il suo glorioso corpo è venerato dai fedeli´ (waar heden zijn glorieuze lichaam wordt vereerd door de gelovigen) werd geconstrueerd in 1963 ter gelegenheid van het derde eeuwfeest van de dood van de heilige. Er zijn tal van verslagen dat hij van de grond loskwam tijdens zijn gebeden. Aangezien Jozef geestelijk gehandicapt was, verloor hij controle over zijn zweefneigingen als hij in gebed ging. Het verstoorde de concentratie van anderen monnikken. Dus moest hij zijn gebeden alleen verrichten. Zijn zweefpartijen boven het altaar maakte hem onmiddelijk beroemd in de wijde omtrek. Jozef van Copertino kon tevens middels geesteskracht zware stenen en balken te verplaatsen gedurende de verbouwing van deze kerk. San Giuseppe da Copertino werd patroon voor studenten die examen moesten doen en, dankzij zijn opmerkelijke zweefpartijen, beschermheilige van de piloten. Omstreden is dat Giuseppe da Copertino in de zeventiger jaren door katholieke jongeren in Turijn werd uitgeroepen tot patroon van de drugsgebruikers. Deze aanbeveling werd door de officiele instanties genegeert. Het waren dezelde instanties die Jozef wel uitriepen tot beschermheilige voor de milleniumviering van het jaar 2000. On-line (in het Italiaans) met het heiligdom van sint Jozef van Copertino: http://osimo.imar.net/gicom/basilic.htm

Sint Juliana (1270-1341) Feestdag 19 juni De naamheilige van de vroegere koningin en moeder van Beatrix is Sint Juliana Falconieri uit Florence, de diepvrome stichtster van de nonnenorde der Servieten. De plaats Julianadorp bij Den Helder is niet vernoemd naar sint Juul.

INDEX

Ontbreekt er informatie? Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse Heiligen mededelingenboard weten.

Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN 90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden RKBN 2002-8230

Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).

All sites © Mohamed el-Fers

Junior MariaBode

HOME