Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Ga naar alle Geiligen!

De weg naar Heiligheid
Het lichaam verwerkt tot reliquair

Sint Adriaan VI (Ad Boeyens uit Utrecht)Het enthousiasme bij het tonen van relieken moet destijds hetzelfde enthousiasme hebben veroorzaakt als het omhoog houden van de trofee van een voetbalkampioen.
Maar er was meer. Is een voetbalbeker de prijs voor het beste elftal van dat moment, een relikwie was meer. Er kon genade uitstralen en genezingen veroorzaken.
Waar het uiterst kleine relieken betrof - soms niet meer dan botsnippers, haren, of stukjes kleding van enige vierkante millimeters - werden die bewaard in monstransvormige objecten.
Het reliek zelf bevindt zich dan meestal achter glas. De meest gangbare vorm om relieken te bewaren, was het gebruik van het reliquair. Een dergelijke reliekhouder kreeg vaak de vorm van het lichaamsdeel dat erin bewaard werd (buste, arm, voet).


Inhoud reliquair van de Hollandse paus Adriaan VI.

Het hoogtepunt van iedere reliekcollectie was een intact lichaam, dat wil zeggen, een lichaam dat niet verder was opgedeeld ten behoeve van andere kerken. Het overgrote deel van dergelijke heilige lichamen werd in rijk versierde graftombes bewaard in kapellen en cryptes, en met een zekere regelmaat - bijvoorbeeld op de sterfdag van de heilige of bij nood en ontij - tevoorschijn gehaald en in processie door de stad gedragen of openlijk tentoongesteld.

Een stoffelijk overschot dat niet ontbinden wil, kon permanent tentoongesteld worden in een kist van glas. Als in een vitrine lag de heilige in de onderhelft van het altaar, duidelijk zichtbaar voor alle gelovigen. De heiligen die op dergelijke wijze nog steeds opgebaard liggen en die ik met eigen ogen mocht aanschouwen - soms na het inwerpen van enige muntstukken voor automatische belichting - maken zelfs voor de oogopslag van een leek duidelijk dat het begrip `intact' zeer ruim genomen moet worden. In de regel ziet men van het intacte lichaam niet meer dan het hoofd en de extreme lichaamsdelen, handen en voeten. Van frisheid is geen sprake, mummificering lijkt nog de beste aanduiding.

Saint Madame Tussaud

Omdat zelfbewarende lichamen schaars waren maar wel op een zeer hoge attentiewaarde konden rekenen, werd later een variant bedacht: een kerk die in het bezit was van enige redelijk significante relieken, liet deze resten inbouwen in een wassen pop, die in alles geleek op het lichaam van de heilige op het moment van versterving.

Een dergelijke aanpak had nog twee andere voordelen: het idee van de `onvergankelijkheid' werd er nog sterker door gesuggereerd, en kleinere relieken konden worden getoond op een wijze die zeer tot de verbeelding sprak.

Deze manier van tentoonstellen komt vooral in de negentiende eeuw in de Franse religieuze mode, de eeuw waarin het vervaardigen van wassen beelden de hoogste graad van perfectie bereikt. De eeuw ook waarin het enorme verlies aan relieken, opgelopen tijdens de Franse revolutie, gecompenseerd moest worden.
Dergelijke wassen beelden, tentoongesteld in vitrines, zal de nieuwsgierige reiziger nog steeds met grote regelmaat tegenkomen in Frankrijk, Italië, Duitsland en Spanje.

Zalige tong

De tong neemt in een aantal gevallen een uitzonderlijke plaats in, omdat dit lichaamsdeel het symbool is van het spreken en het woord dat zo'n belangrijke bijdrage aan de verspreiding en instandhouding van het katholicisme levert.
De zalige Baptiste van Vanaro bleef dertig jaar onbedorven. Vanaf 1557 verviel zijn lichaam, op de tong na. Die wordt nog steeds apart bewaard in Camerino.

De beroemdste intacte tong is echter die van Antonius van Padua (1191-1231). Het was de heilige Bonaventura zelf die toe ziet als in 1263 de overbrenging van de stoffelijke resten naar de basiliek die ter ere van de Portugees Antonius in het Italiaanse Padua is gebouwd. De tong van Antonius blijkt ongeschondenin en de frisheid ervan wordt vastgesteld door de voorman van de franciscanen. Hij nam de tong uit het lichaam en kuste die met de woorden: `Oh, zalige tong... wat zijt gij kostbaar...'

Bij een onderzoek naar de relikwieën op 15 februari1981 werd geconcludeerd dat ook de stembanden van boeteprediker Antonius nog steeds in takt waren, al had de heilige er 750 jaar niet mee gesproken!

Toen de heilige martelaar Johannes Nepomucenus in 1714 na 350 jaar werd opgegraven, vond men hem weliswaar niet volkomen onbedorven, maar zijn botten waren dan toch `volledig, en zaten perfect aan elkaar vast.' Ook zijn tong was `zo fris en zo goed bewaard' dat het leek alsof Johan `pas gisteren' begraven was. Nog in 1850 werd vastgesteld dat de tong, die in Praag aanbeden wordt, sans aucune marque de corruption was.

Van de ongeveer 2000 heiligenlevens die in een grote verzameling heiligenlevens (Vies des Saints) de revue passeren, wordt in eenenzeventig gevallen herinnerd aan het uitblijven van verval. Vier procent van alle heiligen kan aanspraak maken op enige vorm van (tijdelijke) intactheid.

Waarvan sommigen onder extreme toestanden. Van de heilige Casimir (1483), vroeger prins en nu patroon van Polen, wordt verteld dat zijn lichaam in 1603 nog intact was, ondanks de `uiterst vochtige atmosfeer' van de grafkelder.
De tombe van de eerbiedwaardige César de Bus (1607) had `meer dan een jaar onder water gestaan'; desondanks bleef zijn lichaam intact. Ongewild komisch voegt het Vies des Saints eraan toe dat César bovendien aan waterzucht overleden was.
De heilige Bénézet lag begraven in de kapel van de beroemde pont d'Avignon (waarop men danste), boven het water van de Rhône. Zijn lichaam was nog intact toen de brug het al begon te begeven. Hij stierf in 1184 en in 1764 was het lichaam nog in dezelfde staat, ondanks het feit dat `de ijzeren staven die de kist omringden geroest waren van het vocht.'
In al deze gevallen zijn de lichamen ondergebracht in een bovenaardse maar goed geïsoleerde omgeving die de ontbinding belemmert: grafkelder, tombe. Wat de grafkelders betreft weet men tegenwoordig dat de aanwezigheid van meerdere lijken de gasuitwisseling zodanig snel en hevig beïnvloedt dat ontbinding ernstig gehinderd wordt. Een vochtige atmosfeer is, in tegenstelling tot wat men vroeger dacht, niet bevorderend voor de ontbinding. Vochtigheid duidt op gebrek aan zuurstof. Zelfs in aarde begraven lichamen ontbinden niet of nauwelijks als de vochtigheidsgraad in de grondlaag te hoog is.
Hoe nauwkeurig de natuur haar eisen stelt wordt duidelijk als we weten dat een te grote gasuitwisseling weer een ander effect heeft: dat van de mummificatie. Het lichaam droogt uit en de huid krijgt het aanzien van perkament. Dat dit het geval is geweest bij een aantal `intacte heiligen' kunnen we vaststellen door de legenden. Het is bekend dat mummies bij een ontactische behandeling in een fractie van een seconde tot stof kunnen vervallen. Dat gebeurde onder anderen met de heilige Romuald (1027) en de heilige Remi (533) toen rovers in respectievelijk 1480 en 1646 hun graf schonden. Het is niet de zonde die ontbindt, maar de zuurstof.

Eeuwige biecht

Jean-Marie Vianney , `Pastoor van Ars', overleed in 1859. Na zijn zaligverklaring (1905), werd hij opgegraven en permanent tentoongesteld in de basiliek van Ars. Zijn lichaam is gekleed in het kostuum van de biechtvader, zijn schedel is bedekt met een gezicht van was.

De zalige Jean-Marie Tomassi (1713) zou in 1850 nog intact geweest zijn. Hij werd in Rome tentoongesteld in een relieklichaam dat `lijkt op zijn portret'.

De zalige Vincentius (1504) bleek in 1518 nog intact en werd sindsdien tentoongesteld in een kristallen kist in het klooster van de heilige Julianus nabij Aquila.

De zalige Crispijn van Viterbo (1750) lag opgebaard achter glas in de kerk van de capucijnen in Rome `zodat men kon zien dat hij niet bedierf.'

De heilige Catharina van Genua (1510) lag in 1850 nog opgebaard in een glazen kist op het hoofdaltaar van de kerk van het groot ziekenhuis van Genua.

De in 1669 heilig verklaarde karmelietes Maria Magdalena de Pazzi (1566-1607) ligt in een glazen kist op de scheidslijn van twee aan elkaar gebouwde kerken in Florence, zodat men haar in beide kerken kan zien. "Lijden, niet sterven!" luide haar levensdevies.

Buik

De heilige Fulcran overleed in 1006 en werd in 1127 begraven in de kerk van Lodève. Zijn lichaam bleef ongecorrumpeerd tot 1572 toen de hugenoten het door de straten sleepten en in het vuur gooiden. Na herstel van de katholieke orde toonde men in Lodève achter glas het enige wat van Fulcran over was: zijn buik. Daarop was nog duidelijk de afdruk van het sleeptouw te zien.

Eeuwige stoel

De heilige Catharina van Bologna (1463) zat tot halverwege de vorige eeuw opgebaard in een stoel in een kerk van de clarissen in Bologna. De stoel zelf stond in een enorm tabernakel, achter glas en tralies. Ze zat gekleed in een grijze stof die gezicht en handen vrij liet. `Het vlees lijkt nog te leven. Ze is slechts een beetje grauw op de meest blootgestelde plaatsen.' Na 1850 werd ze in een aan de sacristie grenzend vertrek geplaatst en had men speciale toestemming nodig om haar te mogen zien. Ze zat nog steeds in een stoel, nu gekleed in religieuze gewaden. `De voeten zijn bloot, overdekt met kristal; de handen zijn onbedekt, en alleen de religieuzen mogen ze kussen.'

Lodewijk XIV laat heilige aansnijden

De heilige Rosaline werd in een glazen kist bewaard in Arcs-sur-Argens (Provence) in het naar haar genoemde kasteel. Rosaline overkwam het onmogelijke: tijdens de vele overbrengingen van het lijk raakte men haar lichaam kwijt. De voorzienigheid was ongetwijfeld in het spel toen het lichaam teruggevonden werd... door een blinde. Zo onbedorven was zij, dat haar ogen `zo helder als die van een levende' waren. Een prominente maar twijfelachtige bezoeker van haar tentoongestelde lichaam was Lodewijk XIV. Toen hij haar samen met zijn arts Vallot bezocht, gaf hij de geneesheer opdracht een kleine insnede te maken in een van de ogen. Onmiddellijk verdween de glans uit beide ogen. Om te voorkomen dat het nu ingetreden verval zich zou voortzetten naar het gehele lichaam, werden de ogen verwijderd en apart bewaard in een brandkast.

Lees verder.

INDEX

Ontbreekt er informatie? Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse Heiligen mededelingenboard weten.

Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN 90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden RKBN 2002-7912

Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).

All sites © Mohamed el-Fers

HOME