Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Ga naar alle Geiligen!

Boete is beter dan aflaat

boete en verzoening: de geseling van ChristusDe katholieke kerk is in staat haar gelovigen kwijtschelding van straf na de dood te schenken middels aflaten. Aflaten zijn 'de voor God geldige kwijtschelding van tijdelijke straf voor zonden. die. wat de schuld betreft, reeds vergeven zijn.' Dat is een nogal ingewikkelde constructie die enige uitleg behoeft.
Het principe van het belijden van zonden en ontvangen van genade van vergeving werd door de kerk oorspronkelijk verleend op grond van boete, versterving of goede werken die men gedaan had. Vergeving kon uitsluiten na de biecht worden verkregen. Dat is het vertellen van alle zonden in een geheim persoonlijk onderhoud met een priester. Na afloop van de biecht wordt door de priester een penitentie opgelegd. Die penitentiestraf kon voor sommige zonden zeer zwaar uitvallen. Zeker in de eerste eeuwen was de boetepraktijk zeer streng. De middeleeuwse theologen hadden precies bepaald hoeveel straf er op een bepaalde zonde, dat is een vrijwillige overtreding van de de kerkelijke wet, stond. Wie een "gewone" zonde beging, kon daarvan vergiffenis krijgen in de biecht en kreeg dan een straf opgelegd. Was de straf uitgevoerd dan was de zonde vergeven, maar nog niet uitgeboet. De kerk leerde dat vergeving niet betekende dat God alle straf had kwijtgescholden. Dat was al in Oud Testamentaire tijden zo. Koning David kreeg dan wel vergiffenis van God, maar als straf moest toch zijn zoon sterven.

Hel en Vagevuur
In de hel was je voorgoed verloren. Daar zou je tot in de eeuwigheid branden. Elke mogelijkheid op redding was verkeken. Gelukkig gloeide aan het begin van de 5de eeuw het vagevuur in het katholieke hiernamaals op. De plaats waar de overledenen de - na de vergiffenis in de biecht nog resterende - straffen voor hun zonden uitboeten. Een soort extra verdieping tussen hemel en hel, waar de zondaar jaren moest branden voor hij zuiver genoeg was om de hemel binnen te gaan.

Boete en Schuld
Voor een "doodzonde" ging je normaal gesproken naar de hel. Zelfs als je de doodzonde had gebiecht moest je je op een bepaalde manier kleden, waardoor je zonde voor iedereeen zichtbaar werd. Ook moest je vasten en.boete doen op de zgn. boetedagen, te weten alle vrijdagen, alle quatertemper-woensdagen en zaterdagen, de 40-dagentijd voor pasen en de vigiliedagen. Daarnaast diende je voorbeeldig gaan leven, wilde een doodzonde ongedaan worden gemaakt. En dan nog zou je zeven jaar branden in het vagevuur.

Aflaat
Voor gelovigen, die niet in staat waren de consequenties van hun zonden middels de gebruikelijke boetedoening te voldoen, ontwikkelde de kerk een machtig instrument, de aflaat. Het aflatenstelsel stamt uit de elfde eeuw. Het was een officieel rooms document als bewijs voor de kwijtschelding van tijdelijke straffen na de dood. In eerste instantie werd het vestrekt aan christen-strijders die vrijwillig het martelaarschap zochten door uit Europa naar Palestina te trekken om er voor de paus Heilige Oorlog te voeren. Op weg naar deze gewisse marteldood (minder dan 4% keerde levend terug van de Eerste Kruistocht), verleende de Heilige Vader de christen-strijders de Volle Aflaat. Die stond destijds gelijk aan 7 jaar vagevuur.

Later werd het verkrijgen van aflaat voor iedereen mogelijk. Middels allerlei gebeds- of boetehandelingen kon je aflaat verwerven. Bijzonder geschikt waren hiervoor de zgn. boetedagen (alle vrijdagen, alle quatertemper-woensdagen en zaterdagen, de 40-dagentijd voor pasen en de vigiliedagen). Naast het verdienen van aflaten middels afstraffingen en rituele geselingen kon je, als je bemiddeld was, de aflaten ook eenvoudig te kopen bij de bevoegde instanties in plaatsen als Rome, Jerusalem of Santiago de Compostela.

Aan iedere aflaat die de geestelijkheid verstrekte, hing een tegenprestatie in de vorm van een bijdrage aan de bouw van de kerk. Zo werden twee vliegen in één klap geslagen. Het verblijf van de zondaar in het vagevuur werd verminderd en de bouw van de kerk kreeg een financiële injectie. Om misbruik te voorkomen werden er duidelijke regels en prijzen vastgesteld betreffende de verdeling van de opbrengsten tussen geestelijken en de paus. Naast het pausgeld, de Sint Pieterspenning, zijnde één-tiende, introduceerde paus Julius II in het jaar 1507 de Petrusaflaat. Die was geheel bedoeld om de in 1505 van start gegane nieuwbouw van de St. Pieterskerk in Rome te kunnen afmaken. Van de opbrengst van het aflaatgeld moest de helft aan Rome worden afgedragen.

Op de verplichte feestdagen en andere hoogtijdagen liep het storm bij de beheerders van aflaatoorden. Ze kregen al snel stevige concurrentie van reizende handelaren in aflaten, de aflaatkramers. Bij de aflaatconcurrent kon er veel genade voor een koopje worden aangeschaft. Kreeg je bij de biecht als penitentie een bedevaart naar bijvoorbeeld Santiago te maken, kon je buiten de kerk een aflaat kopen waarop zwart op wit stond dat je de boete had afgekocht. Helaas werden er ook valse aflaten verkocht. De kopers wachtte na hun dood een onaangename verrassing.

Quotii Romanii
Er zijn twee soorten aflaat, de 'volle aflaat' en de 'gedeeltelijke aflaat". De ene gedeeltelijke aflaat was de andere niet, hetgeen leidde tot de ontwikkeling van een soort boekhouding. Wilde men weten hoeveel dagen men minder in het vagevuur zou verblijven, was enige administratie onontbeerlijk. Snelle beslissers gingen naar Rome, waar van alle plaatsen op aarde de meeste aflaat bij elkaar kan worden gesprokkeld.

  • Voor het godsvruchtig kussen van de voet van het bronzen beeld van Sint Petrus in de Sint Pieterskerk te Rome: 50 dagen aflaat.
  • Voor het godsvruchtig beklimmen van de Heilige Trap (Scala Sancta) te Rome: 9 jaren aflaat voor elke trede, ook al wordt de beklimming onderbroken. Volle aflaat voor de hele trap.
  • Voor het godsvruchtig eren van de Heilige Kribbe van Jezus, bewaard in de basiliek van Sainta Maria Maggiore in Rome: 500 dagen aflaat.
  • Voor een bezoek aan het graf van de apostel Petrus in de crypte van de Sint Pieterskerk te Rome: 7 jaar aflaat.

Was je niet in de Eeuwige Stad, dan verkreeg je de meeste aflaat door de navolging van Christus' lijden te zoeken. Gods zoon was door de soldaten van Herodus bespot en geslagen en en op bevel van Pilatus gegeseld en gekruisigd.

Inflatie door de Toties Quoties
De inflatie in aflaten begon in de 13de eeuw, nadat de zgn. Toties Quoties of Portiuncula-aflaten op de markt kwamen. Kon je eerst maar één aflaat per keer verwerven, de Portiuncula-aflaat kon men telkens opnieuw kon krijgen. 'Pesjonkelen' heette in de volksmond het op Allerheiligen en Allerzielen (1 en 2 november) de kerk en het kerkhof bezoeken om daar de voorgeschreven gebeden ten gunste van de overledenen te verrichten. Door achter elkaar de kerk in- en uitgaan of het kerkhof even te verlaten en dan terug te keren om nogmaals de gebeden te verrichten wordt telkens opnieuw de volle aflaat verdiend voor overledenen in het vagevuur. De Portiuncula-aflaat was genoemd naar een door Sint Franciscus gerestaureerd kerkje bij Assisi, waar je voor het eerst telkens opnieuw (toties quoties) aflaat kon verdienen door kerkbezoek en gebed op 1 en 2 augustus. Het zou al snel over de hele christelijke wereld ingang vinden.

Door laat-middeleeuwse sociaal-economische ontwikkelingen ontaardde het instituut van de aflaat tot ondoorzichtige financieel-politieke transcaties. Ten gevolge van de enorm gegroeide behoefte aan geld van de Curie verdeelde deze aan kerkelijke instellingen aflaatbrieven met het recht aflaten voor straffen op de zonden te verkopen.

In de Middeleeuwen wemelt het van allerlei stromingen in de lagere sociale lagen van de bevolking. Wat al deze bewegingen, ondanks alle onderscheid, gemeen hebben, is het element van protest tegen de katholieke kerk en haar oppergezag. Protesteerders zijn er in de kerk altijd geweest. Ook de opkomst van de bedelorden (12e eeuw) en de vele mystieke stromingen en apokalyptische groepen en sekten als de Geselaars kunnen hiertoe gerekend worden. Protest tegen de gevestigde religie hoort tot het wezen van de kerk. Kritiek, onthulling, eerlijkheid, profetisch protest: zijn ingrediënten van de bijbel zelf. De hele kerkgeschiedenis is er van doortrokken. Het is een stuk van de inwendige dynamiek van de kerk. Evenald de adequate onderdrukking van regionale en marginale prereformatorische stromingen door de kerkelijke overheid.

Luther
Voor de afvallige Duitse monnik Maarten Luther was de enorme inflatie in de prijs van een aflaat directe aanleiding een eigen secte te beginnen. Aan de vooravond van Allerheiligen 1517 publiceerde deze monnik 95 stellingen tegen de aflaat. Niet toevallig op dìe dag, want alle gelovigen waren juist dan met de 'hemel' en met het 'eeuwig leven' bezig.

In het voorjaar van 1517 maakte Luther zich ongerust omdat de bewoners van Wittenberg wegbleven om bij hem te biechten. In plaats daarvan trok men massaal naar de bedevaartssteden Jüterbog en Zerbstn, om aflaatbrieven aan te schaffen. Het duurste waren de aflaten waarmee zondes van kerkdiefstal en meineed werden vergeven. Die kostte 9 ducaten. Voor een gepleegde moord kocht je een aflaat voor 8 ducaten. Met deze papieren eisten sommige gelovigen dat Luther de absolutie uitsprak. Luther klaagde in een brief aan bisschop Hieronimus Schulze van Brandenburg en de aartsbisschop Albrecht van Maagdeburg dat ze zonder het betonen van berouw en betering van hun leven vrolijk met hun aflaten zwaaide. Aan deze brief voegde hij 95 stellingen toe, zonder de aflaat in zijn totaliteit of de rooms katholieke kerk en haar vertegenwoordigers als bemiddelaars van het heil ter discussie te stellen.
De bisschop van Brandenburg gaf Luther de raad zich koest te houden. Aartsbisschop Albrecht, vroeg eerst de Mainzer universiteit om een oordeel en informeerde de paus. Het Mainzer advies van 17 december 1517 onthield zich van een oordeel, maar gaf de aanbeveling de hele kwestie door de Romeinse Curie te laten beoordelen. Deze zag geen reden tot maatregelen. Wel vroeg de Heilige Paus Leo X de generaal van de orde der Augustiner-Eremiten een matigende invloed op Luther uit te oefenen. Er kondigt zich een fundamenteel gezagsconflict aan. In de zomer van 1518 werd in Rome officieel een ketterproces tegen Luther geopend.

Voor Luther bestond er geen ontsnapping voor de zondige mens. Die diende zich zijn leven lang boetvaardig en in ootmoed te onderwerpen aan de majesteit van God. Meer straf, meer boetedoening, want wie zijn kinderen lief heeft, tuchtigt ze...
Hoewel Luther zich concentreerde op de velen die zich aflaten kochten, waren er tal van oprecht katholiek gelovigen die zichzelf, geheel uit vrije wil, aan boete en tuchtiging onderwieren 'uit navolging en liefde voor Christi'. Daar hadden en hebben ze geen stellingen van een ketterse monnik als Luther voor nodig.

Voorgeborchte
Na het vagevuur te hebben aangelegd werd het katholieke hiernamaals verder uitgebreid met het Voorgeborchte. Het officieel door de kerk als authentiek aanvaarde voorportaal van de hel. Verblijfplaats van allen die buiten hun persoonlijke zondenschuld, maar wel belast met Eva's erfzonde, niet in de hemel maar ook niet in de hel thuis horen.
In het Voorgebochte zitten tegenwoordig alle niet gedoopte kleine kinderen. De kerk leerde dat er ook een tijdlang volwassen zielen in het Voorgeborchte hadden verbleven. Dat waren alle rechtvaardigen uit de oudtestamentische tijd, figuren als Abraham en Mozes. Die moesten in het Voorgebochte op de kruisdood van Christus wachten, voor zij in het jaar 33 na Christus met Hem de hemel in mochten rijzen.
Voor de ongedoopte babies kende de kerk geen genade. Ze werden ook apart begraven. De katholieke kerkhoven bestonden uit gewijdde aarde. Zulke grond was aan de ongedoopte niet besteed. Bovendien zouden al die babies op de dag der Opstanding maar voor de voeten kruipen. Volgens de canon konden er voor deze ongelukkigen ook geen aflaten worden gekocht. Een troost, het Voorgeborchte zal niet eeuwig bestaan, maar bij het Einde der Tijden worden opgeheven. Waarbij de ongedoopte kinderzielen in het niets zullen opgaan.
© MMII Mohamed el-Fers.


Boete is Beter
Ruim 60 jaar voor Luther verdedigde een andere augustijner monnik het moderne inzicht dat boete beter is dan aflaat. Zonder dat hij de stelling dat je boetedoening kunt afkopen verwierp, werd door de wildhandel in aflaten naar zijn gevoel de ernst van het menselijk handelen en de ernst van de schuld ondermijnd. De niddeleeuwse handel in aflaten is tegenwoordig geheel verdwenen. Aflaat kan nog wel verworven worden door de verrichting van aflaatwerk.

Het kerkelijk gezag verleent aflaten aan de levenden bij wijze van vrijspraak, aan de overledenen bij wijze van voorbede. Je kunt een aflaat niet voor iemand anders die nog in leven is verdienen, wel voor zielen in het vagevuur. Op hen zijn alle door de paus verleende aflaten van toepassing 'tenzij het tegendeel bepaald is'.
Niet iedereen komt in aanmerking voor een aflaat. Ben je bijvoorbeeld door het Vaticaan in de ban gedaan, kun je het volgens canon 925 wel vergeten. Verder dien je gedoopt te zijn. Gedoopte Schismatieken komen niet in aanmerking zolang zij gehoorzaanheid weigeren aan de paus van Rome. Verder dien je 'ten minste bij het beeindigen van de voorgeschreven werken in staat van genade', (vrij van doodzonde) te verkeren.


Quotum
Na de belijdenis en de individuele en volledige biecht te hebben verricht , kan de gelovige door te doen wat volbracht moet worden binnen een redelijke tijdsperiode de gave van de volle aflaat, zelfs dagelijks, ontvangen of aanwenden, zonder verplicht te zijn opnieuw een belijdenis te doen, conform canon 960 van het Wetboek van Canoniek Recht, en canon 720, par. 1 van het Wetboek voor de Oosterse kerken. Daarentegen is het opportuun, dat het deelnemen aan de eucharistie – hetgeen voor het verkrijgen van elke aflaat noodzakelijk is – op dezelfde dag plaatsvindt, waarop men de voorgeschreven werken volbrengt. De biecht, vereist voor het verdienen van aflaten, kan maximaal 8 dagen voorafgaande aan de aflaatdag plaats hebben.
Quotum
Bijzondere volle aflaat wordt verkrijgen middels een pelgrimstocht maken naar één van de patriarchale basilieken van Rome, de basiliek van het heilig Graf te Jeruzalem, de basiliek van de geboorte in Betlehem, of de basiliek van de Aankondiging van Jezus’ Geboorte in Nazaret om daar deel te nemen aan de mis, lauden, vesper, kruisweg of rozenkransgebed.
Quotum
Aflaat kan op elke plaats, met inachtneming van de gebruikelijke voorwaarden, worden verkregen door een bezoek te brengen aan broeders en zusters die in nood of moeilijkheden verkeren (zieken, gevangenen, ouden van dagen, eenzamen, invaliden, enzovoorts). De gelovigen zullen elke keer een aflaat verkrijgen, maar natuurlijk niet meer dan eenmaal per dag.
Quotum
Aflaat kan ook verworven worden dankzij initiatieven als zich gedurende een dag te onthouden van overbodige zaken (tabak, alcoholhoudende dranken, vasten en onthouding volgens de algemene normen van de kerk) en de voornaamste ondeugden (onkuisheidm traagheid, gierigheid, hovaardigheid, nijd, gulzigheid en gramschap) te mijden..

Quotum
Aflaat kan ook verworven worden door armen geld te geven; een redelijke hoeveelheid vrije tijd besteden aan activiteiten die van belang zijn voor de gemeenschap, of andere vormen van persoonlijke opoffering.

INDEX

Ontbreekt er informatie? Is er een situatie veranderd?
Laat dat dan in ons Hollandse Heiligen mededelingenboard weten.

Deze on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen, Genadeoorden en bedevaartsplaatsen is geschreven door Mohamed el-Fers.
Van dezelfde auteur verschenen o.a.:
Jacques Brel ISBN 90-5330-245-X, in België ISBN 90-5312-113-7;
Istanbul ISBN 90-5330 240 9, in België ISBN 90-5466 790 7;
Columbus ISBN 90-5330-032-5;
Bob Marley ISBN 90-5330-015-5;
Oum Kalsoum ISBN 90-5330-036-8;
Mehmed VI Vahdeddin, de laatste sultan ISBN 90-5330-023-6;
Ramadan, meer dan vasten (Mohamed el-Fers en drs Veyis Güngör) ISBN 90-736-1613-1.
Hoe gevaarlijk zijn de Turken? (Mohamed el-Fers en drs Chris Nibbering) ISBN 90-9011-752-0;
Encyclopedie van Hollandse Heiligen en Genadeoorden RKBN 2002-14570

Theater: ´Amsterdams Mirakelspel´ en ´De Zaak Schnitke´ (premiére voorafgaande aan de Alfred Schnitke opera ´Life with an idiot´ in aanwezigheid van de componist en H.M. koningin Beatrix en Z.K.H. prins Claus der Nederlanden).

All sites © Mohamed el-Fers

HOME