Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Het 63ste hoofdstuk van de Heilige Koran in het Nederlands. Geopenbaard na de Hidjrah. 11 verzen.


Terug naar het overzicht van De Heilige Koran

E-Mail
63. De huichelaars (al-Monaafiqoen)

Geopenbaard nà de Hidjrah. Dit hoofdstuk heeft 11 strofen.

In naam van God, de Barmhartige, de Genadevolle.

1. Wanneer de huichelaars tot u komen, zeggen zij: "Wij getuigen dat gij inderdaad de boodschapper van God zijt." God weet dat gij Zijn boodschapper zijt, en God getuigt dat de huichelaars inderdaad leugenaars zijn.

2. Zij hebben hun eden tot een schild gemaakt; zo leiden zij mensen van God's weg af. Hetgeen zij doen is zeker slecht.

3. Dat is omdat zij het geloof omhelsden en daarna verwierpen. Derhalve is een zegel op hun hart gedrukt en zij begrijpen niet (meer).

4. En wanneer gij hen ziet, behaagt hun uterlijk u en indien zij spreken luistert gij naar hen. Zij lijken op aangeklede stukken hout. Zij denken dat ieder gerucht tegen hen is. Zij zijn (uw) vijanden, neemt u daarom voor hen in acht. God's vloek zij over hen! Hoe ver zijn zij afgewend (van de Waarheid)!

5. En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Komt, de boodschapper van God zal voor u om vergiffenis vragen," dan wenden zij hun hoofd af en gij ziet hen zich hoogmoedig terugtrekken.

6. Het is hetzelfde of gij wel of niet voor hen om vergiffenis vraagt, God zal hen stellig niet vergeven. Voorzeker, God leidt het opstandige volk niet.

7. Zij zijn het die zeggen, "Besteedt niets voor degenen die met de boodschapper van God zijn zodat deze weglopen"- terwijl aan God de schatten der hemelen en der aarde behoren; doch de huichelaars begrijpen dit niet.

8. Zij zeggen: "Als wij naar Madinah terugkeren zal de aanzienlijkste er zeker de minste uitdrijven;" maar eer behoort aan God, Zijn boodschapper en de gelovigen; de huichelaars echter weten het niet.

9. O, gij die gelooft, laat uw rijkdommen en uw kinderen u niet afleiden van de gedachtenis aan God. En wie dat doet behoort tot de verliezers.

10. En besteedt uit datgene waarvan Wij u voorzien hebben voordat de dood één uwer overvalt en deze zegt: "Mijn Heer! Waarom hebt Gij mij niet voor een wijle uitstel verleend, opdat ik aalmoezen zou kunnen geven en tot de rechtvaardigen behoren?"

11. En God geeft niemand uitstel wanneer zijn tijd is gekomen; en God is volkomen op de hoogte van hetgeen gij doet.

 

Terug naar het overzicht van De Heilige Koran

© 2000 Mohamed el-Fers