Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Ga naar alle Geiligen!

Deel: B - Overige Nederlandse heiligen

Sint Bavo ook Baaf (589-653) Feestdag 1 oktober, patroon van Haarlem.
Bavo werd omstreeks het jaar 589 in Midden-België geboren en onder de naam Alwin (Allowin, Alewijn, Adlowin, Adelwin. Allovin) gedoopt. De uit een aanzienlijke Haspengouws geslacht stammende knaap werd Bavo genoemd, een troetelnaam, verwant aan het Engelse 'baby'. Bavo trouwde met de dochter van graaf Adilio. Uit dit huwelijk werd dochter Aggletrudis (ook Egeltrudis of Adeltrudis, medestichteres van de abdij van Munsterbilzen) geboren. Bavo, eenmaal aangesteld als graaf van Haspengouw, voerde volgens de legende als wapen een gouden leeuw op een azuren veld. Bavo leefde een losbandig leven en was een tiran voor zijn onderdanen, of zoals zijn middeleeuwse biograaf het noemt: 'Hij volhardde in de zonde en brandde van wellust'. Hij had een voorkeur voor onbehoorlijke dingen, onrechtvaardigheid en wreedheid en zocht zijn vermaak in zinnelijkheid en gewaagde erotiserende dansen.
Door de plotselinge dood van zijn vrouw, 'die hij vurig beminde', kwam hij tot inkeer, mede onder invloed van zijn poepvrome dochter. Hij besloot niet te hertrouwen en begon zich toe te leggen op goede werken.
Allereerst schonk hij een deel van zijn goederen weg. In die tijd predikte Amandus aan de oevers van de Schelde in een zeer woeste en ruwe streek, bekend als het 'woud zonder genade'. Allowin bezocht hem en beleed zijn zonde. Amandus deed hem de ijdelheid van al het aardse inzien en ga hem hoop voor de toekomst. De boeteling keerde terug naar zijn landstreek, verzocht koning Dagobert hem te ontheffen van zijn ambt als graaf en Bavo verdeelde zijn bezit onder de armen. Bavo werd door de kruinschering en het kloosterkleed in de geestelijke stand opgenomen om monnik en priester te worden. Hij vergezelde St. Amandus op enige van diens missie- tochten. Daarna vroeg hij verlof om andere kloosters in Vlaanderen en Frankrijk te bezoeken. Toen keerde hij terug naar de abdij van Gent, waar hij van de abt toestemming kreeg een streng leven van afzondering en boete te leiden, naar het voorbeeld van St. Amanclus, die een tiental jaren als kluizenaar te Bourges verbleven had. Vier maanden (andere bronnen noemen een periode van 3 jaar) leefde hij als kluizenaar in de strengste boetedoening; zelfs in zijn slaap deed hij afstand van elk komfort door zijn hoofd op een steen ter ruste te leggen. Waarschijnlijk stierf hij in het jaar 653, zeker vòòr het jaar 659. Bij zijn uitvaart gebeurde al gelijk een wonder. En al lange tijd door de duivel bezeten vrouw raakte zijn lijk aan en werd onmiddellijk genezen.
Sommige bronnen vertellen dat Bavo al in 680 heilig zou zijn verklaard. Zijn relieken werden in 953 van de slotkerk naar de abdij Ganda, op de samenvoeging van de Leie en de Schelde (Gent) overgebracht en daar ter verering uitgestald. De eerste levensbeschrijving van St. Bavo kwam vóór 980 tot stand. Bij gelegenheid van de plechtige verheffing der relieken in 1010 schreef een monnik van Gent een nieuwe lofzang op St. Bavo, die inmiddels tot patroon van de St. Baafsabdij was verheven.
In 680 (volgens andere bronnen in 1010) werd Bavo heilig verklaard. De Bavo werd na patroonheilige van het bisdom Gent ook de schutspatroon van Haarlem. Volgens de overlevering zou St. Bavo aan de Haarlemmers verschenen zijn toen de stad in 1268 door opstandige Kennemerlanders werd belegerd, hiertoe aangezet door Gijsbrecht van Amstel, verscheen Bavo als ridder in krijgsgewaad met opgeheven zwaard in de rechter- en valk in de linkerhand. Zijn verschijning op de wolken bracht ontsteltenis onder de belegeraars, die op de vlucht sloegen. Uit dankbaarheid maakten de bewoners van Haarlem sint Bavo tot hun schutspatroon en gaven hun hoofdkerk op de Grote Markt, tot dan toe aan Maria Hemelvaart gewijd, zijn naam.
De verering van Sint Bavo, de patroonheilige van de stad Haarlem, kwam in 1472 tot ontwikkeling, toen de abt van de St. Baafsabdij te Gent en de bisschop van Doornik een arm van de heilige schonken, in ruil waarvoor Haarlem beloofde elk jaar op de naamdag van Bavo, 1 oktober, een waskaars met het gewicht van één pond aan de abdij te geven.
De kerk liet de reliek in zilver zetten en voor de uitstalling ervan een apart tabernakel ontwerpen met vleugeldeuren die beschilderd werden met twaalf voorstellingen uit het leven van de heilige. Op de naamdag van Bavo op 1 oktober werd de reliek uit het tabernakel gehaald en, omringd door brandende kaarsen, in het midden van de kerk gezet en voor de gelovigen tentoongesteld. Datzelfde gebeurde op de eerste dag van augustus, de dag waarop in Haarlem de 'translatie' van St. Bavo werd gevierd. Aansluitend op de uitstalling werd het beeld in processie rondgedragen over de Grote Markt, toentertijd nog 't Sant geheten. In de kerkrekening van 1502 wordt deze processie als volgt omschreven:
'Item, anno XV hondert ende twe wast translacie van Sinte Baef, die wij alle jaers daerof hoehtyt houden moeten ghelicken vrouwendaghen ende gaen in processy omt Sant en werpen wy water in die kerc ende sitten met die reliquie van Sinte Baef midden in die kerc op een taeffel ende met twee caerssen elc van een half pont ende een toers barnende den avond ende den dach tot elf uerren voert heylichdom van Sinte Baef. Ende den Heeren vant gerecht sal ment doen weten, die sullen gaen met haer cleden van der stadt in processy after die kinder ende voer die priesters elc met een brief van Sinte Baef onse patroen, ende men sal tevoren condighen op die preecstoel in de kloosterkerken der Jacopinen, vrouwenbroeders, augustijnen ende te minnebroers ende int gasthuis, opt begginhof ende op Bakenes mit briefgens'.
In dezelfde kerkrekeningen wordt meermalen gesproken van geschenken van gelovigen, met daarbij soms de aantekening dat deze giften om de reliek van Bavo gehangen moeten worden. Van wonderen rond de reliek wordt evenwel niets gezegd.
Na de plundering van de kerk in 1578 werd de reliek naar Keulen gebracht. Daarmee kwam een abrupt einde aan deze kortstondige verering. Het beeld van sint Bavo, hoog aan de buitenkant van het zuidertrancept van de Haarlemse kerk, ontkomt de vernieling der beeldenstorm. Volgens de legende sneed het zwaard van Bavo zelf de touwen door, waarmee drie beeldenstormers hem van zijn plaats wilden rukken. Hierdoor stortte de ladder waarop zij stonden neer en vielen deze protestantse barbaren te pletter op de keien van de Oude Groenmarkt. Bavo's beeld zou tot 1982 zijn plaats aan de gevel van door de Hervormden geconfisceerde kerk behouden. In mei van het daaropvolgende jaar werd het dankzij de BKR (Beeldende Kunstenaars Regeling) vervangen door een nieuw exemplaar van beeldhouwer Anne Hofte. Het oude beeld tegenwoordig staat in de Kerstkapel van de oude kerk opgesteld. Aangezien de Hervormden de Oude Sint Baaf (door hen de Grote Kerk genoemd) hadden geroofd, waren de katholieken gedwongen aan het einde van de 19de eeuw een nieuwe Sint Bavo, de majestueuze kathedraal-basiliek met het gigantische groen-koperen koepel aan de Leidsevaart.
St. Bavo wordt meestal afgebeeld als een Vorstelijke ambtenaar of krijgsman, wat hij was vóór zijn bekering. Dan houdt hij een valk in de hand, wat herinnert aan de valkenjacht, een aan de edelen voorbehouden vermaak. Minder vaak wordt hij afgebeeld als monnik en kluizenaar. Het feest van St. Bavo is in het spraakgebruik een vast en veel voorkomend begrip geworden. De feestdag van de heilige "St. Baafsmis" werd in Vlaanderen afgekort tot Bamis. Dan begint de herfst met slecht weer, wat leidde tot de uitdrukkingen "Bamisweer" en "Bamistijd". In Gent en andere Vlaamse plaatsen kende men de "Bamisfoor", de markt in het begin van oktober. De vrije dagen omstreeks het feest werden "Bamisvakantie" genoemd.
St. Bavo wordt aangeroepen bij kinderziekten, vooral bij kinkhoest. Op sommige plaatsen laat men de kinderen wijwater drinken uit een kinkhoorn of een koehoorn, die dan de "St. Bavohoorn" werd genoemd. St. Bavo is altijd beschouwd als patroon van de valkeniers; in Brugge was hij patroon van de huidevetters en van de tegel- en strodekkers. Dit laatste berust op een legende uit zijn leven, die verhaalt dat hij een voerman, die bij de bouw van zijn cel verongelukt was, weer tot leven wekte.
Litt. A2 Acta Sanctorum Belgii Selecta dl. 2, p. 597-605, over de Haarlemse Bavoverering. (1784); B F. Allan, Geschiedenis en beschrijving van Haarlem van de vroegste tijden tot op onze dagen, 4 dln., dl.3, p. 187-189 (1874-1888) . B.M. de Jonge van Ellemeet, Uit de geschiedenis der Haarlemsche St. Bavo Kerk (1934); J. van Brabant, Sint Bavo, edelman, boeteling en monnik (1968); Thomas A. Delleman, Een rondleiding door de Grote of St.-Bavokerk te Haarlem (1985); Met de heiligen het jaar rond deel II p 287 /*61 Appendix Misboek Dominikanen/1473/1475 Missale Romanum Ned. editie (1955);/57 ; Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983).

Sint Beatrix, ook Beatric, Beatrijs (Gest. 304)
Feestdag 29 juli
De naam Beatrix betekend in het latijns: geluk, de gelukbrengende en is de naamheilige van Hare Majesteit de koningin der Nederlanden. Hoewel Bea waarschijnlijk is vernoemd naar de in 1296 gestorven (niet heilige) gravin Beatrix van Holland, echtgenote van Floris V. Die echter weer was vernoemd naar de heilige waarvan het bestaan niet onmomstreden is. Sint Beatrix was de zuster van de martelaren Faustini en Simplicius. Deze werden in 303 onder de christenvervolgingen van keizer Diocletianus in de Tiber geworpen en verdronken. Het verhaal wil dat Beatrix de lichamen van haar broers uit het water zou hebben gehaald en begraven. Hierdoor verwierf ook zij het martelaarschap, want vanwege deze daad zou zij gevangen zijn genomen en verwurgd.
Litt. Missale Romanum Ned. editie (1955)/Met de heiligen het jaar rond deel 2 p 92.

Sint Beatrix van Bloemendaal, ook Beatrix van Aa, Beatrix van Lier (gest. 29 augustus 1268). Feestdag 29 augustus.
Beatrix, dochter van welgestelde burgers, werd non bij de Cisterziensers in Bloemendaal bij Haarlem, daarna in Maagdendaal, voor zij in 1236 Abdes werd van het door haar vader gestichte klooster Nazareth in het Belgische Lier. Ze was zeer mystiek en scheef de eertste mystieke autobiografie en het tot heden bewaardgebleven werk "Van de zeven manieren der liefde". Ze was bevriend met Sint Ida van Nivelles en voorloper wat betreft de Heilig Hart verering.

Becket (Thomas a Becket) zie Kantelberg

Beek en Donk (Noord Brabant)
Bedevaartsplaats in Nederland ca. 1580-1650 volgens kaart 1 in Marc Wingens 'Over de grens'.

Bedaf, gemeente Uden (Noord Brabant).
De plaats Bedaf onder Uden kreeg na de Vrede van Munster in 1648 de botten van de 'veeheilige' Sint Cunera in bezit. Bedaf werd vanaf die tijd een geliefde bedevaartsplaats voor mensen die bij Cunera bescherming zochten voor hun hoornvee. In Bedaf is een museum voor religieuze kunst in de Brigittinessen abdij. Zie ook Cunera.

Sint Begga (615-17 december 694)
Feestdag 17 december
Deze dochter van Pippijn van Landen werd rond 615 te Andenne geboren. Ze was de zuster van de eveneens heilige Gertrudis van Nijvel. Na de dood van haar man Ansegisel stichte zij in 692 het klooster Andenne, waar zij op 17 december 694 stierf. Ten onrechte werd zij gezien als stichteres der begijnen, wier naam echter geen afleiding is van de Begga, maar van de beige kleur van hun kleding,.

Sint Benedicta (10de eeuw?) Feestdag bisdom Roermond 27 november Deze Limburgse heilige leefde waarschijnlijk in de 10de eeuw. Haar relieken worden in het klooster te Susteren, samen met die van de heilige zusters Amelberga, Cecilia en Relindis vereerd.
1488 Missale Romanum Ned. editie (1955).

Sint Jan Berchmans (13 maart 1599- 13 augustus 1612) Feestdag
Johannes Berchmans was ook in de zuidelijke Nederlanden een populaire Jezuieten-heilige. Geboren op 13 maart 1599 in het Belgische Diest. Als kind stapt Jan elke dag de Sint-Sulpitiuskerk binnen om er te knielen bij het Maria-beeld. Maar het is vooral in Scherpenheuvel waar Jan zijn grote devotie tot Maria ontwikkeld. Daar wordt een Mariabeeldje vereerd, dat tegen een oude eik hing en waar in 1605 een kapelletje werd gebouwd. Jans moeder wordt ziek en de kinderen gaan naar de begijne zussen van vader Berchmans. Om de kosten te drukken, wordt Jan als 'tafelkind' in de kost gezet bij de pastoor van de Onze-Lieve-Vrouwkerk. Dagelijks vergezelt Jan hem om de mis te dienen. Hij gaat daarin zo op, dat hij vraagt om zelf een toog te mogen dragen, hetgeen hem wordt toegestaan (niet ongewoon voor die tijd). Men scheert hem zelfs een klein kruintje op het hoofd. Zo voelt hij zich al een beetje priester... want dat is het wat hij wil worden. Maar vader Berchmans wil dat Jan bij hem in de leerlooierij komt werken. De tantes-begijn weten dit, met hulp van de pastoor te voorkomen en Jan verhuist naar Mechelen, waar hij intrekt bij de kanunnik van de Sint-Romboutskerk, om er als huisknecht zijn studiegeld te verdienen. Om Maria te eren vast Jan alle zaterdagen en daags voor haar feesten. 's Zondags volgt hij alle missen en gebedsdiensten en elke vrijdag doet hij blootsvoets de 'kruisweg van Mechelen' die door de hele stad loopt. Op 24 september 1616 treedt hij binnen als Jezuïten-novice. Als eind november Jan het bericht ontvangt dat zijn moeder op sterven ligt, schrijft Jan een brief. Moeder sterft zonder haar zoon te hebben teruggezien. Vader Berchmans staat er nu alleen voor en ziet het niet meer zitten. Hij wil zijn zoon alsnog overtuigen bij hem te komen werken. Maar Jan raadt zijn vader aan om in Leuven een retraite te gaan volgen. Vervolgens besluit vader Berchmans om priester te worden. Omdat zijn latijn nog goed is, en zijn kinderen opgevangen kunnen worden, geeft de aartsbisschop de toelating. Reeds na anderhalf jaar wordt hij priester gewijd. Zoon Jan doet ondertussen zijn best om full-time jezuïet te worden. Zijn yell is: 'Maximi facere minima', het hoogste belang hechten aan de kleinste zaken. In ascetische oefeningen van versterving is Jan geneigd te overdrijven, wat zijn gezondheid zal aantasten. De kinderen, aan wie hij catechismus geeft, hangen letterlijk aan zijn rokken en de boeren uit de dorpen rondom horen liever hem preken dan hun eigen pastoor. Jan leert ook Frans, want hij wil later missionaris worden en daarvoor moet je meerdere talen kennen. Op 14 april 1618 woont Jan de priesterwijding van zijn vader bij. Enkele maanden later is het zijn beurt: op 25 september 1618 mag hij zijn geloften uitspreken. Twee dagen later reist hij naar Antwerpen om er zijn filosofische studies te beginnen, maar op 18 oktober ontvangt hij het bericht dat hij uitgekozen is om in Rome te gaan studeren aan het 'Collegium Romanum'. Op 25 oktober 1618 vertrekt Jan met studiegenoot Bartel Penneman naar Rome. Kerstmis wordt gevierd in het door Engelen van Palestina naar het Italiaanse Loreto overgevlogen woonhuis van de maagd Maria. In Rome krijgt hij de kamer waar voor hem Aloysius van Gonzaga (zijn grote voorbeeld) heeft gelogeerd. De missionaire droom van Jan verandert stilaan. Hij wil niet meer op verre missie naar China, maar wil legeraalmoezenier worden van de soldaten die voor het katholieke geloof strijden. Bovendien wil hij de verdediger zijn van de 'Onbevlekte Ontvangenis' van Maria. Op 15 juni 1620 vieren de jezuïeten groot feest: het lijk van Aloysius van Gonzaga wordt naar een nieuwe kapel overgebracht en Jan mag met de kandelaar voorop lopen in de processie. Velen zien in hem een tweede Aloysius. Jan wordt zelfs 'Fratel' Angelico' genoemd. Virgilio Cepari, rector van het Romeins College, stelt met groeiende verbazing vast dat Jan middels extreem vasten buitengewone mystieke ervaringen heeft, die hem fataal worden. Op 6 augustus 1621 stort Jan na een uit de hand gelopen discussiegesprek in. Hij krijgt hevige koortsen, dysenterie, gevolgd door longontsteking. Jan heeft nog één verlangen: een kruisbeeld, het regelboek en zijn rozenkrans aan het hart te kunnen drukken. De nacht voor zijn dood zingt hij nog het 'Ave, Maris stella´. Op vrijdagmorgen 13 augustus 1621, om acht minuten over acht overlijdt de man uit Diest. Als zijn lichaam wordt opgebaard in de kerk, volgt de bestorming door enthousiaste relikwieënjagers. Haren en tanden worden afgebroken, vingenagels uitgerukt. Tot driemaal toe moeten de medebroeders het totaal gestripte lichaam opnieuw kleden. Nadat de menigte met geweld uit de kerk is geramd, wordt Jans hart uit het lichaam gesneden om in een loden bus naar het jezuïetencollege van Leuven te worden gebracht. Wat rest van het lichaam wordt begraven in de Sint-Ignatiuskerk te Rome, tegenover het graf van Aloysius van Gonzaga. Jan Berchmans wordt al vlug door de 'vox populi' (stem van het volk) heilig verklaard. De officiële Kerk moet het slechts bevestigen: daarom zet met in 1622 het proces in voor de zaligverklaring. Maar het duurt tot 9 mei 1865 eer paus Pius IX de zaligverklaring van Johannes Berchmans bevestigt, op grond van drie wonderen. Zijn heiligverklaring volgt op 15 januari 1888 door paus Leo XIII op grond van twee wonderbare genezingen.
BIBLIOGRAFIE: Mère MARIA LIOBA, vert. P.TROUILLEZ, Sint-Jan Berchmans, Mechelen, 1980; K. SCHROETERS, S.J., Sint Jan Berchmans, een vaandrig van Christus, Mechelen, 1949; K. SCHROETERS, S.J., Sint Jan Berchmans van Diest, Kasterlee, 1963; Mgr. Kardinaal VAN ROEY, De jeugdige heilige Joannes Berchmans, Averbode, 1938; MARC BRANS, Diest en Sint-Jan Berchmans, Diest, 1999

Bergen (Noord Holland). Het Bloedwonder van Bergen maakte van de kerk een belangrijke bedevaartsplaats in Kennemerland. Zo werd Bergen werd met name genoemd in het het bedevaartverbod dat de Staten van Holland in 1587 afkondigden. Op straffe van hoge geldboete werd het houden van bedevaarten verboden.

Bergen op Zoom. De jaarlijkse Maria-Ommegang van Bergen op Zoom heeft een rijk historisch verleden. In of rond het jaar 1400 spoelt op het Scheldestrand een eikenhouten kruisbeeld aan. Het is zwart van het zeewater en bekleed als koning, getooid met een gouden kroon. Dit gevonden beeld werd in optocht de stad binnengedragen. Vanaf die tijd werd het elk jaar op de zondag na Beloken Pasen in een ommegang door de stad gedragen. In de Middeleeuwen groeide het uit tot een waar volksfeest. Totdat het op 23 april 1572 verboden werd op last van de burgemeester en de schoutenen. Het zou ruim 370 jaar duren tot 15 augustus 1945 tot het tot herstel zou komen en de Ommegang opnieuw door Bergen op Zoom trekt. Iedere jaar vertrekt op de laatste zondag van juni om 15.00 uur de Ommegang vanuit het middeleeuwse Markiezenhof. Ruim duizend deelnemers trekken dansend en musicerend door de stad via de Steenbergsestraat - Lievevrouwestraat - Westersingel - Glymesstraat - Auvergnestraat - Van Dedemstraat - Wassenaarstraat - Stationsstraat - Wouwsestraat - Zuivelstraat - Grote Markt - Fortuinstraat - Steenbergsestraat weer terug naar het Markiezenhof, waar de stoet wordt ontbonden. De stoet uit Bergen op Zoom is, buiten de Amsterdamse Mirakelstoet die eenmaling in 1991 door de Amsterdamse Staatsliedenbuurt trok, als enige in Nederland overgebleven.
Info: Secretariaat Maria Ommegang, Florastraat 46, 4613 CS Bergen op Zoom, tel. 0164 257307 email: info@mariaommegang.nl website http://www.mariaommegang.nl/

Sint Berlindis (10de eeuw) Feestdag 3 februari. Vlaamse heilige, waarschijnlijk in het begin van de 10de eeuw te Meerbeke geboren. Volgens een hagiografie uit de 11de eeuw werd zij door haar vader onterfd en leefde als kloosterlinge te Moorsel en te Aalst. Na haar vaders dood keerde zij naar Meerbeke terug. Berlindis genoot devotie in Brabant en Zeeland.

Sint Bernold van Utrecht, ook Bernulfus, Bernulf van Utrecht. (Gest. 19 juli 1054) Feestdag aartsbisdom Utrecht 8 november. Op 24 september 1027 wordt Bernold als opvolger van sint Adelbold voor het eerst als bisschop van Utrecht vermeld. Hij was een vertrouweling van keizer Koenraad II. Onder hem breidde het wereldlijk geboed van het Sticht zich aanmerkelijk uit, vooral in Twente en Drenthe, door schenkingen van de keizers Koenraad II en Hendrik III, wier politiek hij steunde. Zo nam Sint Bernold deel aan de strijd tegen de Hollandse graaf Dirk IV. Bernold verplaatste het door Sint Ansfried gestichtte klooster Hohorst bij Amersfoort naar de door hem opgerichte Paulusabdij te Utrecht. Ook stichtte hij de Utrechtse kapittelkerken Sint-Pieter en Sint-Jan. Bernold stierf op 19 juli 1054 en werd schutspatroon van het gilde voor kerkelijke kunsten. Onderzoek in de vijfiger jaren toonde aan dat hij niet identiek is met de gelijknamige Heilige pastoor Bernulf van Oosterbeek.
Met dank aan Katrijn Kuypers. 1457 Missale Romanum Ned. editie (1955);/p79 II heilige jaar rond/ zie pag. 50 Onze Nederlandse stam en staat./*57 Appendix Misboek Dominikanen.

Sint Bernulf van Oosterbeek, ook Bernulfus, Bernold van Oosterbeek. Heilige pastoor van Oosterbeek op de Veluwe, die lange tijd identiek werd gehouden met de heilige bisschop van Utrecht met dezelfde naam.
1457 Missale Romanum Ned. editie (1955);/p79 II heilige jaar rond/ zie pag. 50 Onze Nederlandse stam en staat./*57 Appendix Misboek Dominikanen.

Biesland, Maastricht. Jaarlijks trekt op de zondag voor 12 mei, het feest van Sint Servaas, een bronprocessie naar de St. Servatiusbron in Biesland. Ontstaan toen Sint Servaas van Tongeren naar Maastricht vluchtte. Toen hij dorst had, klopte hij, net als Mozes, met zijn wandelstok op de grond. En voorwaar, een bron ontsprong. Het zou geen gewoon water blijken te zijn, maar bijzonder heilzaam tegen zweetvoeten. De kanunniken van de Servaaskerk in Maastricht hebben tal van pogingen ondernomen dit heilig water naar hun kerk te leiden. De houten leidingbuizen van Biesland tot op het Vrijthof waren geen succes. Ook al had het kapittel in 1496 er een put voor laten graven, waarop een fier spuitende fontein zou komen. In 1503 besloot de raad er maar een gewone waterput met deksel van te maken ten gerieve van de burgerij zonder meer. In 1595 wilde de Raad toch proberen het water uit de Heilige St. Servatiusbron te halen en de blijkbaar deskundige kanunnik Johan Rycke zou het in 1603 uitvoeren, maar als het niet lukte moest hij het geld teruggeven aan het stadsbestuur. Er kwam narigheid van, door overmacht. Want Johan Rycke was in Breda gevangen gezet, zodat een ander op zich nam het werk te voleindigen. Het bleef een mislukking. Men kon er wel water putten, maar springen deed de fontein niet. Tot op heden moeten Maastrichtenaren naar de Biesland voor hun Heilig Water. Jaarlijks trekt op de zondag voor of op zondag 12 mei, het feest van Sint Servaas, om 10.00 uur een bronprocessie met o.a. hoofd Sint Servaas vanaf Theresiakerk (Sint Theresiaplein 8, 6213 CG Maastricht tel. 043 321 5591) via de Cannerweg naar de Sint Servaasbron in de Biesland, de groene long van Maastricht. Daar heeft in de Open Lucht een misviering plaats met aansluitend Fruhshoppen. Info voorzitter broncommissie Frans Boulanger tel 043 321 42 31.

Sint Blasius ook Blaas, Blaise. Feestdag 3 februari. Patroon van de keelziektes en wilde dieren. Op 3 februari wordt in de katholieke kerk de zgn. Blasiuszegen gegeven. Bij de zegen schaart de priester met twee kruislings gehouden gewijdde kaarsen de keel van de gelovige en zegt: Door tussenkomst van de heilige Blasius, bisschop en martelaar, behoede de Heer U tegen alle keelziektes en tegen alle ander kwaad. Als je na die derde februari nog last had van een lopende neus, kwam dat vast vanwege de zondes die je na de Blasiuszegen nog had bedreven, want anders was het onmogelijk dat je nog kriebels in de keel had. In het koude noorden met alle griepen en verkoudheden had de heilige Blasius een vaste klantenkring als patroon tegen keelziektes. De legende wilde dat de heilige Blasius ooit een kind had gered toen deze dreigde te stikken in een visgraat. Blasius was de bishop van Sebastea in Armenië die werd doodgemartelt onder de regering van de Romeinse keizer Licinius in het begin van de vierde eeuw. Historisch gezien stammen de eerste gegevens van vierhonderd jaar later, want uit de achtste eeuw stamt de legende van sint Blasius. Hij zou uit een rijk en nobel geslact stammen en opgroeien als christen. Nadat hij bisschop was geworden, begon een nieuwe vervolging van deze secte. Blasius ontving een hemelse boodschap. Hij moest zich in de bergen verbergen om aan de achtervolging te ontkomen. Mannen die daar op jacht waren, ontdekte een grot waaromheen zich allerhande zieke wilde dieren ophielden. En waartussen de onverschrokken Blasius rondliep om de zieke dieren te genezen. Toen ze Blasius als bisschop herkende, vingen ze hem om hem mee te nemen om veroordeeld te worden. Onderweg sprak Blasius met een wolf en wist het beest er toe te bewegen het zojuist gevangen varken vrij te laten. Het varken was het enige bezit van een arme vrouw. Nadat Blasius was veroordeeld de hongerdood te sterven, wist de vrouw van het varken heimelijk de gevangenis te betreden met voedsel en kaarsen. Uiteindelijk zou Blasius door de gouverneur zelf de hemel ingeholpen zijn.

Bolsward, mirakelbeeld OLVrouw van Sevenwouden, ook Ons Lieffrouw van Sevenwouden.
Aan de noordzijde van de dubbele poort van de Sint Franciscuskerk in Bolsward bevinden zich in een voor een deel wit geschilderde kapel het Mirakelbeeld van Onze Lieve Vrouwe van Zevenwouden (Ons Lieffrou fan Sevenwouden). Het beeld van Moeder met het kind moet omstreeks 1280 uit eikenhout gesneden zijn. In 1515 stond het beeld in een houten huisje op de "Post", een brug in de Kerkstraat. In dat jaar werd Bolsward verwoest door de Zwarte hoop: de muitende soldaten van de Saksische hertogen. Het Kapelletje verbrandde en de Madonna leek verloren, ware het niet dat het een paar dagen later rechtopstaande in het water werd gevonden. Dit werd algemeen als een groot wonder beschouwd en de Madonna kreeg een prachtige stenen "Kapelle op de Post". In de eerste helft van de zestiende eeuw groeide de roem van de Bolswarder Lieve Vrouw tot buiten de Friese landsgrenzen. Het Mirakelboek vermeldt een lange reeks wonderen. De Madonna ontkwam aan de beeldenstorm en werd met grote zorg bewaard. Pas in de loop van de achttiende eeuw werd het weer openbaar vereerd. De feestdag van de Bolswarder Maria is de zondag voor Pinksteren. De dag waarop Bolsward in 1515 werd geplunderd door de Zwarte Hoop.

Sint Bonifatius (Crediton ca 675-Dokkum 5 juni 754). Feestdag 5 juni. Een van onze ´nationale´ heiligen. Overigens hebben ze in Duitsland dezelfde claim op deze sint, die eigenlijk Winfried heette en tussen 672-75 wordt geboren te Crediton, graafschap Wessex in zuid-west Engeland. Na 685 wordt hij opgenomen in een klooster te Exeter. In Nursling word hij monnik en heeft zijn priesterwijding plaats. In 716 ging hij voor het eerst naar Friesland, maar koning Radboud geeft hem geen toestemming de Friesen tot het christendom te bekeren. Na een jaar keert hij teleurgesteld terug naar Engeland, waar hij in zijn klooster te Nursling tot abt wordt gekozen. Kort daarna, in 718, reist hij naar Rome, waar paus Gregorius 11 (715-731) hem opdracht geeft de bevolking van Beieren, Thüringen, Hessen en Friesland te bekeren. De paus geeft ook een nieuwe naam aan Winfried, Bonifatius (brenger van het goede). In 721 is Bonifatius een tijdlang bij Sint Willibrord, de heilige aartsbisschop van Utrecht. Het daarop volgende jaar wordt hij gewijd tot missiebisschop zonder vaste standplaats. In 732 wordt Bonifatius tot aartsbisschop van Mainz verheven. Bonifatius stichtte overal waar hij kwam bisdommen en kloosters, waaronder in 744 het klooster Fulda, waar hij het eerste concilie van de west-frankische kerk uitschrijft. In 752 zalft Bonifatius Pippijn tot koning der Franken. Volgens de overlevering werd hij op 5 juni 754 tijdens een missietocht tegen de Friezen, samen een peleton van 52 gezellen te Murmerwoude vermoord, volgens de overlevering duid een bron de plek waar de Bonifatius en zijn commando's werd vermoord. In zijn laatste ogenblikken zou Bonifatius de Ragyndrudis-codex boven zijn hoofd zou hebben gehouden om de slagen af te weren. Zijn lichaam wordt samen met de gehavende codex via Utrecht naar Fulda overgebracht. Daar rust deze martelaar in een prachtige schrijn. Onderzoekers van de oudste historische bronnen zijn het er niet over eens of de genoemde plaatsaanduiding waar Bonifatius de genadeslag opliep bij Dokkum, of in het Belgische Scheldedal lag. Dokkum had in elk geval wel een Bonifatiusbron en wordt in de vroege middeleeuwen een bekende bedevaartsplaats. Volgens de overlevering zou de H. Liudger (742-809), Fries van geboorte en later de eerste bisshop van Munster in Westfalen, de eerste parochiepriester van Dokkum geweest zijn na de marteldood van Bonifatius en vanuit Dokkum vertrekt Liudger in opdracht van keizer Karel naar Westfalen en later naar het oosten in de buurt van Helmstedt. In Liudgers tijd werd er begonnen met de bouw van een klein houten Bonifatiuskerkje aan de Bargemerk. Er vestigde zich een groepje monniken die naast de kerk een klooster en een school bouwden en zo Dokkum tot een geestelijk middelpunt in de omgeving maakten. Ze leefden volgens de regel van de H. Augustinus en legden rond het jaar 1000 de kloostergeloften af. Behalve school en klooster ontstonden er ook een tehuis voor vreemdelingen, een ziekenhuis en een weeshuis. Tot aan het begin van de 16e eeuw bestaat er in Dokkum een heiligdomsvaart, zoals tot op heden gehouden wordt in Maastricht en Aken. Na de reformatie werden de room katholieke van hun gebouwen, kerken en kloosters beroofd. Tussen 1671 tot 1874 werden ze gedwongen hun eredienst in een woning aan de Hoogstraat te houden. In 1878 verleent paus Pius IX een aflaat op Dokkum. De van oorsprong friese pater Carmeliet Sint Titus Brandsma is de grote initiatiefnemer voor de herleving van bedevaarten naar de Bonifatiusbron. Titus Brandsma nam in 1924 deel aan de eerste bedevaart van friese priesters naar de Bonifatiusbron. Een jaar later werd de St. Bonifatiusstichting opgericht voor de bouw van een Bonifatiuskapel in de nabijheid van heilige bron. Over het ontstaan van de Bonifatiusbron zijn verschillende verhalen in omloop. In de latijnse levensbeschrijving van Willibald wordt vertelt dat deze zoet waterbron werd ontdekt tijdens het opwerpen van de terp kort na de moord. De prefect Abba, die namens de frankische koning Pippijn deze werkzaamheden leidde, reed met zijn gevolg om de heuvel heen. Het paard van een van hen zakte plotseling in de weke bodem weg; toen het met vereende krachten eruit getrokken was, welde zoet water op. Een andere legende luidt dat Bonifatius op zoek is naar zoet water. Deze truuk werd enige eeuwen eerder ook al toegepast door Sint Servaas in het Maastrichtse Biesland: Ook Bonifatius tikte met zijn bisschopsstaf op de grond en onder het aanzwellen van hemelse klanken welde de bron op. Van oudsher werd aan deze bron geneeskrachtige werking toegeschreven, maar ze was eeuwenlang van groot belang voor de watervoorziening van Dokkum; waar ook de bierbrouwerijen gebruik van maakten.
Sinds 1956 is de Bonifatiusbron het officiële bedevaartsoord van het bisdom Groningen.
Naast de bron onthulde Beatrix van Oranje-Nassau op 5 juni 1962 een 2,50 meter hoog beeld van de martelaar met het opschrift: HIC BONIFATIO LUMEN VITAE EXTORTUM DCCLIV HIC FRISIAE EVANGELII LUMEN EXORTUM, ofwel Hier werd Bonifatius in 754 het levenslicht ontnomen. Hier ging voor Friesland het licht van het Evangelie aan.
Op de sokkel worden de geboorteplaats Crediton en Fulda, de laatste rustplaats van Bonifatius vermeld.
In 1990 kwam de Bonifatiusbron in de publiciteit nadat een kind, gedompeld in het water van de bron, op niet verklaarbare wijze plotseling werd genezen van kinkhoest. Opnieuw stroomden de pelgrims toe. Het probleem dat de bron net buiten het kerkelijk terrein ligt werd voortvarend aangepakt. De inwijding van een buizensysteem dat het bronwater binnen de omheining van het Bonifatiuspark brengt had in 1993 plaats. Gelijktijdig werd een tap ingezegend voor pelgrims die het mirakuleuze bronwater willen tanken.
De volle aflaat op Dokkum geld voor alle rooms katholieken pelgrims die na biecht en de communie op 5 juni of een andere dag in deze maand in de kerk van Dokkum bidden voor het groeien van de kerk. Deze aflaat werd in 1878 verleend door Zijne Heiligheid paus Pius IX
Litt.: Peter Karstkarel/Rienk Terpstra: Beschrijving Parochiekerk en Bonifatiuskapel te Dokkum, Dokkum 1986; H. Peters: Bonifatius in Dokkum, het verhaal van een levende, Dokkum 1990; Hugo Kingmans: Op Pelgrimreis, Uitgave: Stichting Kultuer en toerisme yn Fryslan; 507 I heilige jaar rond zie pag. 50 Onze Nederlandse stam en staat./*39 Appendix Misboek Dominikanen/850/872 Missale Romanum Ned. editie (1955);/68 ; Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983). Lees de correspondentie van Bonifatius.

Den Bosch, ook ´s Hertogenbosch. Bedevaartsplaats van het mirakelbeeld van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch in Noord Brabant. Het beeld werd in 1630 in veiligheid gebracht voor de sloopzucht der calvinistische overheid. In Brussel werd het overladen met eerbetoonm maar het keerde uiteindelijk toch weer terug naar de Noord Brabantse hoofdstad. Op de 2de zondag in mei (moederdag) heeft de Bidtocht met gilde en schutters plaats. Het is de enigedag in het jaar dat het miraculeuze beeld van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch mee naar buiten gedragen wordt. Langs de Bidweg bevinden zich Mariale beeltenissen die tijdens de tocht op Moederdag en de 9 dagen van de noveen die beginnen op 7 juli, de Feestdag van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch, worden de Mariabeelden langs de Bidweg versierd met bloemstukken en de blauw/witte Maria-vlaggen.

Boudewijn IX. In de middeleeuwen genoot Boudewijn IX een zekere verering. De uit de Nederlanden als kruisvaarder afgereisde graaf Boudewijn kreeg in de Aya Sofya van Istanboel de keizerskroon opgedrukt en was daarmede keizer van het Oost Romeinse Rijk.

Boxmeer (Noord Brabant) Twijfelen aan de transsubstantiatie kan grote wonderen tot gevolg hebben. In het jaar 1400 ondervond priester Arnoldus dat in Boxmeer. Tijdens de misviering in de crypte van de St. Petrusbasiliek heeft hij het even moeilijk te geloven in de verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus. Toen gebeurde het bloedwonder. Net als twintig jaar eerder in Boxtel het geval was. In de is de crypte is nog steeds de plek te bezichtigen waar het Heilig Bloedwonder zou hebben plaatsgevonden. Eeuwenlang is er zeer veel over de Vaart gepubliceerd in binnen- en buitenland. Officiële documenten werden opgemaakt, maar die werden rond 1582 vernietigd door protestantse barbaren en in 1631 opnieuw geformuleerd. Tot de zestiger jaren van de vorige eeuw kende Boxmeer een Vaart-weekend. De jeugd kreeg een week vrijaf. De Vaart trok in die week drie keer via verschillende routes door Boxmeer. De route via Het Zand is overgebleven. Een "woelige tijd" na het Tweede Vatikaans Concilie deed het ergste vrezen voor de Boxmeerse Vaart. In 1980 werd een comité van zes Vaartmeesters opgericht die de Vaart erin moesten houden en nog altijd trekt elk jaar twee weken na Pinksteren, de zogenaamde Vaartprocessie door de straten van Boxmeer met het bloedrelikwie, bescherm door het blote zwaard van de kerels van het Heilig Bloedgilde. Die in stemmig zwart en rood gestoken gilde en hun vaandelzwaaiers waren in de jaren 90 van de vorige eeuw ook in Amsterdam te zien tijdens het Amsterdams Mirakelspel. Boxmeer heeft meer in de aanbieding, want het is ook een bedevaartsplaats rond de cultus van 'veeheilige' Rochus, ofwel San Rocco, wiens cultus als pestheiligen vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw door de franciscanen werd verbreid. Zijn definitiefe doorbraak maakte Rochus tijdens de grote runderpestepidemie die rond 1745 woedde, en er een Rochuskapel werd gebouwd in Boxmeer. zie ook Rochus.

Boxtel (Noord Brabant) In 1380 had te Boxtel een bloedwonder plaats toen de onhandige priester Eligius Aecker in de parochiekerk tijdens het opdragen van de mis een kelk gevuld met witte miswijn omstootte. De wijn kleurde donkerrood op het corporale (waarop kelk en ciborie werden geplaatst) en op het altaardoek, lijkend op het bloed van Christus. Eligius heeft de bloeddoeken nog proberen te wassen. Of dat nu in de rivier de Dommel of in een put was, dat wordt uit de overlevering niet duidelijk. Deze onzekerheid speelde pelgrims tot in de twintigste eeuw blijkbaar de nog parten, want sommigen namen water uit de Dommel, anderen gebruikte het water uit de put bij de molen als geneeskrachtige bron. Het wonder der H.H. Bloeddoeken maakte dat er eeuwen lang pelgrims naar deze plaats trokken. In Boxtel was het omstreeks 1610 nog gebruikelijk genezing te verkrijgen middels het weegoffer . Hiertoe werd de zieke gewogen op een houte balans, die negen maal op en neer diende te gaan. Als tegenwicht werd de Heilig Bloedschrijn gebruikt, waarin een gleuf zat waardoor tijdens het wegen geld werd geworpen. Ook in het nabij Boxtel gelegen bedevaartsoord Vught was het weegoffer in zwang. De Heilig Bloeddoeken gingen ook op toernee. Zo herdenkt men nog jaarlijks in het nabij Tilburg over de Belgische grens liggende Weelde-Poppel op Drievuldigheidszondag het feit dat in 1648 het doek van het H.Bloed van Boxtel één nacht in de St.-Janskapel heeft doorgebracht. De bloeddoeken van Boxtel werden in 1652 in veiligheidgebracht. Ze maakte tal van omzwervingen en belandden uiteindelijk in de St. Catharinakerk van Hoogstraten. Hier ontkwamen ze aan de calvinistische barbarij van de wettelijke overheid. In Hoogstraten zou het reliek de daaropvolgende eeuwen het voorwerp worden van een levendige cultus. Een doek, de 'Corporaaldoek' kwam in 1924 terug naar Boxtel.

Sint Brandaris ook Brandanus, Brendan. (486-16 mei 578) Feestdag 16 mei Deze heilige die zijn naam gaf aan de oudste vuurtoren (1323) van Nederland, werd niet op Terschelling maar in het Ierse Kerry geboren. Als kind werd hij opgevoed door de heilige Ita van Killeedy. Daarna werd Brandaris monnik en priester. Er zijn weinig betrouwbare gegevens over zijn leven, behalve dat hij rond 560 het klooster van Clonfert in Galway stichtte, dat tot in de 16de eeuw bestond. De roem van Brandaris is te danken aan de diverse vertalingen van een verhaal uit de 10de eeuw: Brendan's Voyage. Hierin een aantal aan deze heilige toegeschreven wonderbaarlijke avonturen die hij zou hebben beleefd toen hij met een aantal monniken naar een paradijselijk Beloofde Land in de Atlantische Oceaan zeilde. Dit Beloofde Land werd later o.a. geidentificeert met plaatsen als de Kanarische Eilanden, Groenland en zelfs Terschelling. In feitte bezocht Brandaris, zoals zoveel Ieren in die tijd, Iona en de westkust van Schotland en misschien ook Bretagne.
Litt. Tim Severin, The Brendan Voyage (1978); Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983).

Brandsma, zie Sint Titus

Brielle, ook Den Briel, zie Martelaren van Gorcum.

Heilig Bloed van Brugge. Het Belgische Brugge trok vanaf de vroege middeleeuwen veel pelgrims uit de Noordelijke Nederlanden. Hun doel was de St.-Salvatorkathedraal, speciaal gebouwd om het relikwie met het bloed van Jezus Christus op passende wijze te huisvesten. Het relikwie, een stukje stof met bloedsporen, was door Jozef van Arimathea.gebruikt om de wonden van Christus te deppen, werd in 1150 door de Graaf van Vlaanderen vanuit Palestina naar Brugge gebracht. De oudste vermelding hiervan stamt uit 1256.

Sint Bruno de Grote (926-11 oktober 965) Feestdag 11 oktober.
Deze in 926 in Holland geboren heilige was een zoon van Hendrik de Vogelaar (Henry I) en Sint Matilda. Bovenal was hij de broer van keizer Otto I. Zijn moeder bracht hem vanaf zijn jongste de vroomheid bij, want het was duidelijk dat Bruno in dienst van Gods zou treden. Als hij vier jaar is, wordt hij reeds aanbevolen aan Bischop Balderik van Utrecht, die Bruno onderwijst in de klassieke literatuur, filosofie en dichtkunst en hem ook de klassieke Griekse taal leert. Zijn broer keizer Otto I benoemd hem in 940 tot zijn kanselier en privé-secretaris. Kort daarop volgt de benoeming tot abt. Bruno komt aan het hoofd te staan van twee als zeer losbandig bekend staande kloosters, die hij tot het strikte leven onder de Regel van Sint Benediktus weet terug te brengen. Bruno neemt deel aan de Synode (Kerkvergadering) van Verduin in 947 en bewerktstelligt de vrede tussen Frankrijk en Duitsland. In 950 wordt Bruno tot priester gewijd en in 953 tot aartsbisschop van Keulen en hertog van Lotharingen benoemd. In Lotharingen versterkte hij het keizerlijk gezag van zijn broer Otto ten koste van de lokale adel. Bruno was in feite de eerste vertegenwoordiger van een Rijkskerk, de instelling die het wereldlijk gezag aan hoge geestelijken toekende om het koninklijk gezag te versterken in het Duitse Rijk (het zgn. Ottoonse stelsel). Op 11 oktober 965 sterft Bruno te Reims. Het zal ruim negen eeuwen duren voor Rome het opportuun acht om hem in 1870 alsnog heilig te verklaren.

INDEX

Ontbreekt er informatie? Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse Heiligen mededelingenboard weten.

Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN 90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden RKBN 2002-00011314

Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).

All sites © Mohamed el-Fers

HOME

 11314