|
Sint Ebregius. Een van de heiligen wier relieken zich
in de Maastrichtse Sint Servaaskerk bevinden en wiens feest
op de zaterdag voor de derde zondag na pinksteren gevierd
wordt. Dit samen met de heilige bisschoppen van Maastricht
en de verering van de overige heiligen waarvan Maastricht
de relieken in bezit had: de heiligen Domitianus, Monulfus,
Gondulfus, Perpetuus, Johannes met het Lam, Remaclus, Theodardus
en Lambertus.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au
diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952);
Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983);
Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse
uitgave 1430.
Sint Edith Stein, ook Sint Teresia Benedicta van
het Kruis (12 oktober 1891-9 augustus 1942). Feestdag 9
augustus. Edith Stein werd in Breslau (toen Duitsland, nu
Wroclaw in Polen) geboren in een orthodox joodse familie,
maar besloot in 1904 een atheist te worden. Als student
aan de universiteit van Gottingen maakte ze kennis met Edmund
Husserl en raakte geinteresseert in diens filosofie. Toen
Husserl naar de universiteit van Freiburg vertrok, vroeg
hij Edith Stein hem te volgen als zijn assistente. Ze ontving
haar doctoraat in filosofie. In Gottingen kwam ze voor het
eerst in contact met het rooms katholicisme. Aangetrokken
door dit geloof, keerde Edith Stein tijdens een vakantie
in 1921 terug naar Breslau, waar ze geinspireerd door de
autobigrafie van de mystica Theresa van Avila over ging
tot het roomse geloof. Ze werd op 1 januari 1922 gedoopt
en beeindigde haar assistentie aan Husserl om aan een Dominicaner
meisjesschool in Speyer te onderwijzen (1922 - 1932). In
Speyer vertaalde ze sint Thomas Aquino´s De veritate (Over
Waarheid) en verdiepte zich in de rooms katholieke filosofie
in het algemeen. In 1932 werd ze lector aan het pedagogisch
instituut van Munster maar moest deze positie in 1933 opgeven,
gedwongen door de anti-semitische wetgeving ingevoerd door
de nazi-regering. In 1934 trad ze toe tot het Karmelietenklooster
van Keulen onder de religieuze naam Teresa Benedicta van
het Kruis. Daar schreef ze haar metafysische werk 'Endliches
und ewiges Sein', een poging tot een synthese van de filosofiën
van Aquinas and Husserl. In 1938, toen de dreiging van de
nazi´s groeide, werd ze overgeplaats naar het Karmelietenklooster
te Echt in Nederland. Vanaf oudjaar 1938 tot aan haar deportatie
op 2 augustus 1942 leefde Edith Stein met haar zuster in
de karmel van het Limburgse plaatsje Echt. Ze bracht ook
enige tijd door in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt. Katholieken
in Nederland beschouwen haar daarom - minste ten dele -
als een Nederlandse heilige. In Echt schreef ze haar 'Studie
uber Joannes a Cruce: Kruezeswissenschaft'. Haar vlucht
naar Echt bleek niet voldoende om haar veiligheid te garanderen.
Nadat aartsbisschop De Jong - gesteund door de andere Nederlandse
bisschoppen - meermalen publiekelijk protesteerd tegen de
jodenvervolging (geen enkel ander episcopaat in Europa heeft
dat gedaan) wordt op 26 juli 1942 door Adolf Hitler de order
alle niet-arische katholieken te arresteren als represaillemaatregel
voor het bisschoppelijk protest. Op 2 augustus werden ook
Edith Stein en haar zus Rosa door de Gestapo gevangen genomen
en overgebracht naar het concentratiekamp Auschwitz. Overlevenden
van dit dodenkamp getuigden dat zij met enorme inzet iedereen
waar mogelijk hielp. Op 9 augustus 1942 werd ze samen met
haar zuster naar de gaskamer gezonden. Zoals gebruikelijk
voorafgaande aan een opname in de canon der heiligen, werden
er ook wonderen die uit naam van Ediths Stein waren verricht,
opgetekend. Er waren protesten van joodse zijde tegen haar
zaligverklaring in 1987 en op 11 oktober,1998 toen Edith
heilig werd verklaard door paus Jan Paul II.
De Kapel van het Karmelitessenklooster aan de Bovenstestraat
48 te Echt is het Nederlandse centrum voor de verering van
deze heilige joodse non. Een gevelteken, vervaardigd door
de plaatselijke beeldhouwer Joop Utens, herinnert aan haar
verblijf in de Echter Karmel. Tijdens haar 50ste sterfdag,
op 9 augustus 1992, werd ze herdacht met o.a. de inzegening
van vier glas in loodpanelen van Eugene Laudy aangebracht
in de kapel, voorstellende: de H. Teresia van Avila; Edith
Stein als jonge vrouw; Edith Stein als ingetreden karmelitesse:
zuster Teresia Benedicta van het Kruis en het vierde paneel
toont ons de H. Johannes van het Kruis, die samen met de
H. Teresia van Avila de Karmel-orde heeft hervormd.
In Echt is sinds 1999 in de St. Landricuskerk een altaar
gewijd aan de Heilige Edith. Het is van de hand van beeldend
kunstenaar Karin Deneer. Het altaar, met een drieluik in
de vorm van een lessenaar, bevat een levensgrote afbeelding
van Edith die de beschouwer een boek toont en uitnodigd
om te lezen. Rechtsboven een geschilderd kruis (naar een
tekening van Johannes van het Kruis in ongebruikelijk perspectief)
dat symbool staat voor haar laatste werk als schrijfster
van het niet voltooide commentaar en verklaringen van de
"Wetenschap van het Kruis" van Johannes van het
Kruis. De vormgeving van het altaar symboliseert haar pedagogisch
werk als docent. Op de lessenaar boeken die haar schrijverschap
symboliseren. Eveneens van de hand van Karin Deneer een
reliekenkast met de originele koormantel van Edith Stein
die na haar deportatie achterbleef in de Karmel van Echt.
De twee zijpanelen zijn afbeeldingen van Theresia van Avila
en Johannes van het Kruis. Vanaf Theresia van Avila een
lichtstraal die Edith Stein raakt. Dit als symbool van de
inspiratie van Theresia van Avila waardoor Edith Stein katholiek
wilde worden na het lezen van de zelfgeschreven biografie
van deze heilige Karmelietes en hervormer van de Orde van
de Karmel.
Met dank aan Charles Hajenius van het Gemeentemuseum Echt,
Nieuwe Markt 55, 6101 CV Echt. Literatuur: Hilda C. Graef
'The Scholar and the Cross' (1955); Waltraud Herbstrith
'Edith Stein' (1985); N.J.A. Laugs, Echt in oude ansichten,
Echt, deel 1, 1970, nr. 14; W. Heemskerk, Edith Stein en
de Carmel te Echt, Echter Landj, uitgave van de gelijknamige
heemkundevereniging, Echt, deel 1, 1987, p. 222-228.
Sint Egbertus (Gest. 729) Feestdag 21 april (Utrecht
en Rotterdam). Hoewel deze abt van Rathmelsigi (Noord-Oosten
van Ierland) nooit een voet op onze bodem heeft gezet, werden
op zijn trainingscentrum missionarissen al Willibrord klaargestoomd
om het christendom te verkondigen onder de heidense Hollanders.
Later trok Egbert naar het eiland Hy, waar hij de Keltische
monnikken er toe bracht zich bij het Romeinse kerkegebruik
aan te sluiten en afstand te doen van hun afwijkende berekening
van het paasfeest. Op het eerste paasfeest dat er volgens
de Romeinse kalender werd gevierd, stierf Egbert. Door zijn
leerlingen werd de Egbert-cultus ook in onze contreien verspreid.
1415 Missale Romanum Ned. editie (1955); zie pag.
50 Onze Nederlandse stam en staat./*19 Appendix
Misboek Dominikanen/Met de heiligen het jaar rond
deel 1 374.
Egmond aan de Hoef, gemeente Egmond (N.H.) Bedevaartsplaats
met heilige bron in Noord Holland. De oorsprong van Egmond
gaat terug op het graf van de heilige Adalbertus, een uit
Engeland afkomstige benedictijner monnik die in de achtste
eeuw onder de Westfriezen in Kennemerland het Christendom
predikte. In de tiende eeuw werd zijn gebeente teruggevonden
en op die plaats ontsproot toen een bron die bekend is gebleven
als de Sint Adalbertusput en een bedevaartsplaats werd.Volgens
het relaas van de monnik Ruopert van Mettlach werd de Egmondse
abdij omstreeks het jaar 925 gesticht, door graaf Dirk I.
Het was een nonnenklooster en de graaf liet de relieken
van Adalbertus daarheen overbrengen om de vrouwen voor het
zieleheil van de grafelijke familie te zingen. Rond 950
vervangt graaf Dirk II het nonnenklooster door een abdij
van uit Gent afkomstige benedictijner monniken, de oudste
abdij in Nederland. Deze is uitgegroeid tot het belangrijkste
culturele centrum van het middeleeuwse Holland. De nonnen
werden verplaatst naar Bennebroek. Egmond ontwikkeld zich
tot een scriptorium, waar handschriften worden overgeschreven
en nieuwe boeken worden vervaardigd. Een van de belangrijkste
geschiedenisboeken van de Middeleeuwen, de Annales Egmundenses
of Egmondse annalen, werd rond 1100 te Egmond samengesteld.
Ook andere belangrijke geschiedbronnen zijn ons dankzij
de monniken van de Egmondse Abdij overgeleverd. Het wereldlijk
bestuur bestuur werd door de graaf opgedragen aan de Heren
van Egmond, die daartoe sinds de twaalfde eeuw in de nabijheid
een indrukwekkend kasteel bouwden. Rond deze beide complexen
ontstonden de plaatsen die nu bekend zijn als Egmond-Binnen
en Egmond aan de Hoef. Na de invasie van de watergeuzen
bij Enkhuizen in 1572 werd Diederik Sonoy door Willem van
Oranje aangesteld als gouverneur. Sonoy veroverde vrijwel
het gehele noorderkwartier en voerde een schrikbewind tegen
katholieken en priesters. In 1573 verdreef hij de benedictijner
monniken uit de abdij van Egmond en bij zijn aftocht in
1574 werden zowel de abdij als het slot van Egmond verwoest.
Uit de bezittingen van de abdij werd de oprichting van de
Leidse universiteit bekostigd. In de loop van de 18de eeuw
waren de restanten van beide gebouwen met het instorten
van de laatste toren vrijwel geheel verdwenen.
Nadat het terrein in 1908 weer in het bezit was
gekomen van de benedictijnenorde werden in 1933
de fundamenten van het oude Slot van Egmond
teruggevonden, blootgelegd en tot even boven
maaiveld gerestaureerd. Ze geven een goede indruk
van de omvang en indeling van het middeleeuwse
kasteel, waarbij in 1935 de Abdij van Egmond
wordt heropgericht. De aanvankelijk kleine
priorij, een stichting van de Abdij van
Oosterhout, wordt in 1950, duizend jaar na de
stichting, tot abdij verheven. De priorij werd
ontworpen door de architect A.J. Kropholler.
Zo´n 200 monniken had dit klooster zullen
huisvesten. Wanneer na de Tweede Wereldoorlog de
uitbreiding van de priorij onder architectuur van
B.J. Koldeweij (1895-1958) tot het huidige
gebouwencomplex wordt uitgebreid, biedt dit
plaats aan 50 monniken. Momenteel zijn er 19
monniken in huis.
Eikenduinen. In de huidige Vruchtenbuurt van de
gemeente Den Haag. Eikenduinen bezat een reliek van het
kruis van Christus, dat werd aanbeden in de Onze Lieve Vrouwkapel
die in het park Oudeik en Duinen aan de Laan van Eik en
Duinen lag. Het reliek zou in 325 door de moerder van keizer
Constantijn uit Palestina zijn meegebracht. Tot aan de reformatie
werd deze bedevaartsplaats met name op het feest van de
Heilig Kruisvinding op 3 mei druk bezocht. Het grote feest
werd echter op de dag van het feest van de Kruisverheffing
gevierd. De oorsprong ervan gaat terug tot 629 toen de Byzantijnse
keizer Heraclius na een oorlog met de Perzen de relikwie
van het Heilig Kruis naar Jeruzalem terugbracht. Deze relikwie
was met de christenen in ballingschap gegaan.
Ter ere daarvan zou de Gouden Poort zijn gebouwd in de oostelijke
muur van de tempelberg. Die poort bestaat nog, maar is dichtgemetseld.
De kapel Eikenduinen bestaat niet meer. Ze werd in 1581
gesloopt op last van de calvinistische autoriteiten.
Sint Eligius ook Eloi, Elooi (590-660) Feestdag
Bisschop van Doornik /p1397 Missale Romanum Ned. editie
(1955);/zie pag. 50 Onze Nederlandse stam en staat./*3 Appendix
Misboek Dominikanen/111 dictionary ofsaints/Met de heiligen
het jaar rond deel 2 470 (r.k. bisdom Breda).
Pag. 50 Onze Nederlandse stam en staat
Sint Elko van Lidlom, ook Elmar (Vermoord in 1332).
Feestdag 22 maart. Deze heilige martelaar was de 12de Abt
van het klooster Lidlom in Friesland. Omdat hij de aanmaande
tot onderhouding van de kloosterregels, werd hij door monniken
van zijn klooster op 21 maart 1332 in de rug aangevallen
en doodgeslagen.
Sint Engelmundus van Velsen, ook Engelmond
van Kennemerland (8e eeuw), feestdag 21 juni. Engelmundus
van Velsen was in Engeland uit een Fries geslacht geboren.
Werd op jeugdige leeftijd monnik. Kwam ten tijde van Willibrord
naar Kennemerland, alwaar hij het evangelie predikte. Liet
bij wijze van wonder een bron ontspringen te Velsen, waardoor
pelgrimsoord ontstond. Stierf aan hevige koorts en werd
te Velsen begraven (nog altijd Engelmunduskerk te Velsen-Driehuis,
ook middeleeuwse N-H kerk -die ooit rk was- wordt Engelmunduskerk
genoemd).
Met dank aan Marcel Zijlstra Biografie: Pius Parsch, Het
jaar des Heren, Utrecht [1941]-3de dr. deel III, p. 855;
Timmers, Symboliek en iconografie, Maaseijk 1947, s. 2075;
p1441 Missale Romanum Ned. editie (1955);/*43 Appendix Misboek
Dominikanen.
Enschot. St. Job in Enschot. De verering van St.
Job stamt uit de veertiende eeuw, toen de Zuidelijke Nederlanden
werden getroffen door pestepidemieën. De St. Job-verering
in de schuurkerk van Enschot wordt pas in 1767 voor het
eerst vermeld. In onze tijd wordt St. Job aangeroepen tegen
zweren en andere huidziekten, waartegen indertijd gewijd
Jobswater te krijgen was. In de Enschotse St. Caeciliakerk
staat sinds 1870 een beeld van St. Job met een scherf in
de hand: 'het enige wat hij had om zich te krabben'. Ook
hangt hier nog een achttiende-eeuws schilderij van Job.
Sint Eoban van Utrecht, ook Eoban van Erfurt (vermoord
op 5 juni 755). Feestdag 5 juni, in Fulda op 7 juni.
Deze martelaar was een Ierse Benediktijn die samen met Willibrord
en Bonifacius werkte. Eoban werd in 753 bisschop van Utrecht.
Hij werd samen met Bonifatius en 51 andere martelaren van
het katholicisme in Dokkum. Eobans relieken kwamen van Utrecht
naar Fulda en vervolgens naar de Mariendom van Erfurt,
waar ze in vergetelheid raken, tot ze in 1154 beginnen met
de bouw van een romaanse basiliek en het graf samen met
dat van Sint Adolar wordt teruggevonden en feestelijk wordt
verheven. Eoban en Adolar zijn de stadsheiligen van Erfurt.
Uit 1452 stamt de oudst bekende vermelding van de feestelijke
processie om de Domberg van Erfurt, waarbij alle zeven jaren
de relieken van Adolar en Eoban in een kostbare zilverbeslagen
schrijn worden meegedragen. In 1521 heeft deze ommegang
voor de laatste keer plaats, alvorens de gereformeerden
dit verbieden.
Relieken van beide heiligen bevinden zich ook in het barokaltaar
van de Himmelfahrtskirche te Arnstadt
.
Sint Eucharius (niet te verwarren met Eucherius). Volgens
de overlevering de 9de opvolger van de heilige Servatius
als bisschop van Maastricht. Zijn relieken bevinden zich
in de Maastrichtse Sint Servaaskerk. Op de zaterdag voor
de derde zondag na pinksteren vierde men het feest van de
heilige bisschoppen van Maastricht na Servaas: Agricolaus,
Ursicinus, Designatus, Renatus, Supplicius, Ouirillus, Eucherius,
Falco en Eucharius. Bovendien worden op deze massaviering
ook de relieken van de heiligen Domitianus, Monulfus, Gondulfus,
Perpetuus, Ebregisus, Johannes met het Lam, Remaclus, Theodardus
en Lambertus. Officieel vierde men dan ook Hubertus. Hoewel
zijn naam bij de viering in Maastricht zelf vroeger wat
zachter werd uitgesproken als die van de overige ´Maastrichtse´
heiligen. Hubertus was namelijk de laatste bisschop van
Maastricht en verplaatste de zetel naar Luik. Gelukkig kon
men zich in Maastricht volledig uitleven op hun Sint Servaas,
die als hoofdheilige een eigen feest had, hoewel hij ook
op deze zaterdag voor de derde zondag na pinksteren mocht
meedelen in de feestvreuge rond de heilige overblijfselen.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au
diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952);
Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983);
Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse
uitgave 1430.
Sint Eucherius (niet te verwarren met Eucharius). Volgens
overlevering de 7de opvolger van de heilige Servatius als
bisschop van Maastrich en ook zijn relieken bevinden zich
in de Maastrichtse Sint Servaaskerk.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au
diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952);
Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983);
Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse
uitgave 1430.
Sint Eustatius ook Statia () Feestdag Het eiland Sint
Eustatius wordt Satia genoemd door haar bewoners.
Sint Evermarus () Feestdag 1 mei. Op weg naar huis in
Friesland wilde hij tijdens zijn terugreis van de gemaakte
pelgrimstocht naar Santiago de Compostela alwaar hij het
graf van Jacobus de meerdere bezocht had, op bezoek gaan
naar het graf van de Heilige Servatius te Maastricht. Hij
zocht onderdak op het landgoed te Herstappe waar een zekere
gebieder Hacco genaamd woonde, nadat deze hoorde dat er
gasten op zijn grondgebied waren geweest ging hij op jacht
naar hun en vermoorde ze op de plek waar thans het dorpje
Rutten(B) is.
Sint Ewald de Blonde () Feestdag
p145 II heilige jaar rond/*70 Appendix Misboek
Dominikanen/1477 Missale Romanum Ned. editie
(1955);/165 dictionary.
Sint Ewald de Zwarte () Feestdag
/p145 II heilige jaar rond/*70 Appendix Misboek Dominikanen/1477
Missale Romanum Ned. editie (1955);/zie 165 dictionary.
INDEX
Ontbreekt er informatie?
Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse
Heiligen mededelingenboard weten.
Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden
en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN
90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs
Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en
drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden
RKBN 2002-0007899
Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak
Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke
opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist
en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).
All sites © Mohamed el-Fers
|