Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Ga naar alle Geiligen!

Deel: C - D - Overige Nederlandse heiligen

Canterbury zie Kantelberg.

Sint Cecilia () Feestdag 27 november (bisdom Roermond). Niet te verwarren met de Romeinse heilige met dezelfde naam, die behoorde tot een adellijke Romeinse familie en in de derde eeuw stierf en tot 821 ruste in de zgn. Crypte van Sint Cecilia. In dat jaar werd haar lichaam overgebracht naar de basiliek die in Trastevere aan haar is toegewijd. De Nederlandse Cecilia leefde waarschijnlijk in de 10de eeuw. Van onze heilige worden de relieken in het klooster te Susteren, samen met die van de heilige zusters Amelberga, Benedicta en Relindis vereerd.
1488 Missale Romanum Ned. editie (1955).

Chaam, bedevaartplaats voor verering van Antonius Abt, een pestheilige.

Sint Corbican (8ste eeuw), Feestdag 26 juni. Ier die kluizenaar in de Lage Landen werd. Hij onderichte vooral de boeren over het christendom.

Sint Cornelius van Wijk (bij Duurstede) (geb. 1548-vermoord op 9 juli 1572). Feestdag 9 juli. Zie de de 19 martelaren van Gorkum.

Culemborg (Gelderland) Bedevaartsplaats in Nederland ca. 1580-1650 volgens kaart 1 in Marc Wingens 'Over de grens'.

Sint Cunera ook Kunera van Rhenen. Feestdag 12 juni. Volgens de legende ging Cunera samen met de heiluge Ursula en andere vriendinnen naar Rome. Op de terugweg zou zij als enige een moordpartij van de Hunnen overleefd hebben. Toen zij later aan het hof van de Friese koning Radboud kwam ziu zij door diens echtgenote uit jaloezie zijn gewurgd. Centrum van de verering van de 'veeheilige' Sint Cunera was oorspronkelijk het Gelderse Rhenen, waar het gebeente van de heilige werd bewaard. Toen de calvinisten de bedevaartskerk overnamen werden de relieken van Cunera in 1602 in veiligheid gebracht. Een deel kwam in handen van de Jezuieten in het Duitse Emmerich. Van daar uit verbreidde de verering zich over het Nederrijngebied. Een ander deel van de heilige overblijfselen kwam tereccht in Kaathoven onder Berlicum in Noord Brabant. Daar trokken de relieken tot 1648 vele pelgrims, met name uit de Republiek. Na de Vrede van Munster verplaatste de verering zich naar Bedaf onder Uden, waarnaar de relieken werden overgebrachtt. Bedaf werd vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw een geliefde bedevaartsplaats voor mensen die bij Cunera bescherming zochten voor hun hoornvee.

Damiate, zie Sint Sjenoet

Delft (Zuid Holland) jaarlijkse Maria van Jesse Ommegang op de zondag na 12 juni. De oorsprong van deze ommegang ligt in de Middeleeuwen. In 1327 kreeg een Haagse vrouw, Machteld genaamd, die al enige jaren blind was, op een nacht een visioen. Haar werd gezegd naar Delft te gaan om te gaan bidden bij het beeld van Maria. Toen zij, nadat ze gebeden had, de mis bijwoonde, kreeg zij tijdens de consecratie haar gezichtsvermogen terug. Uit dankbaarheid besloot men toen jaarlijks een processie, een 'ommegang' te houden ter ere van Maria van Jesse. Hetgeen uitgroeide tot een belangrijke kerkelijke optocht in de Nederlanden. De reformatie maakte een einde aan deze traditie, totdat in 1929 een aantal leden van de katholieke studentenvereniging Sanctus Virgilius, in navolging van de wedergeboorte van de Amsterdamse ommegang, die van Delft in ere herstelde. Jaarlijks op de zondag na het feest van St. Odulfus (12 juni) komen velen uit Delft en omstreken om 9.30 uur de deelnemers bijeen in de St. Hippolytuskapel, Oude Delft 118. Na een korte gebedsbijeenkomst wordt in stilte langs de historische route naar de Maria van Jessekerk aan de Burgwal gelopen waar om 10.30 uur een Eucharistiviering zal zijn. In de de Maria van Jesse Kapel vervangt een middeleeuws mariabeeld het oorspronkelijke, verloren gegane mirakelbeeld. In de kapel is een wandkleed met de boom van Jesse en op de gebrandschilderde ramen is een afbeelding van het wonder van Machteld te zien, evenals een afbeelding van de ommegang door middeleeuws Delft. Deze kapel is dagelijks toegankelijk door een ingang aan de Jozefstraat, een steeg naast de Maria van Jesse kerk aan de Burgwal te Delft.

Sint Designatus. Volgens de overlevering is Designatus de 3de opvolgers van de heilige Servatius als bisschop van Maastricht. Zijn relieken bevinden zich in de Maastrichtse Sint Servaaskerk. Op de zaterdag voor de derde zondag na pinksteren vierde men het feest van de overige heilige bisschoppen van Maastricht na Servaas: Agricolaus, Ursicinus, Designatus, Renatus, Supplicius, Ouirillus, Eucherius, Falco en Eucharius. Bovendien worden op deze massaviering ook de relieken van de heiligen Domitianus, Monulfus, Gondulfus, Perpetuus, Ebregisus, Johannes met het Lam, Remaclus, Theodardus en Lambertus. Officieel vierde men dan ook Hubertus. Hoewel zijn naam bij de viering in Maastricht zelf vroeger wat zachter werd uitgesproken als die van de overige ´Maastrichtse´ heiligen. Hubertus was namelijk de laatste bisschop van Maastricht en verplaatste de zetel naar Luik. Gelukkig kon men zich in Maastricht volledig uitleven op hun Sint Servaas, die als hoofdheilige een eigen feest had, hoewel hij ook op deze zaterdag voor de derde zondag na pinksteren mocht meedelen in de feestvreuge rond de heilige overblijfselen.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952); Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983); Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse uitgave 1430.

Deursen gemeente Ravenstein (Noord Brabant) Bedevaartsplaats in het Land van Ravenstijn rond de cultus van de 'veeheilige' Sint Rochus, wiens cultus als pestheiligen vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw door de franciscanen werd verbreid. Zijn definitiefe doorbraak maakte Rochus tijdens de grote runderpestepidemie die rond 1745 woedde, en er een Rochuskapel werd gebouwd in Deursen en Boxmeer. In Deursen-Ravenstein bevind zich het oude klooster Soeterbeeck met waarschijnlijk de mooiste kloostergangen van Nederland. Het klooster is nu vergader- en trainingscentrum van de Nijmeegse universiteit. Zie ook Rochus.

Deventer Als eigenlijke stichter van de stad kan de Engelse evangelist Lebuïnus worden beschouwd. Hij stak in het Jaar 768 bij wat nu Wilp heet, de IJssel over en bouwde op een van de rivierduinen een houten kerkje. Lebuïnus' missiegebied ten oosten van de IJssel vormde de grens tussen de koninkrijken van de Saksen en de Franken en was daardoor in politiek en militair opzicht gevaarlijk terrein. De door hem gebouwde kerk werd in 772 door de Saksen verwoest. De opvolger van Lebuïnus, de Fries Ludger, kwam twee jaar later speciaal naar Deventer om een nieuw kerkje op het graf van Lebuïnus te bouwen. Een lang leven was ook deze tempel niet beschoren, want het werd in 778 tijdens de grote opstand van de Saksen onder Widukind verwoest. Nadat de stad die rond zijn graf verrees onder zijn patronaat was gesteld, beleefde Hanzestad Deventer haar bloeiperiode en ontstond de prachtige goed geconserveerde historische binnenstad. De huidige Lebuïnuskerk, een laat-gotische hallekerk en grootste monument van Overijssel, heeft vain haar 11de eeuwse voorganger in het muurwerk onder andere krocht, de 4 pijlers van het oostelijke en de 2 oostelijke pijlers van het westelijk schip, het opgaand muurwerk van het hoge koor en oostelijk dwarsschip bewaard. Het schip werd in de l3de eeuw radicaal veranderd. Centrum bleef het graf van de Heilige Lebuïnus. Haar stoere toren huist het oudst nog bestaande carillon van Hemony. De Lebuïnuskerk werd door Hollandse iconoclasten van alle kunst gestript en in 1591 wederrechtelijk in gebruik genomen als Grote Kerk.
Zie ook Sint Gozewijn van Deventer en Sint Lebuinus.

Dierkx, Kaatje, ook Sint Marie-Adolphine (3 maart 1866-9 juli 1900) Feestdag 9 juli, processie op de zondag na deze datum in Ossendrecht. Ze is de eerste Nederlandse vrouw die officieel door Rome als heilig martelares 'tot de eer der altaren is verheven'.
Catharina (Kaatje) Dierkx werd op 3 maart 1866 in het West-Brabantse Ossendrecht (gemeente Woensdrecht) geboren. Kaatje verliest op haar vijfde haar moeder en wordt door familieleden opgevoed. Ze gaat op school bij de nonnen van Oudenbosch en wordt op haar twaalfde kindermeisje bij de familie De Beukelaar. Later doet ze fabriekswerk. In de tussentijd volgt ze op de zondagmiddagen bij de zusters van Oudenbosch de lessen voor jonge vrouwen. Kaatje heeft altijd veel contacten met deze zusters gehad.
Als ze achttien is gaat ze als dienstbode werken in Antwerpen, waar ze, door bemiddeling van de familie De Beukelaar een betrekking bij de familie Coveliers. In Antwerpen komt de diepgelovige Kaatje in contact met de franciscanessen missionarissen van Maria, een in 1877 door de Franse gravin Hélène de Chappotin de Neuville gestichtte congegratie. De zusters bidden vijf uur per dag en zijn actief in de missie. Op 19 maart 1893 treedt Kaatje in bij de franciscanessen van Maria te Antwerpen. Wanneer de zusters haar vragen waarom ze intreedt, antwoordt Kaatje: "Het verlangen om voor onzen Lieven Heer te mogen lijden."
Hoewel ze zelf liever naar de Nederlandse heilige Liduina zou zijn vernoemd, krijgt ze van Moeder Overste de kloosternaam Marie-Adolphine, In het Antwerpse klooster werkt ze in de keuken en heeft de leiding over de wasserij. Begin 1899 krijgt Kaatje te horen dat ze met zeven andere zusters naar China wordt gestuurd, naar de missiepost met weeshuis van de bisschop van Tay JuenFu, in de provincie Chansi. Kaatje wordt mede aangewezen vanwege een van haar praktische vaardigheden: ze kan namelijk brood bakken. Zij kent maar een zuster van de groep die naar China zal afreizen, de vrolijke non Marie-Amandine van Schakkenbroek, die ze kende van het noviciaat, maar de Vlaamse was naar Marseille gestuurd. Voor ze vertrekt krijgt ze foto's van de vermoorde pater Victorinus, die in stukken gesneden is, te zien. De overige nonnen huiveren, maar Kaatje reageert laconiek. "Als ik in stukjes gesneden word, ga ik recht naar de hemel. Ik kom dan terug om hier in de gangen de ronde te doen. Wanneer jullie schrikken, zal ik zeggen: "Wees maar niet bang, ik ben het maar." En dan geef ik ieder een stukske. Een stukske van mijn martelaarspalm."
Na een lange en uitputtende reis komen de zusters in China aan. Een non is te zwak om verder te reizen en blijft in Shanghai achter. De andere zeven, onder wie Kaatje, gaan door naar de missie in Chansi in het noorden van China. Ze komen op 4 mei 1899 aan. Chansi is een arm gebied. En ondanks eerdere beloften, blijkt de missiepost over geen enkele voorziening te beschikken waarin de zusters enigszins normaal zouden kunnen leven, bidden en werken. Er heerst bovendien een bar klimaat. Mede door deze omstandigheden kampen de zusters een jaar lang met allerlei ontberingen en ernstige ziekten.
Kaatje en haar medezusters krijgen de zorg over een weeshuis dat tot dan toe werd beheerd door Chinese ongehuwde maagden. Kaatje en Amandine ontpoppen zich als grote steunpilaren van de kleine communiteit, terwijl de situatie in Chansi treurig is. Het heeft in het najaar van 1899 niet geregend, een hongersnood staat voor de deur. Anti-westerse gevoelens worden versterkt door de kolonisatiepolitiek vanuit het Westen. Door politieke ontwikkelingen is China de speelbal van Westerse mogendheden. Het christendom van de kolonisatoren wordt door veel Chinezen gezien als een godsdienst waarvoor geen plaats is in China. Deze opvattingen vinden veel weerklank bij het genootschap van de 'Strijders voor recht en eendracht', de groepering die wij de Boksers zouden noemen, want Wingtsung en andere Oosterse vechtsporten waren hier niet bekend. Wanneer de Chinese keizerin in 1900 een notoire christenhater tot gouverneur van de provincie Chansi benoemt, wordt de situatie voor Kaatje en haar medezusters zeer moeilijk. Half juni 1900 wordt de eerste christen vermoord. Kerkelijke protesten halen niets uit. Op 26 juni worden huizen van christenen plat gebrand. Maar ze mogen zich niet verdedigen van de apostolisch vicaris mgr. Grassi. Met moeite weet hij, wijzend op het lijden van Christus, de opgejaagde christenen van gewapend verzet af te houden.
Een dag later beveelt mgr. Grassi de zusters een veilig heenkomen te zoeken. Ze protesteren. Waar zouden ze dan naar toe moeten? Dezelfde dag laat de gouverneur weten op keizerlijk bevel geen christenen te mogen beschermen als die zich niet tot het Taoisme wensen te bekeren. Het is het startschot voor een orgie van geweld.
De zeven zusters, twee bisschoppen, twee paters en een broeder worden op 9 juli 1900 bijeen gebracht voor een rechtszitting. Getuigen vertelden later dat de zusters zingend onthoofd werden, nadat zij eerst moesten toezien hoe de mannen werden gemarteld en onthoofd. De hoofden werden dagenlang tentoongesteld en trokken duizenden kijklustigen.
Op 24 november 1946 verklaarde Pius XII de groep zalig. Kaatje werd daarmee de eerste Nederlandse martelares. Ter gelegenheid van deze erkenning door de Heilige Stoel in Rome werd in Ossendrecht de Marie-Adolphinestichting opgericht. Het doel was de verering van de in China onthoofde plaatsgenote te stimuleren. Deze stichting kocht in 1951 Kaatjes geboortehuis en verbouwde dit tot gedachteniskapel. Deze werd in 1983 door een nieuwe kapel vervangen. In Kaatjes geboortehuis heeft twee maal per week een Eucharistieviering plaats.
Op de zondag na haar sterfdag 9 juli trekt een bidtocht vanaf de geboortehuiskapel via het huis van Kaatjes pleegouders naar de Berghoeve, waar de voorzitter van de Marie-Adolphinestichting een zogenaamde bergrede houdt. Dan trekt de processie verder gaat naar de Eikelhof, vroeger in het bezit van de familie Coveliers. Bij mooi weer wordt daar een Heilige Mis wordt opgedragen.

Sint Dimitianus feest wordt op 7 mei in Maastricht gevierd.

Dirk VI graaf van Holland Wie weet er nog dat de oer-Hollandse graaf Dirk VI met zijn Sophia in (het tegenwoordig Turkse Antakya) woonde, waar hun zoon Dirk werd geboren. Dirk VI kende een zekere status als kruisridder en genoot na zijn dood ongetwijfeld de daarbij behorende middeleeuwse verering.

Sint Dodo van Haske, ook Dodo van Asch, Dodon, Rudolf van Haska, Dodo van Bakkeveen, (Gestorven 30 maart 1231) Feestdag 30 maart.
Dodo genoot grote bekendheid als genezer en voorspeller. Over Dodo wordt verteld dat hij de stigmata ontving, waardoor hij deze kruiswonden eerder had dan Sint Franciscus van Assisi. Als koorheer van Mariengaarde krijgt hij van abt Siard toestemming als kluizenaar te gaan leven. Dodo verblijft op verschillende plekken. Nabij het Friese Bakkeveen in de grietenij van de Zevenwouden bouwt hij, samen met zijn moeder en vrouw een stevige stenen kluis . Dodo stierf toen hij werd verpletterd door een omvallende muur van deze kluis. Al snel ontstaat er een cultus rondom de zo tragisch omgekomen wonderdoener. Er onstaat een klooster rond zijn graf dat St. Maria's Roozendaal-te-Haske genoemd. Dit klooster, meestal enkel Haske genoemd, bloeit en er worden van tijd tot tijd huizen bijgebouwd, waaruit een compleet dorp ontstaat. Gedurende de twisten tussen de adellijke geslachten Bonnema en Gerkema wordt, in het jaar 1424, het hoofdgebouw van de Hasker-Konvent omvergeworpen. Later is het weer opgebouwd. Het klooster wordt later op de bisschop van Leeuwarden veroverd door Rennenberg, doch kwam eindelijk aan de Staten van Friesland toe, die het deden slopen.
Litt. Attwater2, Benedictines, Encyclopedia; p302 I heilige jaar rond zie pag. 50 Onze Nederlandse stam en staat.

Dokkum (Friesland) Oorspronkelijk een nederzetting op de kruising van een land- en waterweg kreeg na 754, het jaar van de moord op Bonifatius, betekenis als bedevaartsplaats. Dokkum heeft een Bonifatiuspark met kruiswegstaties en een Bonifatiuskapel en heilige bron op plek waar verondersteld wordt dat Bonifatius daar zou zijn vermoord. ZieBonifatius.

Sint Domitianus, ook Domitiaan (gest. 7 mei 560). Feestdag zaterdag voor de 3de zondag voor pinksteren of op 11 mei(Russisch orthod. 20 mei, Grieks orthod. 7 mei).
Domitianus was ee'n Franse bischop in Tongeren, waarvan het bisschopszetel later naar Maastricht werd overgeplaatst. Hij vocht tegen de ketterij en was aanwezig bij de Synode van Orleans in 549 en heeft de Maasvallei geëvangeliseerd. Domatianus zou bij Huy (B) een draak overwonnen hebben die een bron verpestte en later een nieuwe hebben laten ontspringen. Domitianus is een van de heiligen wier relieken zich in de Maastrichtse Sint Servaaskerk bevinden. Zijn feest wordt samen met de heilige bisschoppen van Maastricht en de verering van de overige heiligen waarvan Maastricht de relieken in bezit had: de heiligen Domitianus, Monulfus, Gondulfus, Perpetuus, Ebregisus, Johannes met het Lam, Remaclus, Theodardus en Lambertus gevierd. Hij overleed op 7 mei 560 als Bisschop van Maastricht.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au diocèse de Liège avant Saint-Norbert (1952); Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983); Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse uitgave 1430, 1416 Missale Romanum Ned. editie (1955);/zie pag. 50 Onze Nederlandse stam en staat./*20 Appendix Misboek Dominikanen.

Heilige Driekoningen (feestdag 6 januari) In de evangeliën staat niet meer vermeld dan: Zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem om te informeren naar 'de nieuwe koning' (Mattheus 2). Het werden in de derde eeuw drie koningen, wier oorspronkelijk Oosterse feest in de Sint Pieter oorspronkelijk met evenveel luister werd gevierd als het kerstfeest zelf. In de loop van de negende eeuw krijgen de 'koningen' namen, landen en leeftijden: Melchior is uit Tharsis afkomstige grijsaard van zestig, Balthasar is 40 en uit Arabië terwijl de donkergekleurde Caspar uit Saba komt en 20 jaar is. Dit past dan mooi met psalm 71. Jaren na de ontmoeting met het kindje Jezus zouden de Drie koningen zijn bekeerd door de apostel Thomas en hun dagen als missiebisschoppen in India hebben gesleten. Hoewel er geen enkele historische reden is om hun bestaan aan te nemen, duiken hun gebeentes plotseling op in Milaan, waarvan ze in 1164 naar de Dom van Keulen verhuizen, waar ze tot op heden worden bewaard, Het maakte Keulen samen met Kantelberg een populair bedevaartsoord in de middeleeuwen. Met de heiligen het jaar rond deel 1 p42.

Dymphna (ca. 650-675) Feestdag 15 mei. Volgens de legende wilde haar vader haar tot bloedschande verleiden waarop zij naar België vluchtte en onder de hoede kwam van een priester Gerebernus genaamd die haar de christelijke eer onderwees. Maar haar vader achterhaalde haar en vermoorde haar in de Belgische Kempen nabij het plaatsje Geel. Er zijn sporen dat ze daar al sinds de zevende eeuw wordt vereerd. Het zou echter nog 600 jaar duren voor de mondelinge overgeleverde geschiedenis in de Middeleeuwen op schrift werd gesteld door bisschop Willem I van Cambrai. Dymphna zou rond het jaar 650 in Ierland geboren zijn als dochter van een niet-christelijke koning en een bloedmooie christelijke prinses. Achter de rug om van haar vader wordt ze in het diepste geheim gedoopt. Kort daarop sterft haar moeder. De koning kan maar geen nieuwe vrouw vinden die zelfs maar in de schaduw van zijn overleden echtgenote kan staan. Dochter Dymphna gaat steeds meer op haar moeder lijken. Pa maakt bekend dat hij met haar wil trouwen. Dymphna vlucht, samen met haar biechtvader Gerebernus. De hofnar en zijn vrouw zouden de twee behulpzaam zijn geweest bij hun vlucht. Pappa de koning is woedend als hij ontdekt dat zijn dochter er met de priester vandoor is. Hij stuurt zijn mannen erop uit haar te zoeken. Per schip vlucht het duo naar Antwerpen, waar ze snel in de bossen verdwijnen. Een Sint Maarten-kapelletje midden in het Kempische woud wordt hun nieuwe woning. De als kluizenaars levende koningsdochter en haar priester worden een toevluchtsoord voor rondzwervende hulpbehoevenden. Met name de geesteszieken worden liefdevol geholpen. De legende verhaalt dat de soldaten van de koning Dymphna uiteindelijk weten te vinden door een spoor van Ierse muntstukken te volgen. De koning zoekt z’n dochter in de Kempische bossen op om met haar te trouwen. Dymphna weigert. Áls ik je niet mag hebben, dan ook die priester niet´. De koning geeft bevel de twee te onthoofden. Het hoofd van de priester vliegt van de romp, maar de soldaten van de koning vertikken het de bloedmooie prinses te onthoofden. Dus grijpt de koning zelf zijn zwaard. De twee lichamen zouden in een sarcofaag in een grot achtergelaten zijn. Volgens het verhaal van de Middeleeuwse bisschop van Cambrai was het graf al snel vermaard vanwege de vele genezingen van geesteszieken. Als in de 12de eeuw de sarcofaag wordt opengemaakt, vindt men een gebakken naamsteen met de naam ´Dymphna´. Hieraan zou de gewoonte ten gronslag leggen om de massaal aangevoerde groepen krankzinnigen een rode tichelsteen om de nek te binden. Eeuwenlang trok deze merkwaardige stoet door Geel. De geesteszieken worden aanvankelijk ondergebracht in een aanbouw van de kerk met het graf van de heilige Dymphna. In de dertiende eeuw verrijst er een hospitaal. Later worden de zieken tegen vergoeding bij families ondergebracht. Een doorbraak. Overal elders worden geesteszieken slecht behandeld en tentoongesteld. De inwoners van Geel nemen hen op in hun midden. Tot na de processie met de rode baksteeen om de nek.

INDEX

Ontbreekt er informatie? Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse Heiligen mededelingenboard weten.

Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN 90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden RKBN 2002-0008870

Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).

All sites © Mohamed el-Fers

Junior MariaBode

HOME