Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Ga naar alle Geiligen!

Beginletter G - Overige Nederlandse heiligen

Sint Gangolf, ook Gangulfus, Gangulf, Gangulphus, Gangulpi, Gulphi (Gest. ca. 760) Feestdag bisdom Haarlem 12 mei, overige kerk 11 mei, geb. in Varennes-sur-Amance bij Langres (midden Frankrijk), gestorven rond 760 in Bourgondië. Patroon van de leerbewerkers, vilders, laarsenmakers, kinderen en paarden. Beschermer tegen kniepijn, oogziekten en relatieproblemen.
Gangolf (zijn naam betekend in het oudhoogduits "aanvallende wolf" was een
Bourgondisch krijgsman, een boom van een kerel die optrad als lijfwacht van Sint Wulfram tijdens diens missiereizen onder de Friezen. Gangolf bezat een klooster in midden Frankrijk, dat bekend stond vanwege de strenge tucht die hier heerste. .
Deze historische Gangolfs is door Hrotsvitha von Gandersheim rond 960 aangepast. Daarna was Gangolf een aan koning Pippin verwante legeraanvoerden en jager. Onderweg op een van zijn tochten dronk hij aan een bron in een bloeiende tuin. De plaats beviel hem, hij kocht de plek, maar werd door zijn vrienden uitgelachen vanwege de hoge prijs die hij ervoor betaald had. Vooral nadat de bron was opgehouden te stromen. Maar Gangolf was niet kwaad. Hij had de arme bezitter van de bron willen helpen. Hij nodigde zijn vrienden uit voor een maaltijd op zijn nieuw stuk land, en gedurende het eten stootte hij met een stok in de bodem van de tuin. De volgende ochtend daalde een wolk neer op deze plek en ontzegelde de bron weer. Deze bron werd door Gangolfs gebed geneeskrachtig. Enige tijd later kreeg Gangolf te horen dat zijn vrouw hem met een priester bedroog. De heilige Gangolf geeft haar de kans haar verhaal te vertellen. Zej zwoer op haar onschuld. Gangolf verlangde, dat ze als bewijs daarvoor haar handen in de bron zou dopen. Ze trok haar arm tot op de bot afgebrand uit het water. Gangolf bracht niet, zoals destijds gebruikelijk, zijn ontrouwe echtgenoot om, maar accepteerde haar excuses en zond haar uit zijn huis. Ook stuurde hij de priester ongemoeid weg van zijn land. De priester werd door de vrouw ingehaald. Inplaats dankbaar te zijn, stookte de vrouw de priester op. Weet hem het hoofd zo op hol te brengen, dat hij terug gaat en op laffe wijze Gangolf vermoord. Daarna vluchtten beide. Als zijn vrouw hoort dat er aan het graf van Gangolf een wonder plaats heeft gehad, en haar man een heilige wordt genoemd, moet ze daarover lachen. Maar op dat moment treft haar een "schändliche körperliche Strafe". Geen man, ook de priester niet, durfde haar nog te benaderen. De geile priester stierf aan een "boze ziekte" die hem ook innerlijk verscheurde.
Gangolf wordt met name in Duitsland vereerd als martelaar van de christelijke zelfsbeheersing. Het waren de Duitsers die de trotse, stoere Gangolftoren in het Nederlandse Huissen in 1944 opbliezen..Gangolf is de stadspatroon van deze plaats en in Huissen heeft de Gangolfkapel gelukkig de Duitse bezetting wel doorstaan, zij het dat de heilige deze behuizing deelt met de sinten Antonius, Joris, en Laurentius.
Haarlem had een eigen Gangolfkapel en bijbehorend Gasthuis. Waarschijnlijk betrof het een stichting van de Benediktijnen, die tot de verbreiders van de Gangolfcultus behoorden. Op de plaats waar nu de Haarlemse Botermarkt ligt, lag aanvankelijk het Sint Gangolfskerkhof. Behorende bij het Gangolfs Gasthuis, dat samen met de kapel afbrandde tijdens de grote stadsbrand van 1576.
Op de zondag van of na 11 mei vertrok vanuit het Haarlemse Gangolfgasthuis een omgang via de Barrevoetstraat en Raamgracht. Ter hoogte van Den Vijfhoeck was een rustaltaar opgericht door het weversgilde. Hier voegden zich de penitenten met hun boeteoefeningen aan, om vervolgens naar de Sint Annakerk (waar later de Nieuwe Kerk verrees) te trekken. Ook daar werd halt gehouden, om langs de Grote Houtpoort, Kleine Houtstraat en Verwulft terug te keren naar de Gangolfkapel aan de huidige Gasthuisstraat. Na de brand kwam er op het kerkhof eerst een koe- en ossenmarkt en vanaf 1681 een 'Suyvelmarkt" waar de Botermarkt naar is genoemd
In Nederland leek zijn cultus daarmee te zijn verdwenen, maar een mirakelboek is echter bewaard gebleven met alle genezingen die in Haarlem op voorspraak van Gangulfus tussen 1460 en 1561 plaats hadden. Aan de devotie in Haarlem kwam in 1576 een einde toen de kapel tot de grond toe afbrandde. Zijn relikwieën bevinden zich in de Gangolfkerk, Theuerstadt 4 - 96050 Bamberg - Tel.0951/23405 - Fax. 0951/2082987 Bamberg.
Litt. Missale Romanum Ned. editie (1955)

De zalige Geertrude van Delft, ook Gertrude van Oosten. (Gestorven in 1358) Feestdag 6 januari. Geertrude was in Voorburg geboren en leefde een leven van contemplatie zonder dat ze lid werd van een kloostergezelschap. Nadat bekend werd dat ze de stigmata (Wonden van Christus) kreeg was het gedaan met de rust. Grote massa's mensen kwamen naar haar woning in Delft toe. Ze was bekend vanwege haar grote vroomheid..

Sint Geertruid, Gertrud of Gertrudis van Nijvel ook van Geertruidenberg, (geboren ca 626-) Feestdag 17 maart, feestdag bisdom Gent en Mechelen-Brussel 12 februari; bisdom Breda 17 maart. Geertruid was de dochter van de Merovingische hofmeier Pippijn van Lande. Zij versmade een vorstelijk huwelijk met Merovingerkoning Dagobert I (stamvader van het Karolinger-huis van Karel de Grote) en trad samen met haar moeder (de heilige Itta, stichtster van het eerste vrouwenklooster in de Nederlanden) en haar zuster (de heilige Begga van Andenne) in het klooster. In 640 stichtte zij met moeder op de zuidgrens van het hertogdom Brabant (België) een abdij en werd op 21 jarige leeftijd al abdis van deze stichting. Haar persoon is omgeven met wonderen en verschijningen. Zij verdreef zeemonsters bij schepen. In de abdij daalde een vlammende bol op haar hoofd neer zonder haar te deren. Bij rattenplagen werd ze aangeroepen om de beesten te verdrijven. Het water dat ontsprong in de bron in een crypte van de Gertrudiskerk zou, over de akkers uitgegoten, zowel ratten als veldmuizen doen verdrijven. De abdij groeit uit tot een groot vrouwenklooster met veel landerijen verspreid in Brabant. Rond het jaar 650 wil vader Pippijn zijn dochter uithuwelijken, dit is tegen haar zin. Geertruid vlucht. Tijdens haar vlucht komt ze met een boot op de rivier de Donge en gaat bij een hoogte langs de oever, de “berg” in de tegenwoordige (Nederlands) Limburgse gemeente Margraten aan land. Zij blijft daar de rest van haar leven om te mediteren en sticht er een kluis. Later zou de reizende bisschop Amandus, een kapel hebben gebouwd op de plaats van de kluis van Sint Gertrudis. Het is deze legende die de stad haar naam gaf, Berg van Geertruid (Mons sanctae Gertrudis) ofwel Geertruidenberg. Archeologisch onderzoek heeft tot nu toe echter alleen bewoningssporen vanaf het jaar 1000, dus 3,5 eeuw na Gertrudis opgeleverd. Eveneens ontbreekt het aan gegevens omtrent een historisch verband te vinden tussen de abdij van Nijvel en Geertruidenberg. Het is de abdij van Thon die rechten op de kerk en de benoeming van geestelijken in Geertruidenberg heeft. Gertruid wordt aangeroepen tegen ratten en muizenplagen en net als sint Christoffel is zij de patrones van reizigers . En voor men vroeger op reis ging, prooste men elkaar een sint-geerte-minne toe op een voorspoedige reis en behouden terugkeer. Bergen op Zoom heeft de monumentale Sint Gertrudiskerk.
Met de heiligen het jaar rond deel 1 256/De santenkraam der roomse kerk 44.p44 G.J. van Setten, De santenkraam der Roomse kerk 44/1409 Missale Romanum Ned. editie (1955);/161 ? dictionary /p1409 missaal/*13 Appendix Misboek Dominikanen. Met dank aan Rien Romein.

Sint Geertruy van Oosten () Feestdag /p45 I heilige jaar rond.

Gemert bedevaartsplaats in Nederland ca. 1580-1650 volgens kaart 1 in Marc Wingens 'Over de grens'.

Sint Gerard van Brogne () Feestdag bij Namen
147 dictionary/Met de heiligen het jaar rond deel 2 288.

Sint Gerardus Majella. ook Sint Geert van Wittem. Gerardus Majella was in het Limburgse heuvellandschap een populaire heilige. In Wittem staat een oud klooster, gebouwd tussen 1729 en 1733 in opdracht van de eigenaar van de heerlijkheid Wittem, graaf Ferdinand van Plettenberg om het gebied te behoeden voor het verdervelijke calvinisme.Wittem is vandaag de dag onder katholieken vooral bekend als het heiligdom van sint Gerardus Majella (1726-1755). Men is in het bezit van een reliekwie van de redemptorist, die tijdens zijn korte leven begenadigd was met mystieke gaven en dicht bij de mensen stond door zijn daadwerkelijke ondersteuning en hulp onder zieken en lijdenden. In 1904 werd Gerardus heilig verklaard. Mede door de aanwezigheid van de relieken en de massale verspreiding van het orgaan de Sint Gerardus Klok, waarvan de redactie in Wittem zetelt, begint vanaf de jaren twintig het pelgrimsoord naam te maken. Nog steeds bezoeken jaarlijks duizenden mensen Wittem. Er zijn georganiseerde bedenvaarten niet alleen uit de omtrek, maar uit heel het land en zelfs van over de grenzen. Bij de relieken van sint Gerard zoeken zij steun voor hun geloof, sterkte en troost bij de moeilijkheden van het leven. Eind jaren vijftig beleefd de cultus rond Sint Geert zijn hoogtepunt. In 1961 wordt een nog nieuwe kapel in gebruik genomen, speciaal voor de Gerardus-devotie. De paters en broeders van het klooster hebben op hoogtijdagen hun handen vol aan de organisatie van dit alles.
Litt.: Evers, Johannes Hendrikus Maria, Pastoraat en bedevaart : een onderzoek naar het pastorale aanbod in het kader van de devotie tot Sint Gerardus Majella en de bedevaart naar Wittem, met bijzondere aandacht voor het gezangrepertoire. Proefschrift Nijmegen, 1994 ISBN 90-9006795-7.

De Zalige Gerbrand (Gestorven in 1218) Feestdag 13 oktober.
Gerbrand was de tweede Abt van de Cistercienser gemeenschap van Klaarkamp in Friesland en stichtte in 1191 Bloemkamp.

Sint Gerke () Feestdag De plaats Gerkesklooster in de Friese gemeente Achtkarspelen is vernoemd naar sint Gerke.

Sint Gerlach ook Gerlachus, Gerlac (Gest. 5 januari 1164). Feestdag bisdom Roermond 5 januari. Meer dan 800 jaar geleden bewoonde soldaat-ridder Gerlach zijn domein aan de Geul. Er zouden aanwijzingen zijn dat hij in de omgeving van Maastricht, dan wel nabij Valkenburg geboren zou zijn. Gelach was ´groot van stuk, breed en gezet en zijn lichaamskrachten waren evenredig met zijn forse bouw´. In de een halve eeuw na Gerlachs dood opgestelde levensbeschrijving staat dat de soldaat ´ritmeester´was, en er vrolijk op losknokte, loszoop en frank en vrij sex bedreef, terwijl zijn lieve vrouw eenzaam thuis wachtte. Dan heeft een dramatisch voorval in zijn leven plaats. Vlak voor hij het toernooiveld te Gullik betreed, bereikt hem een ijlbode met het bericht dat zijn vrouw gestorven is. Hij zegt zijn loopbaan als soldaat op, zegt zijn vrienden vaarwel en rijdt ter boetedoening op een ezel naar huis. Hij trekt het harige boetekleed aan en trekt van bedevaartsoord naar heiligdom tot hij in Rome aankomt, om bij paus Eugenius III te biechten. Als penitentie legt de paus hem de bedevaart naar Palestina op. Zeven jaar werkt Gerlach in het hospitaal van de Sint Jansridders als veehoeder. Ook in deze periode bleef Gerlach vasten en bidden, ´daarbij de lichamelijke kastijdingen niet achterwegen latend´. Na de volbrachte boete begaf Gerlach zich opnieuw naar Rome, om paus Hadrianus IV het bewijs te brengen van het nakomen van zijn boeteplicht. Gerlachus heeft de smaak van boetedoening te pakken, en smeekt de Heilige Vader hem toe te staan zijn strenge levenspraktijken te blijven volgen, ook nu de opgelegde straf is ingelost. De paus treft beschikkingen omtrent Gerlachs goederen en laat hen in het bezit van de nodige schiftelijke bewijsstukken van vergeving in 1155 naar zijn landgoed in Houthem terugkeren. St.Gerlach leefde daar als kluizenaar in een oude holle eik. Dagelijks gaat hij te voet naar Maastricht om het gebeente van Servaas te vereren. Behalve op zaterdag, want dan trok Gerlach naar Aken om een Mariabeeld lof te brengen. Gerlach kreeg het echter aan de stok met de monniken van de proosdij van Meersen. Die kwamen naar de bisschop van Luik dat Gerlach in zijn holle boom een enorme som geld verstopt hield. Toen de eik op bevel van de bisschop was omgehakt en ook de omliggende grond uitgebreid was omgespit, bleek de beschuldiging vals te zijn. De bisschop gaf opdracht van het hout van de eik twee hutjes te bouwen: een kappelletje en een nieuwe woning voor de ex-ridder. Tevens gaf de bisschop opdracht dat er niet vanuit de nabijgelegen proosdij van Meersen, maar vanuit Rolduc kanunniken de mis mochten lezen in de kapel. Tot aan Gerlachs dood zou de proosdij van Meersen hem blijven pesten. Met het kleine kruisje dat hij droeg, joeg hij regelmatig de duivel op de vlucht. De wonderen van Sint Gerlach waren er velen; hij kon water uit de nabijgelegen put in wijn veranderen, over water lopen... Maar hij genoot vooral bekendheid als zgn geselheilige, dat wil zeggen, hij kastijdde niet alleen zichzelf, maar stond andere ook toe hem er eens flink van langs te geven uit liefde voor de Here Jezus en zijn allerheiligste Moeder-Maagd. Deze versterving wekt de interesse van de heilige Hildegard van Bingen op, die hem uit adoratie de kroon stuurt die de bisschop haar op de dag van haar professie op het hoofd gezet had. Op 5 januari 1164 stierf Gerlachus. Voor zijn dood weigeren de kloosterlingen van Meersen hem de Laaste Sacramenten toe te dienen. Gelukkig daalt Sint Servaas uit de hemel neer om de stervende te zalven. Gerlach werd in zijn houte hutje in zijn boetekleed en ridderharnas begraven. Weldra begon het te wonderen. Op de plaats van zijn graf werd in 1201 ter verering van de inmiddels als Heilige vereerde Gerlachus een Prémonstratenklooster gesticht, dat tussen 1218 en 1230 plaats maakte voor een adellijk vrouwenstift dat uitgroeide tot een vermaard pelgrimsoord. In de loop van de geschiedenis voltrokken zich op deze plek verschillende wonderen. Na ruim vijf eeuwen vertrokken in 1786 de zusters van de orde der Norbertinessen en werd het Chateau tot 1979 bewoond door een adellijke familie. De laatste adellijke bewoner was Baron Robert de Selys de Fanson die bij zijn dood in 1979 het landgoed legateerde aan het kerkbestuur van de St. Gerlachuskerk te Houthem. Het landgoed was in verval geraakt, maar Camille Oostwegel en de in 1998 opgerichte Stichting Behoud St. Gerlach hadden als doel het landgoed van verdere verval te redden. In 1995 startte een grootscheepse monumentale renovatie. De ruïne van weleer herrees als een phoenix in het Geuldal. Ruim 2,5 jaar later ontstond er in de voormalige heilidom een hotel met 58 luxe hotelkamers en suites. In het adellijke stift en de vroegere graan-en vakwerk schuren verrezen 39 appartementsuites. In het heiligdom van sint Gerlach, nu Château St. Gerlach ontdekt u een à la carte restaurant, bistrôt, salons, een Romeins zwembad met Kneippkuurafdeling en conferentiezaal. Het adres is Joseph Corneli Allée 1, 6300 AE Houthem. De prachtige barokkerk van St. Gerlach met zijn unieke fresco's van de Oostenrijkse schilder Adam Schopf heeft ook de relieken van Sint Gerlach in haar bezit en behoort tot de belangrijkste monumenten van Nederland.
1403 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*9 Appendix Misboek Dominikanen/Met de heiligen het jaar rond deel I p 83; Dictionary of Catholic Biography van John J. Delaney en James Edward Tobin (Doubleday & Co., New York, 1961); Butler's Lives of the Saints, complete edition (1956).

Sint Goedele () Feestdag 160 Pinguin/Met de heiligen het jaar rond deel 1 81.

Sint Gondulfus ook Gundulfus. Gondulfus bestuurde zeven jaar het bisdom Maastricht en werd bij zijn voorganger Monulfus bijgezet in de Sint Servaaskerk, waar beider relieken nog steeds worden vereerd, in het bijzonder op de 21ste juli, de feestdag van HH. Monulfus en Gondulfus en op de zaterdag voor de derde zondag na pinksteren tijdens het algemene Maastrichtse Heiligenfeest rond alle heiligen waarvan de botten in het bezit zijn van Maastricht. Waaronder naast Servaas o.a. Domitianus, Perpetuus, Ebregisus, Johannes met het Lam, Remaclus, Theodardus en Lambertus.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952); Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983); Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse uitgave 1430.

Gorkum, ook Gorinchem, de 19 martelaren van Gorkum (Zuid Holland)
Feestdag 9 juli
Na de inname van Den Briel op 1 april 1572, werd ook het vestingstadje Gorkum door de Oranje-troepen bezet. Willem van der Marck, graaf van Lumey, gaf bevel alle aanwezige priesters en kloosterlingen gevangen te zetten. Na verschrikkelijk te zijn gemarteld werden zij door Jan van Omal in een schip van Gorkum naar Den Briel overgebracht. Ook gedurende deze tocht hadden zij vele kwellingen te doorstaan en konden de protestanten het niet nalaten de aan God gewijdde mannen te martelen.In Dordrecht werden ze half naakt 'tentoongesteld' en aan de bespottingen van het door de protestanten opgehitste gepeupel overgeleverd. In Den Briel werden ze door papenhater Lumey zelf verhoord. Hij beloofde hun de vrijheid als zij zouden ontkennen dat Jezus in de Heilige Hostie aanwezig zou zijn en het oppergezag van Onze Heilige Vader in Rome zouden loochenen. Uiteraard bleven ze weigeren op deze leugen in te gaan, hoe Lumey ze ook deed afranselen. Hoe harder sommigen werden geslagen, des te vuriger werd het verlangen in Christus te mogen sterven. Het Ware Geloof is niet iets dat je even snel wisselt als een paar sokken, zoals bij de brute graaf van Lumey het geval was. Als een protestantse Pontius Pilatus gaf hij aan Jan van Omal de opdracht ze af te maken om hun geloof. In de nacht van 8 op 9 juli 1572 werden de negentien in een Turfschuur op het martelveld van het verlaten Elisabethklooster even buiten Den Briel, na opnieuw te zijn vernederd en gefolterd, op sadistische wijze opgehangen door het gereformeerde tuig.
Deze martelaren voor hun overtuiging waren Leonardus van Veghel (geb. 1527), Nicolaas Janssen van Poppel uit Weelde (geb. 1532), Johannes Lenaerts van Oisterwijk (geb. 1504), Godfried van Duynen (geb. 1502), Andreas (Andries) Wouters (geb. 1542), Nicolaas Pieck (geb. 1534), Hieronymus van Weert (geb. 1522), Theodorus van der Eem (geb. tussen 1499-1502), Nicasius Janssen van Heeze (van Hees) (geb. 1522), Willehadus de Deen (geb. 1482), Godfried (Govaert) van Melveren (geb. 1512), Antonius van Weert (geb. 1523), Antonius van Hoornaer(t) (geb. datum onbekend), Franciscus de Roye (van Rooy) (geb. 1549), Petrus van Assche (van der Slagmolen of Van Aarschot) (geb. 1530), Cornelius van Wijk (bij Duurstede) (geb. 1548), Johannes van Hoornaert (van Keulen) (geb. datum onbekend), Adrianus Jansen van Hilvarenbeek (geb. 1528) en Jacobus Lacops (geb. 1541).
Op dezelfde plaats werden de zwaar verminkte lichamen door geloofsgenoten in het geheim begraven. Nog wilde de protestanten hen de eeuwige rust niet gunnen. Niets lieten ze na om deze slachtoffers van de moordzuchtige geloofsfanaten ook postuum te vernederen. In 1615 werden de stoffelijke resten in het diepste geheim opgegraven en in België in veiligheid gebracht. Een groot gedeelte van deze relikwieën wordt nu vereerd en verheerlijkt in de bedevaartskerk welke op de plek van de schuur, het martelveld, is verrezen. Op 14. november 1675 werden deze martelaren door paus Clemens X zalig verklaard. Het was paus Pius IX die op 29. juni 1867 de mannen van Gorkum in de lijst der heiligen liet bijschrijven als de eerste officiele Romeinse heiligverlaring voor Nederlandse heiligen. Het bedevaartsoord van de heilige Martelaren van Gorkum is gelegen aan de Rik/Hoek Kloosterweg in Brielle en omvat een kerkgebouw en het zogenaamde martelveld, direct achter de kerk. Op het martelveld geeft een hardstenen rand de contouren van de fundering van de oude turfschuur uit 1572 aan, met middenin een koepelvormig monument met altaar. Tevens is er de visvijver te vinden die vanwege de vele vasten- en onthoudingsdagen in die tijd voor de kloosterlingen noodzakelijk was. In het kerkgebouw staat voor het altaar de door de gebroeders Brom uit Utrecht vervaardigde schrijn met de stoffelijke resten van de Martelaren. In juli en augustus is het bedevaartsoord dagelijks geopend van 13.00 tot 17.00 uur met een Eucharistieviering om 16.00 uur. Met eigen vervoer Rotterdam richting Europoort, de borden Brielle volgen, bij Brielle richting Tinte. Openbaar vervoer: Rotterdam CS, metro naar Spijkenisse en dan bus naar Brielle (Brielle-vesting). Voor bezoek met groepen bedevaartgangers en voor bezoek buiten de vastgestelde tijden kunt u voor informatie terecht bij mevrouw H.W. Kester, telefoon: 0181 - 413 720.

Sint Godfried van Duynen (geb. 1502-vermoord op 9 juli 1572). Feestdag 9 juli. Zie de de 19 martelaren van Gorkum.

Sint Godfried (Govaert) van Melveren (geb. 1512-vermoord op 9 juli 1572). Feestdag 9 juli. Zie de de 19 martelaren van Gorkum.

Sint Gozewijn van Deventer ook Gozewijn Comhaer, Goswini, Gottsvin of Gotsvinnus (1375-20 juli 1447) Gozewijn Comhaer was een Nederlandse geestelijke die door de Deense koning Erik XIII in 1435 werd benoemd tot bisschop van IJsland. Elk jaar bezocht hij ongeveer een kwart van zijn bisdom niet tegenstaande zijn leeftijd en de vreselijke toestanden van wegen en vervoermiddelen. Door de plaatselijke bevolking werd hij al tijdens zijn leven als een heilige vereerd en Gozewijn van Deventer behoorde tot de meest geliefde middeleeuwse bisschoppen op IJsland. Gozewijn werd omstreeks 1375 in Deventer geboren als zoon van goudsmit Gerrit Comhaer en diens vrouw Bertha. In 1407 werd Gozewijn tot prior gekozen van het karthuizerklooster in het Belgisch-Limburgse Zelem. Zeven jaar later meldde hij zich aan bij het moederklooster van de karthuizers, de Grande Chartreuse bij Grenoble, waar hij al snel een leidingevende functie krijgt. Hij werd door het generaal kapitel tot definitor van de orde verkozen in 1420 en 1426. In die tussenliggende jaren reisde hij enige malen naar karthuizerkloosters in Noord-Duitsland en Denemarken. Zijn vader Gerrit was vanwege strubbelingen met de bisschop van Utrecht naar Denemarken ge‰migreerd en daar aangesteld als muntmeester van de koning van Noorwegen, Zweden en Denemarken. Gozewijn maakte waarschijnlijk via zijn vader in 1432 kennis met deze Erik die in Denemarken als Erik VII, in Zweden als Erik XIII en in Noorwegen als Erik IV bekend stond. Deze koning vroeg Gozewijn zijn biechtvader te worden en in datzelfde jaar probeerde Erik hem bisschop van Bergen in Noorwegen te maken. Zonder succes. Drie jaar later zag de koning een nieuwe kans om Gozewijn te bevorderen, ditmaal tot bisschop van Sk holt op IJsland. Gozewijn werd in 1435 aangesteld en vervulde, hoewel hij niet voortdurend op IJsland verbleef, zijn ambt tot in 1447. Gozewijn hield zich strikt aan de strenge regels van zijn orde. Het wekt verwondering dat hij op ongeveer zestigjarige leeftijd nog zo'n zware taak op zich heeft kunnen nemen. De opdracht om jaarlijks een kwart van zijn diocees te visiteren, moet gezien het klimaat zo dicht bij de poolcircel en de moeilijk begaanbare wegen veel van hem hebben gevergd. Hij stelt een zekere Thora aan tot abdis van een klooster en bevestigt de verzoening tussen twee priesters. In de volksverhalen kwam vooral het verhaal van J¢n de Abt voor, die tegenover bisschop Gozewijn onder ede moest verklaren dat hij geen gemeenschap had gehad met een vrouw uit die streek. In 1439 belegde Gozewijn een synode in zijn houten kathedraal waar oude besluiten werden bevestigd en nieuwe werden genomen. In 1441 bezoekt Gozewijn de bisschop van Kirkjubþ op de Faro‰r, welke bisschop hij uit zijn ambt zet. Hoeverre hij hiertoe het recht had, blijft een open vraag. De reden waarom Gozewijn in 1445 IJsland verlaat is onbekend. Via Engeland komt hij in 1446 in Nederland aan, waar hij te kennen geeft van zijn lasten ontheven te willen worden om zijn laatste dagen in de Grande Chartreuse bij Grenoble te kunnen doorbrengen. Dit zeer tegen de zin van de zojuist benoemde paus Nicolaas V (1447-1455). In zijn brief noemt de paus Gozewijn een 'iniquitatis filius' (zoon van het onrecht) en spreekt over hem als de 'potencia eiusdem Goswini' (de macht van diezelfde Gozewijn). Of het pauselijk schrijven de bisschop van IJsland nog heeft bereikt is onwaarschijnlijk. Gozewijn stierf in de Grande Chartreuse bij Grenoble 20 juli 1447.
Lit. Scholtens, H.J.J., Gozewijn Comhaer, karthuizer en bisschop van IJsland, een bijdrage tot zijn biographie, in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht, dl. 52, Utrecht 1926; Piebenga, Gryt Anne, 'Gozewijn Comhaer' in Spiegel Historiael, mei 1977.

's Gravensande (Zuid Holland) Bedevaartsplaats in Nederland ca. 1580-1650 volgens kaart 1 in Marc Wingens 'Over de grens'. 's Gravensande was een van de drie plaatsen met name werd genoemd in het het bedevaartverbod dat de Staten van Holland in 1587 afkondigden. Op straffe van hoge geldboete werd het houden van bedevaarten verboden.

Sint Gregorius van Utrecht (Trier 703-Utrecht 776). Feestdag 25 augustus. Gregorius van Utrecht, werd in 703 in Trier geboren Tijdens zijn studietijd hoorde hij Bonifatius preken in het Klooster van Pfalzel waar zijn grootmoeder abdis was. Gregorius werd een vriend en student van Bonifatius. Deze maakte hem Abt van het Sint Maartenklooster in Utrecht. Als Sint Willibrord in 744 sterft, neemt Bonifacius de leiding van het bisdom over en benoemde Sint Eoban administrateur. Sint Eoban werd martelaar in Dokkum, Friesland. Na zijn dood werd het bisdom afhankelijk van Keulen en wordt Gregorius voor de eerstvolgende 20 jaar aan het hoofd van de domschool en van het Bisdom gesteld, maar een bijbehorende Bisschoppelijke wijding kreeg de Benediktijner Abt niet. Onder hem groeit de Sint Maarten-abdij uit tot een belangrijk studiecentrum en vele studenten van overal trokken naar Utrecht. Een welbekende student was Sint Ludger. Drie jaar na zijn aanstelling raakte Gregorius verlamd. Toch blijft hij nog 17 jaar aan het hoofd van de communiteit. Vlak voor zijn dood sleept hij zich naar de Domkerk, waar hij stierf.

INDEX

Ontbreekt er informatie? Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse Heiligen mededelingenboard weten.

Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN 90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden RKBN 2002-0008860

Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).

All sites © Mohamed el-Fers

HOME