Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Ga naar alle Geiligen!

Beginletters H - Overige Nederlandse heiligen

Haarlem (Noord Holland) Zie ook Sint Sjenoet. Ooit een belangrijke bedevaartsplaats in Nederland, en dat niet alleen vanwege het zeer oude miraculeuze beeld van Onze Lieve Vrouw van Haarlem uit de Karmelietenkerk. Het beeld was door een gravin van Holland aan het Haarlemse karmelietenklooster geschonken en vanaf de 13de eeuw werd het veelvuldig met bedevaarten bezocht. Op 5 juni 1505 werd het beeldje door de wijbisschop van Utrecht officieel ingezegend en in de kerk van de begijnen aan het begijnenhof (huidige Waalse Kerk) geplaats. Het beeld werd bij de intrede van een nieuwe begijn in processie rond gedragen door de straten van de stad. De opkomende reformatie maakte daar abrupt een einde aan, maar Maria van Haarlem heeft de beeldenstorm die ook Haarlem teisterde overleefd. Kort voor 1580 kon het naar Brussel in veiligheid worden gebracht, later werd het teruggebracht, en kreeg het onderdak in een van de schuilkerkjes in de omgeving. Toen in 1843 de St. Josephkerk in de Jansstraat werd ingewijd is het beeldje in een grootse processie van de laatste schuilkerk aan het Goudsmitplein naar een eigen kapel in de nieuw gebouwde kerk gebracht.
In deze Mariakapel van de St. Josephkerk aan de Jansstraat in Haarlem wordt nog steeds iedere dag om 9 uur de heilige mis wordt gevierd en zaterdags om 12 uur. Van oudsher is het beeldje vooral bekend onder de naam Maria van Haarlem. Door de jaren heen zijn er veel verhalen losgekomen over de devotie van de Haarlemse katholieken voor 'hun' Maria. Ook bekend zijn de stille tochten door de straten van de stad, meestal op een zondagmorgen in de maand mei. Beroemd is het verhaal dat gedurende de laatste oorlogsjaren velen hun heil en toevlucht zochten bij dit kleine beeld en nog steeds zijn de attenties te zien, die de mensen achterlieten als dank voor een verkregen gunst, zogenoemde ex-voto's. Door de jaren heen hebben veel mensen bij dit kleine beeld troost en bemoediging gevonden en heeft dit beeldje nog steeds bij velen een bijzonder plaatsje in hun hart. Helaas is de kapel sinds enkele jaren overdag gesloten vanwege de toenmalige overlast door ongewenste 'bezoekers'. De openingstijden zijn thans: elke dag 8.30 - 9.45 uur en zaterdags tevens van 11.30 - 12.45 uur.
Ooit moet er iets buiten de Haarlemse stadsmuren, waarschijnlijk in de kapel van Sint Sjenoet, ook een relikwie met het Heilig Bloed zijn vereerd. Er is een vermelding bekend van een veroordeling uit 1471 tot het ondernemen van een bedevaart vanuit Schoonhoven naar het Heilig Bloed, gelegen buiten Haarlem. Verdere cultcentra waren de Mirakelkapel van Sint Gangulfus (zie daar)

Haastrecht (Zuid Holland) Bedevaartsplaats in Nederland ca. 1580-1650 volgens kaart 1 in Marc Wingens 'Over de grens'. In Haastrecht introduceerden jezuieten na de reformatie een miraculeus beeld, dat zou zijn gesneden uit de eik waarin de zo wonderlijke Onze Lieve Vrouw van Foy werd ontdekt. Vanaf ca. 1647 ontwikkelde zich naar dit beeld een regionale bedevaart en blijkens de verslagen van de jezuieten hadden er vele wonderbaarlijke genezingen plaats.

Sint Hadelijn, ook Hadelinus, Hadelin of Adelin (Gest. ca. 686) Feestdag 3 februari. Hadelinus was in Gascony geboren en werd een Benediktijn. Hij diende in het Klooster van Solignac, Stavelot en Maastricht en wordt vaak samen met compaan Domitiaan genoemd als discipel van Sint Landelin van Lobbes. Later wordt Hadelinus helper van Sint Remaclus bij het bestuur van Maastricht. Ook stichtte hij later het klooster Cellus nabij Dinant. Hij bracht zijn laatste jaren door als kluizenaar. De heilige rust in het Belgische Vise in een schitterende reliekschrijn uit 1140.
Holbert, Kelly, Yale University, "The Reliquary Shrine of St. Hadelinus: A Twelfth Century House of the Mossan Region." [completed 1995].

Sint Hadewych Mystica () Feestdag Met de heiligen het jaar rond deel 2 512.

Hadrianus VI zie Adriaan.

Hakendover (B) Ook onder niet-katholieken is de zogenaamde Paardenprocessie op Paasmaandag (Tweede Paasdag) in het Belgische Hakendover populair. Het is dan ook een middeleeuws aandoend spectakel waar vele duizenden op af komen.
In het pittoreske dorpje bij Tienen tussen Leuven en St. Truiden) zou niemand anders dan Jezus uit Nazareth in het geheim en incognito als bouwvakker hebben gewerkt. Op de plek waar nu de kerk staat lieten drie maagden een kapel bouwen. Als voorpost voor het christendom, want de streek was nog niet gekerstend. Voor het werk huurde ze twaalf bouwvakkers uit de omgeving. Maar tijdens de bouw bleken er telkens dertien bouwvakkers aanwezig te zijn. Deze dertiende ontbrak echter steeds tijdens het middagmaal en voor de dagelijkse uitbetaling plaats had, verliet hij in galop de bouwplaats. Het kon niet anders dan dat deze mysterieuze helper bij de bouw van de kapel Goddelijke Zaligmaker zelf was geweest. Het verhaal van Jezus in Hakendover verspreidde zich over het land. Aangezien de Here Jezus zijn ezeltje zou hebben vervangen voor een paard, heeft er tot op heden na de Hoogmis een indrukwekkende Paarden-processie plaats. Die trekt met muziek voorop naar de een kilometer buiten het dorp gelegen Tiense Berg. De staart van de stoet wordt gevormd door de ruiters van diverse rijverenigingen.
Op de Tiense Berg, een flinke heuvel, staat een altaar op een boerenkar. Na wat wijdingsrituelen heeft er een paardenrace plaats. Die hier al in voorchristelijke tijden werd gereden. Van de oorspronkelijke zeven rondes zijn er slechts 3 rondjes overgebleven: één rondje voor God de Vader, één voor de Goddelijke Hakendoverse Bouwvakker en één voor de Heilige Geest. Maar wel met een paar honderd paarden! Na dit heidense spectakel trekken de gelovigen in processie weer terug naar het dorp.
Daar staat de voormalige hoofdaalmoezenier van de rijkswacht, Jef Vandenhout. klaar om de paarden individueel te zegenen voor de kerk. Op 1 januari 1997 ruilde Vandenhout de Brusselse rijkswachtkazerne voor de achttiende-eeuwse pastorij van de kerk van de Goddelijke Zaligmaker in Hakendover. Met het zegenen van de paarden is de processie ten einde. De deelnemers aan het levende Drie-Maagdenrentabel, schutterijen, gildes en fanfares bestormen de beroemde Hakendover-kermis.

Handel gemeente Gemert (Noord Brabant) Mariale bedevaartsplaats waar Maria wordt vereerd onder de titel 'Refugium Peccatorum' (Toevlucht der Zondaren).

Sint Harlindis, ook Herlindis () Feestdag 22 maart. Zij was de eerste abdis van het klooster Aldeneik te Maaseik dat zij uit eigen middelen gesticht had. Samen met haar zuster de Heilige Relindis of Renildis, die in het zelfde klooster verbleef zou zij het thans oudste manuscript (evangeliarium) geschreven hebben, aldus de legende. Samen met haar zuster de plaatselijke heiligen van Aldeneik, een deelgemeente van Maaseik in het uiterste oosten van (Belgisch) Limburg, tegen de Nederlandse grens. Sinds 1247 staat hier het het kapelletje van Aldeneik met haar eeuwenoude waterput, die nog door Willibrordus gebruikt zou zijn voor het dopen van nieuwe gelovigen.
Liit. /p158 I heilige jaar rond.

Hasselt (O) Bedevaartsplaats in de gelijknamige gemeente in Overijssel. Ten tijde van de Marcellusvloed van 1219 sloeg een dronken Friese kampvechter met zijn bierkan de kelk met hosties uit handen van een priester toen deze hiermee op weg was naar zijn zieke vrouw. De hosties vielen op de grond en volgens ooggetuigen zouden daarboven lichtende sterretjes geschitterd hebben. Kort daarop werd de ontwijde grond door een watersnood getroffen. In een verschijning beval Maria vervolgens een verzoeningskerk te bouwen die moest worden vereerd als het graf des Heren. Men bouwde een kapel en de bedevaart naar Hasselt kwam op gang. De oudst bekende oorkonde is een akte van 19 mei 1355, waarbij bisschop Jan van Arkel van Utrecht het wijdingsfeest van de kapel ('capelle Sacramenti in Hasselt'), tot dan toe gevierd op zondag na St. Margriet (20 juli), officieel naar zondag na Sacramentsdag verplaatst en een aflaat van 40 dagen verleent. Aldus ontstond de Hasselter Aflaat, een bedevaart op een verspringende datum, gekoppeld aan een zomers stadsfeest met markt en kermis, dat tot in de 20e eeuw zou voortleven op de tweede zondag na Pinksteren. Uit de stadsrekeningen van Hasselt blijkt dat op de zondag van Hasselter aflaat in de stad een sacramentsprocessie met passieprediking plaatsvond die veel volk van buiten trok, pelgrims zowel als markt- en kermisgangers. Markt en feestelijkheden duurden een week. De omliggende kerspelen Staphorst en Rouveen (vroeger van Hasselt afgescheiden) waren verplicht een bijdrage te leveren voor de festiviteiten, en vermoedelijk aan de opvoering van het passiespel. De religieuzen en de bevolking van de nabuursteden Kampen, Zwolle en Vollenhove werden actief bij het feest betrokken. Deze bedevaarten droegen mee aan de welvaart van de stad Hasselt in de middeleeuwen en de kapel werd herhaaldelijk verbouwd, verfraaid en voorzien van een buitenaltaar voor gebruik tijdens processies. Na de inname van Hasselt door de troepen van Willem van Oranje werd de H. Stede (in 1581 reeds als leprozenhuis ingericht) op 28 oktober 1582 geplunderd; de beelden en wijgeschenken werden ontvreemd, de altaren afgebroken, zeker 'schoon beschot' vernield. Een deel van de inkomsten werd in 1584 aan de nieuwe predikant toegewezen, het archief in 1587 aan de stad overgedragen, de kerkhofmuren te zelfder tijd geslecht. De kapel, die nu onvoldoende inkomsten voor het onderhoud had, werd in juli 1590 volledig gesloopt. Van een deel van de stenen werden door de stad nieuwe huisjes gebouwd; de rest werd verkocht. Daarnaast werd de bedevaartpraktijk op de H. Stede door de magistraat formeel verboden. Op de heilige plaats lieten ze een vuilstortplaats en later een galg plaatsen. Daarmee kwam echter geen einde aan de bedevaart. Jaar in jaar uit verbood de magistraat de rondgang over de stadswallen (d.w.z. de bedevaart rond het terrein van de aanpalende H. Stede), giften aan de burgers in dat verband, en gebruik van speciale boetekleding ('dat bedevaerts luijden haar in hare [nl. van de burgers] huijsen ontcleden ofte weeder ancleden sullen', plakkaat van 2 juni 1621), op straffe van een forse boete of van beslaglegging op het bovenste kleed. De synode beklaagde zich er nog in 1638 over, de Staten vaardigden op 17 juni 1641 een plakkaat tegen Hasselter aflaat uit. Bij de aflaat van 1659 zou zelfs een strafwonder hebben plaatsgevonden: de stad had de bewaking verscherpt, maar een plotselinge brand bij het stadhuis had de wachten gemobiliseerd zodat ruim 100 pelgrims de H. Stede op konden. De protestantse stadsbestuurders lieten op de dag van de vroegere processie zelfs de stadspoorten gesloten houden. Het middeleeuwse mirakelboek is in deze periode verloren gegaan, maar een van de wonderverhalen (genezing van een lamme jongeman uit het Twentse Goor) werd door de predikanthistoricus Arnold Moonen in de 17e eeuw uit een eveneens verloren gegaan afschrift van het mirakelboek overgeschreven.
Begin negentiende eeuw kregen de katholieken van Hasselt door toedoen van de eerste koning van Nederland, Lodewijk Napoleon weer de beschikking over een eigen kerk in de Voorstraat. In 1891 kon de parochie het terrein van de Heilige Stede gedeeltelijk terug kopen van de protestanten. Het resterende gedeelte kwam later in handen door schenkingen. Rond deze tijd werd ook de aflaatdag weer voor het eerst na de reformatie gevierd. In 1933 werd op de plaats van de gesloopte Heilige Stede de huidige parochiekerk gebouwd. Het altaar van de kerk staat op de plaats waar het altaar in de middeleeuwen stond. ’Miserorum et Afflictorum Asylon’ staat boven de ingang van deze kerk en betekent een toevluchtsoord voor ongelukkigen en bedroefden. Deze woorden stonden in de aflaatbrief van 1328. In de jaren zestig van de vorige eeuw verdween de aflaatviering, maar in 1985 werd de traditie van de bedevaart in ere hersteld, de buitenkapel weer opgeknapt en vindt er weer jaarlijks op de 2e zondag na Pinksteren een openluchtviering in de kerktuin plaats, gevolgd door een processie die eindigt in de kerk. Tijdens de processie zingt men nog altijd het lied dat ook in de middeleeuwen klonk.
Willem Frijhoff, 'Ritual acting and city history: Haarlem, Amsterdam and Hasselt', in: Heidi de Mare & Anna Vos ed., Urban rituals in Italy and the Netherlands. Historical contrasts in the use of public space, architecture and the urban environment (Assen: Van Gorcum, 1993) p. 93-106, geïll.; J.J. van Moolenbroek, 'Caesarius van Heisterbach op reis in Friesland en Groningen', in: Tijdschrift voor geschiedenis 98 (1985) p. 513-539, vooral p. 532-537 (oorsprongslegende); 'De Heilige Stede', in: Devotionalia 41 (1988) p. 142-145; Ben Wasser, 'Hasselt. Heilig Sacrament van Mirakel aan het Zwartewater', in: idem, Pelgrimages. Bedevaartplaatsen van de westerse christenheid (Nijmegen: SUN, 1993).

Sint Hatebrand van Friesland (Gestorven in 1198) Feestdag 30 juli. Hatebrand van Friesland werd een Benediktijn in het klooster van Sint Paulus in Utrecht en was Abt van Olden-Klooster in Friesland en zeer aktief in de promotie van het kloosterleven.
p96 II heilige jaar rond.

Heiligerlee gemeente Scheemda (Groningen).

Heilig Land Stichting
Op het Heilig Land aan de Nijmeegse Profetenlaan is het Palestina uit de tijd van Jezus nagebouwd. Tegenwoordig Bijbels Openluchtmuseum. geheten. Op deze plek wilde de Waalwijkse kapelaan Arnold Suys een grote Heilig Hartbasiliek bouwen. Maar na een reis naar Palestina breidde hij zijn plannen uit met een ‘religieus park’, waarin de bezoekers zich als het ware ‘midden in het evangelie’ zouden voelen. Nadat in 1913 de eerste steen werd gelegd.voor deze basiliek, is de bouw ervan blijven steken in wat fundamenten en muren. Het park bestaat nog steeds en mag zich na een inzinking in de jaren zestig en zeventig weer in een toenemende belangstelling verheugen. In het hoofdgebouw is een binnen-expositie ingericht over de geschiedenis van de monotheistische geloof en hun heilige stad Jeruzalem, waar Jezus verrees en de profeet Mohamed ten hemel is opgestegen. Er is een manquette van de Rotskoepel, de plek die de islamitische hemelvaart markeert. En een levensgrote kopie van een Egyptische grafkapel inclusief de zonnehymne van farao Achnaton. Een lied dat vrijwel ongeschonden werd gekopieerd psalm 104. Je kunt ook een bezoekje brengen aan de "Beth ha-Kenèsset", bij christenen beter bekend onder de Griekse naam synagoge. Dit "huis van samenkomst" werd in 1935 gebouwd door Piet Gerrits. Islamitische bezoekers kunnen terecht in de Arabische karavanserai met gebedsruimte waar de reizigers aan hun dagelijkse religieuze verplichtingen kunnen voldoen voor ze verder wandelen naar de Tell Arab, een nagebouwd dorp "waar men leeft van wierook, vis en koffie." en de Via Orientalis. Deze eindigt in een plein met het "Paleis van Pilatus" inclusief het symbool voor keizerlijk gezag boven deur: een adelaar. Een andere topattractie bevind zich bij de ingang van het museum: Restaurant Jeruzalem. Verwacht geen shaslik, want het restaurant heeft een Europese keuken en schenkt Hollandse koffie en bier. Voor de bij een bezoek aan het Midden Oosten behorende snack kun je in de zomer terecht bij de oosterse delicatessenzaak. Niet alleen noten, ook thee, olijven en oosterse kruiden. Wel zijn er Oosterse en Romeinse specialiteiten. te vinden in de Romeinse Herberg aan de Oosterse Straat. Ook zijn er snuisterijen uit het Nabije Oosten te koop in museumwinkel Mazzel Tov (dat is jiddish voor Geluk)..
Bezoekers komen vooral via station Nijmegen naar het Bijbels Openluchtmuseum aan de Profetenlaan 2, 6564 BL Heilig Landstichting.
Litt. Van Heilig Woud tot Heilig Land. De geschiedenis van Heilig Landstichting en omgeving (Utrecht 2000). Zie ook www.bijbelsopenluchtmuseum.nl

Heiloo (Noord Holland) Bedevaartsplaats met het heiligdom van Onze Lieve Vrouw ter Nood (Domina nostra in necessitate). Het Heylicheloo was ooit een heilige plaats van de Germanen, waarop Willibrordus omstreeks 690 een christelijke kerkje liet bouwen. Ook de Willibrordusput zou uit die tijd stammen. Niet ver daar vandaan ligt de kapel van OLVrouw ter Nood. Voor pelgrims uit de Zuidelijke Nederlanden bood Sint Aechtenkerke (Beverwijk) een laatste onderkomen ofwel wijkplaats op hun bedevaart. De naam Santpoort zou afkomstig zijn van Sancta Porta, Heilige Poort, die toegang gaf tot het Heilige Loo (bos). Nadat een zekere Nelis, een eenvoudige koeienherder die wat bijverdiende met het breien van sokken, een Mariabeeldje had gevonden, dat tijdens een bijna fatale zeereis aan een Alkmaars koopman verscheen, liet deze een kapel bouwen. In de omgeving van Almaar een vaker voorkomend fenomeen, dit soor verschijningen tijdens een bijna voltrokken scheepsramp. Zie het Alkmaars Bloedwonder.
De oudste geschreven bron over het heiligdom te Heiloo gaat terug tot 1409 en betreft een rekening van het Utrechtse Domkapitel, waarin word gesproken over een vicaris die aan de Heiloose kapel verbonden is. Waaruit blijkt dat Heiloo toen al een bekende bedevaartsplaats was.
Tijdens het beleg van Alkmaar in 1573 werd op de zelfde dag als de abdij van Egmond het heiligdom verwoest. Slecht een brok muur bleef overeind. Maar zelfs nadat in 1637 de laatste resten waren opgeruimd, bleven de pelgrims komen naar de plek waar ooit dit Kennermelandse heiligdom had gestaan. In 1644 zou hier volgens Leidse jezuieten een vrouw op wonderbaarlijke wijze van borstkanker zijn genezen. In 1704 werd een befaamde reiskaart uitgegeven om de pelgrims te helpen ´het kapelbosje´ te vinden tussen de korenvelden. De intolerante dominees van Alkmaar klaagden in 1714 steen en been over de "katholieke onbeschaamdheden" die er zich voordeden. Ondanks het strenge verbod van de gereformeerden schrijft de Amsterdamse boekhouder Jan de Boer in 1754: ´Zelf heb ik 21 en 22 augustus te Heiloo op klaarlichte dag een processie met kruis en vaandel zien trekken. Daarbij werd door zo´n driehonderd deelnemers luidop gezongen´.
In 1886 werd de missie ter vernieuwing van de devotie tot OLVrouw gegeven. Als op 14 maart 1905 de miraculeuse Runxput wordt herontdekt komt midden juli van dat jaar de eerste officiele bedevaart vanuit Amsterdam tot stand. Al snel is de toeloop zo groot dat er een gigantische tent wordt opgezet gedurende de zomermaanden, tot in 1909 er een eerste Genadekapel verrijst, in 1913 uitgebreid met de nabijgelegen ´noodkerk´ met plaats voor meer dan duizend mensen. Begin 1914 werd er door de Spoorwegen een speciaal perron geopend voor de vele extra treinen naar OLVrouw ter Nood. In 1915 laat paus Benedictus XV weten dat hij met vreugde heeft vernomen dat er zo ijverig wordt gepelgrimeerd naar Heiloo. De daarop volgende bedevaart werd een mega-manifestatie van opbloeiend katholiek bewustzijn. In 1915 en 1919 meent men tot twee keer toe het oorspronkelijke mirakelbeeld van OLVrouw ter Nood te hebben teruggevonden. Sinds 1929 wordt er jaarlijks het ziekentriduüm gehouden voor de zieken-, gehandicapten en bejaarden.
Het heiligdom van Onze Lieve Vrouwe Ter Nood met de Heilige Runxput zijn te vinden in de buurtschap bij de grens van Heiloo met Limmen. De westelijk van de Kennemerstraatweg gelegen bedevaartsplaats bevindt zich tussen de bomen nabij de spoorlijn Amsterdam-Alkmaar, omgrensd door de Hoogeweg, Kapellaan en Runxputterweg. Vanaf station Alkmaar met bus 167 (Beverwijk) of station Castricum met bus 167 (Alkmaar) naar de Kapellaan in Heilloo.
Litt. Bertrand, drs. Joan, De Runxputte en Onze Lieve Vrouw ter Nood, Schoorl 1980.

Sint Heinrich II - de Ottoonse keizer Heinrich II ´de heilige´ Liudolfinger (6 mei 973-13 juli 1024)
Feestdag: 13 juli
Heilige Heinrich was in de middeleeuwen een populaire sint in de Noordelijke Nederlanden. Zijn status als min of meer lokale heilige werd aangestuurd door de abdij van Aduard als belangrijk grootveeneigenaar. Turf was in die dagen wat aardolie vandaag de dag is. De mare ging dat de keizer ergens tussen het huidige Stadskanaal en Ter Apel (Groningen) door de hemel zou zijn toegesproken. Wanneer is niet bekend, wel dat in 1268 de bisschop van Utrecht persoonlijk een relikwie van de Heilige Heinrich kwam inmetselen in de nieuwe kapel te Wolfsbarge, liggende in het veengebied van de abdij te Aduard. Maar er was meer dat keizer Heinrich een idoolheilige maakte. Zijn moeder was de populaire Gisele van Bourgondië, en hij trouwde met Kuningunde van Luxemburg (die tot haar dood haar maagdelijkheid zou weten te bewaren, zo wilde het volksgeloof). Heinrich leek vooral in populariteit te zijn meegelift met een andere destijds erg in trek zijnde heilige, sint Wolbodo. Wolbodo "van Utrecht" werd tot keizerlijk hofkapelaan benoemd en ingezet tegen de opstandige graaf Dirk III (van Friesland, later Holland).
Heinrich II werd in 973 in het Beierse Bad Abbach bij Regensburg geboren. De familie telde nog 5 kinderen, broer Bruno v.Augsburg, zussen Gisela en Brigitta van Beieren, broer Arnold van Ravenna en Gerberga van Beiereren
In 1004 werd Heinrich in het Italiaanse Pavia tot koning van de Langobarden gekroont. Het enige smet op het blazoen van deze heilige is wel zijn verbintenis met het heidense Luitizen in 1004 om tegen Polen te kunnen vechten. Tussen 1004 tot 1018 voerde Heinrich (met een korte onderbreking in 1014) oorlog tegen Boleslaw I van Polen. Deze weigerde de paus als plaatsvervanger van god op aarde te aanvaarden. Heinrich werd in 1014 tot keizer van het Heilig Roomse Rijk gewijdt door paus Benedictus VIII. De zeer vrome keizer liet zich in navolging tot Christus ´s ochtends en ´s avonds vrijwillig geselen. Niet door zijn vrouw maar door een willekeurige soldaat. De keizer werkte secuur aan zijn toekomstige heiligheid. Een vrouw, die net als Maria haar maagdelijkheid wist te behouden. De keizer maakte naam als stichter van kerken, kapellen en kloosters.
Daarvoor was veel geld nodig. Toen de Hollandse Graaf Dirk bij Vlaardingen wederrechtelijk tol ging heffen, zond de keizer de hertog van Neder-Lotharingen, Godfried II. Bij Tiel werd zijn leger dusdanig afgeslacht dat volgens het verhaal de lijken een jaar later nog aanspoelen. Hertog Godfried zelf werd gevangen genomen en regelmatig publiekelijk gemarteld. Hetgeen gezien werd als een directe belediging van het gezag van Hendrik de Heilige. Heinrich stuurde Sint Wolbodo. Die wist hertog Godfried te ruilen met graaf Dirk voor het recht op tol en gebied. Wolbodo zelf wordt in 1018 beloond met het bisdom van Luik. De vrome keizer vind het prima als de kerkschatten van Luik worden gebruikt om de behoeftigen te ondersteunen. Wolbodo deelt ook de "grote hoeveelheid goud en zilver" bestemd voor de keizer uit onder de paupers. Heinrich II: ´Je had je geschenken in geen betere schatkist kunnen opbergen´.
Heinrich had andere methodes om aan geld te komen. Zo vroeg de paus hem op te trekken tegen ieder die weigerden zich te onderwerpen aan het oppergezag van Zijne Heiligheid in Rome. Zo trok hij in 1021 op tegen de Byzantijnen in Zuid Italië en plunderde Heinrich Capua en Salerno. Er zou uiteindelijk genoeg overblijven om de paus blij te maken, een nieuw paltz-paleis te bouwen en er het bisdom Bamberg mee in te richten. De Heilige Keizer stierf op 13 juli 1024op zijn Palz Grona bij Göttingen in Midden Duitsland. Heinrich werd in de door hemzelf gebouwde Bamberger Dom bijgezet en in 1146 heilig verklaard. Dit vooral omdat hij de macht van de kerk tegenover de heersers aanzienlijk versterkte en de hervorming van Cluny ondersteunde. Met de cultus van de Heilige Heinrich is het gebeurt als in 1599 de abdij van Aduard in bezit komt van de provincie Groningen.
‘Met de heiligen het jaar rond’, dl. 2 Wolbodo (Bussum, 1949)
Acta Sanctorum.
Psalterium door Wolbodo in Utrecht gebruikt - Koninklijke Bibliotheek Brussel nr. 9188-9189.

Sint Helena () Feestdag De plaats Helenaveen in de Noord Brabantse gemeente Deurne is vernoemd naar de moeder van keizer Konstantijn de Grote, de ontdekster van o.a. het Heilig Kruis.

Sint Hiero, martelaar (vermoord 885) Feestdag 17 augustus. Veel is er niet bekend over deze missionaris die in Holland werd vermoord. Hoewel hij uit Ierland naar ons land kwam, lijkt zijn naam op herkomst uit Klein Azië te wijzen, aangezien de Griekse term 'Hiero' het heilige, sacrale wordt aangeduid.

Sint Hieronymus van Weert (geb. 1522-vermoord op 9 juli 1572). Feestdag 9 juli. Zie de de 19 martelaren van Gorkum.

Sint Hildegard van Bingen (1098-1179) Feestdag 17 september. Sint Hildegard van Bingen is patroon van prinses Irene van Oranje-Nassau, de zus van koningin Beatrix, die door haar r.k. huwelijk met Hugo de Boubon Parma haar recht op de Nederlandse troon verloor. Hildegard is wellicht een van de merkwaardigste vrouwen van het middeleeuwse Europa. Deze Benedictijner non, de 'Sybille van de Rijn', was de eerste Duitse vrouwelijke arts. Hildegard werd in het jaar 1098 geboren te Bermersheim. Haar vader was graaf van Hildebert van Germersheim. Als 3-jarige peuter had zij haar eerste mystieke ervaringen. Omdat dit maar door bleef gaan, vertrouwde haar ouder haar 8-jarige leeftijd naar het benedictinessenklooster Disibodenberg waar haar tante, gravin Jutta, abdis was. Hier leerde Hildegard lezen en schrijven. Zij was een veelzijdige vrouw: zij componeerde, was kundig op het gebied van natuurgeneeskunde, schreef, en preekte boete en bekering en ontzag daarbij niemand. Als Jutta in 1136 sterft wordt Hildegard gekozen tot Abdis van het klooster. Een decenium later sticht Hildegard een nieuw klooster op de Rupertsberg bij Bingen, niet ver van Koblenz aan de Rijn. Ze verlegd alle activiteiten naar dit nieuwe klooster. Het gewone volk alsook vorsten, bisschoppen en koningen kloppen hier aan om haar oprechte mening te horen. Voor iedereen had zij een duidelijk en oprecht antwoord klaar. Meer als dertig jaren leidde zij het klooster in Bingen. Zij schreef als eerste arts haar bevindingen neer. Problemen over gezondheid en ziektebeelden kwamen in grote oplage in omloop. Zij was een mystica en deze ervaringen schreef zij, met behulp van een latinist, neer (Liber Scivias). Ook in geloofszaken wist zij met veel overgave een duidelijk antwoord neer te leggen. Zij was goed bevriend met de H.Bernardus van Clairvaux. Keizer Frederik Barbarossa correspondeerde met haar. Onverwoestbaar was haar inzet om al haar kennis aan anderen over te brengen. In haar visioenen ervaart zij niet alleen de mens, maar ook de natuur en de kosmos als mystiek. Op 17 september 1179 stierf Hildegard in haar klooster in Rupertsberg. Een formele heiligverklaring kwam er niet aan te pas om haar naam in de Romeinse Martyrologie te laten opnemen. Haar feest wordt gevierd in de diocesen van Speyer, Mainz, Trier en Limburg, zoals in de abdij van Solesmes op 18 september. Toen het door haar gestichtte klooster van Rupertsberg in 1632 werd vernietigd, werden Hildegards relieken over gebracht naar Keulen en vervolgens naar Eibingen. Na de secularisatie van dit klooster werden haar overblijfselen geplaats in de parochiekerk van deze plaats. In 1857 had er een officiele hererkenning van de relieken plaats door de bisschop van Limburg (D) en werd haar reliek op een speciaal daarvoor gebouwd altaar geplaatst. Bij deze gelegenheid koos de stad Eibingen haar als patroon.

Honselersdijk in het Westland was met haar Cornelius kapel voor "vallende ziekte", nu zou men epilepsie zeggen, een belangrijke bedevaartplaats.

Hoogstraten, onbekende bedevaartsplaats in Nederland ca. 1580-1650 volgens kaart 1 in Marc Wingens 'Over de grens'.

Hoorn, Maria van Hoorn. In het onrustige Hoorn hebben de West Friezen de Hollandse Kennemers nog maar net verdreven, of er heeft In het jaar 1426 een wonderbaarlijke gebeurtenis plaats. Molenaar . Claes en zijn vrouw zien 's avonds vanuit hun molen boven het huis van ene Claes Doedensz een Mariabeeld in de lucht zweven. Het echtpaar en hun buren zijn het snel over eens: op die plek moet een kapel verrijzen voor Onze Lieve Vrouwe in de Lucht. Probleem is dat Claes Doedensz weigert zijn huis hiervoor af te staan. Zijn weigering wordt, zo meende men in die dagen, verschikkelijk afgestraft. Plotseling krijgt Claes de pest en sterft enige dagen later. De weduwe Doedensz wordt nu verzocht haar huis af te staan. Geschrokken door het lot van haar man stemt zij toe, en nog datzelfde jaar 1426 wordt een bescheiden houten Noorderkerk gebouwd. De kerk is bijna gereed als een schip de haven binnenkomt dat een houten Mariabeeld vervoert. Het is bestemd voor een klooster in Friesland. De volgende dag vaart de schipper verder, maar wordt door slecht weer gedwongen naar de haven terug te keren. Dit gebeurt enige dagen achtereen. Het misfortuin van de schipper is het gesprek van de dag. Claes Molenaar, die ervan hoort, gaat het beeld bekijken. Hij herkent onmiddellijk het beeld dat hij en zijn vrouw in de lucht hebben zien zweven. De burgers steken de kopen bij elkaar. Ze zijn het erover eens dat dit beeld in hun nieuwe kerk thuishoort. Onder druk van de poorters verkoopt de schipper het en al snel prijkt het op het Hoogaltaar van wat de (Onze Lieve) Vrouwekerk wordt genoemd. Maria ter Lucht en de geschiedenis van de wonderbaarlijke komst van het mirakelbeeld doen de gelovigen toestromen en het bescheiden houten kapelletje maakt vijftien jaar na oprichting plaats voor de huidige Noorderkerk, uiteraard in steen opgetrokken. Als in 1566 beeldenstormers de kerk binnen vallen, slaan ze alle beelden stuk. Maar als één van hen zijn bijl in de voet van het Mariabeeld slaat, kan hij deze niet meer loswrikken. Ook de andere schenners lukt het niet, en geschokken vluchten de beeldenstormers de kerk uit. Gelovigen verbergen het beeld, dat op verschillende plaatsen bewaard werd. Geheel wit overgeschilderd zou het uiteindelijk terecht zijn gekomen bij deken J.V. van der Wiel (1936 - 1942) van de rooms katholieke kerk aan de Grote Noord, niet ver van de oude Noorderkerk. Van der Wiel zond het beeld naar het atelier van kerkelijke kunst te Utrecht, waar de witte verf wordt verwijderd en de oorspronkelijke kleuren weer zichbaar worden. Tevens wordt door deskundige vastgesteld dat het prachtige polychrome beeld begin 1400 gemaakt is. Of het inderdaad het originele beeld van de zwevende Maria van Hoorn betreft, kan, door de vele hiaten in de historie, echter niet met zekerheid worden vastgesteld. Eenmaal gerestaureerd komt het beeld weer terug naar Hoorn. Uiteraard niet naar de Noorderkerk, die door de protestanten was ingepikt, maar naar de katholieke kerk aan de Grote Noord, waar het in het zgn. stiltecentrum kan worden vereerd. Met dank aan Rien Romein.

Houben, zie de zalige Karel Houben

Houthem, zie sint Gerlach.

Sint Hubert, ook Huub, Hubertus. (Gest. 30 mei 727). Feestdag in de bisdommen Roermond, Breda, Den Bosch 3 november. Het zou gebeurd zijn op een Goede Vrijdag ergens in het midden van de zevende eeuw. Huub was een jongeman van goede familie die verbonden was met het hof van Pepijn van Herstal. Op deze beroemde Goede Vrijdag, de dag waarop het sterven van Jezus aan het kruis wordt herdacht, trekt Hubert er met zijn meester op uit om te jagen. Ondanks de waarschuwingen dat daar onheil van komt. Hubertus vind allemaal best, geloven is mooi, jagen is mooier. En wat onheil: hij ziet een schitterend hert met een enorm gewei. Hubertus jaagt het beest na door het bos tot het plotsklaps stilhoudt. Hubertus neemt zijn pijl en boog, maar op het moment dat hij wil schieten is hij als verlamd. Boven op de kop van het dier tussen het gewei staat een lichtend kruis. Een stem spreekt hem vermanend toe waarop Hubertus van z’n paard springt, op de knieën valt en om vergeving smeekt, zo wil de legende die in de veertiende eeuw, achthonderd jaar na de veronderstelde dood van Hubertus de ronde doet. In dat verhaal is Hubertus paltsgraaf van Pepijn van Herstal, die eerzaam en gelukkig met zijn vrouw Floribona leefde, tot Floribona bij de geboorte van hun zoon Floribert sterft. Hubertus trekt zich terug en leeft verder als kluizenaar. Onder invloed van sint Lambertus, de bisschop van Maastricht wordt Hubertus priester. Als bisschop Lambertus de vrije zeden en omgang op het hof kapittelt, wordt hij op istignatie van de hoerige Alpais vermoord en opgevolgd door Hubertus. Deze verlaat voorgoed Maastricht en brengt het heilige gebeente van zijn voorganger over naar het toen nog onooglijke stadje Luik, dat vanaf die dag de bisschoppelijke zetel draagt. Hubertus was aan het begin van de achtste eeuw actief in Limburg, Brabant en de Ardennen. Volgens een van de overleveringen bekeert de overspelige vrouw Alpais zich, door wier toedoen Lambertus vermoord zou zijn, om de rest van haar dagen boete doende in een klooster door te brengen. Wanneer Hubertus op 30 mei 727 in Tervuren bij Brussel sterft, wordt hij opgevolgd door zijn zoon Floribert. Rond het graf van Hubertus vinden zoveel wonderen plaats dat zijn relieken reeds zeventien jaar na zijn dood, op 3 november 743, in de Sint-Lambertkathedraal van Luik worden verheven. In 825 wordt het gebeente overgebracht naar het vervallen klooster van Andage in de Ardennen, waardoor het spoedig naar de heilige vernoemde klooster tot grote bloei komt. Keizer Lodewijk de Vrome kiest bij zijn jachtpartijen het klooster als zijn uitvalbasis. Vrijwel zeker is dit dan ook de reden dat Hubertus later de patroon van de jacht wordt. De legende van het hert sluit hier goed bij aan, maar doet al de ronde bij de veel oudere Romein Sint Eustachius. Hubertus is naast apostel van Luxemburg ook de beschermer tegen hondsdolheid. De plaats Sint Hubert in de Noord Brabantse gemeente Mill is vernoemd naar deze heilige.
1477 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*71 Appendix Misboek Dominikanen/170 dictionary p126 G.J. van Setten, De santenkraam der Roomse kerk.

Sint Hunger () Feestdag /p1401 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*7 Appendix Misboek Dominikanen/Met de heiligen het jaar rond deel 2 532 Heilige bischop van Utrecht (r.k. aartsbisdom Utrecht 8 november).

INDEX

Ontbreekt er informatie? Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse Heiligen mededelingenboard weten.

Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN 90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden RKBN 2002-0007857

Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).

All sites © Mohamed el-Fers

7857

Junior MariaBode

HOME