| Eerste deel:
Aardenburg t/m Amsterdam Overige
Nederlandse heiligen
Aardenburg, Onze Lieve Vrouw van Aardenburg. Het
Zeeuws-Vlaanderse dorp Aardenburg bestond al in de romeinse
tijd. Het ligt net over de Nederlandse grens en vormt de
noordpunt van de driehoek met het Belgische Brugge en Gent.
Aardenburg is een van de plaatsen waar de eeuwenoude folkloristische
pelgrimssport Bollen met de Krulbol nog wordt beoefend.
In de middeleeuwen vormde de finale van het Krulbollen de
afsluiting van de bedevaartplaats naar het mirakuleuze beeld
van Onze Lieve Vrouwe van Aardenburg. De krulbol is een
kaasvormige boule die een rondtrekkende beweging maakt.
Het is de bedoeling het dichtst mogelijk bij de doelpaal
te komen. De winnaar mocht het beeldje van OLVrouwe van
Aardenburg van een nieuw japonnetje voorzien. Een hele eer,
die de schenker veel publiciteit en naamsbekendheid gaf.
Aarle gemeente Aarle-Rixtel (Noord Brabant).
Onze Lieve Vrouw in 't Zand te Aarle is een Mariale bedevaartsplaats
in de Meierij van Den Bosch, officieel erkend door bisschop
Masius in 1614. Van deze bisschoppelijke erkenning ging
een sterke impuls uit. De religeuze overheid verstrekte
een aflaat aflaten op het maken van de bedevaart naar Aarle
en er mocht officieel propaganda worden gemaakt voor de
cultus, met name door publicatie van de hier gewrochte wonderen.
De kapel van Onze Lieve Vrouw in 't Zand te Aarle moest
al in 1616 worden vergroot. Op bevel van de calvinistische
overheid werd de kapel drie decennia later in gebruik genomen
als raadhuis en school.
Sint Abdon. (Gest. 254). Feestdag 30 juli. Iraanse
heilige, veelal samen met de eveneens uit Perzie afkomstige
heilige sint Sennen genoemd. Sint Sennen en Abdon zouden
geheel vergeten zijn geweest, als niet deze twee heiligen
zo´n belangrijke rol hebben gespeeld in het leven van de
toekomstige heilige non Martina (zie aldaar), die met name
in het Sint Jozefklooster aan de Haarlemse Kinderhuissingel
een bijzondere verering voor deze twee Perzische martelaren
propagandeerde. Hierbij terzijde gestaan door de rector
van het klooster, tevens privé-secretaris van de Haarlemse
bisschop, rector Solleveldt. In de kapel van het klooster
hing een afbeelding van de twee Iraanse heiligen, die door
de leeuwen werden opgevreten in het Romeinse Colloseum in
het jaar 254. Het feest van hun dood werd vroeger algemeen
gevierd in de katholieke kerk. Bij de verdwijning van het
Sint Jozefklooster verdween ook de cultus rond deze twee
soldatenvrienden.
Sint Acca, (rond 660 tot 674) Feestdag 20 oktober.
Acca, een student uit North Umbria die les kreeg van sint
Bosa van York en van sint Wilfrid trok met Wilfrid op missie
rijzen door Engeland, Italie en Friesland. Hij was 'n Benediktijner
Abt te Abbot (Hexham) en zijn
Sint Acharius (Gest. 639) Feestdag bisdom Breda
27 november. Acharius was monnik van het klooster Luxeuil
te Frankrijk. Hij werd rond 625 tot bisschop van Doornik
(de oude Romeinse hoofdstad van de civitas Turnacus, Tournai)
gewijd. Vanuit deze Scheldestad in de provincie Henegouwen
zond Acharius de heilige Amandus naar Vlaanderen on het
christendom te verkondigen. Gestorven op 27 november 639
te Doornik en aldaar in de Sint Pieterskerk begraven. Sint
Eligius volgde hem op als bisschop.
1488 Missale Romanum Ned. editie (1955); /*78 Appendix Misboek
Dominikanen.
Sint Adalar (Adalher), gest. 755
Sint Adelbert van Egmond, apostel van
Kennemerland ook Adalbert of Albert (Gest. 25 juni 740).
Feestdag bisdom Haarlem 25 juni, oude kalender zelfde datum
ook in het bisdom Rotterdam. Angelsaksisch diaken, leerling
van de heilige abt Egbert van Rathmelsigi, waarschijnlijk
al voor de komst van Sint Willibrord in Holland werkzaam
geweest. Het leven van Sint Adelbert is beschreven door
de uit Trier afkomstige monnik Ruopert van Mettlach. In
opdracht van de aartsbisschop van Trier, Egbert, een zoon
van graaf Dirk II, toog hij aan het einde van de tiende
eeuw naar Egmond om daar de verhalen uit de overlevering
op te tekenen. Dit geschrift geldt tot op de dag van vandaag
als de belangrijkste bron voor de vroege geschiedenis van
het graafschap Holland. Volgens Ruopert van Mettlach zou
Adelbert samen met Willibrord vanuit Ierland zijn overgestoken
naar de lage landen, waar hij predikte en een wonder verrichtte.
Hij zou een zacht en bijzonder nederig persoon zijn geweest.
Na zijn dood op 25 juni 740 werd hij begraven door de dorpelingen
van Egmond. Boven zijn graf werd een kerkje opgetrokken.
Vooral na zijn dood geschiedden daar vele wonderen, hetgeen
de kerk geen windeieren legde. Volgens Ruopert van Mettlach
verscheen Adelbert in de tiende eeuw liefst drie maal aan
de godgewijde maagd Wilfsit om haar te zeggen dat zijn gebeente
moest worden verheven, zodat het kon worden vereerd. Zij
spoedde zich naar graaf Dirk I, die deed zoals de non het
hem opdroeg. Het gebeente werd opgegraven, waarbij er een
geneeskrachtige bron (de Adelbertusput) op de plaats van
het graf ontstond. De Adelbertusput is tot op de dag van
vandaag te vinden in de duinen bij Egmond, temidden van
de opgemetselde fundamenten van de oude kapel. Op deze zogenaamde
Adelbertusakker wordt ieder jaar op de zondag op of vlakbij
25 juni - de feestdag van St.-Adalbert - de mis gevierd.
Het gebeente werd overgebracht naar een nieuwe houten kapel
te Hallem, waar het vereerd kon worden. De stenen basiliek,
door graaf Dirk II boven zijn graf gebouwd, werd in 1573
werd op de zelfde dag als het het heiligdom van Heilloo
verwoest gedurende het beleg van Alkmaar. Ook nu nog wordt
het gebeente van Adelbert vereerd in de kapel van de Adelbertabdij
te Egmond-Binnen. Onder het altaar ligt in een plexiglazen
schrijn de zorgvuldig uit kleine brokstukjes gereconstrueerde
schedel. Deze schedel werd in 1984, na zorgvuldig onderzoek
waarbij onder meer de exacte ouderdom werd vastgesteld,
opnieuw feestelijk overgebracht van de Adelbertusakker naar
de Abdijkerk in de plaats die tot ca. 1025 Hallem heette,
maar sindsdien als Egmond te boek staat. De Sint
Adelbertusakker is nog steeds het middelpunt van verering
van deze voorloper van de apostel der lage landen. Zie ook
Egmond.
Litt. Bertrand, drs. Joan, De Runxputte en Onze Lieve Vrouw
ter Nood, Schoorl 1980; Missale Romanum Ned. editie (1955);
Met de heiligen het jaar rond deel I p 573, G.N.M. Vis,
Adelbert en Egmond. Het leven van de heilige belijder Adelbert,
Egmond-Binnen (St.-Adelbertabdij) 1990.
Sint Adelbold zie Odilbald
Zalige Adolfina zie Kaatje Dierickx
Paus Adriaan VI (1459-1523) ook Adriaan Florenszoon,
Adrianus VI, Hadrianus VI De enige uit Nederland afkomstige
paus in de geschiedenis. Klik
hier voor volledige informatie over Adriaan VI
Sint Adriaan van Wintershoven, ook Adriaan de Martelaar
of Adrian (gest.688) Feestdag op 19 Maart. De martelaar
Adriaan van Wintershoven volgde Sint Landoald op en was
de pastoor van de missiekerk in Wintershoven (nabij Hasselt).
Hij werd in 668 met een koninklijke bijdrage van Childeric
II bij zich overvallen, gekidnapt en vermoord in Maastricht.
Sint Adriaan van Hilvarenbeek, ook Adrian, Adrianus
Jansen van Hilvarenbeek (geb. 1528-vermoord op 9 juli 1572).
Feestdag 9 juli. Een van de Martelaren van Gorkum. Parochiepriester
Adriaan werd geboren en getogen in Hilvarenbeek bij Tilburg
en werd samen met Jacob Lacops en Andreas Wouters gearresteerd
en naar Den Briel gebracht en beschuldigd dat ze weigerde
het Pauselijk oppergezag af te zweren. Op 9 juli 1572 omstreeks
4 uur 's morgens in het verwoeste klooster "Ten Rugge"
opgehangen door Willem van der Marck, graaf van Lummen.
In Keulen verschijnt al in hetzelfde jaar een verslag van
ooggetuige Willem Estius: "Novorum in Hollandia Martyrum
passionis historia". Zie de de 19 martelaren van Gorkum.
Sint Agatha (voor de zesde eeuw) Feestdag 5 februari.
Er zijn aanwijzingen dat Agatha al in de zesde eeuw vereerd
werd en ook in de Nederlanden mateloos populair werd. Historisch
staat er weinig vast. Ze kwam van Sicilië en zou daar als
martelares zijn gestorven. De legende gaf haar een rijke,
belangrijke familie. Middels gebed zou Aagje er zelfs in
zijn geslaagd een uitbarsting van de vulkaan de Etna te
bedwingen. Al jong besloot ze haar leven aan god te wijden
en verzette zich hevig tegen elke man die sex met haar wilde
bedrijven of haar hand vroeg om te trouwen. Een van deze
kerels, Quintius, was zo´n bobo die dacht haar te kunnen
dwingen. Hij wist dat zij christen was, hoewel dat via keizerlijk
decreet een toen verboden religie was in het Romeinse keizerrijk.
Quintius liet haar arresteren en voor de rechter slepen.
Hij verwachtte dat ze zich wel aan hem zou geven nu haar
marteling en een mogelijke dood bedreigde, maar Agatha wilde
slechts met Jezus leven. Quintius besloot haar op te sluiten
in een bordeel als een soort alternatieve straf. Natuurlijk
hoopte hij dat dit Agatha tot andere gedachten zou brengen.
Na een maand vol verschrikkelijke vernederingen en verkrachtingen
werd Agaath weer voor Quintius gebracht. Maar dapper volharde
de latere heilige in haar weigering en Quintius stuurde
haar nu naar de gevangenis, waar ze verschrikkelijk werd
gemartelt. Elke medische hulp werd haar geweigerd, maar
de hemel liet Agatha niet in de steek en zond niemand minder
dan Sint Pieter als verpleger naar de duistere cel. Nadat
ze opnieuw gemartelt werd, waarbij haar borsten werden afgesneden,
stierf ze na het zeggen van een bewaard gebleven laatste
gebed. Zo wordt de heilige dan ook vaak afgebeeld: met haar
afgesneden borsten op een presenteerblaadje. Om onduidelijke
redenen werd Agatha de beschermheilige van de klokkenmakers.
Ze wordt ook aangeroepen ter voorkoming van brand, hetgeen
wel te maken zal hebben met het wonder dat zij met de vulkaan
verrichtte. Het .oudste bewoonde klooster van Nederland,
Sint Agatha in de gemeente Cuijk N.B. is vernoemd naar Sicilaanse
heilige. Van 1371 tot op heden leven hier kruisheren. Het
klooster is vooral bekend omdat de Nederlandse religieuzen
hier sinds 2002 hun kloosterarchieven en ander kloosterlijk
erfgoed onderbrengen. onder in klooster St. Agatha bij Cuijk.
Door de sterke vergrijzing van de religieuzen kunnen de
meeste orden en congregaties wegens gebrek aan plaats en
menskracht hun archieven en andere kunsthistorische voorwerpen
niet meer beheren. Het materiaal wordt er binnen de bestaande
kloosterlijke sfeer voor een breed publiek toegankelijk
gemaakt. Op het kloosterterrein voldoet een depot aan de
vereiste condities voor de opslag van materialen. Een deel
van de gerenoveerde kloostergebouwen krijgt een studiezaal
en voorzieningen voor exposities. De Orde der Kruisheren
en circa zestig andere deelnemende orden en congregaties
hebben zich financieel garant gesteld voor de jaarlijkse
exploitatie van het erfgoedhuis tot minimaal
het jaar 2027.
Met de heiligen het jaar rond deel I p 131.
Sint Agricolaus, ook Agricola, gest. 420.
Volgens de overlevering is de opvolger van de heilige Servatius
als bisschop van Maastricht waarvan de relieken zich bevinden
in de Maastrichtse Sint Servaaskerk. Op de zaterdag voor
de derde zondag na pinksteren vierde men het feest van de
overige heilige bisschoppen van Maastricht na Servaas: Agricolaus,
Ursicinus, Designatus, Renatus, Supplicius, Ouirillus, Eucherius,
Falco en Eucharius. Bovendien worden op deze massaviering
ook de relieken van de heiligen Domitianus, Monulfus, Gondulfus,
Perpetuus, Ebregisus, Johannes met het Lam, Remaclus, Theodardus
en Lambertus. Officieel vierde men dan ook Hubertus. Hoewel
zijn naam bij de viering in Maastricht zelf vroeger wat
zachter werd uitgesproken als die van de overige ´Maastrichtse´
heiligen. Hubertus was namelijk de laatste bisschop van
Maastricht en verplaatste de zetel naar Luik. Gelukkig kon
men zich in Maastricht volledig uitleven op hun Sint Servaas,
die als hoofdheilige een eigen feest had, hoewel hij ook
op deze zaterdag voor de derde zondag na pinksteren mocht
meedelen in de feestvreuge rond de heilige overblijfselen.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au diocèse de Liège
avant Saint-Norbert (1952); Donald Attwater, Dictionary
of Saints (1983); Missale Romanum, volledige latijns-nederlandse
uitgave 1430.
Sint Ailbert ook Ailbertus, Albert, Albericus (Gest.
in 1122) Regulier kanunnik, geb. te Antoing in de 11de eeuw.
Opgevoed aan de kapitelschool van Doornik, waar hij van
1090 tot '94 cantor was. Verlangde naar het kluizenaarsleven
en stichte het Roermondse seminarie Rolduc (1104), Elsbeke
bij Meerbeke (1105) en Clairgontaine (1111). Leefde in armoede
en stierf in 1122 tijdens een van zijn pelgrimstochten in
Sechtem bij Bonn.
Litt. C.Dereine, Les chanoines ruguliers au diocèse de Liège
avant Saint-Norbert (1952) /p253 II heilige jaar rond/30
; Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983).
Zalige Alan de la Roche, ook Alanus, Alan de Rupe
(1428-1479) Alan werd in Engeland geboren. Hij studeerde
in Paris en werd Dominicaan. Alan gaf zestien jaar onderwijs
in Frankrijk, Belgie en Holland. Hij had een grote hobby,
het bidden van de Rozenkrans, een via de kruistochten van
de moslims overgenomen manier van bidden. Hij stichte het
Broederschap van de Rozenkrans in Douai in het jaar 1470.
Hij stierf in 1479 te Zwolle.
Litt. Dorcy, O.P., 1964, 1983
Sint Alberik, ook Albrik of Albricus (Gest. 21 augustus
784) Feestdag aartsbisdom Utrecht 8 november, elders 14
november. Alberik, een geleerde Benediktijn en vriend van
Alcuin, was de neef van Sint Gregorius van Utrecht en raadsman
en hoofd-onderwijzer aan het Hof van Karel de Grote in Aken.
Hij vergezelde Karel de Grote tijdens zijn veldtocht tegen
de Longobarden in 773. Zijn apostolaat onder de heidense
Teutonen moet bijzonders usccesvol zijn geweest. Alberik
volgde in 775 (of 777) zijn oom, abt Gregorius op als 'priester
en gekozen bestuurder' (prior) van het Utrechtse Sint Maartensklooster
en de Domschool. Hij stelde zijn vriend de heilige Ludger
aan over het oostelijk deel van zijn bisdom. Vermoedelijk
was hij al bisschop in 775, maar eerst in het jaar 780 ontving
hij te Keulen uit handen van Riculf de bisschopswijding.
Alberik stierf op 14 november 784. Zijn relieken werden
naar de abdijkerk van Susteren in Limburg overgebracht.
Litt. Delaney and Tobin (1961); Missale Romanum Ned. editie
(1955); zie pag. 50 Onze Nederlandse stam en staat. /p421
II heilige jaar rond/*2 Appendix Misboek Dominikanen/?35
; Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983).
Gezegende Alcuin (735-804). In of bij York, Engeland
geboren rond 735. In York studeerde hij onder Aartsbischop
Egbert en volgde Aelbert op als meester aan de kathedraal-school
in 767. In 782 vraagt Karel de Grote hem de leiding van
de paleis-school te Aken over te nemen. Vriend van Sint
Alberik van Utrecht. Hij maakte verschillende kerkelijke
reizen in 786 en 790. Ook begon hij een revisie van de tekst
van de Vulgaat en schreef biografieën van Sint Maarten
van Tours, Willibrord, en anderen. Ook parafreerde hij de
geschriften van Sint Augustijn over de ziel en de deugdzaamheid.
Vaak de gezegende Alcuin genoemd. De auteur van de Willibrord-biografie
stierf in 804.
Aldeneik, deelgemeente van Maaseik, ligt in het
uiterste oosten van Limburg, tegen de Nederlandse grens.
Het kleine dorpje tussen Maaseik en Maas vierde in 1947
het zevende eeuwfeest van de plaatselijke heiligen Harlindis
en Relindis. De eeuwenoude waterput tegen het kapelletje
van Aldeneik zou nog door de heilige Willibrordus gebruikt
zou zijn voor het dopen van nieuwe gelovigen.
Aldenhoven ligt nu in Duitsland, net over de grens.Hier
bevind zich al ruim acht eeuwen het heiligdom van Sint Lambertus
op de Dolberg. En is ook een belangrijke Sint Maartenskerk.
In het musée de Louvain-la-Neuve bevinden zich twee beeldjes
van herders, afkomstig van een passie-retable bekend als
het "Retable d'Aldenhoven". Het werd voor de Sint
Maartenskerk van Aldenhoven in een Antwerps atellier vervaardigd
rond 1510, verdween jarenlang om in 1842/3 te worden herontdekt.
Toen was Aldenhoven niet langer een door de Zuid Nederlanders
gefrequenteerde bedevaartsplaats meer.
Bedevaartsplaats in Nederland ca. 1580-1650 volgens kaart
1 in Marc Wingens 'Over de grens'.
Alkmaars Bloedwonder, ook Het Mirakel van Alkmaar
(1 mei 1429). We kennen allemaal het "bloedwonder"
van San Genaio in Napels, waar twee- of driemaal per jaar
een ampul met het bewaarde bloed van de heilige Januarius
vloeibaar wordt. Maar ook Nederland kende haar bloedwonderen.
Het meest befaamde boven de grote rivieren was ongetwijfeld
het Alkmaarse Bloedmirakel. De R.K. Sint Laurentiuskerk
aan het Verdronkenoord 78 te Alkmaar bewaard een van Holland
beroemdste relieken uit de middeleeuwen. Een van de zeldzame
exemplaren dat de barbaarse reformatie heeft overleefd.
En tot op heden op zondagen rechts van het hoofdaltaar in
de Mirakelkapel van Het Bloedwonder wordt uitgesteld ter
verering. Wat was er gebeurd in Alkmaar weten we dankzij
tijdgenoot Bart van Keulen. Aan het einde van de vijftiende
eeuw was hij rector aan de Latijnse School van Alkmaar en
schreef een Latijnse verhandeling over de oorsprong van
dit bloedwonder.
Eerste hoofdrolspeler in deze geschiedenis is Folkert van
Alkmaar. Van Keulen moet hem persoonlijk hebben gekend,
en beschrijft hem als een fiere, trotse knaap met gebrek
aan zelfbeheersing. Folkert zou als tiener al ruwer en brutaler
dan zijn medescholieren zijn geweest. Folkert was als priesterstudent
vaker in gokhuizen te vinden als op college. Een knokpartij
ging hij nooit uit de weg en tijdens de Hoekse en Kabeljouwse
twisten monsterde hij als soldaat van Jacoba van Beieren
aan. Het nabijgelegen Hoorn had echter partij gekozen voor
Filips van Bourgondië. Al snel kwam het tot een treffen
en Folkert ramde menigeen naar het hiernamaals. Ondankz
zijn inzet werd de slag verloren. Filips van Bourgondië
smeet in Alkmaar een groot aantal burgers van de kerktoren.
Folkert zou zich niet te hergroeperen met de rest van zijn
uiteengeslagen eenheid, want hij besloot studie weer op
te pakken. Toen hij uiteindelijk tot priester gewijd werd,
verzweeg hij dat hij als soldaat bloed vergoten had. Zijn
priesterwijding was dan wel geldig, maar eigenlijk ongeoorloofd.
Dat blijkt als Folkert zijn allereerste mis opfraagt. Nadat
hij het brood en de witte wijn heeft consacreert, waardoor
deze, volgens het katholieke geloof, veranderen in het vlees
en bloed van Jezus, brengt Folkert de kelk met wijn naar
zijn mond brengt, knoeit de zojuist gewijde priester er
van op zijn gewaad. De ontsteltenis is groot, want men beschouwde
dit min of meer als een soort heiligschennis. Na afloop
van de mis snijden de priesters het deel dat met het Bloed
van Jezus was besprenkeld uit het misgewaad om het te verbranden.
Folkert zelf verlaat heftig geschrokken door het gebeuren
Alkmaar. Als men het gewaad wil herstellen, ontdekt men
naast de uitgesneden plek drie rode bloeddruppels. Ook dit
deel wordt wegsneden, maar men besluit het niet te verbranden.
Het lapje wordt in de kerk naast het altaar opgeborgen..
Was het op zich al geen wonder dat de witte wijn in rood
bloed veranderde? Vervolgens leek men het te vergeten, tot
een engel op de Westerschelde aan een Alkmaarse schipper
in nood verschijnt. De engel wil de schipper alleen maar
redden als deze belooft naar de Alkmaarse geestelijkheid
zal gaan om verering van het vergeten stukje doek te eisen.
De engel verteld de schipper waar zich het afgesneden stuk
misgewaad bevind, en red de schipper van een gewisse verdrinkingsdood.
Als hij veilig in de Alkmaarse haven is aangekomen, snelt
hij naar de pastoor. Die vind dankzij de aanwijzingen van
de engel al spoedig het heilige doek terug. Onmiddelijk
wordt de bisschop van Utrecht, Sweder van Kuilenberg, op
de hoogte gesteld. Sweder noemt het een misdaad indien men
dit wonderbaarlijke relikwie de passende lof en eer zou
onthouden en verleent officieel toestemming de drie wijvlekken
te vereren. Ook mag men van de bisschop ter ere van het
stukje doek een grote processie door Alkmaar te houden op
de verjaardag van het wonder.
Folkert van Alkmaar, opgenomen in het Haarlemse Karmelietenklooster,
had zijn medebroeders van het wonder verhaald, voor hij
rond 1455 aan de pest bezwijkt.. Na zijn dood behoren de
Haarlemse Karmelieten tot de vaste deelnemers aan de processie,
net als Haarlemse "speelluiden", die elk jaar
vanuit de Spaarnestad afreisden. Uiteraard zijn de plaatselijke
Gilden van de partij, maar ook de Bendictijnen van de beroemde
abdij van Egmond. Van ver buiten Alkmaar meldden zich deelnemers.
Sommigen waren hiertoe veroordeeld als straf. Zij liepen
blootsvoets met een brandende kaars, welke na afloop voor
het relikwie werd geplaatst. Al snel is het Alkmaarse Bloedwonder
in heel Holland zo vermaard, dat de bestuurders van de stad
bij raadsbesluit van 18 maart 1501 bepalen dat de processie
niet alleen tot de parochiekerk beperkt zou blijven, maar
door heel Alkmaar zou trekken"en verlenen vrijgeleide
aan eenieder die het H. Bloed wil komen vereren, durende
van twee dagen voor Meiedag tot twee dagen daarna."
De Alkmaarse Mirakeldagen duurde dus van 29 april tot 3
mei. Tot 1572, toen de processie voor het laatst in haar
oude vorm plaats had. Op 20 juni van dat jaar werd Alkmaar
door de Oranjes bezet. Op bevel van de luitenant-gouverneur
van Willem van Oranje, Diederik Snoey (Sonoy) wordt een
groep Alkmaarse minderbroeders opgehangen. De katholieke
kerken werden door de hervormden en gereformeerden geroofd.
De verering van het bloedrelikwie had in stilte in zgn.
schuilkerken plaats.
Het komt tot een herleving als de Haarlemse bisschop Bottemanne
in 1897 een gezegelde oorkonde afgeeft waarin officieel
de echtheid van het reliek wordt erkend. Op last van de
in Alkmaar geboren bisschop wordt het bloedreliekwie in
een gouden doosje met glazen deksel en 24 diamanten geplaats.
Door het glas is nu het heilig stukje textiel zichtbaar.
Op de rand van het gouden doosje staat in het latijn: Reliek
van het Allerheiligst Miraculeus Bloed van Alkmaar. Het
is wonderbaar in onze ogen. Het reliek zit nog steeds
in dit doosje dat het nu (weer) onderdeel uitmaakt van een
massief zilveren engel, een replica van de oude monstrans,
die als zoveel kunstschatten verdween in de protestantse
barbarij.
Nadat onder de eerste Hollandse koning Lodewijk Napoleon
de vrijheid van godsdienst was ingevoerd, haalde de verdrukte
katholieken opgelucht adem. Net als in Amsterdam keerde
ook in Alkmaar de aloude processie in de vorm van een "Stille
Omgang" terug. Die werd in Alkmaar voor het eerst op
1 mei 1917 om 5 uur 's ochtends weer gehouden, waarbij men
in stilte biddend de oude processieroute volgde. Het aantal
ommegangers zou nadat men besloot de omgang te verleggen
naar de eerste zondag in mei uitgroeien tot vele duizenden,
maar na het Tweede Vatikaan Concilie in de zestiger jaren
van de vorige eeuw wegens gebrek aan belangstelling een
stille dood sterven. Toch wordt het Miraculeuze lapje stof
elke zondag op het speciale bloedaltaar uitgestald in de
Sint Laurentiuskerk aan het Verdronkenoord. Daar bevind
zich naast het bloedrelikwie ook het doopfont waarin Mariazieneres
Ida Peerdeman op 13 augustus 1905 werd gedoopt. Dat bevond
zich oorspronkelijk op een andere plaats, namelijk links
van de ingang.
Met dank aan J.C. van Diepen, koster van de Sint Laurentiuskerk
in Alkmaar.
Alkmaarse Martelaren (1572) Feestdag Alkmaarse minderbroeders,
in juni 1572 opgehangen op bevel van de luitenant-gouverneur
van Willem van Oranje, Diederik Snoey (Sonoy).
557 I heilige jaar rond.
Alphen, Brabant, zie Sint Ontcommer.
Aloysius van Gonzaga, zie Sint Lowie
Sint Amalberga, gest. 770. Sint Amalberga (vaak
verwart met de heilige echtgenote van de Graaf Witger met
de zelfde voornaam) stierf in het jaar 770. Ze is de moeder
van sint Reineldis en werd een non in Limburg.
Sint Amand ook Amandus, Amando (gest. 6 februari
678) Feestdag 6 februari in het bisdom Breda. De Heilige
Amandus die het evangelie preekte in Maastricht en Vlaanderen
had grote invloed op Bavo die zich bekeerde na 'n zondig
leven. Amandus werd als zoon van een landsheer geboren in
de omgeving van Nantes, Frankrijk, in 584. Toen hij vijfentwintig
was ontvlugte hij zijn huis en werd in monnik bij Tours,
en weerde alle pogingen van zijn familie af om hem weer
thuis te krijgen. Naar een hemelijkse inspiratie ging hij
naar Bourges, waar hij 15 jaren in eenzaamheid leefde onder
de leiding van sint Austregisile, de bischop van die stad.
Amand woonde in een cel op het eiland Ogia, waar hij leefde
op een diëet van brood en water. Hij genoot daar faam
omdat hij een slang zou hebben verdreven door een kruisteken
te maken. Tijdens en pelgrimstocht naar Rome had hij kritiek
op de geile uitspattingen van de koning Dagobert, die hem
daarom verbande. Later overtuigde hij koning Clotarius II
hem permissie te geven om zijn taken en leven als landsheer
te mogen opgeven, hij gaf alles wat hij bezat aan de armen.
Werd in 628 (in elk geval voor 639) tot missiebisschop gewijd
en naar de Vlaamse heidenen gezonden, waar in Gent de stichting
van twee kloosters, waaronder de Sint Pieter, aan hem toe
worden geschreven. Amand was volgens de traditie in de jaren
647-49 bisschop van Maastricht. Daar zou hij als eerste
in de geschiedenis van de kerk de term ´Onze Lieve Vrouwe
van Eeuwigdurende Bijstand´ hebben geïntroduceert. Na drie
jaren heeft hij zijn ontslag als bisschop van Maastricht
aangeboden aan St. Remacles en trok weer terug naar zijn
missie. om onder de directie van Paus Martinus I te strijden
tegen de Monothelie, waarin verkondigd werd dat Christus
maar één wil had en dat Hij niet beide geestelijk
en mens was. Deze geloofsopvatting werd bij de Zesde Algemene
Concillie van Constantinopel in 680-681 afgekeurd. Later
stichte Amand in Doornik de Elno-abdij, het latere Saint-Amand.
Amand stierf als abt van zijn Elno-klooster te Doornik op
6 februari 678.
Litt. E. de Moreau, Saint-Amand (1927); J.Hertecant, Levensschets
van de Heilige Amandus (1944). /p1404Missale Romanum Ned.
editie (1955); /p 134 I heilige jaar rond/zie pag. 50 Onze
Nederlandse stam en staat./*10 Appendix Misboek Dominikanen/40;
Donald Attwater, Dictionary of Saints (1983); Catholic Encyclopedia
(1913ed.)
Sint Amantius (gestorven rond .668) Feestdag 19
Maart. Amantius was een diaken die naar de Nederlanden werd
gezonden om sint Amandus te helpen. In Wintershoven bouwde
hij samen met Sint Landoald. een kerk.
Sint Amelberga, (gestorven rond 690) Feestdag 10
juni. Benedictijner non en weduwe. Ze was Telg uit een koningsgezin
en verwant aan Pippijn van Landen. Zij wees een huwelijk
met Karel Martel af omdat zij maagd wilde blijven, maar
trouwde toch met graaft Witger om moeder te worden van de
heiligen Cludula, Emebert, en Reinildis. Haar echtgenoot
verliet haar om monnik te worden en ook Amelberga zocht
haar heil in een klooster. Zij werd vooral in Nederland
vereerd als patrones van boeren en zeelieden. Niet te verwarren
met Sint Amelberga (gestorven in 772) wiens feestdag eveneens
op 10 juli wordt gevierd. Laatste is een Benedictijnse non
uit het Vlaamse Munsterbilsen, die van Willibrord zelf de
sluier ontving en wier relieken sinds 1073 in het Gentse
Pietersklooster worden vereerd. Zij werd vooral in Nederland
vereerd als patrones van boeren en zeelieden.
Sint Amelberga van Susteren (ca 900). Feestdag 21 november.
Pippijn van Herstal en zijn vrouw Plectrudis schonken een
klooster en grond voor een nieuwe kerk te Susteren aan Willibrordus.
Amelberga werd de eerste Benedictijner abdis van dit klooster
voor adelijke dames. Twee dochters van de koning van Lorraine
werden in haar klooster opgevoed. Sint Amelberga rust in
een eikenhouten schrijn, die stamt uit het begin van de
twaalfde eeuw. De kerk ligt aan de Relindusstraat 1. In
de crypte rust de nabij Susteren gesneuvelde koning Zwentibold
in zijn Merovingische sarcofaag. Zijn schedel bevind zich
in de schatkamer van de Amelbergakerk. De onthoofding van
de koning werd postuum door de adelijke nonnen verricht.
Men had niet voldoende goud om zijn hele lichaam te berelikweren.
Literatuur: p1488 Missale Romanum Ned. editie
(1955); zie pag. 50 Onze Nederlandse stam en
staat./78 Appendix Misboek Dominikanen; Ch.
Genders, Langs de oude Limburgse kerken
Midden en Noord-Limburg, 1977; Van Deijk, Romaans
Nederland, Amsterdam 1994; J.J.M.Timmers, De
kunst van het Maasland, dl. 1, p.70.,Assen 1971;
J. van Cauteren, De kerk en kerkschat van het
kapittel van St. Salvator te Susteren. http://www.monumentenhuis.nl/kerken/amelberga.htm
Sint Amor, ook Amour (9de eeuw). Feestdag bisdom
Roermond 8 oktober. Deze Sint Amor werd in de 9de eeuw in
Aquitaine geboren. Hij bezocht als pelgrim Rome en kwam
later naar Maastricht om de relikwieen van Sint Servaas
te aanbidden. Daarna trad hij in het klooster Munster Bilsen
in België, waar hij na een heilig leven is gestorven.
Vanwege zijn naam, liefde in het latijn, zag men
in hem de patroon van de (heterosexuele) liefde. Er bestaan
meerdere heiligen met de naam Amor of Amour. Zoals de als
martelaar vereerde Sint Amor de Franche-Comté (een
provincie in Frankrijk). Samen met Sint Viator rust deze
heilige in een schitterende schrijn in het Bourgondische
Saint-Amour. De geboortedatum van Sint Amor de Franche-Comté
is onbekend, zijn feestdag viert men op 9 augustus. Verder
is er een Sint Amor van Amorbach, een Benedictijnse abt
en gezel van Sint Pirmin missionaris in Duitsland. Deze
Amor stichtte het klooster van Amorbach, waar hij in de
8ste eeuw stierf. Zijn feestdag is op 17 augustus.
Litt. Missale Romanum Ned. editie (1955); /*69 Appendix
Misboek Dominikanen.
Amersfoort.De vondst van een Mariabeeldje in 1444,
bekend als Onze Lieve Vrouw van Amersfoort, deed de stad
groeien en maakte Amersfoort tot een van de populairste
bedevaartsoorden in de Noordelijke Nederlanden. Na de Opstand
(80-jarige oorlog) bleef de verering op beperkter schaal
tot 1720 bestaan. Toen greep de plaatselijke protestantse
overheid in. Het beeldje en toebehoren bevinden zich sinds
die tijd in de oud-katholieke kerk. In 1933 is door rooms-katholieken
het O.L. Vrouwengilde opgericht, dat sindsdien weer een
jaarlijkse ommegang houdt.
Amsterdams Mirakel
Op 15 maart 1345, enkele dagen voor Palmzondag, ontvangt
een zieke in de Kalverstraat te Amsterdam de Hostie bij
het Sacrament der Zieken. Maar omdat hij zich niet goed
voelt geeft hij over. Uit eerbied wordt alles opgevangen
en in het vuur geworpen, maar de Hostie blijft in het vuur
zweven. Een vrouw steekt haar handen tussen de vlammen,
haalt de Hostie uit het vuur zonder dat haar handen verbranden
en legt het in een kist.
De pastoor van de parochiekerk, de huidige Oude Kerk, wordt
erbij gehaald en hij neemt de Hostie mee naar de kerk.
De volgende dag opent de vrouw in de woning in de Kalverstraat
de kist en vindt tot haar verbazing de Hostie weer in de
kist liggen. Zij ontbiedt dadelijk weer de pastoor en hij
brengt de Hostie weer terug naar de kerk. De dag daarna
ligt de Hostie opnieuw in de kist bij de zieke. De pastoor
begrijpt men dat God wil dat dit wonder openbaar gemaakt
wordt; zodoende neemt de pastoor de Hostie in een plechtige
processie naar de Oude Kerk. Het jaar daarna wordt door
bisschop Jan van Arkel verklaard dat er sprake is van een
wonder. Twee jaar na dit voorval wordt er al op de plaats
waar het wonder had plaatsgevonden, een kapel Ter
Heylighen Stede' (de Heilige Stede: de heilige plaats) gebouwd.
In een brief van de vicaris-generaal van bisschop Jan van
Arkel, bisschop van Utrecht, staat dat hij op 21 oktober
1347 deze kapel heeft gewijd en dat er al het gebruik bestond
om rondom deze kapel een biddende omgang te maken. Er komt
een stroom pelgrims op gang naar deze kapel om het Mirakel
van het Sacrament te vieren. Vanwege de vele pelgrims die
uit Amstelveen en Sloten naar deze kapel en processies kwamen,
werd er al snel voor hen een heilige weg aangelegd.
Bovendien ontstaat de gewoonte om rond 15 maart een sacramentsprocessie
door de straten van Amsterdam te houden. Al in 1360 wordt
er in een memorie melding gemaakt van een maart-processie.
Vanaf 1346 tot aan de alteratie in 1578 werd waarschijnlijk
ieder jaar op de eerste woensdag na de feestdag van Heilige
Gregorius op 12 maart (St. Joris) door de priesters en parochianen
van de Heilige Stede het Heilig Sacrament gedragen naar
de huidige Oude Kerk. Gezamelijk met de priesters en parochianen
van de Oude Kerk liepen zij dan weer terug naar de Heilige
Stede om het 'Wonder' van 1345 te herdenken. Deze processie
was een feestelijke optocht waar iedere burger van Amsterdam
zijn steentje aan bij droeg. In de stoet liepen de Gilden
voorop met hun gildentekens. Daar ieder Gilde zijn beschermheilige
had, werden de beelden van hen tussen de leden der verschillende
gilden in gedragen. Zij werden gevolgd door kinderen die
andere heiligenbeelden droegen, met daarachter een persoon
te paard, die de Heilige Gregorius voorstelde en een grote
draak voortslepende. Daarna kinderen met vleugels aan hun
schouders, drie afdelingen schutters en een aantal geestelijken
en monniken. Uiteindelijk de priester van de Heilige Stede
met het Heilig Sacrament van het Mirakel in een grote zilveren
ciborie onder een versierde draaghemel welke gedragen werd
door de vier burgemeesters van Amsterdam. Het geheel werd
omlijst door stadsmuzikanten die muziekstukken uitvoerden.
Achteraan liepen de biddende gelovigen.
De Heilige Stede had drie beuken en achttien zuilen, waarvan
er zes een halve tienhoek vormden aan het Rokin (die vergroot
werd in 1555). Aan de Kalverstraat was er de heilige
hoek (de plaats waar het wonder gebeurde) met de haard.
Ook waren er beroemde pelgrims, zoals rond 1484 de aartshertog
Maximiliaan van Oostenrijk (de latere keizer). Hij schonk
de kapel een kelk, misgewaden, een grote waskaars en een
glas-in-lood-raam waarop hij zelf afgebeeld stond. Dit raam
werd in de kapel geplaatst. Enkele jaren later schonk hij
Amsterdam het recht om zijn keizerskroon boven het stadswapen
te mogen voeren.
Aan deze 'roomse' processie kwam een eind toen in 1578 het
bestuur van de stad Amsterdam overging naar het gereformeerde
geloof. De katholieken mochten hun geloof niet meer openbaar
belijden. De kapel werd geconfisqueerd en als paardenstal
en opslagplaats in gebruik genomen door de gereformeerden.
De Prins van Oranje passeerde tijdens zijn bezoek aan Amsterdam
in 1580 de Heilige Stede en een der burgemeesters van Amsterdam
wees hem op de tekst "teeckenen ende wonderlijcke dinghen
heeft by my ghedaan die Hooghe Godt" in steen gegraveerd
en sprak "siet waertoe dese vermaerde plaetse ghecomen
is".
De Prins antwoordde "Doen sy dit aen 't ghewijde, wat
sal 't van de reste wesen?" waarop de burgemeester
antwoordde dat men ter zijner tijd geen steen op de andere
zou laten. Maar de Prins schudde zijn hoofd en sprak "zyt
ghy sonder sonde, werp den eersten steen." Aldus werd
het voor de protestantse eredienst gebruikt. Enkele voorwerpen
uit de Heilige Stede konden door katholieken van de beeldenstorm
worden gered, waaronder vier kussentjes, twee processievaandels
en een missaal. Deze werden bij de Begijnen in bewaring
gegeven en nam het Begijnhof de functie van de Heilige Stede
over voor de katholieken. Hier ligt deop 14 oktober 1654
overleden Begijn Cornelia Arents begraven. Haar laatste
wens was om niet in de toen protestants geworden kerk (de
huidige Engelse Kerk) begraven te worden. De steen bij haar
graf bevat een verkeerde datum . Zij werd in eerste instantie
toch in de kerk begraven. Op 2 mei 1655 werd ze herbegraven
tegen de buitenzijde der kerkmuur. Door werkzaamheden aan
deze kerkmuur werd haar graf later verplaatst naar de rand
van het bleekveld. Haar stenen grafzerk op het Begijnenhof
wordt nog steeds op 2 mei versierd met bloemen. Een paar
decennia geleden werd haar kist voor onderzoek opgegraven
Vanaf 1590 werd de Heigige Stede Kapel gebruikt door de
Nederlands Hervormde Gemeente. Om met het verleden te breken
werd het Nieuwezijds Kapel genoemd en werd in
1624 de haard uit de heilige hoek afgebroken.
De grote stimulans tot de hernieuwde ontwikkeling van de
Amsterdamse Mirakelverering kwam tot stand nadat een zekere
Joseph Lousbergh een geschrift van 16 december 1651 ontdekte
waarop de route van de middeleeuwse Mirakelprocessies stond
beschreven. Samen met zijn vriend Carel Elsenburg besloot
hij in 1881 die route weer devotioneel na te lopen. Het
idee sloeg aan. Binnen enkele jaren groeide dit privé-initiatief
uit tot een snel groeiende beweging. De initiatiefnemers
besloten zich te organiseren in het 'Gezelschap van de Stille
Omgang'. Spoedig kwamen ook steeds meer katholieken van
buiten Amsterdam om deel te nemen aan de jaarlijkse Stille
Omgang.
Het begin van het Mirakelfeest is elk jaar op de woensdag
na 12 maart. Van woensdag tot en met zaterdag worden er
dagelijks feestelijke missen in de kapel op het Begijnhof
opgedragen. Maar de grote jaarlijkse manifestatie is nog
steeds de Stille Omgang die wordt gehouden tijdens de nacht
van zaterdag op zondag, volgend op 12 maart. Met bussen
komen dan uit heel Nederland pelgrims naar het centrum van
Amsterdam. Na in een van de Amsterdamse parochiekerken de
mis te hebben gevierd, nemen zij vervolgens verspreid over
de nacht deel aan de Omgang en lopen de omgangsroute. Kenmerkend
voor deze Omgang is dat deze stilzwijgend wordt volbracht,
zonder openlijk gebed of gezang en zonder kerkelijke kledij
of andere religieuze attributen. Vandaar de naam Stille
Omgang. Deze Omgang duurt ongeveer een uur en vindt
ergens tussen middernacht en vier uur in de zondagochtend
plaats. Tegenwoordig lopen ongeveer 10.000 mensen deze tocht
en ze komen van diverse christelijke kerken. De omgang start
op het Spui.
De kapel van het wonder zelf raakte in de 19e eeuw verder
in verval. Zo moest bijvoorbeeld het glas-in-lood raam van
keizer Maximiliaan vervangen worden door gewoon glas. Pilaren
waren verzakt en de kapel was vanwegee anfnemende belangstelling
voor het protestantse geloof vanaf 1898 niet meer nodig
voor de eredienst. Daarom wilden de katholieken deze kapel
terugkopen, maar de (protestantse) kerkenraad beschouwde
het vereren van de Hostie als bijgeloof, wat op geen andere
manier uit te roeien is dan door het afbreken van de vereringsplaats.
En dus werd de kapel onder luid protest in 1908 gesloopt.
Dit besluit van deze protestantse barbaren is altijd zeer
betreurd. Op dezelfde plaats van de Heilige Stede werd een
kleinere Nieuwezijds Kapel gebouwd, die in 1912 in gebruik
genomen werd. Deze kapel is geheel omgeven door winkels
en is sinds 1974 niet meer in gebruik voor de protestantse
eredienst. Na gefunctioneerd te hebben als moskee wordt
nu als Park Plaza gebruikt voor recepties. Op 11 maart 2001
werd aan de Kalverstraat een 'GedachteNis' onthuld door
Groen Links wethouder Ruud Grondel op de plaats van de heilige
hoek. Het initinatief voor deze gevelsteen was genomen
door het Gezelschap van de Stille Omgang, dat de traditie
in ere houdt door jaarlijks het Mirakel te gedenken. In
de gevelsteen, gemaakt door Hans 't Mannetje, is een nis
uitgehouwen welk verwijst naar de nisvormige haardstede
die weer teruggrijpt op de oorsprong van het Mirakel.
Zie ook http://www.begijnhofamsterdam.nl
Amsterdam (Vrouwe van)
Als het aan ultravrome katholieken ligt, wordt Amsterdam
's werelds bedevaartsoord nummer één. En wel in een tempel,
die wereldwijd zijn weerga niet kent, tegenover de RAI.
Om Maria, Vrouwe van alle Volkeren, te eren.Zoals de heilige
maagd zelf voorschreef aan Ida Peerdeman, de Amsterdamse
die hierom ooit nog heilig verklaard moet worden. Bij ontstentenis
van het heiligdom komen sinds 1997 nu al duizenden conservatieve
roomsen in de RAI zelf bijeen om hun maagd te aanbidden.
Amsterdam´s bekendste 'processie' is de Stille Omgang, jaarlijks
gelopen door eveneens vele duizenden katholieken uit het
hele land. Zij gedenken dat in 1345 een hostie, gegeven
aan een zieke man in de Kalverstraat, niet verbrandde in
het vuur. Een godswonder dus. De omgangen zijn geen processies
in de eigenlijke zin; ze zijn juist ontstaan uit het processieverbod,
als stil protest. Een massabijeenkomst in de RAI die nauwelijks
publiciteit trekt, een processie die stil wordt gehouden;
het past perfect in het bewind dat protestants-christelijken
de afgelopen eeuwen voerden in de Lage Landen over hun paapse
landgenoten. Was het een quiz geweest, de antwoordscore
zou bedenkelijk laag zijn gebleven als de vraag had geluid:
van wanneer tot wanneer heerste in Nederland een grondwettelijk
verbod op 'de openbare godsdienstoefening buiten de gebouwen
en besloten plaatsen'? Het juiste antwoord: van 1848 tot
1983 of, met nasleep, 1988. Het is nauwelijks voorstelbaar,
en toch nog zo kort geleden. Bijna anderhalve eeuw was het
rooms-katholieke Nederlanders dus verboden in het openbaar
te getuigen van hun ongetwijfeld christelijk en blijmoedig
geloof. Natuurlijk, grondwettelijk mocht de gereformeerde
dominee met zijn kudde dat evenmin. Maar wie heeft ooit
een zwarte kous met wierookvat en vaandel in optocht achter
een kruis aan zien lopen? Om daar plezier aan te beleven,
moet je nu eenmaal rooms zijn. Het was al erg genoeg als
er een dominee alleen voorbijging in zijn zwarte pak. Het
leidde tot zwijgen. Want hij kwam - in vissersdorpen - doorgaans
de dood aanzeggen. Een onbekend stuk vaderlandse geschiedenis
dus. Geschiedenis van het gemene volk dat beeld en beweging
nodig heeft om zijn geloof te ervaren. Geschiedenis die
nochtans een behoorlijke impact heeft gehad op het politieke
leven rond de vorige eeuwwisseling.
Zie ook Ida Peerdeman.
Anna Maria Tauscher zie Maria Teresa van
de Heilige Jozef .
INDEX
Ontbreekt er informatie?
Is er een situatie veranderd?
Laat het 't Hollandse
Heiligen mededelingenboard weten!
All sites © Mohamed el-Fers
HOME
|